Zelf gemaakt

Photo by Randi Wilson on Unsplash

We hadden het erover of we vroeger iets tekortkwamen. Zij heeft vier zussen en alleen de papa werkte. Ze had nooit het gevoel gehad dat ze iets tekortkwam, ook al kenden ze geen excessen.

‘We gingen wel geen kleding kopen in die chique winkel waar jullie gingen.’ Ik was het al vergeten. Maar inderdaad, voor onze kleding weigerde mijn ma confectie. Omdat we dan hetzelfde droegen als zoveel andere mensen. We gingen voor mijn kleding en die van mijn broer vaak kijken in een kinderkledingwinkel in een galerij die er nu niet meer is. Een enkele keer vond mijn ma de kleding toch te duur. Zoals toen ik een pull had gezien die ik mooi vond. We zijn ervoor in de winkel geweest, hebben onthouden hoe het in elkaar zat, groen vooraan, donkerpaars op de rug en blauwe strepen op de mouwen. Alleszins heb ik op elfjarige leeftijd die pull zelf gebreid. Mijn ma heeft hem in elkaar gezet en ik heb er toch enkele jaren van kunnen genieten. Met trots, toch wel.

Toen we jonger waren kwam het geregeld voor dat ik thuiskwam van school en er een nieuw kledingstuk voor me klaar hing, Aan een kapstok die over de staanlamp in de living gehaakt was. Goed in het zicht zodra ik de living binnenkwam.
Een rokje, een jurk, een blouse…fijn was dat wel.

Nu vind ik het jammer dat mijn ma die kennis niet heeft doorgegeven aan mij. Ik heb ooit een tweedehands naaimachine gekocht, maar ik gebruik haar het meest voor het verkorten van broeken. Toen ik zwanger was heb ik ook een aantal babyspullen gemaakt voor elke dochter die op komst was. Met goede raad her en der van mijn ma. Zo had het kruippakje dat ik voor mijn oudste maakte een print. Die moest van mijn ma uitkomen aan de naden. Dat hoeft voor mij eigenlijk allemaal niet. Een slaapzak heb ik ook gestikt en een mini-vestje met knoopjes heb ik gebreid.

Fijn vond ik dat, om met mijn gedachten bij dat kleine groeiende ukje in mijn buik alvast iets persoonlijks te creëren.
Vandaag zijn het mijn dochters die hun ‘bonneke’ raadplegen om kragen te veranderen, mouwen om te vormen en een eigen ontwerp een realistische uitwerking te geven.
Co-creaties over generatiegrenzen heen.

Ik vind het best fijn dat mijn dochters die kriebel voor naaiwerkjes hebben overgeërfd. Zoals ook het koken niet meer systematisch van generatie op generatie wordt doorgegeven, geldt dat over het algemeen ook voor handwerk heb ik de indruk. Een uitdovende ambacht, of herleeft ze dezer dagen??

Ooit was ik jaloers op een klasgenootje die heel mooi kon breien. Dat moet in het vierde studiejaar of zo geweest zijn. Zij had het van haar oma geleerd. Ik had de truuk nog niet ontdekt om de draad langs mijn pink te laten glijden bij het breien, waardoor mijn breiwerkje heel erg rommelig uitdraaide. Dan weer strak, dan weer los. Terwijl dat van mijn klasgenootje mooi egaal gebreid was. Maar de jaloezie heeft me doen bijleren en ze is een goede vriendin nu dus…iedereen content.

Ik heb trouwens nog altijd de breitas die ik in het eerste studiejaar mee naar school nam. Er zitten iets meer breipriemen in dan toen…

Vandaag kan je van handwerk veel terugvinden op het Internet. Zo heb ik een jongste dochter die vooraf altijd eerst het Internet raadpleegt alvorens aan de slag te gaan, terwijl mijn oudste dochter gewoon begint en aan alle knoppen van de naaimachine begint te draaien tot ze heeft wat ze wil hebben. Of tot er hulp ingeroepen moet worden omdat de hele boel ontregeld is…

Laatst wilde ik een broek verkorten en vond de steek wel erg rommelig.
Een hendeltje waar ik nooit eerder op gelet had stond in een andere stand. Tja…
Vloeken doe ik daarop niet meer.

Soms leidt de eigenwijze manier van werken van mijn oudste me naar een nieuwe manier van kijken. Dan staan er spullen in de kast op een andere manier en denk ik ‘ja inderdaad, zo kan het ook.
Morgen wordt ze 25 jaar. De helft van mijn leeftijd…

Tijd om onze talenten in kaart te brengen…en te blijven leren van elkaar.

Kappersbezoek

Photo by PHOTO RES on Unsplash

twee versgeperste roddels
een halve kilo achterklap
zeven sneetjes ondeugd
en wat water voor de hond

meer moet dat niet zijn
dan een weerborstel of drie
in vijfenzestig tinten grijs
met duurzaamheid verzameld

mijn kapper was content
mijn hond blafte zich kater

Voeding

Photo by Pushpak Dsilva on Unsplash

Liever nog was ik oogstaandeelhouder gebleven van een CSA boerderij (Community Supported Agriculture). Om zelf te oogsten wat ik wil eten aan biologisch geteelde groenten en fruit. Maar de afstand en mijn (vaak) beperkte fysieke energie doen me nu besluiten te kiezen voor een initiatief dat voor mij meer kans op duurzaamheid kent.

Zo heb ik me geabonneerd op een biologisch geteeld groenten- en fruitpakket dat ik op een bepaalde weekdag oppik in een afhaalpunt in de buurt. Ik weet niet vooraf wat er in het pakket zal zitten. Het aanbod volgt wat Moeder Natuur te bieden heeft op dat moment. Groenten die aangekondigd werden maar nog niet rijp zijn voor oogst worden niet alsnog geoogst maar vervangen door iets anders. Zo surf je mee op het ritme van de natuur.

Hier komt dan wel de tussenstap van het oogsten en in bakken aanbieden op een bepaald tijdstip bij in het takenpakket van de initiatiefnemer, waar deze tussenstap bij een CSA boerderij wordt overgeslagen.

Bovendien maakt ook het feit dat je ‘oogstaandeelhouder’ bent bij de zelfoogst-oplossing dat je een stem hebt in de coöperatie en verdere uitbouw ervan.

Maar goed. Dit systeem van groenten- en fruitpakket werkt nu voor me, ik ben er tevreden over.
Het is alleszins heel anders dan vooraf een gerechtenlijst uitvinden en naar de supermarkt gaan voor groenten en fruit. Al dan niet biologisch geteeld.
Wat zit er eigenlijk allemaal in een winkelprijs?
In een groentenpakket-prijs?
In de dagprijs voor zelfoogst?

Verduurzamen wil ik.
Eén stap per keer…
Een voor mij haalbare stap. Op maat dus van mijn mogelijkheden.

Zelf heb ik ook enkele zaailingen nu, die ik weldra zal uitplanten. Het leek erop dat de pompoen en rabarber geen zin hadden om te kiemen, de rucola was snel tevoorschijn gekomen. Maar intussen heb ik in elk turfpotje wat opbrengst die verdere zorg en aandacht en een volgende fase verdient.

Dit is nog een zoeken voor me. Ik zet slechts mijn eerste stappen op bet vlak van moestuinieren.
Jammer toch, dat dat soort kennis niet meer overal van generatie op generatie wordt doorgegeven.

Ook daarom was ik aangesloten bij een CSA boerderij, om zelf te leren van wat ik er allemaal tegenkwam aan niet-exotische groenten allerhande. Hoe ik precies moest oogsten ook, zonder schade aan te brengen.

Maar goed.

Misschien, als ik werk maak van mijn conditie, vind ik alsnog de weg naar de boerderij.
Al zou ik het naar de boerderij fietsen ook als werken aan mijn conditie kunnen zien, zo deed ik het tevoren eigenlijk, … maar het werkte niet.
Onvoldoende discipline in het inzetten op beweging die de conditie ten goede komt. Ik schreef er al eerder over en sindsdien is  beweging nog steeds niet systematisch in mijn wekelijkse planning opgenomen. Shame on me.

Tut -tut, niet te streng voor jezelf, Fiducia!
De afgelopen sombere periode was heel hardnekkig en die ben je pas te boven gekomen. Rome is ook niet in één dag gebouwd heb ik horen zeggen. Al hoor in het in Keulen ook niet altijd donderen, hoewel dat ook wordt verteld.

Wat moet je nog geloven vandaag?
Dat biologisch geteelde groenten en fruit veel rijker is aan smaak?
Dat er meer groenten kunnen aarden in ‘onze grond’ dan wat in de supermarkt te vinden is?

Ik zeg vaak, ik betaal liever wat meer voor een product en eet er minder van, dan me dagelijks te vullen met eten dat geen smaak heeft. Toch?!

Ik herinner me dat er in het ziekenhuis op de koelkast in de kamer een sticker plakte met de boodschap ‘geen bederfbare voeding’.
Een rare uitspraak vond ik dat. Tot wanneer is voeding nog voeding?

In datzelfde ziekenhuis heb ik ook een foto gemaakt van een heel omvangrijke brownie die ik op mijn plateau vond voor de avondmaaltijd. Ik stuurde de foto door naar een vriend met de boodschap: ‘klantenbinding in een universitair ziekenhuis: volgende afspraak op de diabetesafdeling…’

Wie geeft vandaag het voorbeeld op het vlak van voeding,
walks the talk
values (the) difference?

Wie definieert wat ‘voeding’ is?
Voor lichaam. Voor geest. Voor persoonlijke interacties.

EigenWijs

Photo by James Fuller on Unsplash
EigenWijs- ingesproken versie

Mijn intentie gisteren was om me te verontschuldigen omdat ik weer zo´n ochtend inging waarbij ik me niet stevig in mijn schoenen voelde. Maar ik schraapte mezelf bij elkaar en installeerde me op de plek waar ik rustig online in verbinding kon gaan voor een overleg. Een project en traject dat ik al van bij de start mee heb gelopen en waar ik in geloof. Dat uitbreidingen allerhande kent en kansen tot samenwerking biedt waardoor mijn voeling met activiteiten van andere actoren die op dit terrein actief zijn, toeneemt.

Nieuwsgierigheid gevoed? Yep!
Na de vergadering was ik dankbaar en geïnspireerd.
Een tikkeltje energetischer dan vóór het overleg.

Ik mis trajecten waarin ik een zinvolle bijdrage kan leveren. Trajecten waarbij mijn ‘aanwezig zijn’ genoeg is, omdat ik een schat aan ervaring meedraag en mijn ‘bewust-zijn’ en ‘alertheid’ actief onderhoud, bijvoorbeeld.
En gewoon een toffe madam ben om er bij te hebben ook. Woehaha!
Ervaring dus…die ik graag met participatie aan nieuwe projecten en trajecten aanvul om ‘mee’ te blijven en her of der te inspireren.

Neen, niet dat ik ‘passief’ wil deelnemen. Een spons wil zijn.
Het soort deelnemen waarin ik me het beste voel is waar ik het aanvoelen heb dat wat ik inbreng, van persoonlijke ervaring tot helikopterperspectief, in overweging genomen wordt. Ik niet de indruk heb dat ik er ‘voor het kunnen afvinken van’ het ‘cliëntperspectief’ bij zit.
Kortom, ernstig genomen word. Niet beluisterd maar gehoord…

Er zijn momenten geweest, ook in dit traject, waarbij ik voelde dat ik in een richting geduwd werd. Zoals op momenten dat een minister van Gezondheid in de media verschijnt om een project in de kijker te zetten waaraan ik meetrok en er vanuit allerhande kanalen druk werd gelegd om mijn ‘cliëntperspectief’ te verwoorden.
Dan pas ik. Ik ben iemand die het best werkt in de schaduw. Daar voluit mijn ding wil doen, zonder te moeten ‘geliked’ of ‘gedis-liked’ worden omdat dat nu eenmaal de manier van communiceren van vandaag is.
Overigens was ik in voornoemde gevallen een slechte keuze van ‘getuige’, omdat ik had meegewerkt aan de uitbouw van de projecten zonder er zelf gebruikerservaring mee te hebben. Getuigen over deelname aan een aanbod levert een ander verhaal dan mee bouwen aan de toekomst van een pilootproject. Enfin.
Ik hoop dat ik mijn perspectief en voorkeuren voldoende duidelijk heb gemaakt intussen.
En ik houd mijn sensoren scherp.

Ik hoef ook voor dit blog niet te weten hoeveel ‘hits’ ik heb. Dit blog is mijn manier om met de wereld te communiceren. Ik fluister mijn boodschap, wie goed kan luisteren pikt ze op. Ik heb lang alleen maar mijn pseudoniem gebruikt. Zodat ik in alle anonimiteit kon fluisteren en mijn gedachten kon ordenen. Intussen staat mijn naam in het groot bovenaan mijn ‘creatieve speelruimte’, ontdek ik her en der nog fijne nieuwe toeters en bellen die ik kan uitproberen en voel ik me goed als ik elke dag wat woorden kan publiek zetten. Al is het nonsens. Gedicht of geopend. Eenvoudig of meervoudig ver(ant)woord.

Mijn woorden zijn op elk moment een weerspiegeling van hoe ik me voel. Van wat me boeit of (ver)(ont)Waardigt. Van wat ik aan schoonheid zie.

Vandaag vraag ik me af hoe ik mezelf nog kan bijschaven om van mijn blogruimte nog iets mooiers te maken. Wat ik kan ondernemen om op meer terreinen gewoon te ‘zijn’ en te ‘geven’ om van daaruit inspiratie te putten voor nieuw te manifesteren sporen. Waar en hoe ik mijn leven en tijd verder kan en wil vormgeven. Onderzoeken waar ik echt ‘thuis’ kom.

Het zou mooi zijn om elke dag een sprankel te kunnen plukken die me tot een nieuw schrijven aanzet. Want ja, dat is mijn ding, schrijven. Al ben ik niet altijd helemaal zeker over spelling en consoorten…voor mijn speeltuin hoeft het allemaal niet te perfect te zijn.
Dan gaat de lol eraf. Al blijf ik alert en zoek ik vaak wel de correcte schrijfwijze op. En laat dat ook vaak weten, tja…

Ja, ik ben onverbeterlijk nieuwsgierig.
Ja, ik maak graag verschil door te ‘zijn’.
Neen, ik houd helemaal niet van financiële en administratieve beslommeringen.

Onverbeterlijk eigenwijs, dat ben ik ook…

van Dale zegt over ‘eigenwijs’:
1) niet luisterend naar goede raad
2) eigenaardig-grappig

Ik ga voor de tweede optie.
En introduceer bij deze ‘anderwijs’ = wel luisterend naar goede raad

Veranderwijs bestaat ook…zoek maar op. Heel interessante piste…
Maar ik wijk af…
Tsss…Fiducia, inderdaad, stop nu maar…

Onderscheiding

Photo by Wolfgang Hasselmann on Unsplash

Wat een vreemd gesprek.

De slimste mens van het land heeft gesproken‘, zei hij.
Ik fronste mijn wenkbrauwen, vooral omdat ik daarmee de plooi tussen mijn ogen wat wou verdiepen. Altijd handig.
Een diepe groef tussen de ogen doet mensen denken dat je veel nadenkt.
Ja, mensen trekken nogal eens conclusies bij eenvoudige waarnemingen.
Maken er interpretaties van.
En gaan verder van daaruit handelen. Naar waarheid, zeggen ze dan…

Maar waar was ik.

Hoezo?‘ vraag ik.
De minister Vanonder Wijs heeft gezegd dat in januari de scholen weer openen.
Ah…’ zei ik.
Niet helemaal zeker of ik de clou van zijn boodschap goed begreep.

Is de minister Vanonder Wijs dan de slimste mens van het land?‘ vroeg ik als in een reflex.
Een kort en krachtig ‘ja‘, bevestigde wat hij eerder had gezegd.
Aangezien ik Licht Gelovig ben, concludeerde ik dat een engel tot de minister Vanonder Wijs was gekomen om hem te ….ja, hoe heet je dat…te bewijzelen.
Zoiets.

Adres: Vanonder
Bestemming: Wijs
Huidig level: NVT (?)

Maar mijn gedachten meanderden verder.
Dat moet wel fijn zijn, bedacht ik me. Bewijzeld worden voor een doel groter dan jezelf.

In eerste instantie liet ik het gezegde varen, … liet ik het onderwerp los, wil ik daarmee zeggen. Enerzijds omdat ik geen twee dingen tegelijk kan. Het was boterhammen-smeertijd en het is voor mijn VerstandHouding het beste dat ik maar met één ding tegelijk bezig ben. Anders ga ik wankelen.

Ja, helemaal…niet alleen mijn hoofd.
Ik vind het ook raar.
Heb het al tegen de dokter gezegd maar die antwoordt standvastig (ja, hij wel!):
‘één lepel olijfolie op een nuchtere maag.’

‘En hou de achterpoort open en laat je zorgen naar de duivel lopen.’

Dat zegt hij er trouwens niet bij.
Dat is een weishijt van …hoe heet hij ook alweer…ik schreef over deze dokter een paar blogberichten geleden…

Effe opgezocht, ik introduceerde hem in dit blog:
https://fiduciacaro.be/2020-12-09/tijd-en-grenzeloos-zorgzaam-zijn/
Herman Boerhaave dus.

Volgens betrouwbare bron zouden de twee regels die de achterpoort en de duivel voorafgaan de volgende zijn:
Hou je voeten warm
Stop niet te vol je dikke darm

en dan dus
Hou je achterpoort open
En laat je zorgen naar de duivel lopen

Op 9/12 durfde ik dat nog niet posten.
Maar intussen is er veel verandert.
Ja, ook de regels voor dt-twijfels.

Later, toen ik helemaal alleen op mezelf was, wat overigens ook een vreemde uitdrukking is in een wereld van verbondenheid….
Wel, toen begon ik het gezegde te herkauwen en stelde ik mezelf de vraag:

Hoe onderschijt een minister Vanonder Wijs zich van een
Staatssecretaris Vanboven Wijs?’

Geen eenvoudige vraag vond ik, zeker gezien de spelling.

Maar misschien moet ik me daar niet echt mee bezighouden.
Waar heb ik trouwens mijn smeerkaas gelegd?

La vache qui rit:
Elle dit: ‘hihi hihi!’

Eenvouwt

Mijn huisgenoot las een aantal stukjes voor uit de krant. Ik zat te breien. Een verstillend moment bij de gashaard.

Toen hij las: ‘Vlaamse student lanceert ‘werkwoordenwiel’ dat dt-fouten voorkomt’, kon ik mijn verbazing niet onder de zetel stoppen.

‘Lees eens voor’, vroeg ik. Hij gaf aan dat ik moest komen kijken naar het figuurtje dat erbij stond. Het zag er ingewikkeld uit. Maar aan het einde van het artikel stonden de woorden ‘Zowel leerlingen als leerkrachten waren enthousiast over het concept. De leerlingen vonden het leuker om met het wiel te werken dan met een schema. En de leerkrachten vroegen allemaal alvast of ze enkele exemplaren konden krijgen.

Nu wil ik die student niet afbreken. Ik neem aan dat hij vanuit de beste intentie een onderzoek heeft gedaan en een oplossing heeft uitgedacht die leerlingen een houvast biedt. En hij heeft zijn traject ongetwijfeld afgelegd met steun van zijn promotor en klaarblijkelijk ook met steun van de hogeschool die de productie van de ‘werkwoordenwielen’ op zich heeft genomen.

Maar…

Al wil ik niet afbreken. Ik wil aangeven dat ik een heel andere truuk gebruik die volgens mij veel sneller en efficiënter werkt. Ik heb geen idee meer of een leerkracht die truuk jaren geleden op een schoteltje heeft aangereikt. Of dat ik de truuk zelf heb gevonden omdat ik een manier zocht om met mijn dt-twijfels om te gaan.

Wat ik doe als ik twijfel?
Ik vervang het werkwoord door ‘spelen’ en luister of ik een extra ‘t’ moet schrijven.

Even testen:

De tijger voedt? voet? voed? haar jong.

Vraag 1: Welk werkwoord gebruiken we hier? => Voeden.
Vraag 2: Komt er een ‘d’ voor in dat werkwoord? =>Ja=> dan schrijven we alvast een d
Vraag 3: Als we ‘voeden’ vervangen door ‘spelen’ met de juiste werkwoordsvorm, dan krijgen we: ‘De tijger speelt haar jong’. We horen een t, dus we schrijven een t.

Samengevat: we moeten hier een d en een t schrijven, dus wordt de zin:
De tijger voedt haar jong.

Tweede voorbeeld:
Een zoomsessie gebeurdt? gebeurd? gebeurt? online.

Vraag 1: => antwoord ‘gebeuren’
Vraag 2: => neen => geen ‘d’
Vraag 3: ‘Een zoomsessie speelt online’ We horen een t, dus we schrijven een t.

Samengevat: We moeten hier geen d maar wel een t schrijven dus wordt de zin:
Een zoomsessie gebeurt online.

Voor mij heeft deze manier van werken me nog nooit het bos in gestuurd. Ik vind het jammer dat een krant die hierover bericht, waar journalisten huizen die gepokt en gemazeld zijn in taal, niet ook een kritische reflectie geven op dit soort ‘ontdekkingen’.

En toegegeven, het werkwoordenwiel is een mooi concept om in een tastbaar handvat te gieten. Maar mag het allemaal een beetje simpeler alsjeblieft? Misschien kan volgend jaar een student een vergelijking maken tussen mijn ‘spelen’-truuk en het werkwoordenwiel en wie weet welke truuk er nog in de omloop is.

Tenzij ik het allemaal verkeerd heb begrepen en dit instrument is uitgevonden om complexiteit toe te voegen aan het onderwijs, om de kinderen vaardig te maken in het omgaan met complexiteit.

´t Kofschip, dat woord namen leerkrachten vroeger vaak in de mond. Nooit echt begrepen waar dat over ging…


Tijd- en grenzeloos zorgzaam zijn

Gevonden op historiek.net

“He who doth with the greatest exactness imaginable, weigh every individual thing that shall or hath hapned to his Patient, and may be known from the Observations of his own, or of others, and who afterwards compareth all these with one another, and puts them in an opposite view to such Things as happen in a healthy State; and lastly, from all this with the nicest and severest bridle upon his reasoning faculty riseth to the knowledge of the very first Cause of the Disease, and of the Remedies fit to remove them; He, and only He deserveth the Name of a true Physician. ”

“The great seal of truth is simplicity.”

Meer historische info:
https://historiek.net/herman-boerhaave-arts-botanicus-biografie/126895/

PS: “The surest method against scandal is to live it down by perseverance in well-doing, and by prayer to God that He would cure the distempered mind of those who traduce and injure us.”

Onomkeerbaar

Photo by Avis Indica on Unsplash

Te laat. Ja, ik was dus te laat.

Ik had nochtans mijn wekker gezet, het alarm gehoord en snel gereageerd. Maar mijn wekker bleek een beetje vooruit te lopen. Of was het achteruit.
Verdorie, ik ook altijd met driehoeksmeting…

Bovendien had mijn tipi zichzelf wijsgemaakt dat ze dringend behoefte had aan wat ruimte voor zichzelf.
Kreeg haar voor de donder niet open en mijn intentie was nochtans me in haar geborgenheid lekker te installeren bij een soepkom.

Niks aan te doen.
In zo´n gevallen is ‘loslaten’ het enige wat snel ruimte geeft voor iets anders.

Toch voor de zekerheid maar een vuurpijl gestuurd naar het stamhoofd om mijn toestand door te geven. Te wijzen op de eigenwijsheid van de laatste lichting tipi´s, dat ook.
Het kan een productiefout betreffen natuurlijk. Maar dan zou hij wel naar de leverancier doe-kwapperen om dit te laten rechtzetten. Hem kennende zou hij dan zeker ook een schadevergoeding kunnen losweken. Of losdagen zelfs, met wat geluk.

Het is vreemd, maar zelfs met onze reorganisatie naar zelforiënterende ecosystemen heb ik toch nog het meest vertrouwen in mijn stamhoofd.
Ach,…vertrouwen.

Maar ik vind het dus belangrijk te blijven wijzen op hardnekkige Indianenkuren.
Ugh nog aan toe. Vlugh ook wat.
Ik tel tot drie.

En dat niet alleen in verband met het regenwoud trouwens.

Vorige keer hadden ze gesjipoteerd met de kleuren van de tipi´s. De levering was niet in onze doordachte want duurzame Indianenstijl. Ze hadden het groen een tint lichter gemaakt dan we gevraagd hadden. Probleem is dat als we dan de goden aanroepen vanuit onze tent, om hen te helpen onze moeder aarde en haar inhabitantes te redden, er miscommunicatie ontstaat. En dat vertraagt de hele boel.

Dan moeten we weer elke avond het gedichtje opzeggen van janneke maan vooraleer het groen weer wat kleur begint te krijgen, en de goden ons zonnestelselmatig terugvinden.

Ik kan hier trouwens ook met mijn wekker toeren uithalen om de tijd terug te draaien, ik bedoel om weer naar een leefbare situatie terug te gaan waar wekkers nog niet nodig waren omdat je aan je kleine teen kunt voelen hoe laat het is.
Neen, al lang geen vijf voor twaalf meer. Haal maar een nieuwe batterij legkippen. Het zal niet helpen.

En dan nog…dat wil dan ook nog niet noodzakelijk zeggen dat mijn tipi meer respect toont vanaf dat moment.

Ach wat. Zolang er soep is hoeft de wereld niet veel soeps te zijn.
´t Is maar hoe je het beklijft.

Zught.

Begrip

Photo by Alexandra Mirgheș on Unsplash

Ik luister. Als je wil.

Dat wou ik zeggen.
Ik had hem waargenomen. Zijn energie gesavoureerd.
De snelheid, onrust, gejaagdheid gevoeld.
En ik wou zeggen: ik zie je. En ik luister, als je wil.

Maar hij zag me niet. Of niet werkelijk. Teveel om zijn hoofd. Teveel focus op zijn besoignes.

Er bestaat zo´n gedicht van … ja, van wie is het alweer?
Even goochelen in mijn woordenbrei…

Niet dus…dan maar spinnend tussen de verbindingen…

Wellicht zijn alle draken in ons leven
Uiteindelijk prinsessen
Die er in angst en beven slechts naar haken
Ons eenmaal dapper en schoon te zien ontwaken.

Wellicht is alles wat er aan verschrikking leeft
In diepste wezen wel niets anders dan iets
Wat onze liefde nodig heeft.

Rainer Maria Rilke

Dat heb ik dus niet geschreven he.
Ik heb het de besoigne-man ook niet meegedeeld. Zou een slechte opener zijn geweest.

Ik stapte gewoon door.

Hij bleef zitten met zijn handen om zijn telefoon en blik op een wereld waar hij niet zag of voelde dat er ‘echte’ mensen ‘rondlopen’ die het fijn vinden om te luisteren.

Jammer toch, dat hij niet uitreikt als hij zich onrustig weet.

Maar ook dat versta ik.