Het kind in ons

Photo by 和 平 on Unsplash

Ze moest ermee lachen. Ik had bij de online workshop aangegeven in de chat dat ik plezier haal uit ‘de aandacht van kinderen trekken en dan snuiten trekken’. En vervolgens zien hoe de kinderen erop reageren.

Ze adviseerde ons om ons innerlijk kind voluit te leven, dus ook in de praktijk te brengen wat ons plezier gaf. Dus posteerde ik me na de workshop op een plek waar kinderen voorbij komen en bracht mijn plezier in actie.

Het eerste kindje schat ik vier jaar. Ze keek me brutaal aan, papa en de andere dochter waren één en al oog voor een opstelling, een onderdeel van een zoektocht. Dus trok ik een snuit naar de kleine uk en keek hoe ze reageerde.

Het was grappig, het leek wel of ze helemaal niet verbaasd was dat een vreemde vrouw daar snuiten zat te trekken. Maar toen ze verder trokken hoorde ik haar toch papa aanspreken met ‘die mevrouw…’ en de rest verstond ik niet. Papa leek alleszins ook niet verbaasd want hij keek niet om naar het voorwerp van verhaal van zijn dochter.

Zoektochten. Ik ben er niet echt goed in.

In het Vrijbroekpark in Mechelen loopt tot eind augustus een zoektocht volledig in het teken van het wondermooie boek ‘De kleine prins’. Dat brengt me op een ander verhaal.

Er was een tijd dat ik mijn slaaptijd liet inleiden door het luisteren naar Joe FM. Vaak was er op dat tijdstip een verzoekprogramma. Toen ik op een keer een sms had gestuurd om mijn favoriete liedje door te geven, belden ze me op. Ze vroegen of er iemand naast me in mijn bed lag. Ik antwoordde in de ether naar waarheid dat er enkel boeken en een notitieblok in lagen. Ze wilden weten welke boeken. Ik wist het niet eens uit mijn hoofd, maar zag De kleine prins liggen en antwoordde eerlijk dat onder andere dit boekje me gezelschap hield.

Ze waren met twee presentatoren, een man en een vrouw, vraag me geen namen… De man sprak verbaasd dat het een boekje is dat in de middelbare school wordt gelezen. Ik gaf aan dat het over waarden gaat en dat die af en toe best mogen opgefrist worden. Vandaar die keuze van bedlectuur.

Tja. Moet je als volwassen persoon dan echt alleen dingen doen die een volwassene behoort te doen? Boeken lezen van het kaliber dat verwondering en ontzag opwekt bij de toehoorders?

Ik ben het er alleszins niet mee eens. Een kinderboek of prentenboek bevat vaak in beknopte en eenvoudige vorm veel levenswijsheden.

Tot mijn favorieten behoren Pippi Langkous, Het meisje dat nevel weefde en Het land van de grote woordfabriek. Koning van Katoren en De brief voor de koning, voor wat oudere kinderen, kunnen me ook erg bekoren.

Onlangs kreeg ik de vraag of ik soms naar ‘flutprogramma´s’ kijk of stationsromannetjes lees.
Neen dus, omdat ik geen TV-abonnement heb en omdat ik de fase van romantische verhalen van de orde van stationsromannetjes voorbij ben. Al heb ik recent ‘De Toverberg’ toch ook snel naar de bibliotheek teruggebracht nadat ik me door de eerste paar pagina´s had geworsteld.

Een beetje zotternij nu en dan.
Niets fijner dan dat.
Het kind in jezelf laten spelen.

En de papa´s moeten daar helemaal niet verbaasd op reageren.

Schrijven

Photo by Yannick Pulver on Unsplash

Zo heb ik ze graag, de schrijfopdrachten. Een insteek, een perspectief, een aandachtspunt. En als wat geschreven is mag gedeeld worden, één ronde van feedback waar je iets mee kan of iets net niet zal gebruiken om je tekst te ‘verbeteren’.

Veel verschillende stijlen onder de andere cursisten. Dat vind ik ook een meerwaarde. Stokpaardjes ontdekken. Teksten die stromen, teksten die de poëzie bewandelen, verhalen die blijven hangen.

Vorig jaar volgde ik het eerste jaar schrijven van een driejarig traject. Ook daar waren opdrachten die ik fijn vond. Maar naarmate het jaar vorderde moesten de teksten drie, vier keer herlezen en herbekeken worden en dat vond ik minder fijn. Wat was dan al gelezen en wat was intussen verbeterd? Het tweede en derde jaar zou bovendien gaan over grotere schrijfwerken volgens een genre dat ons lag.

Ik heb me niet ingeschreven voor het vervolg. Ook omwille van mijn gezondheid maar toch vooral ook omdat schrijven bij mij geen herschrijven is. Vaak wordt gezegd dat schrijven schrappen is. Wat mijn blogs betreft schrap ik zelden. Ik zet me aan het klavier en typ. Is het af dan post ik het. Dat is toch het meest authentieke, niet?!

Als je alsmaar gaat schaven aan een tekst doet dat afbreuk aan het stromen van de woorden, vind ik. Wordt het geheel wat gekunsteld.
Ook in mijn spreken ga ik zelden vooraf bedenken hoe ik iets ga formuleren. Zeg wat er te zeggen is op dat moment en verwoord het eventueel anders of geef duiding als blijkt dat één en ander wat averechts binnenkwam. Verduidelijking behoeft.

Wat ik ook vaak heb met informatieve boeken is dat ik al die voorbeelden of duiding eigenlijk liever oversla. Geef mij de essentie van waar het in het boek om draait en laat alle toelichtingen weg. Daarom houd ik ook zo van wijze quotes. De complexiteit van een heel universum kan je vatten in een paar woorden. Niet iedereen kan dat, maar de wijzen onder ons wijzen hier de weg.

Eigenlijk wou ik vandaag een blogbericht schrijven over de vraag of ik het zinvol vind om in volzinnen te schrijven. Maar het liet zich niet aanpakken.

Gedichtjes laat ik vaak wel even rijpen. Als het niet goed bekt na een aantal keer hardop lezen dan sleutel ik wat en proef na een tijdje nog eens. Zo kan een werkje verschillende keren door mijn vingers glijden, evenzoveel keer ‘in het net’ herschreven worden, voor het gepubliceerd wordt.

Ik weet niet meer hoeveel jaar het geleden is maar in het kader van de Werelddag van de Geestelijke Gezondheid ging ik met een paar werken naar een ‘poëziedokter’. Ik nam een aantal werkjes van mezelf mee, zoals gevraagd werd, en legde ze voor aan de dokter. Die overigens in een echt ziekenhuis een kantoor bemande. Hij duidde op een aantal verbeterpuntjes maar was wel lovend over mijn schrijfsels. Ik ging naar de vervolgafspraak enkele weken later, met de werkjes die ik ‘verbeterd’ had, en hij vond ze minder goed dan tevoren. Tja, zo zie je maar. Overigens had in in de wachtzaal een gedicht voorgelezen gekregen dat me erg raakte toen.

Daarstraks heb ik een gedichtje geschreven dat ik van de eerste tokkel wel ok vond. Ik plaats het hieronder. Misschien gaat het wel over mijn relatie met schrijven…of net niet.

Hou me niet
of zachtjes
stil tegen je aan

een perzik
een radijsje
of vrucht zonder een naam

Tip getopt
en zoetgevooisd
geklikt en -klakt
maar nooit voltooid

Ik aarzel nog heel even
en dan raak ik je aan

Stemplicht

“Vooral je stem” zei hij.
Het was ongeveer een jaar geleden dat ik nog in deze lokale supermarkt rondliep en hij was de enige werknemer die ik nog herkende. Ik groette hem. Hij groette mij terug.
“Je kent me nog na al die tijd”, gaf ik aan.
“Ja, vooral je stem”, repliceerde hij.

Dat me dat telkens weer verbaast, dat mensen mijn stem bijzonder vinden of allerhande eigenschappen toedichten die eigenlijk wel fijn zijn om te “horen”. Misschien moet ik het maar “gebruiken” en systematisch een ingelezen versie van mijn blogberichten maken. Niet dat ze zo lang zijn dat ze beter “hanteerbaar” zijn tijdens het joggen. Veel conditie zal je er alleszins niet bij winnen met het vijfhonderdtal woorden waartoe ik mijn schrijfsels meestal beperk.

Ik nam recent contact op met de lokale inleesstudio om te bekijken of er ruimte is om mijn stem ter beschikking te stellen. Zodat blinden of slechtzienden het luisterboek kunnen uitlenen waar mijn stem aan hangt. Maar blijkbaar zitten heden ten dage, coronamaatregelen indachtig, de tijdslots goed vol.
Wat misschien betekent dat ik een nieuwe bestemming moet zoeken om mijn stem te laten gelden. Ten gelde te maken van gratis gehoor. Zoiets.
Mmmh, daar schort iets aan…

Mijn eigen blogberichten beluisterbaar maken vormt dan misschien een logische keuze.
Want eerlijk, toen ik me kandidaat had gesteld voor het inlezen van luistermateriaal had ik niet gedacht dat ik een drietal teksten zou moeten inlezen ter voorlegging aan een kritische luisterjury, alvorens zelfs maar te “mogen” inlezen. Veel acteurs en actrices worden trouwens afgehouden, omdat ze de tekst teveel “inkleuren”. Maar de jury liet me toe mijn stem al doende te laten groeien. En ze gaf geen inperking over het soort tekst dat ik kon inlezen.

Ik had ook niet verwacht dat een nieuwslezeres van de VRT me op aangeven van mijn nonkel zou opbellen om me raad te geven over het oefenen van mijn stem. Ze raadde me enkele boeken over stemtechnieken aan waarin een oefen-CD zat, waar zij zich mee had voorbereid voor haar job.

Ik had ook niet kunnen bedenken dat ik enkele sessies bij een logopediste zou volgen om de aandachtspunten van de jury verder te vervolmaken. Een half uurtje speedy-consult en dan thuis oefenen. Tja, ik was me toch een beetje onzeker geworden. Inlezen voor onbekenden voelt toch net iets anders dan je stem geven aan het prentenboek dat je je eigen kinderen voorleest. Daar verdoezel ik geen fouten. Niets zo erg als je kinderen laten uitschijnen dat fouten maken niet mag. Als je een fout leest herpak je je, punt. AVI-niveaus en snelheidstesten nog aan toe…

En toch… waar ik bij het begin van mijn avonturen als inlezer van boeken van het uur ‘werktijd’ dat ik ter beschikking had slechts een dikke twintig minuten ‘bruikbare tijd’ haalde, omwille van leesfouten die vooral te wijten waren aan ‘heel erg graag meteen zonder fouten willen lezen’, haalde ik na enige tijd vlotjes een dikke vijftig minuten bruikbare tijd. Wat wel mooi is, toch?! Ik leerde inmiddels ook mijn eigen fouten recht te zetten. Terugspoelen, herbeginnen vanaf het punt waar het nog ok was.

Maar blijven oefenen dus, dat is wat ik nu wens, zodat ik mijn “stemvaardigheden” een beetje onderhoud.

De laatste tijd lees ik ook veel en soms lees ik gewoon hardop. Voor de lol. Om de tekst een extra dimensie te geven. Misschien blijft het gelezene dan beter hangen, wie weet…Misschien kan ik er binnenkort ook meteen een tekening bij maken om ook mijn rechter hersenhelft erbij te betrekken. Of een muziekje bij tokkelen. Zo leerden mijn kinderen in de lagere school de tafels van vermenigvuldiging. Met een liedje. Niet erg bijzonder creatief van samenstelling, maar het bleek wel te werken.

Ik denk dat ik toch maar geen letterlijke inleesversie van dit blogbericht ga maken. Dat is me een beetje te saai. Ik zal doen alsof ik hier tegen iemand zit te vertellen wat ik zonet heb neergepend.
En ik ga er eerst een nachtje over slapen.
Zomaar, omdat ik dat hier en nu bedacht heb.
In stilte.

Een waarheid

Photo by Markus Winkler on Unsplash

Toch altijd spannend. Een gansch nieuw schoon en maagdelijk versch bericht initiëren, en dan hopen dat er een interessante energie zich aandient om te transformeren naar informatie. Zodat de Big Data nog wat dikker worden, zij het dan met nonsensch in haar mondhoek.

‘Om met Ulrich Libbrecht te praten heb je wel een medium nodig.’ schreef hij.
Je hebt het misschien ook gelezen.
En er stond nog een omgekeerde lach achter. Hebt ge die ook gezien?

Nu ja, het is natuurlijk maar hoe je het bekijkt. Met realiteit heb je dat ook: kijk je vanuit een rationeel oogpunt naar de dingen of voel je wat het met je doet? Beide tegelijk is moeilijk. Maar als teen tander aanvult kunt ge uw nonsensch misschien ver-ijken.

Ik heb het natuurlijk niet letterlijk over u.
Ik bedoel, wie ben ik om te beweren dat wat u ‘uit’ nonsens is.
Toch?!
Over wat u ‘slikt’ dan nog gezwegen.

Neen, een medium dan maar. Ik ga me afstemmen op het sterretje dat Ulrich Libbrecht wellicht geworden is. Of één van zijn andere staten. Ik zal moeten ondervinden of ik hem gemakkelijker kan bereiken op een analoge dan wel een digitale manier.
Duikt ge in de data, de informatie, Big or Small, of houdt ge u bij zijn energie?
Wat is het properst?
En welke strategie bevuilt onze @most-sphere het minst:

Twitter of de intentie om een medium te ontwikkelen waarlangs wijsheid in spreukvorm beschikbaar wordt? En wie is dan in staat om zijn wijsheid in minder dan of gelijk aan, hoeveel zijn het er, 144 karakters(?!) te formuleren?
Ik zoek het niet op, doe het zelf als het u interesseert en uw ‘ervan’ bewust-zijn even stokt.

Neen, een medium dus om wijsheden uit te wisselen.
Mooi toch!

Beter vogelgeluiden thuisbrengen dan getjilp van een zotte mus te analyseren als ornitoloog. Al kan van dat soort mensen mogelijk wel beweerd worden dat ze ‘een’ waarheid spreken. Dan moeten ze dus een opwaardering krijgen naar ornito-sprakeenwaarheid. Maar dan komen al die mensen die hun eigen waarheid op de voorgrond zetten wellicht in opstand.
Of in de bijstand, als ze zich omscholen tot wijsheid-quote-teraars onder de 145.
Stel u toch eens achter!
Neen, dat mag niet ‘geburen’.

Zucht. Zal maar even herlezen of dit bericht tot hiertoe steek houdt of dat haar intentioneel vermogen weer een steek laat vallen en daardoor manifestatie weer stokt. Al is dat ook nog geen zwaar probleem want hier vlakbij heb ik breinaalden en een haakpen liggen.
Om de steek op te rapen, bedoel ik.
Eerste hulp bij omgevallen, noem ik het.

Thuis is waar de TV nu opstaat.
Of is ook dat al gedaan?

Zucht…waarom is alles toch zo tijdelijk…

Het is om Zeep

Photo by Andrew Wulf on Unsplash

Mijn huisgenoot volgt de ontwikkelingen in Amerika op de voet op en bericht me er vaak over. Volgens mij eerder vanuit de noodzaak de eigen opgeladen energie te delen dan vanuit mijn behoefte om helemaal mee te zijn met een soap die, imho, op nog minder trekt dan The bold and the beautiful…

Toen ik die laatstgenoemde serie bekeek samen met mijn grootmoeder, op momenten dat ik rond dat tijdstip van de dag op bezoek ging bij haar, kon ik nog volgen zelfs al zaten er enkele weken tussen de afleveringen die ik ‘savoureerde‘, om dit proevertjesmoment even eufemistisch te verpakken. En toch stelde ik af en toe vragen aan haar over hoe de intriges nu precies in elkaar zaten, om haar het plezier te gunnen vol overgave te vertellen over de mensen waar ze elke dag zo´n nauwe band mee had.

Of zoals met Dallas destijds…een rollercoaster een seizoen lang…bleek allemaal gedroomd te zijn door Pamela. Die dat besefte toen ze opstond en haar Bobby onder de douche vond.
Maar daar keek mijn ma enkel naar om naar de mooie kleren van die rijke mensen te kijken. Inspiratie op te doen voor eigen kledingcreaties…´tzalwelzijnja…

Vanochtend had mijn huisgenoot het over de moeilijke situatie waarin Mike Pence nu verkeert. Mike Pence, beëdigd als vicepresident van de Verenigde Staten van Amerika.

En het is hoogstwaarschijnlijk een compleet fout trekje van mij, maar overal waar ik een kans zie om met taal te spelen, laat ik ze niet liggen. Tenzij ik me niet helemaal goed in mijn vel voel, dan is alleen al het luisteren op zich een vermoeiende aangelegenheid en suddert ‘Taalspielerei’ op een laag pitje…als een omeletje in aanmaak.

Ik hoorde me dus vanochtend zeggen: ‘de vissenpresident’?’ en hield daarbij beide handen vast aan een denkbeeldige vislijn waarmee ik touche had.
Een grinnik van hem later…
Neen, dat bedoelde hij niet…

‘Ze kunnen niet meer samen door de deur hé, Trump en Pence.’
‘Ah neen’, zei ik, ‘pens’, en hield mijn armen voor een denkbeeldige bolle buik.

Weer een grinnik.
Toen ik ook de huishoudhulp hoorde mompelen: ‘ja, de vieze president’ heb ik maar wijselijk gezwegen.
Omdat het verhaal wilde verteld en gehoord worden.
Ik zweeg dus, werd serieus en luisterde tot het vertelde de nodige ruimte had gekregen.

Een eigen behoefte van me is om mijn verbeelding te laten spreken.
Mondjesmaat. Tenzij mijn Vice-emmer WoordWaarden dreigt over te lopen of een Woordenvloedgolf het hele land bedreigt.

In dat laatste geval neem ik een douche.
Met een fijne Engelse zeep.
Liefst fluïd. Al is dat natuurlijk zonde van de plastic houder.

Mmmh…voorwaar een bericht met een onderliggende boodschap.
Had ik dat geweten…

Tot in de geeuwigheid

Photo by Lisette Verwoerd on Unsplash

Amai, wat ben ik moe. Misschien toch maar eens naar de huisarts bellen of ik de kans loop nog moeder te worden als dit blijft duren. Ik weet, dat ben ik al, maar veel vermoeidheid daarbovenop … ik weet het ook allemaal niet, hoe dat marcheert met de huidige buitenaardse betrekkingen.

En geeuwen dat ik doe. Niet om aan te zien. Omdat ik mijn hand natuurlijk niet voor mijn mond houd als ik alleen ben. Al is dat ‘alleen’ soms in virtuele verbinding met andere mensen en dan vergeet ik dat zij me wel zien. Gaap, mond wagenwijd open.
Maar ach. Dat staat eigenlijk gelijk aan genieten. Vind ik hé.

Zoals kunnen plassen als je je lang hebt moeten inhouden. Dat kan ook deugd doen. Het was Herman Van Molle die ik dat eerst hoorde/las beweren jaren geleden. Ik kan het alleen maar beamen. Tenzij je een blaasontsteking hebt natuurlijk. Dan is een toiletbezoek een pijnlijke onderneming. Al klopt dat woord ‘onder-neming’ in die context eigenlijk niet, bedenk ik me zo…misschien is pijnlijk plassen wel ‘gedoogbelijd’.

En ach, wat is uiteindelijk het eerlijkst?
Een geeuw onderdrukken of je gaapvermogen eens goed doorleven en er dan woorden aan geven als ‘amai, dat deed deugd.’ Met van die gelukkige en lichtjes betraande ogen erbij. En dan nog wat nasmakken zo van ‘dat hebben we weer lekker gehad.’ Als je dan in gezellig gezelschap vertoeft zie je die anderen ook beginnen geeuwen.

Ik denk dat het ooit een leerkracht zedenleer was die zei: ‘als je boos bent op iemand, en die ander geeuwt, dan geeuw jij niet mee.’ Je kan volgens hem alleen maar na-geeuwen als je de mensen die je ziet geeuwen sympathiek vindt.

Misschien moet ik dan nu maar de straat op. Mijn angst voor de donker in mijn rugzak en een avondlijke geeuw-wandeling doen. Blijven staan vlak voor mensen en eens ferm geeuwen. En dan zien of ze terug geeuwen. Dan weet je dat je verbinding hebt en kan je afsluiten met een welgemeend: ‘bedankt voor het vertrouwen. Je deed deugd.’
Zoiets. En dan ga je samen naar huis en speel je scrabble. Of zo. Ik heb er alle vertrouwen in dat mensen die eens goed kunnen geeuwen en zich daar niet voor generen, goed zijn in scrabble.

Ik zou gaan voor drie maal woordwaarde met een oscitatio animalis.

Ik heb trouwens ook zo mijn mening over het opeten van snottepieten. Van die harde.
Maar ik zal het bij één onderwerp houden om het allemaal wat overzichtelijk te houden.

Warms en knussigs!
Toedeloo!!
Gaap…Mmmh, mmh…mjshmblubm.

Vijf cent

Photo by Alfred Schrock on Unsplash

‘Schrijf over eekhoorntjes’ antwoordde ze. Dat vond ik niet zo´n goed idee omdat ik dan opzoekwerk zou moeten doen. Ik kon immers weinig meer vertellen dan dat zij, mijn zus, van eekhoorntjes houdt en er vandaag twee mocht zien passeren in het park.

Bij de eerste zag ik enkel nog de staart wegflitsen. De tweede keerde, bijna aan de overkant van het weggetje, op zijn passen terug en begon een beetje in de afgevallen bladeren en eikels te wroeten. Wij zussen hielden ons op dat moment heel stilletjes. Het tafereeltje was net iets te ver van waar we stonden om te kunnen zien wat er precies gebeurde.
En hups, weg was hij. En wij verder.

We hebben ons even verder op een bankje gezet waar een streepje zon ons vergezelde en ik heb haar mijn blogbericht van gisteren voorgelezen. Ze vond het grappig. Gelukkig, want ik had me er rot mee geamuseerd en ik zou op het spectrum van vreemdheid iets teveel aan een uiterste vertoeven als zou blijken dat zij er niets van begrepen had. Oef.

‘Vreemdheid: niet buitensporig.’

Wat verder aan de vijver kwamen we echter de werkelijke voeding voor mijn schrijfspier tegen. We hadden de twee vissers al gespot toen we vlakbij de vijver kwamen. Maar eerst moesten we voorbij de drie ganzen zien te geraken die wel heel veel kabaal en fysieke ophef maakten. Gelukkig was de nieuwsgierigheid van één van de twee honden van een man die onze richting uitkwam voldoende om de ganzen weer het water in te drijven. We keerden dus niet op onze stappen terug maar planden de wandeling rond de vijver…euh…rond te maken.
De hond had ook wat zin om mij te besnuffelen maar ik ben alvast niet achter de ganzen gesprongen.

Komen we na nog wat getetter en gewandel aan de andere kant van de vijver en zie ik beide vissers druk doende met een net. ‘Ze hebben een vis gevangen’ zei ik.
Eén van beide mannen stond voorovergebogen en de aanloop van zijn bilspleet was duidelijk zichtbaar en recht naar ons gericht. Ik vroeg mijn zus in stilte of ze een muntje van vijf cent had, zodat we het in de bilspleet konden steken en zien of de vissen dan beter toehapten.

De intensiteit van haar lachsalvo had ik niet verwacht. De twee mannen draaiden hun hoofd in onze richting en ik voelde mijn keel een beetje samenknijpen.
Wat nu gedaan?
Hoe redden we ons daaruit?

Dus heb ik geroepen ‘we dachten dat jullie een vis gevangen hadden’.
‘We hebben hem net teruggezet’ riep de aanloop-naar-bilspleetloze man terug.
‘Daarstraks heb ik een zeemermin gevangen’, voegde hij toe, ‘ik heb ze in de koffer gestoken.’
‘Ah, dat is mooi’ riep ik terug.

We lachten alle vier. De tweede man nog steeds voorovergebogen in de weer met het één of ander, maar hij draaide zijn ietwat rode hoofd naar ons om mee te lachen.
Rood van het vooroverhangen wellicht. Aanloop-naar-bilspleetblootheid-onbewust, schat ik.

Ik heb de anekdote afgerond met aan mijn zus te vertellen waarom ik had geroepen wat ik had geroepen.
Weer een lachsalvo. Maar ik heb wijselijk niet meer achterom gekeken.
Ze vond alleszins dat ik het goed had opgelost.

Zucht. Speelvogels, dat zijn we!


Onzinnen

Photo by KS KYUNG on Unsplash

Zet die vingers gewoon op je toetsenbord en stap je gang, Fiducia.

Nog een dik half uur om iets te creëren dat wellicht niet op de pompoenlasagna zal lijken die ik daarna aanhef.
Kan je een pompoenlasagna dan aanheffen, hoor ik u binnensmonds tegenpruttelen…
Dat kan zeker, als je pennenstreken gebruikt. En de oven kan dan aan het einde van het proces tegenpruttelen als de lasagna pruttelt, met de stilzwijgende boodschap dat hij liever een quiche had verwarmd vanavond.
Maar daar zou mijn oudste dochter dan weer op tegenpruttelen.
Dat doe ik mezelf niet aan. Dan moet ik immers zelf ook weer pruttelen.

Dus gaan we deze weg op, een beetje woordspielerei gecombineerd met wat empathisch vermogen van een een paar duizend Watt?!

Fiducia groet de dingen.
Marc ook. Dat vond ik zomaar terug op google.
Zonder verzendkosten.

Mijn tuintje is blij met de zonnestralen. De kwinkelerende vogeltjes ook denk ik. Ik ook wel, voel ik.
Een zuchtje wind omarmt ons allen. En mijn opgehangen was. Daar ben ik ook wel blij om, dat de wind mijn was wil drogen vandaag.

Al voelde ik daarstraks wel opnieuw de somberheid over me heen dalen toen ik mijn huisje terug binnenstapte na een uitje.
Dus heb ik de klaptafel maar uit de keuken geplukt en op mijn koertje neergepoot.
Op twee maal twee tafelpoten staat ze. Behoorlijk stabiel trouwens. Beetje scheef misschien. Wie zal het zeggen als ik het zelfs niet schrijf?

Onzin.
Ik ga het woord maar even opzoeken. Misschien maakt de betekenis in mijn bijbel me vrolijk. Of bots ik op een ander woord dat me vrolijk maakt. Wel oppassen dat ik geen overdosis ‘vrolijk’ binnenkrijg, wat dat geeft wellicht een neerbuigend effect aan mijn pompoenlasagna straks.

Even de dikke van Dale halen…momentje…

Een synoniem voor ‘onzin’ is ‘zotteklap’. ‘Quatch‘ ook.
Maar wat me wel verbaasde is dat er zoiets bestaat als ‘geleerde onzin‘. En als verklaring staat erbij ‘onzinnige praat met vertoon van geleerdheid’. Dan moet ik even verder op zoek vrees ik…Heb er anders al wel wat beelden bij…

‘Geleerdheid’ = ‘uitgebreide kennis in zaken van wetenschap door studie en belezenheid verkregen.‘ of ‘geleerde zaken, zaken die tot het gebied van de wetenschap behoren of die van de uitgebreide kennis van de schrijver of spreker getuigen.’

‘Geleerde onzin’ dus…
Ik zal er verder maar over zwijgen. Ik zal me maar bij ‘zotteklap’ houden. Iedereen content.
De gangbare orde bewaren, dat zullen we.

Trouwens, ik dacht eerst een blogbericht te schrijven over inspiratie en ideeën en hoe mensen soms denken dat hun idee uniek is gewoon omdat ze er niet bij vertellen van wie ze het hebben gepikt. Ik zeg dat erbij. Daarstraks nog. Ik heb dat idee gepikt en ik weet niet meer hoe het project heette. Intussen kwam de naam van het project wel terug in me op. Ik kan het alsnog reply-all´en.
Een project dat trouwens zelf ook gepikt is uit een ander land.
Goh, zo zijn er nog ideeën die nu mijn gedachten passeren. Maar ik ging het niet over inspiratie hebben.

Ook niet over transpiratie trouwens. Dat begint wel natuurlijk. Met dit weertje en dan in de tuin werken, dan speelt transpiratie al eens mee.
Best de pompoenlasagna er niet mee ‘kruiden’.
Van dat straf spul zo, puberzweet, weet ge nog? Of angstzweet.
Bah, vies.

Zotteklap wellicht.

Ochtendsprokkel

Photo by Vasily Koloda on Unsplash

daar stond hij in het midden
het zebrapad voor hem alleen
lange rijen in de file
wachtend tot het groen verscheen

in de bus waar ik hem spotte
zeldzaam her en der een lach
kegels graaiden door de lucht
jong-leren in de straat, dat mag

Gespot  en neergeschreven op 3 maart 2016

Ontluisteren

Photo by Lavi Perchik on Unsplash

Neen, de betekenis zoals bedoeld in het boekje staat wellicht niet in mijn dikke van Dale.
Ik zal mijn blogbericht afsluiten met toch een check van deze onderstelling.

Met ‘ontluisteren’ bedoelt W.A. Mathieu in ‘The listening book’ dat je tracht de associaties los te maken die het geluid dat je waarneemt teweegbrengt.  Hij raadt dit aan als eerste deel in een luister-meditatie: eerst ontluisteren, dan luisteren.

Ontluisteren betekent dat je het denken en gevoel losmaakt van wat je hoort. Dat je puur het geluid waarneemt.
Zo hoor ik het tikken van mijn vingers op mijn klavier, maar heb ik er verder geen gedachten bij. Wellicht omdat mijn gedachten zijn gevuld met het volgende woord dat ik ga schrijven. En dan maar zien of mijn vingers kunnen volgen. Dat kunnen ze. Heb al gemerkt dat typen sneller gaat dan handschrift. Al is handschrift dan weer te verkiezen voor optimaal effect bij freewriting, omdat handschrift de hersens op een andere manier aanspreekt dan typen. Dat kan ik wel volgen.
Ook foutcorrectie gaat anders en heeft een ander effect. Freewriting behoeft trouwens geen correcties. Al wat komt is goed.

Maar waar zat ik…

Ik zou gewoon voor de lol en wat variatie eens een geschreven tekst kunnen fotograferen en posten. Maar dan geef ik me wel erg bloot natuurlijk. Er zijn immers mensen die handschrift onderzoeken en op basis daarvan je persoonlijkheid gaan typeren. Stel u voor.

Nu komt de herinnering bovendrijven aan die kleine pre-Fiducia-kleuter, die ik ineens weer ietwat ongedurig speelvogel-klaar voel zitten op haar knieën, met in haar hand een potlood en op het glazen salontafeltje vóór haar een groot wit A4-blad. Wachtend op inspiratie.
Ik hoorde mijn mama tegen het bezoek zeggen dat het bewezen is dat slanke kindjes slanke kindjes tekenen en dikke kindjes dikke kindjes.
Ik voelde twee paar ogen op mijn rug gericht.
Mijn blad was nog leeg. Maar een inwendige glimlach stuurde mijn hand aan en ik tekende prompt een dik kindje. Hoewel ikzelf een slank kindje was. Verder dan de triomfantelijke inwendige glimlach reikt mijn geheugen niet.

En die keer toen er bezoek kwam net toen mijn mama mijn haar aan het drogen was. Ze vroeg me het woordje ‘haardroger’, jawel met 3-r´en, even te ‘demonstreren’. Ik zei prompt ‘aajdjogej’ en lachte binnensmonds met een uitgestreken gezicht waarvan de ogen het effect detecteerden.

Maar had ik het niet over ontluisteren?
Doet me denken aan onderstaand grapje:

Gevonden op https://www.omdenken.nl/inspiratie-en-verhalen/het-beste-van-2018

Maar dus, ‘ontluisteren’. Dat zou ook een aanloop naar ongehoorzaamheid kunnen zijn.
Of wacht, de Dilbert strip behandelde ook recent zoiets:
https://dilbert.com/strip/2019-03-27

Misschien is dat wel een mooi excuus. Als je nog eens aan het luisteren bent naar iets of iemand waar je merkt dat je afdwaalt, gewoon zeggen dat je aan het oefenen bent in het ontluisteren. Om ‘echt, beloofd!’, daarna met eens zoveel aandacht weer te luisteren.

Vandaag bij het voorlezen in het kader van de jeugdboekenmaand heb ik trouwens voor de derde en vierde keer op rij ervaren hoe stil en aandachtig negen- en tienjarigen naar een verhaal kunnen luisteren. Naast een applausje kreeg ik deze keer trouwens een complimentje van één spontane jongedame: ‘jij kan keigoed voorlezen!’
Die ‘flapuitspraak’ maakt mij nu nog blij. Zucht. Geniet, geniet. Glimlach. Gloei. Dwaal af.
Backspace…? NOT!

PS zoals beloofd: ontluisteren in de dikke van Dale – één betekenis: ‘van zijn luister beroven’.
En voor het woord ‘luister’ in deze uitdrukking, kies ik er ‘glans’ uit als betekenis.
Alsof de oorsprong van het geluid, de glans zou uitmaken.

Ontluisterende conclusie?!