Hoedanook

Photo by Debby Hudson on Unsplash

ik schrijf je dat ik aan je denk
onwetend of je ´t fijn vindt

ook hoop ik dat het blij is
wat je voelt doorheen de dag

beklijven is een woord
dat aan mijn tongpunt plakt

ik schrijf je dat ik aan je denk
maar hoe dan ook verzwijg ik

Present

Photo by Jon Tyson on Unsplash

“Mag ik je een tip geven?”

De ober leek gejaagd maar zei toch ja.

“Als je zegt “sorry voor het wachten”, dan leg je de nadruk op een tekortkoming. Als je zegt “bedankt voor jullie geduld”, dan geef je de mensen een compliment.

De ober leek nog steeds gejaagd en ging snel door naar een andere tafel. Maar blijkbaar was de boodschap wel ietwat fijn binnengekomen want een tijdje later bracht hij een koekje naar mijn vriend en zei “hier, voor je geduld.”

Mooi vond ik dat. Dat koekje heb ik trouwens opgegeten.

Vaak zijn mensen geneigd koekjes van eigen deeg te geven. Handelt iemand op een manier die je stoort, om welke reden dan ook, dan is de ‘gedupeerde’ geneigd dat storende gedrag er even lekker in te wrijven bij de ander. Door net op dezelfde manier te reageren, een schepje bovenop te doen eventueel. We reageren dus op een manier die we zelf niet goedkeuren maar gezien de omstandigheden wel gepast vinden. ‘Omdat de ander er hopelijk uit leert.’

Mijn vriend verdiept zich in geweldloze communicatie. Ik volgde er ooit een halve dag vorming over en dacht dat ik het begreep. Het gaat erom je behoeften duidelijk te krijgen en van daaruit te handelen. Als de ander iets doet dat indruist tegen je behoeften, is het een kwestie van dat gedrag te benoemen, op een niet verwijtende manier duidelijk te maken wat het effect op je is, je behoefte aan te geven en de ander te vragen of hij/zij daar in de toekomst rekening mee wil houden.

Kort door de bocht wellicht, aangezien mijn vriend er al jaren mee bezig is…

Ik had trouwens de anekdote tussen hem en de ober verteld tegen mijn zus. Ze kopieerde de uitdrukking op een iets andere manier: ‘Dankjewel dat je daarstraks hebt gewacht’ schreef ze, en ze voegde er een smiley aan toe. Die uitdrukking is nog net iets anders dan ‘bedankt voor je geduld’ maar haar woorden kwamen toch wat tegemoet aan mijn pseudo-behoefte aan stiptheid. Al zal het wel altijd tussen ons zo blijven dat zij degene is die te laat komt op een afspraak en ik te vroeg.

Sommige patronen moet je in stand houden…

Nu voel ik de behoefte wat poëtische woorden neer te pennen:

the meaning of life
is to be (a) present
in time and beyond

Weifelen

Photo by Nicolas Hoizey on Unsplash

Hij vroeg of ik zou stoppen met schrijven.
Tot hiertoe gaf ik geen antwoord. Omdat ik geen antwoord vond in mijn arsenaal aan woorden.

Zolang er ruimte is, kunnen objecten worden waargenomen.
Zolang er stilte is, kan geluid zich ontvouwen.
Zolang er woorden zijn, kunnen ze verschil maken.

Ik weet vaak niet meer welke woorden nog schrijven. Alsof alles al gezegd is. Alsof een welgemeende en empathische stilte toch veel meer kan zeggen dan welke woordenstroom ook.

Ja, ik schrijf graag. Ja, ik krijg al eens uit onverwachte hoek een mooie reactie op mijn schrijven. Ga ik er daarom mee door? Ik weet het niet. Schrijven geeft betekenis aan mijn leven. Wat zich hier typt, wil gezegd worden. Wat zich hier droomt, wil manifestatie vinden. Wat boekdelen spreekt, wil gehoord worden ja.

Mijn kunstenaarsafspraakje, het opgelegde uitje van ‘me, myself and i‘ en de verwondering, wil zich vaak niet manifesteren. Het lijkt of ik er meer op vertrouw dat vanuit de beleving van diepe stilte de meest waardevolle woorden stromen. Wat moet ik met rond snuisteren in de Hema tussen de papiertjes en frutseltjes. Wat moet ik met in mijn eentje door de natuur struinen en niemand hebben om al wat ik opmerk mee te delen? Elk leeg blad draagt verwondering in zich.

Ik wil niet ‘leeg-geschreven’ zijn. Dus moet ik mezelf voeden met verwondering. Over de zon en de hitte van de afgelopen dagen. Die me behoorlijk immobiel maken. Maar wanneer de hitte er niet was, zouden we de verkoeling niet opmerken. Er zijn zo altijd minstens twee kanten aan een verhaal. En dan nog. Eigenlijk een oneindig aantal perspectieven om naar de dingen te kijken. Als je echt wil.

Wat levert verkoeling op?

Als ik gevoelig ben voor woordkeuze, waar moet ik dan de mosterd halen? In goede literatuur wellicht. Of in wijze quotes van mensen met bakken levenservaring. Zelf zou ik ook wel wijs willen zijn. Van een soort wijs dat verkoeling geeft op oververhitte dagen. Dat verfrissing geeft op oververhitte discussies. Misschien mag dat onder de vorm van een vraag zijn.

Gaat het me lukken?
Zal ik verfrissing vinden tussen waargenomen uitingsvormen?
Zal ik verwondering vangen en delen?

Schrijven maakt een verschil als het beweging brengt aan de lezerskant. Een glimp van een emotie, een straaltje empathie of een zaailing van mondkrullen. Dat die laatste dan stevig mogen wortelen, van oor tot oor. Die heb ik al wel eens veroorzaakt op dit blog, denk ik.

Laatst kregen mijn blogberichten de woorden ‘eerlijk en zacht’ van een lezer. Dat voelt wel fijn. Ik denk dat ik dat ook wel ben, eerlijk en zacht. Omdat ik niet anders kan zijn dan dat. Omdat anders zijn dan dat me teveel energie kost.

Het maakt me kwetsbaar ja. En sommige mensen durven daar al eens op inhakken.
Omdat ze zelf geen voeling willen of kunnen maken met die kwetsbaarheid, wellicht. En de mijne dan als een bedreiging aanvoelt.

Toch heb ik vooral de ervaring dat de manier dat ik me opstel naar mensen, me spiegelt in hun gedrag. Dat ik meer mag vernemen in een toevallige ontmoeting dan de gemiddelde mens.

Ach, eigenlijk doe ik maar wat. Zeer binnenkort dompel ik me nog eens onder in een schrijfcursus van een halve dag. Wie weet wat voor verfrissing dat brengt. Voor nu houd ik het op bruiswater. Misschien is het dat wel. Dat ik op de tafel van vermenigvuldiging van kwetsbaarheid het bruiswater mag zijn. Dat zorgt voor de bubbels, de al dan niet onderdrukte oprispingen en de verkoeling.

Een briesje Fiducia.
Graag tot schrijfs.

De brief

Photo by Green Chameleon on Unsplash

Met dit bericht startte ik ooit mijn blogexperiment in 2014.
Vandaag de brief aan mijn overleden ‘baas’ van toen, in audio- en tekstvorm.

Dag professor,

Het voelt nog steeds een beetje vreemd, maar na jaren van aarzelen dan toch dit schrijven.
Al weet ik niet eens of u me nog onderscheidt in uw herinnering.

Voor mij begon een mooi verhaal halfweg 1997 toen ik bij u op sollicitatiegesprek kwam. De derde ronde. Mijn dochter, toen tien maanden oud, lag in het ziekenhuis maar u gaf me ruimte en een eerlijke kans op de job met een paar weken uitstel voor het beslissende gesprek. Ook al onderstel ik dat uw agenda niet erg veel vrije ruimte ademde. Bovendien was de start van het project urgent omwille van de contractuele afspraken met een handvol strategische partners.

Ik herinner me haarscherp wat het eerste was dat u me vroeg toen ik op gesprek kwam.
Hoe het met mijn dochter ging. Weet u dat nog?
Ik zie ook nog helder voor me hoe u non-verbaal reageerde toen ik aangaf dat mijn dochter er wellicht niet aan zou sterven. Hoe u toen een krimp gaf. Heel subtiel.
Ik was er even door uit evenwicht. Zag u mijn hapering toen, professor?

Ook later zou ik uw betrokkenheid en zorg ervaren. Elke vijf minuten overleg die ik aan één van uw secretaresses vroeg wanneer ik dreigde vast te lopen op een vraagstuk. U maakte tijd voor me.
Zette me telkens op het spoor dat toeliet dit internationale pilootproject, uw geesteskind, te doen slagen. En uw opzet slaagde. Met overweldigende respons.
Het project liep. Liep goed. Werd stilaan routine.

Maar u, u had kanker. En ik wist dat. Ik wist dat zelfs zeer snel.
Doordat de zus van uw schoonzoon me dit had toevertrouwd in mijn eerste werkweek.
‘Maar ik moest het zwijgen.’
Ik onderstel dat u dat bij leven nooit heeft geweten.

De krimp die u gaf bij het sollicitatiegesprek. Het daagde me.
Sterfelijkheid stond toen al enkele jaren vetgedrukt in uw agenda.

Ik had uw pijn bij onze eerste ontmoeting opgemerkt en detecteerde hem nog vele keren daarna.
Maar ik zweeg, ook al voelde ik de zwaarte van de last die u droeg.
Toen ik op een keer uw grimas zag toen u moeizaam opstond uit uw bureaustoel en ik stilletjes opperde om een ander moment terug te komen. Herinnert u zich dat moment en hoe u mijn voorstel toen weigerde?
U ging door. Dwars door de pijn. Zolang het kon.

Het is in tranen dat ik dit schrijven afrond. Het verhaal dat zo mooi startte meer dan twintig jaar geleden, het is niet af voor mij. Uw dood en wat daarop volgde waren te onwezenlijk. Ik kon en kan het nog steeds niet vatten.
Weet u, soms overspoelt me nog de vraag of ik deel uitmaakte van een interuniversitair experiment, toen, onder uw hoede…
Maar ook op die vraag wens ik intussen geen antwoord meer.
Wat levert het me op, nietwaar?!

Misschien klinkt het vreemd, maar ik ben u immens dankbaar voor uw mentorschap.
U geloofde in mij. U geloofde dat ik dit complexe project aankon.
Dat heeft mijn potentieel doen bewegen.
Mezelf dat herinneren, helpt ook nu nog.

In voor en tegenspoed.

U genegen,
Fiducia

Verbinding

Photo by Shane Rounce on Unsplash

Welke dag het was, weet ik niet meer. Maar ik had de bus richting station genomen en de chauffeur draaide muziek. Het was een fijne rit, de zon scheen en ik genoot van de muziek en de ontspannen sfeer op de bus. Er waren maar een drietal andere reizigers die meereden en ik hoorde niemand klagen over de muziekkeuze. Het waren trouwens wat ‘oudjes’ die gedraaid werden, maar net zo fijn.

Aan het station moest ik een andere bus nemen.
Een vrouw stapte enkele haltes verder op en ze stond wat te wiebelen op de middengang.
“Kan ik helpen?”, vroeg ik.
Ze draaide zich om, ik nam mijn rugzak van de zitting naast me en ze nam plaats op die plek.
Gezellig zo met zijn twee.

Aan de volgende halte waar de bus stopte, stond ik even op en vroeg ik aan de chauffeur of hij muziek wilde opzetten.
“Er staat muziek op” antwoordde hij, “maar die is enkel hier vooraan te horen.”
Nu was het ook een oud type van bus die al wat meer lawaai maakt dan de nieuwere versies, zoals degene die ik eerder had genomen.

De bus vertrok weer en de chauffeur was blijkbaar sowieso niet van plan zijn muziek door heel de bus te laten klinken.
De vrouw naast me raakte mijn arm aan en sprak “talk to me.” Geheel spontaan.
Dus dat deden we. En ik kwam een glimp van haar leven te weten. Dat ze een vriendin ging opzoeken in de stad waar ook ik naartoe reed. Dat ze ernaar uitkeek en die verbinding eens per week maakte. Ofwel kwam de vriendin tot bij haar.

Ze was voornamelijk alleen, hoewel ze kinderen had en een man. Maar niet in dit land.
Bij de voorlaatste halte stapten we beiden af en groetten we elkaar.
We wisselden geen gegevens uit. Ze drong er ook niet op aan dat ik later nog een keer met haar zou spreken, wat anders soms wel gebeurt.

Maar dit gesprek, deze toevallige ontmoeting, deed me wel denken aan het project dat Arsenaal/Lazarus in Mechelen opzette in samenwerking met het lokale museum Hof van Busleyden: ‘De grond der dingen’.

Ik heb het initiatief al een poos niet meer opgevolgd, maar aan het begin van het traject mochten Mechelaars ideeën insturen die de stad en/of haar bewoners ten goede komen. Later werden alle ideeën voorgesteld in een aparte ruimte in het museum en het traject leidde naar een voorstel aan de stad om de, via participatieve besluitvorming steunend op technieken van deep-democracy, geselecteerde projecten ruimte te geven om zich te ontvouwen.
Het opzet was niet dat de stad geld aan de ideeën zou toekennen om de realisatie mogelijk te maken, dan wel fysieke ruimte te voorzien om de ideeën te ontplooien.

Ook ik stuurde bij de eerste oproep een idee in, dat later in het beslissingstraject aan enkele andere ideeën werd gekoppeld.
Mijn voorstel was om de perronbanken in de stations in de Mechelse regio alsook de banken aan de bushaltes een herbestemming te geven als ontmoetingsplaats.
Ik heb geen idee hoeveel vierkante meter dit in beslag neemt, al die bushaltes en perrons waar banken ter beschikking staan. De intentie voor mijn idee was om de barrière om een gesprek aan te vatten te doorbreken. De barrière die vaak gevormd wordt door…scherm-kijken-in-de-eigen-bubbel.
Met ‘bubbel’ nog zonder connotatie met het Corona-virus…

De vrouw die ik in de bus ontmoette had geen ‘opstapje’ nodig om een gesprek aan te knopen. Een jongeman die op een keer naast me kwam zitten aan de bushalte ook niet. Hij wou weten hoe oud ik ben. Ik heb het hem met wat omwegen verteld. Hij is niet lang blijven zitten. Al was ik toen, geef ik toe, ook net in mijn bubbel op mijn GSM aan het tokkelen herinner ik me. Dat getuigt niet van veel openheid…

Fiducia reflecteert over verbinding…

Luistervinken

Gevonden op Natuurpunt.be – Vogelgeluiden en/in hun duurzame karakter…

Dat het vandaag moeilijk is om mensen te vinden die goed kunnen luisteren. Zo blijkt.
Omdat ik veel mensen ontmoet die zich niet gehoord weten.
Laat staan begrepen.
Zo blijkt uit mijn persoonlijke belevingen, opbrengsten zeg maar, van (mede)menselijke interacties.

“Vreemd toch?” denk ik dan.
Waar loopt het mis in de interactie?

Enkele jaren geleden alweer had ik een gesprek met een vrouw van Marokkaanse afkomst. Opgeleid tot therapeute.
Ze gaf op een bepaald moment aan dat ze zich voor het eerst echt gehoord wist toen we daar zo een tijdje aan het kennismaken waren in dat kleine kantoor. In een organisatie waar het anders vol liep en loopt met betaalde krachten in leveren van psychologische hulp.

Ook die ervaring benoem ik als ‘vreemd.’

Ze had me geraakt met haar verhaal. Hoe ze zich zo vaak moest verdedigen in haar job, hoe moeilijk het voor haar kinderen was op een school waar gekleurd niet de hoofdmoot uitmaakt van de leerlingen en hoe, naast het werk, het omgaan met de gewoontes binnen de eigen cultuur om voor elkaar te zorgen en op te komen soms ook het verlangen naar wat me-time doet ontstaan.

Een traan en een knoop in mijn buik. Een gevoel van machteloosheid ook, een beetje.
Dat gaf ik haar terug.

Ik werk niet met haar samen maar heb wel al gemerkt hoe gedreven ze is in haar job. Bewonderenswaardig. Om zo te blijven vechten voor je bestaansrecht hoewel de behoefte je ‘gehoord’ te weten soms zwaar weegt. Waar vind je dan een plek om even te ‘leunen’?
Ik weet het wel. En wellicht toen ook al.
Een cultuur van wederzijdse steun, daar ligt de sleutel tot zich gedragen weten.

Laatst kwam ik te voet terug van een supermarktbezoek met een zware tas vol boodschappen over mijn rechterschouder. Ik zie een eindje voor me een kennis een straat inslaan.
Ze ziet me ook, draait zich om en groet me hartelijk.
“Hoe gaat het met je?” roept ze glimlachend.
“Het moet ongeveer een jaar geleden zijn dat we elkaar zagen, niet?”, vulde ze aan.
“Het kan beter” antwoordde ik, “maar ik ga je er nu niet over vertellen.”
Ze stond trouwens ook een beetje gedraaid met me te praten, als met één voet in de richting van het vervolg van haar wandeling. Een zijstraat van de straat waar ik op liep.

Dus stapte ik moedig door met mijn “had-ik-maar-twee-draagtassen-bijgehad-voor-verdeling van-de-lasten” schoudertas en vroeg ook haar of hoe het ging.
Ze antwoordde met een glimlach dat het haar goed ging.
Ik groette haar nog en ze vervolgde haar weg met
“Hou je goed hé.”
Een beetje vreemd vond ik dat, omdat het me niet zo goed ging en ik dacht dat ook aangegeven te hebben…

Maar niet getreurd.
Thuiskomen, boodschappen wegzetten en een kopje troost slurpen.
Soms wordt ‘niet goed’ een beetje ‘beter’ door een kleine koesterervaring in het moment…

Waar ik ineens aan denk…
Ooit vroeg iemand:
“Wat zou je aan Richard Branson vragen mocht hij ineens aan je deur aanbellen?”

Ik moest nog net Richard Branson niet goochelen toen, maar mijn antwoord kwam op zijn minst ietwat bevreemdend piepen tussen het allegaartje andere antwoorden die namiddag.
Toen het mijn beurt was, zei ik:
“Ik zou vragen waarom hij precies aan mijn deur aanbelt.”

Naast de antwoorden die getuigden van een verlangen naar materieel succes en moeiteloos hanteren van pittige hobbels, bleek ik weer de vreemde eend in deze vijver qua interessegebied.

Ach ja, Intussen hecht ik nog steeds waarde aan Waarden en weet en voel ik hoe die onbetaalbaar zijn. Dus schrijf ik over ervaringen, in de hoop her of der iemand te inspireren. Of stilstaan bij wat is.
Wie weet, zich zelfs een beetje ‘gehoord’ te weten in onze stilzwijgende interactie.

En zolang ik zelf niet begin te leven alsof ik kan vliegen, ben ik allang “ten Vrede” dezer dagen.

Hou je!

Dare to share

Photo by Nastya Maxymova on Unsplash

Zo kan ik even verder surfen op mijn blogbericht van gisteren. Want ja, zonet was er een nieuw verhaal van Mr. Rosenberg dat werd voorgelezen. Ik dacht dat de titel ‘The shape’ was…maar na grondige evaluatie van alles wat gezegd en verzwegen werd, denk ik dat ik die titel verkeerd verstond en dat het ‘Ashamed’ moest zijn.

Schaamte.

Daar heb ik wel een verhaal over. Maar of ik dat hier en nu wil vertellen is een andere kwestie natuurlijk. Ik heb wel aangereikt wat ik op al die jaren waar schaamte my middle name was, heb geleerd.

Eén psychologe sprak het uit een aantal jaren dat ik al rondliep met schaamte.
‘De enige manier om ermee om te gaan is te delen waarover je je schaamt.’

Lap, dacht ik, kon je dat niet wat eerder zeggen…dan had ik er alvast mee kunnen experimenteren.
Het lastige is dat je van je luisteraars niet kan voorspellen hoe ze gaan reageren op je verhaal. Of ze met hun ‘goed’ of ‘slecht’ oordeel je gevoel van schaamte erger gaan maken of niet.
Oh ja, ik had van bij het begin dat ik een verhaal droeg waarop schaamte zat, de intentie het te delen. Ik had er goede redenen voor, die zelfs niet met mezelf te maken hadden.

Maar als je omgeving dan reageert door het verhaal te stilzwijgen, als je het deelt wanneer de emmer overloopt…als andere mensen in je omgeving reageren met ‘als je het deelt dan…‘… dan ga je twijfelen aan je intentie. Dan ga je je afvragen of je de gevolgen wel kan dragen…naast de ziekte en de schaamte en de zorg om je naasten en je werk en …

Want wat is erger, een verhaal stilzwijgen waar schaamte op zit of afgeschreven worden door je (vertrouwde) omgeving?

Wat ik op mijn tocht naar ‘heling’, ik zal het zo maar noemen, al is er wellicht nog wat werk aan de winkel…wat ik op die tocht heb geleerd, is dat het zeer zinvol is je eigen waarden te ontdekken en trachten ernaar te leven.

Als kind groeien we op in een gezins- of familiecontext waar een bepaald waardenpatroon heerst. Vaak met een oordeel over ‘goed’ en ‘fout‘. Pas als je aan die ‘goed’ of ‘fout’ gaat twijfelen en de zaken vanuit een helikopterperspectief bekijkt, zie je dat het eigenlijk om een spectrum draait tussen de extremen goed en fout. Waar de plaats waar je je ‘oordeel’ over de situatie positioneert, bovendien afhankelijk is van de context waarin je je bevindt.

Bij je schoonouders klinkt je verhaal wellicht anders dan in het dokterskabinet.
Dokters horen wellicht verhalen die veel genuanceerder zijn dan de zwart-wit aan de kersttafel.

Je zou voor minder je mond houden…

Alhoewel. Ooit was ik opgenomen in een PAAZ afdeling van een ziekenhuis en met lood in mijn schoenen ging ik naar de verpleegpost om verheldering te vragen.
Een aantal verplegers waren aan het praten in hun ‘visbokaal’ en ik wachtte geduldig tot ze me zagen staan. Tot ze bereid waren te luisteren.
Ik zie nog hoe ze haar hoofd omdraait en ik vraag, me heel kleintjes voelend:
‘Hoe ga je om met schaamte en schuld?’
Ze trok haar schouders op en antwoordde: ‘Tja, lat omlaag.’

Ik begreep er niks van maar keerde terug naar mijn kamer om vanuit mijn eigen logica te achterhalen hoe het één met het ander te maken had.

Ik besef nu dat ze geen goesting had in een vraag van een patiënt. Ze wou wellicht liever ‘kletsen’ met haar collega´s. Nu vind ik haar antwoord ronduit misdadig.
Als je er niets van snapt, zwijg dan alsjeblieft.
Effe kort door de bocht goed inhakken…heerlijk, dit! (= kort intermezzo)

Ik hoop dat je bij het delen van je verhaal, mocht je een verhaal van schaamte dragen en mocht het te zwaar wegen om alleen te dragen, …dat je dan stapje voor stapje, bij mensen die je vertrouwt en dan misschien eens, een tipje van de sluier of iets meer, bij meer en meer mensen…deelt wat zo zwaar weegt…om alleen te dragen.
En ik hoop dat je mag ervaren dat je het waard bent volgens je waarden te leven.

Mensen die een oordeel hebben over jou of over bepaald gedrag van jou, begrijpen wellicht de uitspraak niet:

‘Geen gedrag is vreemd als je de context in rekening brengt.’
Ik wens je veel warms en hartverwarmende reacties op je pad.

PS: doe desnoods de rode regenlaarzen aan die je partner voor je kocht omdat hij of zij weet dat je je daarmee zekerder voelt…
Het mogen imaginaire laarzen zijn…
Zolang ze maar goed zitten en je er doen staan…

Imaginaire x

Tot in de geeuwigheid

Photo by Lisette Verwoerd on Unsplash

Amai, wat ben ik moe. Misschien toch maar eens naar de huisarts bellen of ik de kans loop nog moeder te worden als dit blijft duren. Ik weet, dat ben ik al, maar veel vermoeidheid daarbovenop … ik weet het ook allemaal niet, hoe dat marcheert met de huidige buitenaardse betrekkingen.

En geeuwen dat ik doe. Niet om aan te zien. Omdat ik mijn hand natuurlijk niet voor mijn mond houd als ik alleen ben. Al is dat ‘alleen’ soms in virtuele verbinding met andere mensen en dan vergeet ik dat zij me wel zien. Gaap, mond wagenwijd open.
Maar ach. Dat staat eigenlijk gelijk aan genieten. Vind ik hé.

Zoals kunnen plassen als je je lang hebt moeten inhouden. Dat kan ook deugd doen. Het was Herman Van Molle die ik dat eerst hoorde/las beweren jaren geleden. Ik kan het alleen maar beamen. Tenzij je een blaasontsteking hebt natuurlijk. Dan is een toiletbezoek een pijnlijke onderneming. Al klopt dat woord ‘onder-neming’ in die context eigenlijk niet, bedenk ik me zo…misschien is pijnlijk plassen wel ‘gedoogbelijd’.

En ach, wat is uiteindelijk het eerlijkst?
Een geeuw onderdrukken of je gaapvermogen eens goed doorleven en er dan woorden aan geven als ‘amai, dat deed deugd.’ Met van die gelukkige en lichtjes betraande ogen erbij. En dan nog wat nasmakken zo van ‘dat hebben we weer lekker gehad.’ Als je dan in gezellig gezelschap vertoeft zie je die anderen ook beginnen geeuwen.

Ik denk dat het ooit een leerkracht zedenleer was die zei: ‘als je boos bent op iemand, en die ander geeuwt, dan geeuw jij niet mee.’ Je kan volgens hem alleen maar na-geeuwen als je de mensen die je ziet geeuwen sympathiek vindt.

Misschien moet ik dan nu maar de straat op. Mijn angst voor de donker in mijn rugzak en een avondlijke geeuw-wandeling doen. Blijven staan vlak voor mensen en eens ferm geeuwen. En dan zien of ze terug geeuwen. Dan weet je dat je verbinding hebt en kan je afsluiten met een welgemeend: ‘bedankt voor het vertrouwen. Je deed deugd.’
Zoiets. En dan ga je samen naar huis en speel je scrabble. Of zo. Ik heb er alle vertrouwen in dat mensen die eens goed kunnen geeuwen en zich daar niet voor generen, goed zijn in scrabble.

Ik zou gaan voor drie maal woordwaarde met een oscitatio animalis.

Ik heb trouwens ook zo mijn mening over het opeten van snottepieten. Van die harde.
Maar ik zal het bij één onderwerp houden om het allemaal wat overzichtelijk te houden.

Warms en knussigs!
Toedeloo!!
Gaap…Mmmh, mmh…mjshmblubm.

Bekijks

Photo by Pablo Merchán Montes on Unsplash

‘Ze zijn je vergeten.’
Ik keek op uit mijn boek om de man aan het tafeltje recht tegenover me aan te kijken.
‘Denk je?’ vroeg ik.

Zelf had ik mijn drank vrij snel gekregen en met mijn neus in mijn boeken en pen in de aanslag had ik weinig besef van tijd. Al had ik me in een vage zweem al wel afgevraagd of het niet erg lang duurde voor mijn eten kwam. De inhoud van mijn glas slonk alleszins gestaag bij elke slok die ik nam.

Ik besloot toch maar een ober aan te spreken.

Hij zou het navragen maar bevestigde dat het ook wel erg druk was in de zaak en er veel bestellingen liepen. Even later kwam hij terug met de boodschap dat mijn bestelling inderdaad niet doorgegeven was maar dat het nu niet meer dan een minuut of acht zou duren.

‘Zie je wel? Ik had al gezien dat de andere tafeltjes eerder hun eten kregen. En ze hadden later besteld.’ De opmerkzame man wees bij die woorden naar verschillende tafeltjes rondom hem. De vrouw recht tegenover hem aan zijn tafeltje keek ook mijn richting uit, zij het met een uitdrukkingsloos gezicht. Ze beantwoordde mijn glimlach niet.
‘Alleszins bedankt om me erop te wijzen.’ zei ik nog en besloot me terug over mijn lectuur te buigen.

Ik voelde wel dat ik bekijks had. Er hing boven een aantal tafeltjes een glurende blik met een hangende vraag als ‘wat doet die vrouw hier zo alleen aan een tafeltje?’
‘Tijd leven’ zou ik dan kunnen zeggen. Maar aangezien de vraag niet luidop werd gesteld, is het antwoord niet relevant.

De man en zijn vrouw stonden een tijdje later op. Hij begroette me bij het passeren nog met ‘laat het u smaken’ en vervolgde toen zijn weg naar buiten, voorafgegaan door zijn vrouw.
Een oude man met een hond nam meteen hun tafeltje in.
Een enthousiast kind stapte even later bij het passeren door een klein zwenkmanoeuver net niet op de snuit van de hond.
Mijn opgeluchte glimlach die het voorval omvatte, werd door de man beantwoord en hij trok met een rukje aan de leiband het beest wat dichter naar zich toe.
Evenwicht hersteld.

Ik kreeg overigens nog een koffie van het huis, om het wachten te verzachten.
En al zou ik er zelf geen meer besteld hebben, ik heb hem toch aanvaard.
Hoe zouden zij anders hun vergetelheid kunnen vergoeden…

Cryptogrammen

Photo by Caleb Woods on Unsplash

We hebben een viertal uren gebabbeld en het leek helemaal niet zo lang.
Nochtans had ik de afspraak bijna geannuleerd vanochtend. Niet dat ik er niet naar uitkeek, maar ik wou vooral mijn compagnon niet belasten met een gemoed dat al dagen zwaar om dragen valt. Omdat ik dan vrees dat hij me daarna misschien liever niet meer ziet komen. Een gedachte met een hoog fake-gehalte, moet ik voor mezelf bekennen…Want bestaat vriendschap niet in goede en kwade dagen?!

Eerder ondervond ik al dat ik zelfs in een schijnbaar hopeloze toestand toch nog in staat ben om mensen op te monteren. Soms omdat ze dankbaar zijn dat ze er niet zo slecht aan toe zijn als ik. En dat geven ze dan eerlijk toe. Soms omdat ik blijkbaar iets heb gezegd dat hun perspectief heeft verruimd en vastlopende gedachten heeft losgewrikt. Zonder dat ik het besef trouwens. Ik reageer gewoon op wat zich aandient. Ben dan verrast als ik enkele uren na onze babbel in een bericht te lezen krijg dat ik hen erg heb geholpen.
Hun woorden helpen op hun beurt om mijn gemoedstoestand in een ander perspectief te zien.

Ach ja, hoe gaat dat ook. ‘De enige constante is verandering’, is het niet, Fiducia?

De babbels van deze namiddag hebben me alleszins deugd gedaan. Het gegeven dat ik daarna met mijn favoriete nonkel op de trein terug zat, was een fijne surplus.

Maar terug naar dit blog.

Vandaag heb ik hulp ingeroepen van een bijzondere dame om een thema te vinden voor een blogbericht. En ik heb een tip gekregen. Ze verpakte hem in een woordenstroom met een poëtische inslag, woorden die ik later tracht te verwerken in een gedicht en aan haar voorleg. Maar eerst even dit blogbericht. Met mijn afdwalen ook altijd…

Misschien ga ik eens proberen haar suggestie niet te verklappen. Ga ik het woord zo in beeld brengen tot hopelijk duidelijk wordt waar het over gaat. Fiducia’s cryptogrammen.

Daar gaat ie. Tien omschrijvingen.

  • Het woord wurmt zich een weg als zij hem ziet en de waarheid van de vlinders in haar buik zich manifesteert in haar blik.
  • Het verraadt hem zodra hij hoopt te krijgen waar hij van droomde, als in een gebaar dat eenvoud spreekt.
  • Het is alleen dan besmettelijk als je ontvankelijk bent voor verwondering.
  • Sterren doen het ook, zelfs vóór ze bekend worden.
  • Als je werkelijk van het leven houdt, wordt het intenser.
  • Soms is het weg, maar nooit voorgoed.
  • Het lijkt in zekere zin wel een beetje op een favoriete nonkel.
  • Het verwarmt mijn hart als ik het opmerk bij iemand.
  • Het werk woordt zich in mijn ogen als ik nieuwsgierig ben.
  • Over kindjes zwijg ik, of ik verklap het helemaal 🙂

Tot daar denk ik.
Verder dan daar ga ik genieten van mijn avond, ontvankelijk wezen en mijn ogen boekdelen laten spreken. Of het paragrafen, hoofdstukken of de kaft betreft, dat weet ik nog niet.
In welke taal het zich allemaal zal afspelen weet ik ook niet.

Al heb ik hier inderdaad nog een film liggen die ik recent in de bib uitleende.
Mmmh…denk denk.