Ver-antwoord

Photo by Brooke Lark on Unsplash

‘Daar is nog een plek meneer’ sprak de vrouw die net op de bus was gestapt.
Op een boze manier reageerde de man vlak achter me ‘Waarom moet ik daar gaan zitten hé, ik moet er seffens af.’
‘Een andere toon graag meneer!’

‘Doe gij maar nen andere toon, ge hebt gedronken zeker?’
‘Neen meneer, hou u maar wat in. Ik zei alleen maar dat daar nog een plek is.’
‘Gij moet zwijgen gij, gij hebt aan mij niks te zeggen.’

De bus stopt aan de halte, de man heft zijn vuist naar de vrouw en stapt af.
‘Hola hola, hou u maar in’

De bus rijdt verder. Het gesprek continueert. Een Marokkaanse man met buggy en diens vrouw met dochter op schoot blijven rustig zitten en observeren.

De vrouw die eerder het woord voerde zegt nu ‘een man die een vrouw slaagt is een watje. Die mag thuis niks.’ De Marokkaanse vrouw knikt glimlachend en koestert verder haar dochtertje.
Wat ging er door dat kleine hoofdje zonet?

‘Hij zal zeker niet gemogen hebben van zijn vrouw.’ Die uitspraak is gericht aan de Marokkaanse vrouw. Ik weet niet of ze die uitdrukking kent en vraag me af wat ook zij over het verdere ontvouwen en dit gesprek denkt.

Ik sta op van mijn zitje en geef de woordvoerster ruimte om op mijn plek te gaan zitten.
‘Ja, wij konden niet door hé, daarmee wees ik hem op de stoel.’

Ik heb mijn halte bereikt en stap af.

Even verderop druk ik op de knop van de voetgangerszijde om toegang aan te vragen tot het zebrapad. Meerdere mensen sluiten aan en staan te wachten. Er verandert niets. Eén man steekt de straat over ondanks het rode voetgangerslicht en drukt op de middenberm opnieuw om een aanvraag te lanceren. Het licht springt nu op groen.

Ik heb het er wat moeilijk mee dat mensen dingen doen die opvoedkundig niet zo ok zijn als er kinderen in de buurt zijn. Hoe leer je je kinderen te wachten tot het licht groen is als een volwassene zomaar de straat oversteekt? Hoe leer je het dat roepen op de bus zelden goed overkomt?

Laatst ging ik op wandel met een vriend en hoewel een fietser met een kleine meisje ook stond te wachten, stak mijn vriend toch snel de straat over. Ik heb hem nageroepen dat ik dat niet ok vond, dat hij moest wachten tot het licht op groen sprong. Luid genoeg zodat de papa en dochter wat verderop op hun fiets het konden horen.

Tja…Fiducia stapt in haar rol als Tata. Tata, die de grote dingen vertaalt op kindermaat.
De papa fietste langs en gooide een ferme ‘FOEI-FOEI-FOEI!’ naar mijn vriend.
Een medestander, altijd fijn.

Mijn vriend voelde zich wat schuldig en repliceerde dat hij niet had gezien dat er een kind op haar fietsje stond te wachten om over te steken. Maar vulde aan dat hij het dom vindt om te wachten als er geen gevaar is. En zei tenslotte dat hij niet zou zijn overgestoken mocht hij het kind opgemerkt hebben.

Of het waar is? Geen idee.

Het is een uitleg als een andere.
Zou de man op de bus anders gereageerd hebben mocht de vrouw haar boodschap anders hebben geformuleerd, met een iets minder dwingende toon misschien?
Ook geen idee. Mogelijk had hij zelf al wat verdovende middelen binnen, of kwam hij van een plek waar hij geërgerd was vertrokken en leefde dit nog een beetje door? Of gewoon last met autoriteit misschien.

Moeten we ons op het openbaar vervoer beter gedragen met matu-riteit in plaats van auto-riteit. Om de busrit-tijd wat aangenamer te maken voor iedereen en in het bijzonder voor kinderen…
Onze kinderen…

Begrip

Photo by Alexandra Mirgheș on Unsplash

Ik luister. Als je wil.

Dat wou ik zeggen.
Ik had hem waargenomen. Zijn energie gesavoureerd.
De snelheid, onrust, gejaagdheid gevoeld.
En ik wou zeggen: ik zie je. En ik luister, als je wil.

Maar hij zag me niet. Of niet werkelijk. Teveel om zijn hoofd. Teveel focus op zijn besoignes.

Er bestaat zo´n gedicht van … ja, van wie is het alweer?
Even goochelen in mijn woordenbrei…

Niet dus…dan maar spinnend tussen de verbindingen…

Wellicht zijn alle draken in ons leven
Uiteindelijk prinsessen
Die er in angst en beven slechts naar haken
Ons eenmaal dapper en schoon te zien ontwaken.

Wellicht is alles wat er aan verschrikking leeft
In diepste wezen wel niets anders dan iets
Wat onze liefde nodig heeft.

Rainer Maria Rilke

Dat heb ik dus niet geschreven he.
Ik heb het de besoigne-man ook niet meegedeeld. Zou een slechte opener zijn geweest.

Ik stapte gewoon door.

Hij bleef zitten met zijn handen om zijn telefoon en blik op een wereld waar hij niet zag of voelde dat er ‘echte’ mensen ‘rondlopen’ die het fijn vinden om te luisteren.

Jammer toch, dat hij niet uitreikt als hij zich onrustig weet.

Maar ook dat versta ik.

Gevangen

lacie-slezak-128106-unsplash

Photo by Lacie Slezak on Unsplash

Balen. Geen hooibalen maar gewoon balen. Af en toe een verloren traan ook.

Dat ik niet weet waarom precies. Het was mijn vrije dag dus ben ik naar mijn vrijwilligersstek gefietst vanochtend. Een taak afgerond. Een overleg bijgewoond. De directeur enthousiast gemaakt voor een stadsproject waar hij al op gebotst was maar de flyer ervan verloren legde. Samen meer info gaan inwinnen bij de trekkers van het project en op de terugweg al brainstormend tot een concreet voorstel gekomen om in te dienen. Voor de zekerheid eerst even intern aftoetsen, maar ik verwacht weinig tegenkanting, voor zover ik het kan inschatten.

Ik had zelf al iets ingediend als inwoner van mijn thuisstad. Met een enthousiaste reactie en allerhande extra vragen naar concretisering van de projectleider.

Dit alles maakte dat ik om drie uur thuis was in plaats van om twee uur zoals ik mijn jongste dochter vanochtend had gezegd. Zij zou normaal gaan shoppen met haar vriend maar zag er gezien de weersomstandigheden van af. Ik had haar al een bericht gestuurd dat ik later zou zijn. Het was de eerste keer dat ze toen ik thuiskwam aangaf ‘het is wel al drie uur hé’. Dus zei ik ‘ja, ik had gezegd twee uur en heb je verwittigd dat het later zou zijn.’ Ik hoef me niet te verantwoorden, toch?!

Irritatie. Gevangen in mezelf. En hoewel ik de bovenstaande twee paragrafen van dit blogbericht enkele uren geleden heb geschreven, hangt de irritatie er nog. Doordrenkt met de geuren van het eten dat zich intussen prepareert voor ons. Gekruide irritatie.

Daarstraks wou ik bij wijze van afleiding opnieuw aanhaken bij een online cursus. Bleek de site niet bereikbaar. Boek vastnemen, wegleggen. Site openen en weer sluiten.
Niemand die me nodig heeft. En ik die mijn draai even niet vind.

Dan wil ik een keihard AAAAAARGH!! brullen en heel wild om me heen slaan. Om dan wellicht in tranen uit te barsten. Want ik voel wel wat wringen en wroeten in dit lijf. ‘Iets’ dat zich een weg naar buiten wil banen. Misschien straks de muziek net iets te luid zetten als mijn jongste vertrokken is. En zien waar ik strand.

Op wie of wat ben ik eigenlijk boos op dit moment?
Neen, niet naar op zoek gaan. Het is wat het is.

Storm voor de stilte. Vanavond Wonderland. Oef!