Leer-kracht

Photo by Omotayo Tajudeen on Unsplash

Ik weet niet meer waar ik het model voor de eerste keer onder ogen zag, maar het is me bijgebleven. Hoe ik daarbij hoop dat ook andere concepten me bijblijven…kennis tout court echt blijft plakken…

Van onbewust incompetent naar onbewust competent. Kennis, vaardigheden, attitudes,…
Je doorloopt vier fasen van vervolmaking in een leerproces.

Neem autorijden. Je rijdt als uk op de achterbank mee met je ouders en bent je er niet van bewust dat jij nog niet kan autorijden. Je bent onbewust incompetent.
Tegen de leeftijd van 15 jaar ben je je je ervan bewust dat je niet kan autorijden, maar heb je de rijvaardigheden nog niet geoefend. Je bent bewust incompetent. Tenzij je een durver bent en heel goed elke bestuurder gadesloeg om te kijken wat er allemaal van handelingen komt kijken bij autorijden. Misschien heb je zelfs eens op een stiekem moment de auto ‘geleend’ en het samenspel aan acties geheel zelfstandig uitgeprobeerd. Zonder voluit te beseffen dat je nog bewust incompetent bent en nog menig uurtje te oefenen hebt richting competentie.
Met een beetje veel geluk hebben je ouders je uitstap niet gemerkt…

Dan starten je rijlessen officieel en leer je de pedalen kennen, de koppeling, de richtingaanwijzers…het samenspel, en mag je intussen niet vergeten dat er buiten je vehikel ook nog van alles gebeurt dat je best in de gaten houdt. Oefenen en oefenen tot je bewust competent wordt. En je uiteindelijk, jaren later, beseft dat je de auto nam en je niet meer herinnert hoe je ineens op je bestemming bent geraakt.
Je bent onbewust competent geworden.

Dan is het zaak nog wel opmerkzaam te blijven omdat het gevaar nu eenmaal van alle kanten kan komen. De handelingen gebeuren echter heel natuurlijk, alsof de auto een verlenging werd van jezelf.

Zo had ik net mijn rijbewijs en reed op een middag naar huis na het thuisbrengen van een vriendin waarmee ik een dansles had bijgewoond. Ik kende de autoradio nog niet goed en zat er al rijdend aan te prutsen tot ik opmerkte dat ik op de rijbaan van de tegenliggers reed.
Even bijgestuurd, niets gebeurd, maar elke seconde telt. Ik had geluk…

Als je geluk hebt, ben je omringd door mensen die je met nieuwe dingen laten kennismaken. Die je aansporen je grenzen te verruimen en te onderzoeken of een bepaalde competentie voor jou is weggelegd. En vervolgens met je op zoek willen gaan naar een goede leerschool.

De school is weer gestart. Binnenkort starten ook de hogescholen en aan het einde van de maand de universiteiten.

Mijn loopbaan speelde zich af op de rode lijn van vorming en opleiding.
Inmiddels ben ik nog steeds behoorlijk nieuwsgierig, maar onthouden is en was nooit mijn sterkste kant. Aan de universiteit moest ik soms wiskundige formules gebruiken om vraagstukken op te lossen. Ik kende meestal wel de basisformule en kon zo de lange formules die ik nodig had er wel uit afleiden, maar dat kostte me natuurlijk tijd die ik beter voor de essentie van het vraagstuk kon gebruiken.

Daarstraks heb ik een geleide wandeling gevolgd in de natuur. De gids vertelde ons allerlei weetjes onderweg. Ook daar merk ik dan op hoe weinig blijft hangen. Ik moet het me maar niet aantrekken.

Intussen lees ik na de laatste opleiding die ik volgde gedichten op een andere manier. Met meer ‘goesting’ om te begrijpen in plaats van de bladzijde om te slaan na een eerste lezing zonder inzicht. Ik lees ze een paar keer nu, vooral ook als ik ze niet meteen begrijp. En ik bereid me voor om ze te delen zodat ik het er samen met anderen over kan hebben.
Wellicht kijken we met veel brillen op een rijkere manier naar dezelfde woorden.

En ach, zolang ik bewust incompetent ben, valt er bij te leren.
En te ont-dekken wat ik fijn vind.

Misschien is dat wel de opdracht van een leer-kracht:
de verwondering helpen ont-dekken…zodat nieuwsgierigheid het leerpad verder vormgeeft.

Het kind in ons

Photo by 和 平 on Unsplash

Ze moest ermee lachen. Ik had bij de online workshop aangegeven in de chat dat ik plezier haal uit ‘de aandacht van kinderen trekken en dan snuiten trekken’. En vervolgens zien hoe de kinderen erop reageren.

Ze adviseerde ons om ons innerlijk kind voluit te leven, dus ook in de praktijk te brengen wat ons plezier gaf. Dus posteerde ik me na de workshop op een plek waar kinderen voorbij komen en bracht mijn plezier in actie.

Het eerste kindje schat ik vier jaar. Ze keek me brutaal aan, papa en de andere dochter waren één en al oog voor een opstelling, een onderdeel van een zoektocht. Dus trok ik een snuit naar de kleine uk en keek hoe ze reageerde.

Het was grappig, het leek wel of ze helemaal niet verbaasd was dat een vreemde vrouw daar snuiten zat te trekken. Maar toen ze verder trokken hoorde ik haar toch papa aanspreken met ‘die mevrouw…’ en de rest verstond ik niet. Papa leek alleszins ook niet verbaasd want hij keek niet om naar het voorwerp van verhaal van zijn dochter.

Zoektochten. Ik ben er niet echt goed in.

In het Vrijbroekpark in Mechelen loopt tot eind augustus een zoektocht volledig in het teken van het wondermooie boek ‘De kleine prins’. Dat brengt me op een ander verhaal.

Er was een tijd dat ik mijn slaaptijd liet inleiden door het luisteren naar Joe FM. Vaak was er op dat tijdstip een verzoekprogramma. Toen ik op een keer een sms had gestuurd om mijn favoriete liedje door te geven, belden ze me op. Ze vroegen of er iemand naast me in mijn bed lag. Ik antwoordde in de ether naar waarheid dat er enkel boeken en een notitieblok in lagen. Ze wilden weten welke boeken. Ik wist het niet eens uit mijn hoofd, maar zag De kleine prins liggen en antwoordde eerlijk dat onder andere dit boekje me gezelschap hield.

Ze waren met twee presentatoren, een man en een vrouw, vraag me geen namen… De man sprak verbaasd dat het een boekje is dat in de middelbare school wordt gelezen. Ik gaf aan dat het over waarden gaat en dat die af en toe best mogen opgefrist worden. Vandaar die keuze van bedlectuur.

Tja. Moet je als volwassen persoon dan echt alleen dingen doen die een volwassene behoort te doen? Boeken lezen van het kaliber dat verwondering en ontzag opwekt bij de toehoorders?

Ik ben het er alleszins niet mee eens. Een kinderboek of prentenboek bevat vaak in beknopte en eenvoudige vorm veel levenswijsheden.

Tot mijn favorieten behoren Pippi Langkous, Het meisje dat nevel weefde en Het land van de grote woordfabriek. Koning van Katoren en De brief voor de koning, voor wat oudere kinderen, kunnen me ook erg bekoren.

Onlangs kreeg ik de vraag of ik soms naar ‘flutprogramma´s’ kijk of stationsromannetjes lees.
Neen dus, omdat ik geen TV-abonnement heb en omdat ik de fase van romantische verhalen van de orde van stationsromannetjes voorbij ben. Al heb ik recent ‘De Toverberg’ toch ook snel naar de bibliotheek teruggebracht nadat ik me door de eerste paar pagina´s had geworsteld.

Een beetje zotternij nu en dan.
Niets fijner dan dat.
Het kind in jezelf laten spelen.

En de papa´s moeten daar helemaal niet verbaasd op reageren.

Ver-antwoord

Photo by Brooke Lark on Unsplash

‘Daar is nog een plek meneer’ sprak de vrouw die net op de bus was gestapt.
Op een boze manier reageerde de man vlak achter me ‘Waarom moet ik daar gaan zitten hé, ik moet er seffens af.’
‘Een andere toon graag meneer!’

‘Doe gij maar nen andere toon, ge hebt gedronken zeker?’
‘Neen meneer, hou u maar wat in. Ik zei alleen maar dat daar nog een plek is.’
‘Gij moet zwijgen gij, gij hebt aan mij niks te zeggen.’

De bus stopt aan de halte, de man heft zijn vuist naar de vrouw en stapt af.
‘Hola hola, hou u maar in’

De bus rijdt verder. Het gesprek continueert. Een Marokkaanse man met buggy en diens vrouw met dochter op schoot blijven rustig zitten en observeren.

De vrouw die eerder het woord voerde zegt nu ‘een man die een vrouw slaagt is een watje. Die mag thuis niks.’ De Marokkaanse vrouw knikt glimlachend en koestert verder haar dochtertje.
Wat ging er door dat kleine hoofdje zonet?

‘Hij zal zeker niet gemogen hebben van zijn vrouw.’ Die uitspraak is gericht aan de Marokkaanse vrouw. Ik weet niet of ze die uitdrukking kent en vraag me af wat ook zij over het verdere ontvouwen en dit gesprek denkt.

Ik sta op van mijn zitje en geef de woordvoerster ruimte om op mijn plek te gaan zitten.
‘Ja, wij konden niet door hé, daarmee wees ik hem op de stoel.’

Ik heb mijn halte bereikt en stap af.

Even verderop druk ik op de knop van de voetgangerszijde om toegang aan te vragen tot het zebrapad. Meerdere mensen sluiten aan en staan te wachten. Er verandert niets. Eén man steekt de straat over ondanks het rode voetgangerslicht en drukt op de middenberm opnieuw om een aanvraag te lanceren. Het licht springt nu op groen.

Ik heb het er wat moeilijk mee dat mensen dingen doen die opvoedkundig niet zo ok zijn als er kinderen in de buurt zijn. Hoe leer je je kinderen te wachten tot het licht groen is als een volwassene zomaar de straat oversteekt? Hoe leer je het dat roepen op de bus zelden goed overkomt?

Laatst ging ik op wandel met een vriend en hoewel een fietser met een kleine meisje ook stond te wachten, stak mijn vriend toch snel de straat over. Ik heb hem nageroepen dat ik dat niet ok vond, dat hij moest wachten tot het licht op groen sprong. Luid genoeg zodat de papa en dochter wat verderop op hun fiets het konden horen.

Tja…Fiducia stapt in haar rol als Tata. Tata, die de grote dingen vertaalt op kindermaat.
De papa fietste langs en gooide een ferme ‘FOEI-FOEI-FOEI!’ naar mijn vriend.
Een medestander, altijd fijn.

Mijn vriend voelde zich wat schuldig en repliceerde dat hij niet had gezien dat er een kind op haar fietsje stond te wachten om over te steken. Maar vulde aan dat hij het dom vindt om te wachten als er geen gevaar is. En zei tenslotte dat hij niet zou zijn overgestoken mocht hij het kind opgemerkt hebben.

Of het waar is? Geen idee.

Het is een uitleg als een andere.
Zou de man op de bus anders gereageerd hebben mocht de vrouw haar boodschap anders hebben geformuleerd, met een iets minder dwingende toon misschien?
Ook geen idee. Mogelijk had hij zelf al wat verdovende middelen binnen, of kwam hij van een plek waar hij geërgerd was vertrokken en leefde dit nog een beetje door? Of gewoon last met autoriteit misschien.

Moeten we ons op het openbaar vervoer beter gedragen met matu-riteit in plaats van auto-riteit. Om de busrit-tijd wat aangenamer te maken voor iedereen en in het bijzonder voor kinderen…
Onze kinderen…

In perspectief

Photo by Laib Khaled on Unsplash

Het werd me de laatste dagen een aantal keer gevraagd, in diverse vormen.

Wat zou je psychiater hiervan zeggen?’ of ‘Hoe zouden je kinderen hierop reageren?
Tot vanochtend: ‘Als je een meta-perspectief inneemt, wat merk je dan op?

Dat is inderdaad de kunst als je vastzit, om een ander perspectief in te nemen dan je gewoontedier en vanuit dat perspectief naar hetzelfde fenomeen te kijken. Waar je vastzit in een emotie en de uitspraak dat je vastzit in een emotie die zelfde emotie nog eens even benadrukt en bestendigt, waar net een ander perspectief opening kan brengen. De energie een andere vorm kan doen aannemen.

Neem verdriet of somberheid. Ik beschrijf het als potentiële energie die door fysieke beweging ook letterlijk in beweging kan komen en zo langzaamaan mag transformeren in een andere vorm. Misschien keert dezelfde emotie later wel terug. Maar op dat moment, het lokaliseren van de energie en haar zien, haar toelating te geven er te zijn maar intussen toch iets te gaan doen dat je waardevol vindt, daar schuilt de kracht richting transformatie.
Zoals schrijven hoewel je een zware lading mee draagt.

ACT (Acceptance and Commitment Therapy) spreekt over waardegerichte acties. Acties die stroken met de waarden die je belangrijk vindt.

Als ik vertrouwen leef, dan doe ik mijn stapschoenen aan en trek er op uit. Dan is bewegen mijn waardegerichte actie. Dan is aanvaarden dat ik me niet goed voel een erkenning voor het gevoel maar de keuze voor actie een gedrag waar ik mijn gevoel in meeneem met de intentie beweging te krijgen in wat vastzit.

In mijn geval is er naast somberheid nog een andere energie die me geregeld in de problemen brengt. Het versnelde denken. De enorme kinetische energie die dan leeft in mijn hoofd en handelen. Waardoor een veel en intens ‘doen’ zich opdringt waar ik vaak aan toegeef omdat het zo fijn voelt. Wat me vervolgens uitput en me weer richting vastzitten duwt. Depressed…lees het als ‘deep rest’. Omdat het lichaam niet meer kan.

Maar net in dat ‘snelle denken’, dat ik kan opmerken als ik even verstil, kan ik de keuze maken voor een waardegerichte actie die mijn denken wat vertraagt. Dat kan door bewust te vertragen in mijn bewegingen, langzaam te stappen. Of bewust de tijd te nemen om te koken en mindful te eten bijvoorbeeld. Te focussen op mijn adem. Minder in de ‘doe-modus’ te gaan zitten en meer te ‘zijn’.

Persoonlijk grijp ik alles aan wat me kan helpen mijn energie meer te doseren. En toch ben ik er nog geen kampioen in. Mijn therapeute zei me ooit dat ze me zou leren surfen op de golven van mijn ziektebeeld. Een kleine golf, een grote golf, een onverwachte golf, een druppel…van intens voelen, over gefocust handelen tot mezelf overgeven aan de energie. Loshouden, een mooi woord vind ik dat. Helemaal afstemmen op de energie die er is en de keuzes maken in de richting van mijn waarden.

Ik weet niet of dit bericht zo samenhangend is als ik zou willen. Maar het is wel geschreven in flow, al tokkel ik nog te hard op mijn toetsenbord om goed te zijn voor mijn collega-werkers hier.

Ik zal mijn woorden herlezen, vanuit het perspectief van de druppel zeewater, of hij nu mee de golven vorm geeft of even boven het wateroppervlak piept.

Eens zien waar dat me brengt en voelen of het stroomt.

zie me met jouw ogen
lonk me met jouw blik
voel me tot de avond valt
en steel de laatste snik

de zon in jouw vermogen
die horizonten peilt
leest trots nog mededogen
in een leven zonder spijt

Mijn duifje

Photo by 卡晨 on Unsplash

Ze landde op nog geen meter van ons verwijderd. Wij zaten daar maar wat te keuvelen op mijn koertje. Een hernieuwde verbinding waar het lijntje al zo´n achtendertig jaar geleden werd gelegd.
‘Ze is op zoek naar water’, zei C. waarop hij prompt wat water uit zijn glas op de grond kapte en de reactie van de duif nauwlettend gadesloeg.

Mevrouw duif had het naar haar zin, liep heen en weer. Steeds dichter ook. Maar ze ging niet naar het water.
Ik besloot haar uit te dagen en posteerde mijn bijna volle glas water op de grond. Mevrouw duif liep heen en weer. Ze was van het soort wit dat ik nog niet eerder tegenkwam in duif op mijn koertje. Een kleine donkere waaier aan glanzende tinten in haar nek.
Ze liep heen en weer, steeds dichter naar het glas. Maar drinken deed ze niet. Durfde ze niet?!
Tot ze luttele tellen later stijl omhoog haar weg vervloog tot bovenop de aanpalende muur.

‘Een vredesduif’, zei ik.
Ze gaf ons een moment om ons te verwonderen.
Zij vormde de inspiratie tot dit schrijven. Dankbaar voor haar verschijning.

Danku, mijn duifje!
Ach kijk, nu klinkt ik zelf als een opa die zijn liefde voor mevrouw nog voelt borrelen.
Ook in het grappige en ontroerende prentenboek ‘mijn opa is een boom’ van Kim Crabeels en Ingrid Godon wordt ‘mijn duifje’ aangehaald, naast andere gekke vogels.

Al dat vreemde gevederte, een boeiende materie …

Omslag

Photo by Regös Környei on Unsplash
Omslag

ik zie het aan de ondeugd in je ogen
jij daagt intens plezier uit in ons zijn
twee woorden die mijn slotakkoord soms smoren
wat is intens, wat is plezier
als somberheid nog schijnt

wel, dat is kunnen zien hoe mensen stralen
dat is ervaren hoe een kind nog ongeremd
de pieren uit je neus wil ondervragen
om zonder omweg te vertellen
wie jij bent

ben jij een juf
jij bent toch psycholoog
of toch wel psychiater
maar welkom, hooggeacht en zacht
zo liefdevol woordloos gedacht

lijkt nu toch op een ommekeer naar later
de somberheid verlaat me en het dansen nodigt uit
na de komma toch een spatie met vers water
een nieuw ontstaan van nu
een beetje later dan voorzien

een tij dat keert
de rots begeert
de zee omarmt
ze lacht

ik zie je en ik hoor je
nu en later



Door de kier

Photo by Abhishek Pawar on Unsplash

het is zalig te zien hoe jouw jeugd
regelrecht uit je buik lijkt te stomen
je dansende ogen omschrijven met goud
de kier in mijn huilende hart

het turven van keren de grenzen betast
hoe ik merk dat ik schrijf en mijn pen me verrast
alleen door jouw gloed te omschrijven

kon ik maar zingen, je trilling weerkaatsen
zal ik dansen of beter nog, schaatsen?
vloeiend en vlotjes in rondjes gedraaid
blote tenen en sporen in ´t strand losgehaaid

was jij het paard in de sportzaal ik zou je bespringen
een overslag, twist met een vrolijke graai
een vreugdekreet, hoog en met heel veel lawaai

maar ik hou het bij schrijven en in stilte verwoorden
wat er met me gebeurt als ik kijk
tot blozende wangen me dwingen naar hier
wat een wervelwind was dat nu weer door die kier

in mijn ogen van beeld naar verbeelding alom
de rots en de zee in verlangen naar meer
dedju toch, dedju. toch die zorgen, … waarom?

Afstemmen

Photo by Danielle MacInnes on Unsplash

Vreemdsoortige lichaamssensaties houden me alert dezer dagen.
Sensaties die ik niet herken en dus niet helemaal kan plaatsen of een waarde toekennen.
Mijn lichaam voelt aan als een leeg vat waar ik geen pijn of emoties in kan benoemen.
Alleen die bevreemdende ervaring van, ja, leeg zijn, anders krijg ik het niet verwoord.

Nu word ik niet snel ongerust wat betreft sensaties in dit voertuig van me. Ik tracht wel opmerkzaam te zijn om veranderingen die meer aandacht vergen dan mijn eigen waakzaamheid snel te bespeuren en indien nodig uit te reiken naar een gepaste extra kijk.
Zo heb ik gisteren aan mijn therapeute laten weten dat ik handvatten mis om in vertrouwen met die bevreemdende ervaringen om te gaan. Ze heeft nog deze week ruimte voorzien om mee te kijken. Mogelijk stuur ik haar al dit bericht door, ter inleiding of zo. Dat laat ik van het moment afhangen.

Ook bij de beoefening van de TRE (Trauma Releasing Exercises) merk ik verschillen op in sensaties. Daar waar meestal vooral mijn bovenbenen aan het trillen gaan, voelde ik de laatste sessies doorheen mijn onderlichaam heel subtiele vibraties, alsof er in heel diepe lagen iets wordt losgemaakt. Ook daar heb ik even telefonische hulp ingeroepen van een TRE-coach om één en ander wat te duiden. En na te gaan of ik misschien extra voorzichtig moet zijn en bijvoorbeeld de trilling korter moet laten duren dan de vooropgestelde tijd.

Ze stelde me gerust, zei dat het inderdaad om dieperliggende lagen ging die losgemaakt worden.
Ik hoef er volgens haar niet per se voorzichtiger mee om te springen.

Maar dat er oude pijnen losgemaakt worden en dat een invloed heeft op mijn algemeen welbevinden, dat is een feit. Daarnaast staat ook de wereld niet stil en moet ook daarop verder gesurfd worden. Ik las net in een boek de raad om niet meer te streven naar stevige verankering maar naar een stevig afgestemd geraken op de verandering en er voeling mee te houden. Om zodoende niet te verstarren of verstikken doordat de verandering je overspoelt.

Dat ik aan mezelf blijf werken en aldus zal geconfronteerd worden met meer ervaringen die bevreemdend zijn, daar ben ik me van bewust en ik ben er niet bang voor. Ik heb al wel wat ervaringen opgedaan, heel pijnlijke en minder pijnlijke. Groeimomenten. Inzichten.
Zolang ik hindernissen zie als uitdagingen komt het mijn leerproces tegoed en behoud ik wellicht een constructieve houding tegenover wat me overkomt.

Ik ben iemand die over het algemeen niet makkelijk uitreikt naar anderen. En ik merk wel dat vaak alleen al de bereidheid ervaren dat iemand mee wil kijken, zij het een vriend, familie of betaalde kracht, een kentering in mijn houding, mijn vertrouwen, kan geven.

Zelf heb ik me net ook gerealiseerd dat het afgelopen jaar best intens voor me was.
Zelfs los van de Corona-golf.
Volgens mij heeft het loslaten van situaties en me telkens ankeren op een nieuw pad, ertoe bijgedragen dat ik mijn systeem heb uitgeput. Wellicht heb ik onvoldoende gerouwd over oude en nieuwe verlieservaringen. Rouw over het doorleefd hebben van moeilijke sensaties en ervaringen. Voldoende tijd te besteden aan de emoties die ermee gepaard gaan. Voldoende in gesprek te gaan met die emoties.

Als dat de les is die ik hieruit moest leren, dan is dat mooi.
Dan heb ik een nieuw instrumentarium om me aan nieuwe uitdagingen te zetten.
Zonder de ervaringen achter me te laten die onvoldoende verteerd zijn.
Met de voeten op mijn surfplank en een rugzak die hanteerbaar is.
Deinend op het water of uitreikend naar een nieuwe golf.

Waar de reis me brengt weet ik niet, ik kan alleen terugkijken op de reis van vandaag, van het afgelopen jaar, van de afgelopen decennia.
Pittig, jawel.
Maar ik schrijf nog.

Als ik het kan, dan ligt het in ieders bereik.
I´m only human.

Hou je!

W(A)arde-vol

Photo by ROBIN WORRALL on Unsplash

Als ik (ik geef het toe: online) opzoek wat de etymologie van het woord ‘definiëren’ is, kom ik het volgende tegen:
ww. ‘betekenis omschrijven, grenzen bepalen’

En als ik de etymologie opzoek van het woord ‘authenticiteit’ kom ik op
‘echtheid’ -> Indonesisch oténsitas ‘oorspronkelijkheid’.

OK. Zucht!
Waar wil ons Fiducia naartoe?

Even doorvoelen.

Ik hou me daar eigenlijk allemaal niet mee bezig, met wie wat in de wereld zet en hoe.
Toch niet bewust. Maar daarnet was ik dus deelgenoot van (of is het ‘aan’?) een webinar waar de woorden ‘veerkracht’, ‘authenticiteit’ en ‘kwetsbaarheid’ , die ik her en der ook vaker zie opduiken… (zal ook wel weer uit China komen of zijn oorsprong vinden in een apartheidsregime als het werken in shiften)…
Enfin, onder andere die drie woorden werden dus zorgvuldig gebruikt en van een definitie voorzien.

Ik had na een tiental minuten mijn camera uitgeschakeld in de zoomsessie, omdat ik eigenlijk door mijn raam naar de kinderen wou kijken die met hun enthousiasme over sneeuw en slee en elkander mijn oren en ogen charmeerden. Maar ik volgde verder de webinar op non-videalistische modus en schreef her en der iets op.
Wenkbrauwfronsels gevolgd door suggesties.

Wat ik ook al vaker in de luttele leiderschaps- en adviseursmiddens-waaraan-ik-al-deelnam heb waargenomen, is dat men allerlei tools hanteert als het over authenticiteit gaat.
Dat wringt een beetje hier, ik kan het niet anders uitdrukken.
Instructie één: ‘wees spontaan’. (Ziedaar de eerste paradox.)

Maar goed, waar zat ik.

Ik nam onder andere waar dat werd gezegd dat je je ‘ook op de werkvloer kwetsbaar moest durven opstellen’. Dat je ‘transparant moet zijn over alles wat je ervaart‘, dat ook.

Ik dacht aan die talloze keren dat ik op vergaderingen wind in mijn darmen had, maar zweeg het stil. Of die keren dat het lange oorhaar van een vergadergenoot me van de vergaderagenda hield of gebrek aan zuurstof me deed verlangen naar buiten. Waar ik persoonlijk enkel in het laatst genoemde geval iets ‘in de groep’ zou gooien. Omdat ik misschien de metaforiaanse kanarie ben in de koolmijn en mogelijk enkele andere vergaderleden ook nood hebben aan zuurstof. Adempauze. Om daarna weer te kunnen focussen.

Waarom zou ik iets in de groep gooien over het oorhaar van een vergadergenoot, als ik er in mijn verbeelding al de verbinding mee was aangegaan vanuit de wind in mijn darmen.
Wie weet begin ik dan plotsklaps een gedicht aan te heffen over de schuimkoppen op zee.
Wie is daar tenslotte bij gebaat, behalve de strooidiensten?

En ineens, via een wel heel grote omweg, doorkruiste het woord ‘fractalen’ mijn gedachten.

Want toen het moment werd aangekondigd om even reacties van de ‘luisteraars’ te verzamelen, ‘omdat dat belangrijk is’, was ik al een paar minuten terug in beeld, unmute-tetterde ik mijn microfoon en gaf aan dat ik weliswaar enkel auditief had geparticipeerd aan de uiteenzetting, maar dat ik een paar suggesties had. En ik formuleerde de keuze aan de ‘boodschappers van deze nieuwe dienstverlening’ dat ik deze suggesties hier en plein public kon geven tenzij ze liever hadden dat ik het op een andere manier deed.

Ik werd vriendelijk verzocht mijn suggesties voor een ander moment te houden.
Heb dan nog even geluisterd naar een vraag van een andere ‘luisteraar’ maar heb dan chatgewijs mijn afscheid ingeluid en de mensen een warme groet en succes toegewenst.

Mensen worden vandaag uitgenodigd hun kwetsbaarheid te tonen.
Moet je je dan als organisatie stoerder voordoen dan je bent?

Hoe ‘echt’ of ‘waardevol’ is ‘authentiek’, als het niet (alom)tegenwoordig is?
En met het oog op charmante herinneringen:
Zout ge als kind liever:

Sleeën in het midden van de straat of
in de patatten (zitten) met uwe Natuur?
Peperduur! (omdat dat rijmt!)

Kind-ly

Photo by Matt Collamer on Unsplash

“Kunt ge in het vervolg iets zeggen in plaats van drie keer te bellen?”
Ik keek om en zag een jongedame ietwat onzeker op haar GSM turen vooraleer ze de bus verliet langs de draaideuren die de chauffeur speciaal voor haar had geactiveerd.
Ik zag het meisje staan dralen buiten net ter hoogte van mijn stoel, haar GSM intussen aan haar oor…

Was ze kort bij haar bestemming?
Of had ze toch een vierde keer moeten bellen…

De bus was inderdaad op korte tijd een paar keer gestopt.
En de buschauffeur stopt(e) wellicht niet graag als niemand de bus op- of afstapt(e).
Ik had niet gekeken, maar ik onderstel dat het zoiets moet zijn geweest.

Ik had wel met de chauffeur te doen. Je kiest een job omdat klantvriendelijkheid het belangrijkste aanwervingscriterium is, je wil je klanten, ongeacht hun achtergrond, op een veilige en aangename manier van halte tot halte brengen…en je wordt dan ineens door een virus waar je zelf niet voor gekozen hebt afgesneden van je reizigers. Met plastic nog wel.
Dat gaat wellicht al eens op je humeur werken. En dan weet je misschien op de duur niet zo goed meer wat dat inhield, klantvriendelijkheid…ik denk maar wat al typend…

Allemaal Ónderstellingen…

En toch…
Enkele haltes verder stopt de bus opnieuw en ik zie een man die heel netjes gekleed gaat ter hoogte van de deuren bij de chauffeur geduldig staan kijken en wachten. Wachten tot de deuren opengingen, onderstel ik. Ik zat klaar om hem teken te doen dat hij achter me moest opstappen, mocht hij mijn kant uitkijken, maar ik onderstel dat de chauffeur me voor was, aangezien de man zich naar de deuren achter me repte en een plaatsje zocht.

In deze ‘wachttijd’ hadden mijn oren nog de woorden ‘As get nu nog ni wet!‘ opgepikt. Maar die woorden had de brave man niet gehoord, omdat hij nog onderweg was van ‘tegen zijn verwachting in’ naar ‘ah, hier is de opstap. Da´s raar…’
Of zo.

Later zou blijken dat hij wellicht in een andere taal dacht…maar daar kom ik nog.

De bus klotste verder.
Tot ik mijn eigen rit besloot af te ronden door te bellen.
Aan de afstap heb ik heel duidelijk en hartelijk ‘dankjewel’ geponeerd in de richting van de chauffeur. Mij had ze veilig van halte naar halte gebracht. Ik ben haar daar dankbaar voor. En tenslotte, het gedicht van Rilke reed mee met mij…dat van die draken en prinsessen en liefde nodig hebben en zo…

‘Excuse me’, hoorde ik zacht achter me.
Diezelfde man van de ‘wet et nog nu nog ni’ was blijkbaar ook afgestapt en stond wat rond te draaien met een papiertje en zijn GSM in de hand. Zijn vraag leek dringend.
Maar aangeziene ik het station wist zijn heb ik hem snel kunnen helpen.
Hij weg. Ik weg.

Voor de avondrit heb ik opnieuw de bus genomen. En ik voelde hoe mijn mondhoeken krulden telkens ik een autobus vanuit de tegenovergestelde richting zag aankomen en zo nonchalant dat handje van de chauffeurs de lucht in ging, al dan niet vanuit hun openstaande raampje. Een kleine begroeting tussen ‘ons’.

We stopten ook aan een halte die ‘grens’ heette.
Bijzonder vond ik dat.
En de bus durfde er zelfs voorbij…

Ook aan deze chauffeur heb ik hardop ‘dankjewel’ gezegd net voor ik afstapte.
Ik werd een beetje vertwijfeld aangestaard door de andere passagiers die afstapten.
Achter het stuur bleef het stil.

Maar dat begrijp ik wel…na een inspanning eventjes jezelf helemaal afsluiten en denken: dat heb ik mooi gedaan! Verstillen nu.

‘In a world where you can be anything, be kind’
Mijn excuses…ik weet niet echt wie bovenstaande woorden op deze manier samenstelde…
Overal waar ik ermee goochelde, kreeg ik ‘unknown’ als antwoord…

Maar mooi zijn ze wel, toch?!
Want is dat niet het enige dat er aan het eind van de rit echt toe doet?!