Boomdansen

Photo by Andriyko Podilnyk on Unsplash

Vandaag heb ik met een boom gedanst. En nadien hebben twee mannelijke deelnemers aan de danssessie hun impressie van mijn dans gebracht. Het was verrassend te zien dat de ene man zich toelegde op het exploreren van de bast en de schors aan ‘zijn’ boom, terwijl de andere man aan ‘mijn’ boom vooral verkende in hoeverre hij de boom kon gebruiken om zijn eigen beweging vorm te geven.

Al langer dan vandaag voel ik de kriebel om eens te boom-knuffelen. Maar de moed ontbreekt me om me in publieke ruimte te verstrengelen met een boom en de eventuele commentaren van passanten te aanhoren.

Daarstraks ben ik eerst op verkenning gegaan naar de structuur van de boom. Heb mijn voorhoofd op de stam gelegd en mijn vingers laten ontdekken wat er te ontdekken viel. Tot mijn ogen een insect spotten en dat voor een tijdje volgden. Ik heb zachtjes geblazen op de boom en tussen de schors. De gladheid gevoeld daar waar de schors was losgekomen, de broosheid gevoeld van de loshangende schors.

Ruwheid, zachtheid, veerkracht.

Ik heb de boom gebruikt als anker. Met mijn voeten vlak tegen de stam, met één hand errond en me dan laten hangen. De boom was niet zo dik, een luttele twaalf centimeter aan doorsnede maar kon mijn gewicht vlotjes dragen. Ik liet me hangen, deinen, voortstappen en rond de boom cirkelen.

Ik ben op de grond gaan zitten met mijn benen rond de stam en mijn handen op de schors en heb daar op dat moment verdriet gevoeld voor wat wij mensen aanrichten in de natuur. Beide mannen hadden overigens geen verdriet gevoeld enkel vertrouwen in hoe veerkrachtig die bomen wel zijn.

Ik ben met mijn rug tegen de stam gaan zitten en heb een geel klein blaadje opgeraapt en op mijn handpalm gelegd. En terwijl ik naar de bewegingen van het blad keek, voelde ik hoe de boom me steunde in mijn rug. Mijn boom. Ik heb op het blad geblazen, zachtjes, mijn handen langzaam verticaal gebracht tot het blad me verliet.

Ik heb een foto van gemaakt van ‘mijn boom’. Om hem en de ervaring te koesteren.

Ik weet niet hoe lang de exploratie heeft geduurd maar het leek behoorlijk lang. Vooraf vroeg ik me af of ik het niet snel beu zou worden, dit samenspel met de natuur, maar neen hoor. Geen enkel moment voelde ik me verveeld of onrustig worden. Ik vond altijd wel iets nieuws om te exploreren.

Wat me doet besluiten meer op blote voeten te leven.
Mijn eigen tuintje is behoorlijk overwoekerd en het streepje gras staat intussen lekker lang. Als ik er mijn kleine grasmachine op loslaat loopt hij gegarandeerd weer vast elke meter en moet ik de messen elke meter weer vrije ruimte geven.

Misschien moet ik mijn tuin maar een beetje verwilderd laten en enkel daar actie ondernemen waar de harmonie verstoord wordt. En hup, met mijn blote voeten het gras in. Elke dag. Nat of droog. Sneeuw?! Waarom ook niet…

Ik herinner me zo hoe ik mijn oudste dochter als uk van een maand of acht gewoon op een groot deken in de tuin kon zetten en bij wijze van spreken zo achterlaten. Ze kwam niet van het deken omdat het gras aan haar beentjes kriebelde en ze daar angstig van werd. Twee vierkante meter tuingenot.

Langs de andere kant was het gegeven dat ze de vliegende mieren die haar gezelschap kwamen houden op het deken opat, niet zo voedend meer. Of net wel,…ik weet niet hoe het zit met de voedingswaarde van vliegende mieren…

Ja, ik heb dus vandaag met een boom gedanst en dat voelde helemaal naturel.
Keigelukkig word ik daarvan 🙂

Mijn duifje

Photo by 卡晨 on Unsplash

Ze landde op nog geen meter van ons verwijderd. Wij zaten daar maar wat te keuvelen op mijn koertje. Een hernieuwde verbinding waar het lijntje al zo´n achtendertig jaar geleden werd gelegd.
‘Ze is op zoek naar water’, zei C. waarop hij prompt wat water uit zijn glas op de grond kapte en de reactie van de duif nauwlettend gadesloeg.

Mevrouw duif had het naar haar zin, liep heen en weer. Steeds dichter ook. Maar ze ging niet naar het water.
Ik besloot haar uit te dagen en posteerde mijn bijna volle glas water op de grond. Mevrouw duif liep heen en weer. Ze was van het soort wit dat ik nog niet eerder tegenkwam in duif op mijn koertje. Een kleine donkere waaier aan glanzende tinten in haar nek.
Ze liep heen en weer, steeds dichter naar het glas. Maar drinken deed ze niet. Durfde ze niet?!
Tot ze luttele tellen later stijl omhoog haar weg vervloog tot bovenop de aanpalende muur.

‘Een vredesduif’, zei ik.
Ze gaf ons een moment om ons te verwonderen.
Zij vormde de inspiratie tot dit schrijven. Dankbaar voor haar verschijning.

Danku, mijn duifje!
Ach kijk, nu klinkt ik zelf als een opa die zijn liefde voor mevrouw nog voelt borrelen.
Ook in het grappige en ontroerende prentenboek ‘mijn opa is een boom’ van Kim Crabeels en Ingrid Godon wordt ‘mijn duifje’ aangehaald, naast andere gekke vogels.

Al dat vreemde gevederte, een boeiende materie …

Ver-ant-woord

Photo by Mike Perrotta on Unsplash

Ze stonden aan de overkant van de straat. Klaprozen en wat leek op een grotere vorm van madeliefjes. Even overwoog ik om een foto te nemen met mijn smartphone, maar ik besloot het zo te laten. Het rood opgelichte fietsje aan mijn oversteekplaats stond immers al een tijdje alert zodat het prutsen met smartphone wellicht zou interveniëren met het groene fietsertje dat weldra kwam aandraven. De afstand was wellicht ook te groot om een degelijke foto te krijgen.

Ik kon natuurlijk ook het mooie bloemenveldje van naderbij gaan bekijken, van mijn route afwijken. Maar heb ook dat niet gedaan. De verwondering bleef in het moment. Zoals de meeste ervaringen, die her of der wel een opkikker krijgen via een associatie op een onbewaakt moment. Als vanuit het niets komt een beeld weer voor het geestesoog verschijnen. Eventueel vergezeld van een emotie.

Daarstraks heb ik wel een foto genomen van kleine paarse bloemetjes die zich uit een muur leken te murwen. Mijn zus vertelde me dat er een app bestaat die je zegt over welk bloemetje het gaat als je er de foto aan geeft. Ik weet niet hoe die app heet. En ik zoek het ook niet op. Niet alles hoeft een naam. Het bloemetje was niet symmetrisch. Het leek op een bepaalde manier op een konijntje met dikke wangen met de twee oortjes ferm de lucht in. Misschien heet het wel ‘konijnenkruid’.

Hoe zou het zijn om dingen opnieuw te gaan benoemen, los van de naam die ze al hebben? Eventueel om als pseudoniem te gebruiken tijdens het gevecht om weer de overhand te krijgen als natuur…Rainbow-Warrior-kruid, ik zeg maar wat.

Vergeet-me-nietjes. Wie heeft ooit dat bloemetje zo genoemd? Omdat ze in de schaduw te vinden/vergeten zijn? Laatst ging ik wandelen met een vriend en toen ik hem wees op vergeet-me-nietjes trok hij er prompt eentje uit en gaf het me. Ik pruttelde tegen. Dat is niet de bedoeling natuurlijk. Dat die bloempjes maar mooi blijven staan waar ze staan. Ze zijn nog zo schoon.
Van mij mogen ze ‘zie-me-hier-staantjes’ heten. Of ‘wij-wagen-ons-hier-stilletjes’.

Welaan, ziedaar komt ineens een associatie op mijn pad. Hoe ik als kind met mijn grootouders naar hun caravan in de Ardennen trok en samen met mijn grootmoeder in het bos op zoek ging naar meiklokjes. Ze bracht er ook geregeld mee na hun weekendjes Ardennen. Ze geuren zo lekker, …
Een bosje op tafel. En dan van de meiklokjes associeer ik naar de meikevers die langs het terras zoemden van het appartement waar ik als kind woonde. Ik zie ze niet meer.

Mijn pa had trouwens zowel als kind als op oudere leeftijd de gewoonte om insecten en kevers die hij ving in luciferdoosjes te stoppen. Waar mijn grootmoeder dan geregeld bijna een aanval kreeg als ze een lucifer wou nemen. Ik heb ooit een spreekbeurt gemaakt over spinnen. En mijn pa had een dikke huisspin voor me gevangen als didactisch materiaal. Ze zat in een plastic doosje, goed vastgeplakt om geen ongelukken te krijgen in mijn boekentas.

Ik ben na wat uitgestelde lessen aan mijn leerkracht Nederlands gaan vragen of ik ‘alsjeblieft nu’ mijn spreekbeurt mocht houden, ‘anders is mijn spin dood.’ Het mocht. Onverantwoord wat het beestje betreft, achteraf beschouwd. Ik heb wel goed gescoord. Zowel bij de medeleerlingen als in punten.

Wat is ver-ant-woord?

Voeding

Photo by Pushpak Dsilva on Unsplash

Liever nog was ik oogstaandeelhouder gebleven van een CSA boerderij (Community Supported Agriculture). Om zelf te oogsten wat ik wil eten aan biologisch geteelde groenten en fruit. Maar de afstand en mijn (vaak) beperkte fysieke energie doen me nu besluiten te kiezen voor een initiatief dat voor mij meer kans op duurzaamheid kent.

Zo heb ik me geabonneerd op een biologisch geteeld groenten- en fruitpakket dat ik op een bepaalde weekdag oppik in een afhaalpunt in de buurt. Ik weet niet vooraf wat er in het pakket zal zitten. Het aanbod volgt wat Moeder Natuur te bieden heeft op dat moment. Groenten die aangekondigd werden maar nog niet rijp zijn voor oogst worden niet alsnog geoogst maar vervangen door iets anders. Zo surf je mee op het ritme van de natuur.

Hier komt dan wel de tussenstap van het oogsten en in bakken aanbieden op een bepaald tijdstip bij in het takenpakket van de initiatiefnemer, waar deze tussenstap bij een CSA boerderij wordt overgeslagen.

Bovendien maakt ook het feit dat je ‘oogstaandeelhouder’ bent bij de zelfoogst-oplossing dat je een stem hebt in de coöperatie en verdere uitbouw ervan.

Maar goed. Dit systeem van groenten- en fruitpakket werkt nu voor me, ik ben er tevreden over.
Het is alleszins heel anders dan vooraf een gerechtenlijst uitvinden en naar de supermarkt gaan voor groenten en fruit. Al dan niet biologisch geteeld.
Wat zit er eigenlijk allemaal in een winkelprijs?
In een groentenpakket-prijs?
In de dagprijs voor zelfoogst?

Verduurzamen wil ik.
Eén stap per keer…
Een voor mij haalbare stap. Op maat dus van mijn mogelijkheden.

Zelf heb ik ook enkele zaailingen nu, die ik weldra zal uitplanten. Het leek erop dat de pompoen en rabarber geen zin hadden om te kiemen, de rucola was snel tevoorschijn gekomen. Maar intussen heb ik in elk turfpotje wat opbrengst die verdere zorg en aandacht en een volgende fase verdient.

Dit is nog een zoeken voor me. Ik zet slechts mijn eerste stappen op bet vlak van moestuinieren.
Jammer toch, dat dat soort kennis niet meer overal van generatie op generatie wordt doorgegeven.

Ook daarom was ik aangesloten bij een CSA boerderij, om zelf te leren van wat ik er allemaal tegenkwam aan niet-exotische groenten allerhande. Hoe ik precies moest oogsten ook, zonder schade aan te brengen.

Maar goed.

Misschien, als ik werk maak van mijn conditie, vind ik alsnog de weg naar de boerderij.
Al zou ik het naar de boerderij fietsen ook als werken aan mijn conditie kunnen zien, zo deed ik het tevoren eigenlijk, … maar het werkte niet.
Onvoldoende discipline in het inzetten op beweging die de conditie ten goede komt. Ik schreef er al eerder over en sindsdien is  beweging nog steeds niet systematisch in mijn wekelijkse planning opgenomen. Shame on me.

Tut -tut, niet te streng voor jezelf, Fiducia!
De afgelopen sombere periode was heel hardnekkig en die ben je pas te boven gekomen. Rome is ook niet in één dag gebouwd heb ik horen zeggen. Al hoor in het in Keulen ook niet altijd donderen, hoewel dat ook wordt verteld.

Wat moet je nog geloven vandaag?
Dat biologisch geteelde groenten en fruit veel rijker is aan smaak?
Dat er meer groenten kunnen aarden in ‘onze grond’ dan wat in de supermarkt te vinden is?

Ik zeg vaak, ik betaal liever wat meer voor een product en eet er minder van, dan me dagelijks te vullen met eten dat geen smaak heeft. Toch?!

Ik herinner me dat er in het ziekenhuis op de koelkast in de kamer een sticker plakte met de boodschap ‘geen bederfbare voeding’.
Een rare uitspraak vond ik dat. Tot wanneer is voeding nog voeding?

In datzelfde ziekenhuis heb ik ook een foto gemaakt van een heel omvangrijke brownie die ik op mijn plateau vond voor de avondmaaltijd. Ik stuurde de foto door naar een vriend met de boodschap: ‘klantenbinding in een universitair ziekenhuis: volgende afspraak op de diabetesafdeling…’

Wie geeft vandaag het voorbeeld op het vlak van voeding,
walks the talk
values (the) difference?

Wie definieert wat ‘voeding’ is?
Voor lichaam. Voor geest. Voor persoonlijke interacties.

Queue-Bit

Photo by Steve Johnson on Unsplash

Stel dat ik zo lang mogelijk in een status wil zijn van ondefinieerbaarheid, van fluïditeit bij wijze van spreken. Niet rechts niet links maar superdivers, niet rood niet geel maar een multidisciplinaire regenboog en niet goed of kwaad maar een yin-yang golfbeweging tussen geven en nemen.

Ego en Eco van submicro tot meta. Wow..
Ofzo-iets, uitdehaard.

Van alles een beetje.
Vanalles een bitje.
En naargelang de omstandigheden een beetje meer van ditje dan van datje.

Stel dat het niet te voorspellen valt wat ik zal doen als volgende actie.
In welke omstandigheden zou dat dan het beste lukken?

Als ik me afzonder en stilte opzoek?
Als ik onderzoek wat prikkels met me doen doen?
Een derde vraag ontbreekt me even. Maar dat is geen verrassing wellicht.
Onder welke omstandigheden kunnen mensen hun fluïditeit bewaren of doen toenemen?
Hun bipolaire of pentalaire denken en voelen wat verzachten?

Laat het me tolerantieniveau noemen. Want hoe toleranter de mens, hoe flexibeler inzetbaar in verschillende contexten.
Toch?!
Of maak ik hier een denkfout?

Als je oordeelt zet je iemand vast in een hokje.
En het is heel moeilijk om die daar weer uit te krijgen.
Mensen zetten graag in hokjes.
Mensen spreken graag in de context van hokjes.
Des mensens, ook voorspelbaar wellicht. Een algoritme later…

Ik heb ergens gelezen dat voor quantum computing het noodzakelijk is dat de qubits, de quantum bits zeg maar, zo lang mogelijk in ‘ondefinieerbare toestand’ moeten blijven. Omdat dan de operaties die ermee verricht worden het meest betrouwbaar zijn en er ook veel meer operaties op mogelijk zijn. Ik schrijf op her-innering en een beetje Hartificieel, dus ik kan me vergissen. Alleszins, als de qubits deze ‘coherentietijd’ overschrijden en terugvallen op een polaire status als nul of één, valt er minder mee te doen.
Zijn ze als het ware ‘nutte-lozers’.

Moet ik dan blij zijn met mijn diagnose van bipolaire stoornis?
Of moet ik dan concluderen dat ik schizofrenie heb en veel meer traceerbare fluïde- statussen doorleef dan goed of kwaad, naargelang de context?
Of ben ik gewoon – een beetje vreemd? Das wel heel simpel Natuurlijk.
Dat zal wel niet kunnen. Of niet wel, al naargelangs.

Wat zijn goed en kwaad in de ogen van je dierbaren?
En wat zijn goed of kwaad in een leercontext?
En waar liggen de verbindingspunten tussen goed en kwaad om weer een zee aan mogelijkheden te creëren?

Nog even en straks loopt iedereen in het gareel. Stel u voor.
A Brave New World,
Weer Wat Wonderbaars.

Artificial Intelligence v16.3.21

Photo by Markus Winkler on Unsplash

Ik vroeg het me al eerder af. Hoe dat zit met artificiële intelligentie (AI) en of dat allemaal wel goedkomt als voortschrijdend inzicht de intelligentie doet toenemen.

AI is immers geprogrammeerd door mensen en als de onderliggende waarden van die mensen niet ‘oer-degelijk’ of ‘universeel’ zijn, is wat op de voorgrond treedt bij opeenvolgende iteraties van de intelligentie misschien helemaal niet zo proper meer.
Mijn waarden zijn niet noodzakelijk uw waarden, die van uw ziekenhuis/high-tech bedrijf of die van een superdiverse samenleving.

Maar nog…stel dat het brein van een mens kan worden in kaart gebracht en dat men ontdekt waar zogenaamde ‘fouten’ zitten in de constructie. Op het systeem ‘mens’ zit dus een fout. Ik zeg maar wat, bijvoorbeeld een persoon met de ziekte van Parkinson. Dan kan misschien met een beetje programmatuur aan energiefrequenties op de juiste plek in de hersenen gezorgd worden dat die Parkinson niet zoveel impact meer heeft in het leven van de zieke.
Misschien moet je daarvoor ‘als patiënt’ zelfs niet uit je douche komen.
Gewoon een beetje geduld oefenen en goed afdrogen.

Mooie intentie.
Vanaf dan wordt de persoon een beetje een cyborg, denk ik dan.
Een Natuurlijk Object met een vleugje Artificialiteit.
Maar zeker ben ik niet…

Maar met de Natuur van een mens weet je nooit wat er vanaf dan gebeurt.
Wat als die codering gaat interageren met andere ‘Natuurlijke’ onderdelen in het lichaam en bijvoorbeeld de tremor van de Parkinson overgaat in verstarring van ledematen.
Of zintuiglijke ervaringen veranderen en je bijvoorbeeld niet meer kan ruiken.
Hoe los je dat dan op?

Ga je dan nieuwe programmatuur loslaten op het brein of het geheel formatteren of een upgrade ‘installeren’ van de oude programmatie?
Als een middel om de nevenwerkingen van een eerder middel teniet te doen.
(Waar heb ik dat nog gehoord?)
En hoeveel iteraties zijn hiervoor dan nodig en hoeveel ‘mens’ is onze ‘cyborg’ dan nog?

Stel dat die cyborg dan, ik zeg maar wat, de autostrade oversteekt en een ongeluk veroorzaakt.
Welke verzekering moet hij/zij/het dan aanspreken?
En wie is aansprakelijk voor het ongeval?
Het object of de installateur van de programmatuur of de overhead?

En zijn mensenrechten trouwens ook toepasbaar op cyborgs?

En tenslotte, hoeveel ‘foefkes’ moet je nog bovenhalen om te zeggen dat je toch liever terug de parkinson zou dragen, liever Natuur bent dan Artificieel?
Meer nog, kan je dan nog terug?
Zoja naar welke leef-tijd?
En hoe is je verhouding tot het klimaat dan?
En valt je spirituele ontwikkeling dan ook weg?

#dathetallemaalnisimpelis

Het onderonsje

Photo by Sierra Narvaeth on Unsplash

Egel leefde achteraan in de grote tuin in een nest dat goed verscholen lag. Hij had het er best naar zijn zin. Overdag deed hij na elke maaltijd een dutje en ´s avonds genoot hij van een beetje televisie kijken. Daar tussenin had hij zijn handen vol met boodschappen doen en zijn huis netjes houden. Hij deed alles rustig aan, zoals het een egel betaamt.
Voor vanmiddag hadden ze aangenaam weer voorspeld dus leek het Egel een goed idee om een ommetje te maken. Hij zou naar de bakker lopen en zich een vieruurtje aanschaffen. Zijn vriend Ekster had hij al een paar dagen niet gezien, maar Egel had een sterk voorgevoel dat die vandaag even zou binnenspringen.
 
Ekster was een beetje gierig van aard, bracht zelf nooit een hapje mee maar Egel vond dat niet erg. Hij genoot van het gezelschap van Ekster en zou voor hem dus ook iets uitkiezen bij de bakker. Egel wist dat zijn vriend dol was op tompoesjes. Welk taartje Egel voor zichzelf zou uitkiezen wist hij nog niet. Hij zou zich wel laten verrassen bij de bakker.
Egel zag het helemaal zitten. Hij zette zijn stekels op, sloot de voordeur en vertrok.
 
Egel zette altijd zijn stekels op als hij het huis uit ging. De andere dieren uit de buurt waren erg nieuwsgierig en met zijn stekels hield hij hen een beetje op afstand.
“Laat ze maar loeren en roddelen” dacht hij “zolang ik het niet moet horen vind ik het allemaal oké. “
De afstand tot de bakker was ongeveer vijfhonderd meter. Over een uurtje ongeveer zou hij er zijn.
 
Ekster woonde enkele kilometers  verderop. Hoewel hij al een respectabele leeftijd had, zat hij nog goed in de veren en vliegen, landen en lopen kon hij nog als de beste. Opstijgen lukte daarentegen steeds minder goed. Hij had de energie niet meer en om die reden kwam hij nog amper buiten. Zijn dochter bracht hem elke dag te eten en er kwam iemand van de thuishulp om zijn nest netjes te houden. Maar vandaag wou hij er tussenuit. Hij zou zijn trouwe vriend Egel nog eens een bezoekje brengen.
 
Ekster wou graag een hapje meenemen, maar aangezien hij dat amper kon dragen, laat staan mee torsen als hij zich afzet, zou hij gewoon zichzelf aandienen bij Egel in de hoop dat deze dat niet erg vond. Ekster liep tot aan het einde van de tak waarop zijn nest rustte, zakte door zijn poten en duwde zich af met alle kracht die hij in zich had. Een windvlaag verraste hem echter waardoor hij tegen de tak terug geduwd werd en hij onmenselijke kracht moest zetten op zijn vleugels om niet te pletter te storten. Het was gelukt, hij vloog. Maar de tranen stonden hem in de ogen en zijn vleugels deden pijn. Hij vloog op automatische piloot en intussen piekerde hij. Hoe moest het nu verder, als hij straks niet eens meer buiten kon voor een bezoekje aan zijn enige vriend.
 
Toen Ekster bij het hol van Egel arriveerde was deze nog onderweg naar huis. Ekster stond een beetje rond te draaien aan de voordeur en kraste “Egel…Egel!!”.
Geen reactie. Hij besloot te wachten en intussen wat op adem te komen. Hij voelde zich nog steeds erg somber.
 
Egel was opgetogen. De bakker had nog een tompoes in huis gehad en voor zichzelf had egel een carré confituur gekocht. Hij droeg het pakketje achter zich aan in zijn winkelkarretje. Deze hing met een snelbinder aan de vijfenzestigste stekel bovenop zijn rug, van aan zijn achterste te tellen. Die bewuste stekel stond verticaal en was het sterkst. Toen Egel zijn huisje naderde zag hij in de verte zijn vriend staan.
“Hé Ekster” riep hij “ik ben blij dat je er bent. Ik heb taartjes gekocht.”
Ekster keek hem met droevige ogen aan maar perste toch een glimlach uit zijn snavel. Hij riep echter niets terug.
 
Egel was niet van gisteren. Hij besefte dat Ekster moeite had met zijn leeftijd, dat hij niet meer goed kon opstijgen en dat hij daardoor vaak bedroefd was. Maar van een vieruurtje zou hij zeker opknappen.
 
Het onderonsje verliep in stilte. Ekster at zijn tompoes en Egel genoot van zijn carré confituur. Ze nipten af en toe van hun thee maar keken elkaar bewust niet aan. De stekels van Egel waren inmiddels weer plat en het winkelkarretje had hij netjes opgeborgen in de berging.
 
“Weet je”, sprak Egel “als je wil voer ik je naar huis met mijn karretje”.
Ekster keek op. “Zou je dat echt voor me doen?” vroeg hij.
“Tuurlijk, ik meen toch altijd wat ik zeg.” 
“Je bent zo lief voor me. Je koopt altijd wat lekkers voor me en ik kan je niets teruggeven”.
“Onzin” sprak Egel. “Je komt bij me op bezoek. En jij bent de enige die dat doet. En ik weet dat je het moeilijk hebt en toch zeur je niet. Ik vind jou een moedige man Ekster. En ik breng je met alle plezier naar huis.”
 
En zo kwam het dat die dinsdag in september een egel vijf kilometer aflegde met achter zich een ekster in zijn winkelkarretje. Met een snelbinder aan de vijfenzestigste stekel vastgebonden.
 
Hoe Ekster uiteindelijk in zijn nest is geraakt weet niemand. Dat blijft het geheim van de twee goede vrienden.

Neergekribbeld op 3 augustus 2012

Voetnoot: ut!

En ook: blijkbaar heeft een volwassen egel 8000 stekels die zijn samengesteld net als mensenhaar, met keratine in. Toen mijn huisgenoot dat na het middageten voorlas uit zijn kersverse natuur-dagkalender, vroeg ik me ineens (heel stilletjes) af…mmmh…keratine…is dat niet de brandstof van vliegtuigen?

Hij las ook voor dat mensen tegenwoordig vogels voeren met pindakaas. Daar moesten we eigenlijk allebei om lachen.
Maar ik lachte niet meer toen hij las dat het zout dat in de meeste pindakaas zit niet goed is voor de vogels…

Want…

De sneeuw blijft nog altijd flink liggen….ondanks het zout dat gestrooid is…
Mmmh…even tweeteren:
tw-eat!: Vanavond allemaal terug vogelballeneten!

Wolven

Photo by Marc-Olivier Jodoin on Unsplash

Het is me al opgevallen dat veel mensen tegenwoordig een tatoeage hebben. De ene al kunstiger dan de andere.

Een week geleden zat ik op het binnenterras van een taverne toen de serveuse mijn drankje kwam brengen. Haar linker onderarm viel me meteen op. Er stond een kop van een wolf op, zo mooi en fijn getatoeëerd dat de ogen leken te spreken. De woorden vielen dan ook uit mijn mond:
‘Wat een mooie wolf staat er op je arm getatoeëerd.’
‘Dankjewel’ zei ze.

Over het algemeen vind ik tatoeages maar niks.
Alsof ons vlees en bloed an sich niet voldoende is om een identiteit te vormen.
Deze wolf vond ik bijzonder.
Misschien omdat ik ook zopas voor de tweede maal in mijn leven het boek ‘De wolvenlus’ van Nicholas Evans heb gelezen. Met plezier en leeshonger.
Ik heb het boek thuis. Ik las het jaren geleden omdat ik dat andere boek ‘De paardenfluisteraar’ zo mooi vond en wou exploreren wat de schrijver nog meer had neergepend.
‘De rookspringer’
heb ik ook thuis. Ook gelezen, maar wel jaren geleden.

Wolven. Ze spreken wel tot de verbeelding. Hoe ze huilen. Hun relatie met de maan. Met indianen.

Wolven duiken hier weer op en boezemen zowel angst als ontzag in.

In roedels heeft het alfapaar de leiding. Ik lees op www.zoogdiervereniging.nl: ‘De leider van de roedel is het alfamannetje. Daarna is het alfavrouwtje het belangrijkst. Meestal zijn zij ook de enige in de roedel die jongen krijgen.’

En kijk…zit ik wat te surfen en kom ik op de site van jobat.be terecht. Een artikel met de titel: ‘Wanneer ben je een alfaman/-vrouw?‘  Want precies zij zouden eerder leidinggevende types zijn. Een lijst van dertig uitspraken moet uitsluitsel geven.

‘Wolven huilen om met elkaar te communiceren over lange afstanden. Het oergeluid kan je tot kilometers ver horen! Een andere reden waarom wolven het wel eens op een huilen zetten, is het informeren van nabije roedels over de territoriumgrenzen.’
Die wijsheid las ik op www.onzenatuur.be

En dan heb je dat mooie verhaal over die twee wolven.
Ik verwijs je hiervoor door naar de site met duiding:
http://www.gestolengrootmoeder.nl/wordpress/twee-wolven-wonen-in-mijn-hart/

Een snoepje voor wie ook van verhalen in/en hun oorsprong houdt…
Enjoy!

Moeder (w)aarde

Photo by Suhyeon Choi on Unsplash

Ik ben een moeder. Maar ik ben niet moeder aarde.

Wat zou ik in haar plaats doen, onder de huidige omstandigheden?
Hoe zou ik nog mijn liefde tonen aan alles wat in mijn schoot is gegroeid?
Het licht en haar schaduwkanten.
De duisternis en haar lichtpuntjes.
Het groen en haar ingrepen.
De ingrijpende gebeurtenissen en hun naweeën.

Een moeder moet ogen op haar rug hebben en een olifantenhuid. Niet persoonlijk nemen wat ze, vooral in de pubertijd van haar kroost, naar haar hoofd geslingerd krijgt. Geduld tonen waar een woedeuitbarsting een eenvoudigere reactie is.

Moeder (w)aarde.
Zou Fiducia daarnaar streven?
Van een moeder (w)aarde te worden?
Maar welke waarde dan? Is er een waarde die boven het maaiveld uitsteekt op het meest duurzame land?

Laat die waarde dan liefde heten. Dat woord omvat veel en is niet eenduidig te omschrijven.
Wat voor de één liefde heet, heet voor de ander beklemming.
Laat liefde vrijheid geven en koesteren waar nodig. Liefde als antwoord op angst.

Geen gedrag is vreemd als je de context in rekening brengt. Ook deze spreuk heeft haar plek in dit verhaal. Het gedrag dat voortvloeit uit angst is immers niet in één woord te omvatten. Kan verschillende richtingen uitgaan.
Liefde en angst als tegenpolen. Gedrag zelf kiezen vanuit een bewust-zijn, vanuit welke pool je ook vertrekt.

Alleszins heb ik zelf al gemerkt dat je zelfs bij angst de keuze hebt om je hart te verzachten en liefde te leven.
Eenvoudig is het niet. Maar verzachten doet het wel.

Rest me een brief te schrijven om verduidelijking te vragen.

Waarde aarde,

Wat heeft u nodig om het moederschap vol te houden?
Wat kan ik daarbij voor u betekenen?
Hoe kunnen wij moeders ons verbinden in waarden?

Veel liefs,
Fiducia

PS: ik draag met u mee

Stemtechniek

De natuur zit vol wonderen.
En net als je denkt dat je uniek bent, komt deze vreemde vogel aandraven.
Kijken tot het einde. Ga ik dadelijk ook nog eens doen 🙂