Lorgnet

Photo by Bud Helisson on Unsplash

het duister wil niet wijken
ik geraak flink op de dool
een bril is aanbevolen
een lorgnet, ietwat frivool

met het handvat in mijn foute hand
kan ik de tijd doen keren
zo word ik wellicht weer bestand
tegen diep donk’re zeren

Verankeren

Photo by Gabriel Rodrigues on Unsplash

Dit keer heb ik het durven vragen.

Ik was pas vertrokken met de fiets toen ik haar de voordeur uit zag stappen. Een stoffer in de hand, een blik op de rij auto´s aan de overkant van de straat. We groetten elkaar, zoals we altijd doen. Soms aangevuld met een heen en weer babbeltje.

Ik hield even verderop stil.

We zaten vroeger in de middelbare school in dezelfde turnkring. Zij bij de juffers, ik bij de wedstrijdturners al nam ik ook meestal deel aan de lessen van de juffers. We hadden toen geen nauwe band. Het moet ergens 2005 geweest zijn toen ik haar voor het eerst weer tegenkwam op een perron in Brussel Noord. Beide wachtend op dezelfde trein richting Jette om er te gaan werken.

Destijds en ook nadien vroeg ik het niet maar dit keer stopte ik dus en stelde de vraag ‘mag ik nu eens wat vragen, klopt het dat jij Kathleen heet?’.
‘Neen, Marleen’, zei ze, ‘maar iedereen noemt me Leentje.’
Oef, dan zat ik er niet ver naast.

Ik had het destijds niet durven vragen omdat zij duidelijk mijn naam wel kende. Wat me nog al wel is opgevallen bij andere mensen die ik ‘van gezicht ken’ uit de turnkring. Wedstrijdturners staan nu eenmaal wat meer individueel in de kijker dan iemand die in de afdelingen turnt. Ik had het niet durven vragen toen ik haar zeventien jaar geleden weer ontmoette. Dom eigenlijk.
En na al die jaren en korte fijne babbels die volgden, durfde ik het zeker niet meer te vragen, hoewel de vraag telkens aan mijn bewustzijn wriemelde.

Maar ze stond dus met een stoffer in de hand op de stoep. Ik maakte er een grapje over.
‘Ja, ik was net bezig de deur af te stoffen toen ik me afvroeg of ik de deuren van de wagen wel had afgesloten daarstraks.
Waarop ze de daad bij het woord voegde en even met uitgestrekte arm en een klik op de juiste knop in gesprek ging met haar wagen.
Hij pinkte terug. Afgesloten.

‘Ga je maar lekker ontspannen’ zei ze nog, nadat ik haar had verteld waar ik naar op weg was.
Dat heb ik dan maar gedaan.
Een beetje minder onzeker nu dan bij al die vorige ontmoetingen, omdat haar naam nu wel verankerd zit.

Dom eigenlijk, om het ongemak zo lang te laten voortduren…

Rijexamen

Photo by Alexander Schimmeck on Unsplash

‘Juffrouw, naar rechts.’
‘Jaja’, zei ik opnieuw, en bleef intussen geduldig naar links pinken en uitkijken of de straat vrij was om linksaf te slaan.
Achteraf zei mijn grootvader ‘ik wist het, maar je had gezegd dat ik niets mocht zeggen.’

Maar ik ben uiteindelijk wel rechtsaf gegaan en was uiteindelijk ook voor het rijexamen geslaagd. Van de eerste keer. Hoewel ik ook even benauwd kreeg bij het begin van het traject op de straat, waar er een helling was net voor het verkeerslicht. Even de handrem opgezet en vlot opnieuw vertrokken, zorgend dat ik de baan vrijmaakte en daarmee de knoop op het kruispunt wat lichter maakte. Oef.

Ook bij de manoeuvres was ik even bang dat ik in de fout ging. Eerst moest ik achterin rechts in een parkeerplaats rijden. Daar had ik mijn raampje even naar beneden geschoven om ook even buiten de wagen te kijken. Waarvan mijn grootvader achteraf aangaf dat hij het koud had gehad bij mijn trip op de openbare weg, ‘maja, ik mocht niets zeggen.’

Ik was veel te bewust bezig met trachten geen fouten te maken waardoor ik niet doorhad dat ik mijn raampje nog niet had dichtgedraaid voor ik de straat opging. Waar ik dacht dat het examen eraan ging was bij het vooruit links in een parkeerplaats draaien. Ik moest het in twee stappen doen, maar blijkbaar was dat toegestaan.

Dat ‘ik mocht niets zeggen’ had trouwens een reden. Ik had mijn grootvader ingewreven dat hij tijdens het examen alleszins niet mocht zeggen of de baan vrij was om af te draaien. Bij het oefenen leunde hij vanop de passagiersstoel altijd helemaal naar voren om rechts te kijken of de baan vrij was om links af te slaan. Ik vond dat irritant, maar hij leerde het niet af. Deed het wellicht om goed te doen. Maar ik onderstelde dat de examinator het niet fijn zou vinden als mijn grootvader aanwijzingen gaf. Alleszins, manoeuvres en openbare weg, ik was dus geslaagd.

Dat aan het stuur zitten gebruiken ze ook om ACT (Acceptance and Commitment Therapy) uit te leggen. De metafoor beschrijft jou als chauffeur van je bus, van je leven, en verschillende ‘mensen/monsters’ stappen achterin op. Ze stellen gedachten, gevoelens en gewaarwordingen voor. Het is dan kunst om aan het stuur te blijven en de passagiers te ‘aanvaarden’ (acceptance) op je bus. Hen te negeren als ze veel lawaai maken en je te blijven focussen op de weg die jij uit wil gaan, volgens de waarden die je wil leven. Je niet te laten sturen door de aanwijzingen of gemopper van de passagiers op je bus. Dit vind ik wel een duidelijk filmpje over ACT: https://www.youtube.com/watch?v=ScwXgqO_d7Y

Al zijn er ook filmpjes te vinden met de bus als metafoor.

Misschien is het als chauffeur van je eigen leven ook wel interessant om de venster al eens open te zetten. Een frisse wind te laten waaien in de bus. Ook goed voor je medereizigers in tijden van Corona. Maar of het altijd zo aangewezen is om je te ‘committen’ tot je weg en je waarden en niet naar de stemmetjes van je passagiers te luisteren, weet ik niet zo goed. Ik denk inmiddels dat je er beter met mildheid naar kijkt en tracht te begrijpen wat ze willen vertellen. Welke behoefte er achter zit dat ze zo hardnekkig aandacht blijven vragen. Dat je ook als chauffeur van je bus (die je leven is) tenminste luistert naar je passagiers. Hen negeren zou wel eens een averechts effect kunnen hebben. Ze zouden harder kunnen gaan roepen waardoor je concentratie in het gevaar komt.

Dat doet me dan weer denken aan het gedicht van Rainer Maria Rilke over draken en prinsessen. Hoe de draken in ons leven misschien prinsessen zijn die er in angst en beven slechts naar haken ons eenmaal dapper en schoon te zien ontwaken.

Het volledig gedicht plaatste ik in mijn blogbericht van 28 november 2020: https://fiduciacaro.be/2020-11-28/begrip/

Raampjes en deuren open, af en toe een nieuwe wind en wat beweging brengen onder en in de passagiers. De energie die je meedraagt omvormen zeg maar.

Bestaan daar rijexamens voor?
Of bewustzijnsexamens…

Vrijheid

Photo by Lek Nikto on Unsplash

Ik was er niet goed van.
Daar zat ik op een bankje op de Korenmarkt in Gent, wachtend op een vriendin. Op de bank naast me kwam een jonge vrouw zitten. En even later, tussen ons tweetjes in, een andere jonge vrouw.

Opeens hoor ik de eerste vrouw iets zeggen in de trant van ‘waarom draag jij een hoofddoek? Het is toch niet normaal. Niemand hier bij ons draagt een hoofddoek, waarom jullie wel?’ Het meisje naast me antwoordde ‘laat me met rust alsjeblieft.’
‘Ik wil je helpen’, zei de eerste jongedame, ‘moet jij een hoofddoek dragen van je ouders? Waarom draag je die niet gewoon thuis en doe je die hier op straat af. Dat is toch lelijk. En hoe doe je dat met dat mondmasker?’

Ik boog me voorover en zei tot de eerste dame ‘mevrouw alsjeblieft!’

Opeens trekt de jongedame naast me haar hoofd naar mijn kant en zegt ‘blijf van me af alsjeblieft’ terwijl ze haar hoofddoek wegtrekt.
Als je wil kan je je aan de andere kant van mij zetten’ zei ik tegen haar. Waarop de jongedame met hoofddoek opstaat en aan mijn linkerkant komt zitten.

De eerste jonge vrouw ging verder ‘mogen we hier nu niet vrij over spreken? Mag je nu geen vragen meer stellen?’ Ik antwoordde geagiteerd iets in de trant van ‘daar gaat het niet om. Jij raakt haar aan, waar ligt jouw grens?’
De jongedame antwoordde niet meteen.

Toen ik weer recht voor me keek zag ik op een tiental meter mijn vriendin naar me zwaaien. Ik keek nog even naar de dame links van me en zei ‘sterkte’, waarna ik opstond en verder liep. Maar ik was dus wel wat van de kaart door dit gebeurde. Vroeg me ook af of het ok was om te vertrekken.

‘Het was een sociaal experiment’, hoorde ik nog roepen. Ik was doorgelopen met mijn vriendin, richting Vrijdagmarkt.

Ik kon het echter niet loslaten. Mijn vriendin vertelde, ik hoorde amper wat ze zei…Ik vond dat ik niet goed had gereageerd…vroeg me af hoe ik het anders had kunnen doen.

Opeens tikt iemand op mijn schouders en ik draai me om. De jongedame met hoofddoek spreekt me aan en zegt ‘mevrouw, het was een sociaal experiment. Mogen we het filmpje gebruiken op school?’
‘Hebben jullie dit gefilmd?’ vroeg ik. ‘Ja daar,’ ze wijst naar een jonge vrouw een tweetal meter verderop. ‘mijn zus heeft gefilmd.
‘Ja,’ zeg ik, ‘jullie mogen het filmpje gebruiken op school.’ Maar ik zeg er niet bij dat ik niet wil dat het op sociale media verschijnt.
En daar ben ik nu nog lastig over. Die jonge gasten gaan daar zo vlotjes mee om…

Ik ben me ervan bewust dat de conversatie van hierboven niet helemaal strookt met hoe het gesprek in werkelijkheid verliep. Daarvoor was ik teveel geraakt door wat er gebeurde. De vragen werden gesteld, maar niet noodzakelijk in de volgorde die ik hierboven beschreef. Maar de jongedame met hoofddoek zei nog ‘bedankt voor wat u heeft gedaan. We hebben het inderdaad vandaag niet zo gemakkelijk.’

Ik kon het niet loslaten.
En waar ik gisteren dit verhaal deelde in een groep met de mededeling dat ik vond dat ik niet adequaat had gereageerd, kreeg ik toch vooral te horen dat ik moedig was geweest om te reageren. En dat het onveilig moet hebben gevoeld, om te reageren maar zeker ook om te beseffen dat ik onderdeel was van een sociaal experiment.

De mensen die deze reactie gaven vonden dat er meer tijd had moeten worden besteed aan het kaderen van het sociaal experiment. Dat er beter voor me ‘gezorgd’ had moeten worden. Ik weet zelfs niet welke school deze drie jongedames lopen…

Het gebeurde vond niet plaats in de Opvoedingstraat in Gent. Daar had ik een andere ervaring.

Zucht. Ik kan alleen maar het gebeurde eens grondig herleven en uitmaken hoe ik in de toekomst wil reageren mocht soortgelijke situatie zich weer voordoen.
Voor mezelf uitmaken wanneer ik reageer en wanneer ik zwijg of opstap.

Doet me denken ook:
Wat is vrijheid?
Waar liggen de grenzen van vrijheid (van meningsuiting)?
Ligt de grens van vrijheid daar waar de vrijheid of integriteit van een ander in het gedrang komt?
En hoe ‘meet’ je dat? Met buikgevoel?

En hoe kan je op dat moment ‘gepast’ reageren hoewel allerlei emoties door je heen jagen?

Het zijn open vragen. Ik heb er nu geen antwoord op. Voor dergelijke vragen is het beter meer dan één hoofd erover te laten nadenken. Meer dan één hart te laten spreken. En ons buikgevoel goed in de gaten te houden.

Hey Man!

Herstel

Photo by Dan Meyers on Unsplash

Als ik mensen zie die plezier maken, ben ik niet jaloers. Ik geniet van hun energie. Al sta ik er nu zelf zover vanaf en … toch ook weer niet.

Je mag dan wel deskundig zijn in het herstellen, als het leven je telkens weer nieuwe obstakels voorlegt zonder dat je voldoende kracht hebt opgebouwd uit vorige herstelperiodes, geraakt de rek er uit. Schreef ze in tranen…

Dan lukken alledaagse dingen steeds moeilijker. Wat ronduit pijnlijk is.

Het helpt om mensen rondom je te weten. Een menselijk woord doet deugd, toch een woord dat getuigt van invoelingsvermogen en begrip. Of een invoelende stilte. Dan doet zelfs kijken naar dollende mensen deugd. Kriebelt dit een potentie die aangeboord mag worden… ooit, als de tijd voor jou ook weer rijp is.

Humor helpt ook. Je obstakel vanuit een ander perspectief bekijken. Al rolt er nu weer een traan langs mijn rechterwang, toch schuilt er ergens nog een sprankel hoop in mijn duisternis.

Maar intens moe ben ik wel, mentaal vooral. Al erg lang. Mijn lichaam voelt ook uitgeput aan. Ik voel het aan de neiging om door mijn rug te zakken. Ik voel het aan mijn benen als ik de voorlaatste oefening doe van mijn TRE (Trauma Releasing Exercises). Hoe ik mezelf bijna niet meer weet te dragen in een zithouding met mijn rug tegen de muur. Slechts enkele seconden en ik voel de pijn.

Ik hoor Wim Hof (The Ice Man) net in zijn speedcursus zeggen ‘a cold shower a day keeps the doctor away’ en dat doet me glimlachen. Dat ga ik seffens even doen, want mij doet het inderdaad ook deugd, een koude douche nemen. Al heb ik recent ook mijn haar gewassen met ijskoud water, dat is toch wel een pittige…vooral omdat de koude dan voluit over je rug spartelt.

Ik zie hem een dansje doen onder de douche. Grappig is dat. Misschien moet ik dat seffens ook maar doen onder de douche. Al dansend mijn rug aan het water reiken om de koude haar werk te laten doen. Met de songtekst van die ronduit chronisch grappige zanger in mijn hoofd.
Zijn glimlach werkt gewoon aanstekelijk.

Kleine stapjes. En elk stapje telt. Het zal niet altijd vooruitgaan, soms ook terugvallen, maar gestaag moet ik voortschrijden. Naar voortschrijdend inzicht. Naar een nieuwe staat van zijn. Dit wordt geen lange tekst. Wel een eerlijke.
Van een vechter tussen de partijen door.

Luistervinken

Gevonden op Natuurpunt.be – Vogelgeluiden en/in hun duurzame karakter…

Dat het vandaag moeilijk is om mensen te vinden die goed kunnen luisteren. Zo blijkt.
Omdat ik veel mensen ontmoet die zich niet gehoord weten.
Laat staan begrepen.
Zo blijkt uit mijn persoonlijke belevingen, opbrengsten zeg maar, van (mede)menselijke interacties.

“Vreemd toch?” denk ik dan.
Waar loopt het mis in de interactie?

Enkele jaren geleden alweer had ik een gesprek met een vrouw van Marokkaanse afkomst. Opgeleid tot therapeute.
Ze gaf op een bepaald moment aan dat ze zich voor het eerst echt gehoord wist toen we daar zo een tijdje aan het kennismaken waren in dat kleine kantoor. In een organisatie waar het anders vol liep en loopt met betaalde krachten in leveren van psychologische hulp.

Ook die ervaring benoem ik als ‘vreemd.’

Ze had me geraakt met haar verhaal. Hoe ze zich zo vaak moest verdedigen in haar job, hoe moeilijk het voor haar kinderen was op een school waar gekleurd niet de hoofdmoot uitmaakt van de leerlingen en hoe, naast het werk, het omgaan met de gewoontes binnen de eigen cultuur om voor elkaar te zorgen en op te komen soms ook het verlangen naar wat me-time doet ontstaan.

Een traan en een knoop in mijn buik. Een gevoel van machteloosheid ook, een beetje.
Dat gaf ik haar terug.

Ik werk niet met haar samen maar heb wel al gemerkt hoe gedreven ze is in haar job. Bewonderenswaardig. Om zo te blijven vechten voor je bestaansrecht hoewel de behoefte je ‘gehoord’ te weten soms zwaar weegt. Waar vind je dan een plek om even te ‘leunen’?
Ik weet het wel. En wellicht toen ook al.
Een cultuur van wederzijdse steun, daar ligt de sleutel tot zich gedragen weten.

Laatst kwam ik te voet terug van een supermarktbezoek met een zware tas vol boodschappen over mijn rechterschouder. Ik zie een eindje voor me een kennis een straat inslaan.
Ze ziet me ook, draait zich om en groet me hartelijk.
“Hoe gaat het met je?” roept ze glimlachend.
“Het moet ongeveer een jaar geleden zijn dat we elkaar zagen, niet?”, vulde ze aan.
“Het kan beter” antwoordde ik, “maar ik ga je er nu niet over vertellen.”
Ze stond trouwens ook een beetje gedraaid met me te praten, als met één voet in de richting van het vervolg van haar wandeling. Een zijstraat van de straat waar ik op liep.

Dus stapte ik moedig door met mijn “had-ik-maar-twee-draagtassen-bijgehad-voor-verdeling van-de-lasten” schoudertas en vroeg ook haar of hoe het ging.
Ze antwoordde met een glimlach dat het haar goed ging.
Ik groette haar nog en ze vervolgde haar weg met
“Hou je goed hé.”
Een beetje vreemd vond ik dat, omdat het me niet zo goed ging en ik dacht dat ook aangegeven te hebben…

Maar niet getreurd.
Thuiskomen, boodschappen wegzetten en een kopje troost slurpen.
Soms wordt ‘niet goed’ een beetje ‘beter’ door een kleine koesterervaring in het moment…

Waar ik ineens aan denk…
Ooit vroeg iemand:
“Wat zou je aan Richard Branson vragen mocht hij ineens aan je deur aanbellen?”

Ik moest nog net Richard Branson niet goochelen toen, maar mijn antwoord kwam op zijn minst ietwat bevreemdend piepen tussen het allegaartje andere antwoorden die namiddag.
Toen het mijn beurt was, zei ik:
“Ik zou vragen waarom hij precies aan mijn deur aanbelt.”

Naast de antwoorden die getuigden van een verlangen naar materieel succes en moeiteloos hanteren van pittige hobbels, bleek ik weer de vreemde eend in deze vijver qua interessegebied.

Ach ja, Intussen hecht ik nog steeds waarde aan Waarden en weet en voel ik hoe die onbetaalbaar zijn. Dus schrijf ik over ervaringen, in de hoop her of der iemand te inspireren. Of stilstaan bij wat is.
Wie weet, zich zelfs een beetje ‘gehoord’ te weten in onze stilzwijgende interactie.

En zolang ik zelf niet begin te leven alsof ik kan vliegen, ben ik allang “ten Vrede” dezer dagen.

Hou je!

Een paar djingles

Photo by Matthew Henry on Unsplash

Ze vond het geen goed idee, mijn dochter. Had ik net gezegd dat ik bezig was in enkele boeken van de bibliotheek, kreeg ik van mijn jongste dochter onder mijn voeten dat ik eerst de boeken uit mijn eigen bibliotheek moet uitlezen.

Daar zit iets in natuurlijk.

Maar een gegeven is dat die bibliotheek van mij niet echt een mooie bibliotheek is, maar eerder een allegaartje van boeken die her en der in kasten staan, terwijl de meerderheid ervan in een garage van mijn ouders staan gestockeerd…wegens te weinig plaats in huis…Ik probeer er wel iets aan te doen. Heb al een inventaris gemaakt van alle exemplaren die ik op ‘moment X’ in mijn bezit had. Maar ik kon het toen nog niet over mijn hart krijgen om ze weg te doen. En intussen leek het nog niet mogelijk mijn boek-aankopen in te perken…

Inmiddels heb ik nog eens aan de aankoper in de lokale bibliotheek gevraagd of ze nieuw materiaal, als gift, aannemen nu. Maar blijkbaar nopen de Coronamaatregelen ook om dat proces even ‘on hold’ te zetten.
Vandaar dus dat mijn boekeninventaris nog niet is geslonken. Want ik doe eerst de bib aan, zodat meerdere mensen van ‘mijn boek’ kunnen genieten. En daarna nog enige verkoop- dan wel gift- actie naar een tweedehandszaak.

Die boeken staan daar eigenlijk wel goed in de garage. Vochtvrij op zijn minst. Veel daglicht krijgen ze niet. Nu en dan ga ik er nog eens langs om een boek op te pikken dat ik op dat moment ‘absoluut’ wil lezen.
Overigens denk ik dat ik op een andere manier lees dan de meeste mensen. Ik houd het zelden bij één boek tegelijk. Op dit moment ben ik er drie aan het lezen. Eentje gaat over ‘ontspullen’. Want ik ken mezelf, ik kan dat willen en een eerste goede stap in die richting zetten, beetje overmoedige stap zelfs, maar dergelijke processen vormen zelden een duurzame verandering bij mij.

Ik heb een vriendin die ongelooflijk gemotiveerd en doortastend is als ze een verandering wil aanbrengen in haar leven. ‘Ik wil leren hoela-hoepen’. Hup, ze snort filmpjes op en gaat doortastend door tot ze het onder de knie heeft. ‘Ik wil ukelele leren spelen’, idem dito. Ze gaat door tot ze het onder de knie heeft.

En ik start, …en verlies de moed of geef het zomaar op omdat ik het saai begin te vinden…

Vandaag ervoer ik een moment dat ik somber werd van tussen de rommel te zitten. En hoewel ‘poetsen’ bij mij ook nooit op het hoogste treetje staat van activiteit die ik graag doe en goed onderhoud…hoe eufemistisch geformuleerd alweer…alleszins, ik heb de grondzaken op tafelhoogte gebracht en ben door de benedenverdieping geraasd om wat orde en frisheid op zaken te stellen. Een beetje met een keer. Geen overdaad. Want dat is ook ooit anders geweest. ‘Ik zou eens moeten poetsen’ en dan daar zo doorgedreven in gaan, ineens ook maar beginnen kleding te triëren en badkamerkastjes uit te mesten dat ik tenslotte compleet uitgeteld naar een proper huis kijk en denk ‘nooit meer’.

Maar hoe lang kan je het volhouden om je huis uitgemest te houden?
Hoe ik dus al schrijvend van een bibliotheekboek uitkom op poetsen.

Ik heb ook ooit een boek met de titel ‘de huishoudcoach’ aangeraden gekregen van een vriendin. Daar ben ik ook ooit naarstig in begonnen met de juiste emmers, dozen, vodden en dergelijke om van het poetsen en huishouden een haalbare kaart te maken.
Het ligt opnieuw binnen bereik. Ik wil er nu mijn administratie mee onder handen nemen.
En nu ik al ver gevorderd ben in mijn boek over ontspullen, merk ik dat ik toch nog werk zal hebben om na te gaan wat voldoet aan ‘nodig’ en wat ‘overnodig’ is…wat misschien hetzelfde is als ‘over’bodig…

Dat laatste woord doet me dan denken aan een (b)postbode. Die brengt ook vaak papieren en boekjes die mijn aandacht of tijd liever niet vangen. Of omgekeerd. Zo wil ik me nu door een stapeltje administratie en lectuur werken dat ik heb bijeengeraapt de afgelopen maanden.
Geen vers nieuws meer natuurlijk, maar misschien nog fijne weetjes.

‘Wie weetjes’ om een beetje uitgebreider op in te gaan in een blogbericht.
‘Yamazonikes’, altegadder.

Djingle, sowieso!

Toekomst

Photo by Dollar Gill on Unsplash

Laat me, haat me, ga mijn gang
in weten dat het anders kan

ruimte is slechts een illusie
van een tijdloos avontuur
het avonduur bedriegt me
soms zijn daguren vol vuur

mijn voeten in het water
en mijn hoofd ver in de lucht
smeed ik dromen in hun toekomst
ook al ben ik op de vlucht

van muizenissen in mijn hoofd
tot wind tussen mijn armen
als energie die niet ontdooit
langs uitgebluste darmen

weet ik hét natuurlijk nooit
alsof waarheid ook echt bestaat
verstaan is nog een ampel woord
twee lettergrepen later

tracht ik eenheid terug te vinden
in versnipperde gedachten
wat is jouw of mijn of hun
ach, niemand zit daarop te wachten

laat me, haat me, ga je gang
ik sluit nog kort in spe
Miss Piggy in gedachten
neemt ze Kermit met zich mee

wees gegroet, meneer, mevrouw
artificieel natuurlijk mens
wie stuurt het roer, vergis je niet
vernis me, roer je eigen geest

want straks is lang geleden ook
een toekomst die geneest
geweest of over gaat
in platgetreden paden…

Labels

Photo by Marija Zaric on Unsplash

you might think in labels, I don´t
You might judge me for hazy
nonbinary, crazy
But that´s just your view of this point

In the world of today
being complex or straight
an angle unspoken
is worth of a token

cause decisions not taken
from a foreign affair
let´s say: ‘Leave us poor’
that´s a label

be sure you enable
the talent it takes to beware
take a view in this earthy affair
to take care of our Spectrum of Life

I see you, you see me
if you don´t, let´s agree
you go searching for glasses
that broaden your view

because time passes by
and we have some things to do