Vrijheid

Photo by Lek Nikto on Unsplash

Ik was er niet goed van.
Daar zat ik op een bankje op de Korenmarkt in Gent, wachtend op een vriendin. Op de bank naast me kwam een jonge vrouw zitten. En even later, tussen ons tweetjes in, een andere jonge vrouw.

Opeens hoor ik de eerste vrouw iets zeggen in de trant van ‘waarom draag jij een hoofddoek? Het is toch niet normaal. Niemand hier bij ons draagt een hoofddoek, waarom jullie wel?’ Het meisje naast me antwoordde ‘laat me met rust alsjeblieft.’
‘Ik wil je helpen’, zei de eerste jongedame, ‘moet jij een hoofddoek dragen van je ouders? Waarom draag je die niet gewoon thuis en doe je die hier op straat af. Dat is toch lelijk. En hoe doe je dat met dat mondmasker?’

Ik boog me voorover en zei tot de eerste dame ‘mevrouw alsjeblieft!’

Opeens trekt de jongedame naast me haar hoofd naar mijn kant en zegt ‘blijf van me af alsjeblieft’ terwijl ze haar hoofddoek wegtrekt.
Als je wil kan je je aan de andere kant van mij zetten’ zei ik tegen haar. Waarop de jongedame met hoofddoek opstaat en aan mijn linkerkant komt zitten.

De eerste jonge vrouw ging verder ‘mogen we hier nu niet vrij over spreken? Mag je nu geen vragen meer stellen?’ Ik antwoordde geagiteerd iets in de trant van ‘daar gaat het niet om. Jij raakt haar aan, waar ligt jouw grens?’
De jongedame antwoordde niet meteen.

Toen ik weer recht voor me keek zag ik op een tiental meter mijn vriendin naar me zwaaien. Ik keek nog even naar de dame links van me en zei ‘sterkte’, waarna ik opstond en verder liep. Maar ik was dus wel wat van de kaart door dit gebeurde. Vroeg me ook af of het ok was om te vertrekken.

‘Het was een sociaal experiment’, hoorde ik nog roepen. Ik was doorgelopen met mijn vriendin, richting Vrijdagmarkt.

Ik kon het echter niet loslaten. Mijn vriendin vertelde, ik hoorde amper wat ze zei…Ik vond dat ik niet goed had gereageerd…vroeg me af hoe ik het anders had kunnen doen.

Opeens tikt iemand op mijn schouders en ik draai me om. De jongedame met hoofddoek spreekt me aan en zegt ‘mevrouw, het was een sociaal experiment. Mogen we het filmpje gebruiken op school?’
‘Hebben jullie dit gefilmd?’ vroeg ik. ‘Ja daar,’ ze wijst naar een jonge vrouw een tweetal meter verderop. ‘mijn zus heeft gefilmd.
‘Ja,’ zeg ik, ‘jullie mogen het filmpje gebruiken op school.’ Maar ik zeg er niet bij dat ik niet wil dat het op sociale media verschijnt.
En daar ben ik nu nog lastig over. Die jonge gasten gaan daar zo vlotjes mee om…

Ik ben me ervan bewust dat de conversatie van hierboven niet helemaal strookt met hoe het gesprek in werkelijkheid verliep. Daarvoor was ik teveel geraakt door wat er gebeurde. De vragen werden gesteld, maar niet noodzakelijk in de volgorde die ik hierboven beschreef. Maar de jongedame met hoofddoek zei nog ‘bedankt voor wat u heeft gedaan. We hebben het inderdaad vandaag niet zo gemakkelijk.’

Ik kon het niet loslaten.
En waar ik gisteren dit verhaal deelde in een groep met de mededeling dat ik vond dat ik niet adequaat had gereageerd, kreeg ik toch vooral te horen dat ik moedig was geweest om te reageren. En dat het onveilig moet hebben gevoeld, om te reageren maar zeker ook om te beseffen dat ik onderdeel was van een sociaal experiment.

De mensen die deze reactie gaven vonden dat er meer tijd had moeten worden besteed aan het kaderen van het sociaal experiment. Dat er beter voor me ‘gezorgd’ had moeten worden. Ik weet zelfs niet welke school deze drie jongedames lopen…

Het gebeurde vond niet plaats in de Opvoedingstraat in Gent. Daar had ik een andere ervaring.

Zucht. Ik kan alleen maar het gebeurde eens grondig herleven en uitmaken hoe ik in de toekomst wil reageren mocht soortgelijke situatie zich weer voordoen.
Voor mezelf uitmaken wanneer ik reageer en wanneer ik zwijg of opstap.

Doet me denken ook:
Wat is vrijheid?
Waar liggen de grenzen van vrijheid (van meningsuiting)?
Ligt de grens van vrijheid daar waar de vrijheid of integriteit van een ander in het gedrang komt?
En hoe ‘meet’ je dat? Met buikgevoel?

En hoe kan je op dat moment ‘gepast’ reageren hoewel allerlei emoties door je heen jagen?

Het zijn open vragen. Ik heb er nu geen antwoord op. Voor dergelijke vragen is het beter meer dan één hoofd erover te laten nadenken. Meer dan één hart te laten spreken. En ons buikgevoel goed in de gaten te houden.

Hey Man!

Herstel

Photo by Dan Meyers on Unsplash

Als ik mensen zie die plezier maken, ben ik niet jaloers. Ik geniet van hun energie. Al sta ik er nu zelf zover vanaf en … toch ook weer niet.

Je mag dan wel deskundig zijn in het herstellen, als het leven je telkens weer nieuwe obstakels voorlegt zonder dat je voldoende kracht hebt opgebouwd uit vorige herstelperiodes, geraakt de rek er uit. Schreef ze in tranen…

Dan lukken alledaagse dingen steeds moeilijker. Wat ronduit pijnlijk is.

Het helpt om mensen rondom je te weten. Een menselijk woord doet deugd, toch een woord dat getuigt van invoelingsvermogen en begrip. Of een invoelende stilte. Dan doet zelfs kijken naar dollende mensen deugd. Kriebelt dit een potentie die aangeboord mag worden… ooit, als de tijd voor jou ook weer rijp is.

Humor helpt ook. Je obstakel vanuit een ander perspectief bekijken. Al rolt er nu weer een traan langs mijn rechterwang, toch schuilt er ergens nog een sprankel hoop in mijn duisternis.

Maar intens moe ben ik wel, mentaal vooral. Al erg lang. Mijn lichaam voelt ook uitgeput aan. Ik voel het aan de neiging om door mijn rug te zakken. Ik voel het aan mijn benen als ik de voorlaatste oefening doe van mijn TRE (Trauma Releasing Exercises). Hoe ik mezelf bijna niet meer weet te dragen in een zithouding met mijn rug tegen de muur. Slechts enkele seconden en ik voel de pijn.

Ik hoor Wim Hof (The Ice Man) net in zijn speedcursus zeggen ‘a cold shower a day keeps the doctor away’ en dat doet me glimlachen. Dat ga ik seffens even doen, want mij doet het inderdaad ook deugd, een koude douche nemen. Al heb ik recent ook mijn haar gewassen met ijskoud water, dat is toch wel een pittige…vooral omdat de koude dan voluit over je rug spartelt.

Ik zie hem een dansje doen onder de douche. Grappig is dat. Misschien moet ik dat seffens ook maar doen onder de douche. Al dansend mijn rug aan het water reiken om de koude haar werk te laten doen. Met de songtekst van die ronduit chronisch grappige zanger in mijn hoofd.
Zijn glimlach werkt gewoon aanstekelijk.

Kleine stapjes. En elk stapje telt. Het zal niet altijd vooruitgaan, soms ook terugvallen, maar gestaag moet ik voortschrijden. Naar voortschrijdend inzicht. Naar een nieuwe staat van zijn. Dit wordt geen lange tekst. Wel een eerlijke.
Van een vechter tussen de partijen door.

Luistervinken

Gevonden op Natuurpunt.be – Vogelgeluiden en/in hun duurzame karakter…

Dat het vandaag moeilijk is om mensen te vinden die goed kunnen luisteren. Zo blijkt.
Omdat ik veel mensen ontmoet die zich niet gehoord weten.
Laat staan begrepen.
Zo blijkt uit mijn persoonlijke belevingen, opbrengsten zeg maar, van (mede)menselijke interacties.

“Vreemd toch?” denk ik dan.
Waar loopt het mis in de interactie?

Enkele jaren geleden alweer had ik een gesprek met een vrouw van Marokkaanse afkomst. Opgeleid tot therapeute.
Ze gaf op een bepaald moment aan dat ze zich voor het eerst echt gehoord wist toen we daar zo een tijdje aan het kennismaken waren in dat kleine kantoor. In een organisatie waar het anders vol liep en loopt met betaalde krachten in leveren van psychologische hulp.

Ook die ervaring benoem ik als ‘vreemd.’

Ze had me geraakt met haar verhaal. Hoe ze zich zo vaak moest verdedigen in haar job, hoe moeilijk het voor haar kinderen was op een school waar gekleurd niet de hoofdmoot uitmaakt van de leerlingen en hoe, naast het werk, het omgaan met de gewoontes binnen de eigen cultuur om voor elkaar te zorgen en op te komen soms ook het verlangen naar wat me-time doet ontstaan.

Een traan en een knoop in mijn buik. Een gevoel van machteloosheid ook, een beetje.
Dat gaf ik haar terug.

Ik werk niet met haar samen maar heb wel al gemerkt hoe gedreven ze is in haar job. Bewonderenswaardig. Om zo te blijven vechten voor je bestaansrecht hoewel de behoefte je ‘gehoord’ te weten soms zwaar weegt. Waar vind je dan een plek om even te ‘leunen’?
Ik weet het wel. En wellicht toen ook al.
Een cultuur van wederzijdse steun, daar ligt de sleutel tot zich gedragen weten.

Laatst kwam ik te voet terug van een supermarktbezoek met een zware tas vol boodschappen over mijn rechterschouder. Ik zie een eindje voor me een kennis een straat inslaan.
Ze ziet me ook, draait zich om en groet me hartelijk.
“Hoe gaat het met je?” roept ze glimlachend.
“Het moet ongeveer een jaar geleden zijn dat we elkaar zagen, niet?”, vulde ze aan.
“Het kan beter” antwoordde ik, “maar ik ga je er nu niet over vertellen.”
Ze stond trouwens ook een beetje gedraaid met me te praten, als met één voet in de richting van het vervolg van haar wandeling. Een zijstraat van de straat waar ik op liep.

Dus stapte ik moedig door met mijn “had-ik-maar-twee-draagtassen-bijgehad-voor-verdeling van-de-lasten” schoudertas en vroeg ook haar of hoe het ging.
Ze antwoordde met een glimlach dat het haar goed ging.
Ik groette haar nog en ze vervolgde haar weg met
“Hou je goed hé.”
Een beetje vreemd vond ik dat, omdat het me niet zo goed ging en ik dacht dat ook aangegeven te hebben…

Maar niet getreurd.
Thuiskomen, boodschappen wegzetten en een kopje troost slurpen.
Soms wordt ‘niet goed’ een beetje ‘beter’ door een kleine koesterervaring in het moment…

Waar ik ineens aan denk…
Ooit vroeg iemand:
“Wat zou je aan Richard Branson vragen mocht hij ineens aan je deur aanbellen?”

Ik moest nog net Richard Branson niet goochelen toen, maar mijn antwoord kwam op zijn minst ietwat bevreemdend piepen tussen het allegaartje andere antwoorden die namiddag.
Toen het mijn beurt was, zei ik:
“Ik zou vragen waarom hij precies aan mijn deur aanbelt.”

Naast de antwoorden die getuigden van een verlangen naar materieel succes en moeiteloos hanteren van pittige hobbels, bleek ik weer de vreemde eend in deze vijver qua interessegebied.

Ach ja, Intussen hecht ik nog steeds waarde aan Waarden en weet en voel ik hoe die onbetaalbaar zijn. Dus schrijf ik over ervaringen, in de hoop her of der iemand te inspireren. Of stilstaan bij wat is.
Wie weet, zich zelfs een beetje ‘gehoord’ te weten in onze stilzwijgende interactie.

En zolang ik zelf niet begin te leven alsof ik kan vliegen, ben ik allang “ten Vrede” dezer dagen.

Hou je!

Een paar djingles

Photo by Matthew Henry on Unsplash

Ze vond het geen goed idee, mijn dochter. Had ik net gezegd dat ik bezig was in enkele boeken van de bibliotheek, kreeg ik van mijn jongste dochter onder mijn voeten dat ik eerst de boeken uit mijn eigen bibliotheek moet uitlezen.

Daar zit iets in natuurlijk.

Maar een gegeven is dat die bibliotheek van mij niet echt een mooie bibliotheek is, maar eerder een allegaartje van boeken die her en der in kasten staan, terwijl de meerderheid ervan in een garage van mijn ouders staan gestockeerd…wegens te weinig plaats in huis…Ik probeer er wel iets aan te doen. Heb al een inventaris gemaakt van alle exemplaren die ik op ‘moment X’ in mijn bezit had. Maar ik kon het toen nog niet over mijn hart krijgen om ze weg te doen. En intussen leek het nog niet mogelijk mijn boek-aankopen in te perken…

Inmiddels heb ik nog eens aan de aankoper in de lokale bibliotheek gevraagd of ze nieuw materiaal, als gift, aannemen nu. Maar blijkbaar nopen de Coronamaatregelen ook om dat proces even ‘on hold’ te zetten.
Vandaar dus dat mijn boekeninventaris nog niet is geslonken. Want ik doe eerst de bib aan, zodat meerdere mensen van ‘mijn boek’ kunnen genieten. En daarna nog enige verkoop- dan wel gift- actie naar een tweedehandszaak.

Die boeken staan daar eigenlijk wel goed in de garage. Vochtvrij op zijn minst. Veel daglicht krijgen ze niet. Nu en dan ga ik er nog eens langs om een boek op te pikken dat ik op dat moment ‘absoluut’ wil lezen.
Overigens denk ik dat ik op een andere manier lees dan de meeste mensen. Ik houd het zelden bij één boek tegelijk. Op dit moment ben ik er drie aan het lezen. Eentje gaat over ‘ontspullen’. Want ik ken mezelf, ik kan dat willen en een eerste goede stap in die richting zetten, beetje overmoedige stap zelfs, maar dergelijke processen vormen zelden een duurzame verandering bij mij.

Ik heb een vriendin die ongelooflijk gemotiveerd en doortastend is als ze een verandering wil aanbrengen in haar leven. ‘Ik wil leren hoela-hoepen’. Hup, ze snort filmpjes op en gaat doortastend door tot ze het onder de knie heeft. ‘Ik wil ukelele leren spelen’, idem dito. Ze gaat door tot ze het onder de knie heeft.

En ik start, …en verlies de moed of geef het zomaar op omdat ik het saai begin te vinden…

Vandaag ervoer ik een moment dat ik somber werd van tussen de rommel te zitten. En hoewel ‘poetsen’ bij mij ook nooit op het hoogste treetje staat van activiteit die ik graag doe en goed onderhoud…hoe eufemistisch geformuleerd alweer…alleszins, ik heb de grondzaken op tafelhoogte gebracht en ben door de benedenverdieping geraasd om wat orde en frisheid op zaken te stellen. Een beetje met een keer. Geen overdaad. Want dat is ook ooit anders geweest. ‘Ik zou eens moeten poetsen’ en dan daar zo doorgedreven in gaan, ineens ook maar beginnen kleding te triëren en badkamerkastjes uit te mesten dat ik tenslotte compleet uitgeteld naar een proper huis kijk en denk ‘nooit meer’.

Maar hoe lang kan je het volhouden om je huis uitgemest te houden?
Hoe ik dus al schrijvend van een bibliotheekboek uitkom op poetsen.

Ik heb ook ooit een boek met de titel ‘de huishoudcoach’ aangeraden gekregen van een vriendin. Daar ben ik ook ooit naarstig in begonnen met de juiste emmers, dozen, vodden en dergelijke om van het poetsen en huishouden een haalbare kaart te maken.
Het ligt opnieuw binnen bereik. Ik wil er nu mijn administratie mee onder handen nemen.
En nu ik al ver gevorderd ben in mijn boek over ontspullen, merk ik dat ik toch nog werk zal hebben om na te gaan wat voldoet aan ‘nodig’ en wat ‘overnodig’ is…wat misschien hetzelfde is als ‘over’bodig…

Dat laatste woord doet me dan denken aan een (b)postbode. Die brengt ook vaak papieren en boekjes die mijn aandacht of tijd liever niet vangen. Of omgekeerd. Zo wil ik me nu door een stapeltje administratie en lectuur werken dat ik heb bijeengeraapt de afgelopen maanden.
Geen vers nieuws meer natuurlijk, maar misschien nog fijne weetjes.

‘Wie weetjes’ om een beetje uitgebreider op in te gaan in een blogbericht.
‘Yamazonikes’, altegadder.

Djingle, sowieso!

Toekomst

Photo by Dollar Gill on Unsplash

Laat me, haat me, ga mijn gang
in weten dat het anders kan

ruimte is slechts een illusie
van een tijdloos avontuur
het avonduur bedriegt me
soms zijn daguren vol vuur

mijn voeten in het water
en mijn hoofd ver in de lucht
smeed ik dromen in hun toekomst
ook al ben ik op de vlucht

van muizenissen in mijn hoofd
tot wind tussen mijn armen
als energie die niet ontdooit
langs uitgebluste darmen

weet ik hét natuurlijk nooit
alsof waarheid ook echt bestaat
verstaan is nog een ampel woord
twee lettergrepen later

tracht ik eenheid terug te vinden
in versnipperde gedachten
wat is jouw of mijn of hun
ach, niemand zit daarop te wachten

laat me, haat me, ga je gang
ik sluit nog kort in spe
Miss Piggy in gedachten
neemt ze Kermit met zich mee

wees gegroet, meneer, mevrouw
artificieel natuurlijk mens
wie stuurt het roer, vergis je niet
vernis me, roer je eigen geest

want straks is lang geleden ook
een toekomst die geneest
geweest of over gaat
in platgetreden paden…

Labels

Photo by Marija Zaric on Unsplash

you might think in labels, I don´t
You might judge me for hazy
nonbinary, crazy
But that´s just your view of this point

In the world of today
being complex or straight
an angle unspoken
is worth of a token

cause decisions not taken
from a foreign affair
let´s say: ‘Leave us poor’
that´s a label

be sure you enable
the talent it takes to beware
take a view in this earthy affair
to take care of our Spectrum of Life

I see you, you see me
if you don´t, let´s agree
you go searching for glasses
that broaden your view

because time passes by
and we have some things to do

Het onderonsje

Photo by Sierra Narvaeth on Unsplash

Egel leefde achteraan in de grote tuin in een nest dat goed verscholen lag. Hij had het er best naar zijn zin. Overdag deed hij na elke maaltijd een dutje en ´s avonds genoot hij van een beetje televisie kijken. Daar tussenin had hij zijn handen vol met boodschappen doen en zijn huis netjes houden. Hij deed alles rustig aan, zoals het een egel betaamt.
Voor vanmiddag hadden ze aangenaam weer voorspeld dus leek het Egel een goed idee om een ommetje te maken. Hij zou naar de bakker lopen en zich een vieruurtje aanschaffen. Zijn vriend Ekster had hij al een paar dagen niet gezien, maar Egel had een sterk voorgevoel dat die vandaag even zou binnenspringen.
 
Ekster was een beetje gierig van aard, bracht zelf nooit een hapje mee maar Egel vond dat niet erg. Hij genoot van het gezelschap van Ekster en zou voor hem dus ook iets uitkiezen bij de bakker. Egel wist dat zijn vriend dol was op tompoesjes. Welk taartje Egel voor zichzelf zou uitkiezen wist hij nog niet. Hij zou zich wel laten verrassen bij de bakker.
Egel zag het helemaal zitten. Hij zette zijn stekels op, sloot de voordeur en vertrok.
 
Egel zette altijd zijn stekels op als hij het huis uit ging. De andere dieren uit de buurt waren erg nieuwsgierig en met zijn stekels hield hij hen een beetje op afstand.
“Laat ze maar loeren en roddelen” dacht hij “zolang ik het niet moet horen vind ik het allemaal oké. “
De afstand tot de bakker was ongeveer vijfhonderd meter. Over een uurtje ongeveer zou hij er zijn.
 
Ekster woonde enkele kilometers  verderop. Hoewel hij al een respectabele leeftijd had, zat hij nog goed in de veren en vliegen, landen en lopen kon hij nog als de beste. Opstijgen lukte daarentegen steeds minder goed. Hij had de energie niet meer en om die reden kwam hij nog amper buiten. Zijn dochter bracht hem elke dag te eten en er kwam iemand van de thuishulp om zijn nest netjes te houden. Maar vandaag wou hij er tussenuit. Hij zou zijn trouwe vriend Egel nog eens een bezoekje brengen.
 
Ekster wou graag een hapje meenemen, maar aangezien hij dat amper kon dragen, laat staan mee torsen als hij zich afzet, zou hij gewoon zichzelf aandienen bij Egel in de hoop dat deze dat niet erg vond. Ekster liep tot aan het einde van de tak waarop zijn nest rustte, zakte door zijn poten en duwde zich af met alle kracht die hij in zich had. Een windvlaag verraste hem echter waardoor hij tegen de tak terug geduwd werd en hij onmenselijke kracht moest zetten op zijn vleugels om niet te pletter te storten. Het was gelukt, hij vloog. Maar de tranen stonden hem in de ogen en zijn vleugels deden pijn. Hij vloog op automatische piloot en intussen piekerde hij. Hoe moest het nu verder, als hij straks niet eens meer buiten kon voor een bezoekje aan zijn enige vriend.
 
Toen Ekster bij het hol van Egel arriveerde was deze nog onderweg naar huis. Ekster stond een beetje rond te draaien aan de voordeur en kraste “Egel…Egel!!”.
Geen reactie. Hij besloot te wachten en intussen wat op adem te komen. Hij voelde zich nog steeds erg somber.
 
Egel was opgetogen. De bakker had nog een tompoes in huis gehad en voor zichzelf had egel een carré confituur gekocht. Hij droeg het pakketje achter zich aan in zijn winkelkarretje. Deze hing met een snelbinder aan de vijfenzestigste stekel bovenop zijn rug, van aan zijn achterste te tellen. Die bewuste stekel stond verticaal en was het sterkst. Toen Egel zijn huisje naderde zag hij in de verte zijn vriend staan.
“Hé Ekster” riep hij “ik ben blij dat je er bent. Ik heb taartjes gekocht.”
Ekster keek hem met droevige ogen aan maar perste toch een glimlach uit zijn snavel. Hij riep echter niets terug.
 
Egel was niet van gisteren. Hij besefte dat Ekster moeite had met zijn leeftijd, dat hij niet meer goed kon opstijgen en dat hij daardoor vaak bedroefd was. Maar van een vieruurtje zou hij zeker opknappen.
 
Het onderonsje verliep in stilte. Ekster at zijn tompoes en Egel genoot van zijn carré confituur. Ze nipten af en toe van hun thee maar keken elkaar bewust niet aan. De stekels van Egel waren inmiddels weer plat en het winkelkarretje had hij netjes opgeborgen in de berging.
 
“Weet je”, sprak Egel “als je wil voer ik je naar huis met mijn karretje”.
Ekster keek op. “Zou je dat echt voor me doen?” vroeg hij.
“Tuurlijk, ik meen toch altijd wat ik zeg.” 
“Je bent zo lief voor me. Je koopt altijd wat lekkers voor me en ik kan je niets teruggeven”.
“Onzin” sprak Egel. “Je komt bij me op bezoek. En jij bent de enige die dat doet. En ik weet dat je het moeilijk hebt en toch zeur je niet. Ik vind jou een moedige man Ekster. En ik breng je met alle plezier naar huis.”
 
En zo kwam het dat die dinsdag in september een egel vijf kilometer aflegde met achter zich een ekster in zijn winkelkarretje. Met een snelbinder aan de vijfenzestigste stekel vastgebonden.
 
Hoe Ekster uiteindelijk in zijn nest is geraakt weet niemand. Dat blijft het geheim van de twee goede vrienden.

Neergekribbeld op 3 augustus 2012

Voetnoot: ut!

En ook: blijkbaar heeft een volwassen egel 8000 stekels die zijn samengesteld net als mensenhaar, met keratine in. Toen mijn huisgenoot dat na het middageten voorlas uit zijn kersverse natuur-dagkalender, vroeg ik me ineens (heel stilletjes) af…mmmh…keratine…is dat niet de brandstof van vliegtuigen?

Hij las ook voor dat mensen tegenwoordig vogels voeren met pindakaas. Daar moesten we eigenlijk allebei om lachen.
Maar ik lachte niet meer toen hij las dat het zout dat in de meeste pindakaas zit niet goed is voor de vogels…

Want…

De sneeuw blijft nog altijd flink liggen….ondanks het zout dat gestrooid is…
Mmmh…even tweeteren:
tw-eat!: Vanavond allemaal terug vogelballeneten!

Qi-doosje

Photo by Daoudi Aissa on Unsplash

Persoonlijk krijg ik de kriebels als ik het zie.
Stel je voor: een geboortekaartje, een uitnodiging voor een huwelijk of een overlijdensbericht.
Met dan onderaan een rekeningnummer waarop je een bijdrage kan storten.

Het is als vragen:
Hoeveel vind jij dat ons kindje waard is?
Hoeveel durf jij erop inzetten dat ons huwelijk langer duurt dan pakweg drie jaar?
Respectievelijk: Toont nekeer met jullie centjes hoe blij jullie zijn dasze dood is? Zodat we kunnen investeren om de herinnering aan haar op te bouwen.
Huh?! Is dat niet wat raar en laat?
Was zorgen voor een ‘fijne innering’ niet voedzamer geweest voor de Levendigheid der relationele aan- en afgelegenheden?

Bijdragen aan een leven doe je door in levensenergie te investeren. Schoonheid toe te voegen (in de ruime context) die mag ont-dekt worden. In een huwelijk moet je investeren in de balans tussen vrijheid om te gaan en goesting om te blijven (al denk ik dat ik daar bij een tweede keer nadenken, nanadenken dus, misschien anders over denk) en voor degene die overlijdt heeft geld geen waarde.

‘Maja, dan gaan de mensen cadeaus geven waar we niets mee zijn.’
En ze zwijgen dan stil dat ze dat cadeau online te koop zullen aanbieden en vergeten dan ‘dedju dedju’ dat in die aangeschreven lijst contacten ook tante Annette zat…die die haardroger dus had gekocht…
En ge hadt er al één…vandaar…

Tot zover de relatie!
Gelukkig geraakte de haardroger toch snel verkocht zodat je hebt wat je eigenlijk altijd al wou: Geld.
Iedereen content?
Oefening 1: Stel je eens in de plaats van tante Annette?
Oefening 2: Wat zou de relatie tussen tante Annette en jullie hieruit concluderen?
Oefening 3: Hoe hoog van de toren zal de haardroger nog blazen?

Of vinden jullie het normaal om geld te vragen aan mensen die je wel, niet, niet zo goed… kan uitstaan maar waarvan je weet dat ze toch altijd geven?
Grabbelgraai.

Waarom is geld op zich geen waardevol geschenk?

Hoe meer ik hier op mijn eigen woorden zit te gapen, hoe meer ik denk: geen kat die me volgt.
Dit is een zo wijdverspreide gewoonte…geld vragen.
Waarover mekker je toch, Fiducia?

‘En trouwens, ja, geen centjes dus…dat zegt gij, omdat ge toekomt!’
Dat is waar. En omdat ik toekom geef ik ook aan projecten die meer in beweging zetten dan dat ik hier vanop mijn kussentje op mijn stoel …(ja, dat is hier geen echte bureaustoel, dat is zo een gewone houten stoel uit de jaren stillekes, met een kussentje erop. Soms schuift dat kussentje eraf als ik me naar voor schuif om de puntjes op de i te zetten. Dan moet ik me dus bukken. Maar op zich beïnvloedt dat mijn bewustzijn niet heel erg. Ik pak dan gewoon dat kussen en leg het weer op de stoel, poneer mijn billen en ga verder waar de denkbeeldige komma erom verzocht.)

Waar zat ik trouwens?
Nog steeds op mijn stoel merk ik…al is het strikt genomen zelfs niet eens ‘mijn’ stoel.
Heb ik dan recht van spreken? (ook dat is dus een vraag, getuige het vraagteken)


Ah ja, investeren dus in projecten en organisaties die naar mijn ‘inschattingsvermogen’ goed bezig zijn.
Dan krijg ik immers een beetje het gevoel dat ik zinvolle dingen ‘doe’.

Een oude vrouw als ik. Wat kan ik anders?

Ik vind het wel nuttig om opgroeiende kinderen een budget te geven. Om met hen in dialoog te gaan en te onderhandelen over welke aankopen ze daarmee zouden bekostigen.
En of dat een extra sponsoring verdient of niet. Glunder glunder…omdat er is over nagedacht en gewikwogend geconcludeerd…wat op zich de energie al doet stromen tussen wikken en afwegen. Twijfelen en durven.

Alleszins, ik ben heel blij dat ik zonet een over-opa bereid heb gekregen dat hij een cadeau van Waarde zal geven aan zijn eerste achterkleinkind. Het heeft me wat vragen gekost, ik moest de ui er schil per schil afplooien zonder te huilen, maar uiteindelijk waren het een prentenboek en mijn audioversie ervan die hem hebben overtuigd. Hij wist zelfs niet meer dat hij het audioboek al had beluisterd…Maar toen was zijn achterkleinzoon nog niet geboren. Dan blijven zo´n dingen allemaal wat minder ‘plakken’ emotioneergewijs.

En mocht tenslotte blijken dat wat de inspiratiefase net heeft verlaten toch resulteert in een teleurstelling aan de ontvangerszijde…wel…dan merken we dat op en raap ik als verslagene mijzelf en mijn kussentje weer bij elkaar en mediteer ik nog een keer over Liefde.

En hoe het komt dat ik dat Waardevol vind.
Fopspelen.
Huh?!