Poortwachter

Photo by Photoholgic on Unsplash

haar blik was een meesterwerk zonder gelijken
wij plooiden ons woordeloos naar haar gezag
zijn beklag was wat mager zo zonder een ijkpunt
mevrouw hield de wacht aan de poort van gedrag

Vrijheid

Photo by Lek Nikto on Unsplash

Ik was er niet goed van.
Daar zat ik op een bankje op de Korenmarkt in Gent, wachtend op een vriendin. Op de bank naast me kwam een jonge vrouw zitten. En even later, tussen ons tweetjes in, een andere jonge vrouw.

Opeens hoor ik de eerste vrouw iets zeggen in de trant van ‘waarom draag jij een hoofddoek? Het is toch niet normaal. Niemand hier bij ons draagt een hoofddoek, waarom jullie wel?’ Het meisje naast me antwoordde ‘laat me met rust alsjeblieft.’
‘Ik wil je helpen’, zei de eerste jongedame, ‘moet jij een hoofddoek dragen van je ouders? Waarom draag je die niet gewoon thuis en doe je die hier op straat af. Dat is toch lelijk. En hoe doe je dat met dat mondmasker?’

Ik boog me voorover en zei tot de eerste dame ‘mevrouw alsjeblieft!’

Opeens trekt de jongedame naast me haar hoofd naar mijn kant en zegt ‘blijf van me af alsjeblieft’ terwijl ze haar hoofddoek wegtrekt.
Als je wil kan je je aan de andere kant van mij zetten’ zei ik tegen haar. Waarop de jongedame met hoofddoek opstaat en aan mijn linkerkant komt zitten.

De eerste jonge vrouw ging verder ‘mogen we hier nu niet vrij over spreken? Mag je nu geen vragen meer stellen?’ Ik antwoordde geagiteerd iets in de trant van ‘daar gaat het niet om. Jij raakt haar aan, waar ligt jouw grens?’
De jongedame antwoordde niet meteen.

Toen ik weer recht voor me keek zag ik op een tiental meter mijn vriendin naar me zwaaien. Ik keek nog even naar de dame links van me en zei ‘sterkte’, waarna ik opstond en verder liep. Maar ik was dus wel wat van de kaart door dit gebeurde. Vroeg me ook af of het ok was om te vertrekken.

‘Het was een sociaal experiment’, hoorde ik nog roepen. Ik was doorgelopen met mijn vriendin, richting Vrijdagmarkt.

Ik kon het echter niet loslaten. Mijn vriendin vertelde, ik hoorde amper wat ze zei…Ik vond dat ik niet goed had gereageerd…vroeg me af hoe ik het anders had kunnen doen.

Opeens tikt iemand op mijn schouders en ik draai me om. De jongedame met hoofddoek spreekt me aan en zegt ‘mevrouw, het was een sociaal experiment. Mogen we het filmpje gebruiken op school?’
‘Hebben jullie dit gefilmd?’ vroeg ik. ‘Ja daar,’ ze wijst naar een jonge vrouw een tweetal meter verderop. ‘mijn zus heeft gefilmd.
‘Ja,’ zeg ik, ‘jullie mogen het filmpje gebruiken op school.’ Maar ik zeg er niet bij dat ik niet wil dat het op sociale media verschijnt.
En daar ben ik nu nog lastig over. Die jonge gasten gaan daar zo vlotjes mee om…

Ik ben me ervan bewust dat de conversatie van hierboven niet helemaal strookt met hoe het gesprek in werkelijkheid verliep. Daarvoor was ik teveel geraakt door wat er gebeurde. De vragen werden gesteld, maar niet noodzakelijk in de volgorde die ik hierboven beschreef. Maar de jongedame met hoofddoek zei nog ‘bedankt voor wat u heeft gedaan. We hebben het inderdaad vandaag niet zo gemakkelijk.’

Ik kon het niet loslaten.
En waar ik gisteren dit verhaal deelde in een groep met de mededeling dat ik vond dat ik niet adequaat had gereageerd, kreeg ik toch vooral te horen dat ik moedig was geweest om te reageren. En dat het onveilig moet hebben gevoeld, om te reageren maar zeker ook om te beseffen dat ik onderdeel was van een sociaal experiment.

De mensen die deze reactie gaven vonden dat er meer tijd had moeten worden besteed aan het kaderen van het sociaal experiment. Dat er beter voor me ‘gezorgd’ had moeten worden. Ik weet zelfs niet welke school deze drie jongedames lopen…

Het gebeurde vond niet plaats in de Opvoedingstraat in Gent. Daar had ik een andere ervaring.

Zucht. Ik kan alleen maar het gebeurde eens grondig herleven en uitmaken hoe ik in de toekomst wil reageren mocht soortgelijke situatie zich weer voordoen.
Voor mezelf uitmaken wanneer ik reageer en wanneer ik zwijg of opstap.

Doet me denken ook:
Wat is vrijheid?
Waar liggen de grenzen van vrijheid (van meningsuiting)?
Ligt de grens van vrijheid daar waar de vrijheid of integriteit van een ander in het gedrang komt?
En hoe ‘meet’ je dat? Met buikgevoel?

En hoe kan je op dat moment ‘gepast’ reageren hoewel allerlei emoties door je heen jagen?

Het zijn open vragen. Ik heb er nu geen antwoord op. Voor dergelijke vragen is het beter meer dan één hoofd erover te laten nadenken. Meer dan één hart te laten spreken. En ons buikgevoel goed in de gaten te houden.

Hey Man!

Let´s go for goesting

Photo by Yoab Anderson on Unsplash

Het gaat er hier pittig aan toe en ik zal het geweten hebben…

Elke ochtend  in de afgelopen week had ik een confrontatie met somberheid, soms doorspekt met angst en piekeren. Dan gaan tijd en ik aan de slag om die energie te keren. Door te gaan stappen, door vrienden te ontmoeten, door dingen te doen die me op dat moment erg zwaar vallen maar die ik waardevol vind.

Hoe makkelijk zou het zijn als een positief gevoel kon blijven hangen. Of dat ik in staat was het fijne gevoel van bijvoorbeeld een ontmoeting of verwondermoment weer op te pikken en aan te doen, als een zacht jasje om schouders van kwetsbaarheid.

Het valt niet of amper te zien door de buitenwereld. Tenzij aan de tranen die af en toe boven mijn oogrand wriemelen en prikken. De woordenstroom die wat moeilijker op gang komt. Het eigenwaardegevoel dat zich verstopt achter een venijnige wolk van zelfkritiek. Een pruttelpotje van zelfbeklag bijwijlen.

Tsss…pittig. Dat is het woord ja.

Misschien is er een gerecht dat pittig genoeg is om de pittigheid van moeilijke emoties te overstemmen. Een lekker Indisch schoteltje misschien.
Het valt te proberen, al is de ochtend daar wellicht toch een beetje een vreemd moment voor.

En toch…sta ik niet alleen in mijn strijd.
En dat hoeft geen zalfje te zijn op de open wonde. Ik blijf in contact met mensen en hoor hoe moeilijk bepaalde situaties door hen te dragen zijn. Hoe alleen zij zich voelen in hun strijd. En daar waar ik uitreik, reiken zij evenzeer uit. Daar waar ik een verbinding zoek, zoeken zij evenzeer een luisterend oor. Zijn we er voor elkaar en wordt het allemaal eventjes draaglijk omdat het gedragen wordt door meer dan de eigen schouders. Elk met een andere lading.

Ik blijf graag luisteren, al blijft niet alles hangen dezer dagen. Als er dan een vervolg komt op ons gesprek merk ik dat flarden van het verhaal van de ander me ontglipten. Een nieuwe trigger behoeven om weer ten volle tevoorschijn te komen.
En ik ervaar hoe ook dit wellicht niet enkel mijn verhaal is.

Binnenkort duik ik in verhalen en gedichten met mensen die daar ook goesting in hebben. Niet gewoon al lezend thuis en uitwissslend in een bijeenkomst, neen, al voorlezend en meelezend, al voelend en al dan niet delend. Met goesting als werkwoord. Goesten. Misschien komt dat wel van het Engelse woord ‘to go’ , we go, she goes and they go to do this thing with literature and poetry. Hoor mij…

Enfin. Het zal trouwens in het Nederlands zijn. Maar ik heb er zin in en ben er blijkbaar in geslaagd om ook enkele organisaties warm te krijgen en mee aan te haken. En nog enkele andere organisaties om mee te zorgen voor bekendmaking.

Voor mij mag het starten met een klein groepje. Ik weet nu al dat ik er heel mijn wezen in zal leggen. En dat ik moe zal zijn na afloop. Maar er staan en er met heel mijn wezen bij zijn op het moment zelf is wat ik wil. En als we samen de ladingen onderzoeken en dragen die ons aangereikt worden in literatuur en poëzie, ontwikkelen we misschien een instrumentarium om mee aan de slag te gaan in ons eigen leven.

Gelukkig kan en mag ik nog dromen…

Present

Photo by Jon Tyson on Unsplash

“Mag ik je een tip geven?”

De ober leek gejaagd maar zei toch ja.

“Als je zegt “sorry voor het wachten”, dan leg je de nadruk op een tekortkoming. Als je zegt “bedankt voor jullie geduld”, dan geef je de mensen een compliment.

De ober leek nog steeds gejaagd en ging snel door naar een andere tafel. Maar blijkbaar was de boodschap wel ietwat fijn binnengekomen want een tijdje later bracht hij een koekje naar mijn vriend en zei “hier, voor je geduld.”

Mooi vond ik dat. Dat koekje heb ik trouwens opgegeten.

Vaak zijn mensen geneigd koekjes van eigen deeg te geven. Handelt iemand op een manier die je stoort, om welke reden dan ook, dan is de ‘gedupeerde’ geneigd dat storende gedrag er even lekker in te wrijven bij de ander. Door net op dezelfde manier te reageren, een schepje bovenop te doen eventueel. We reageren dus op een manier die we zelf niet goedkeuren maar gezien de omstandigheden wel gepast vinden. ‘Omdat de ander er hopelijk uit leert.’

Mijn vriend verdiept zich in geweldloze communicatie. Ik volgde er ooit een halve dag vorming over en dacht dat ik het begreep. Het gaat erom je behoeften duidelijk te krijgen en van daaruit te handelen. Als de ander iets doet dat indruist tegen je behoeften, is het een kwestie van dat gedrag te benoemen, op een niet verwijtende manier duidelijk te maken wat het effect op je is, je behoefte aan te geven en de ander te vragen of hij/zij daar in de toekomst rekening mee wil houden.

Kort door de bocht wellicht, aangezien mijn vriend er al jaren mee bezig is…

Ik had trouwens de anekdote tussen hem en de ober verteld tegen mijn zus. Ze kopieerde de uitdrukking op een iets andere manier: ‘Dankjewel dat je daarstraks hebt gewacht’ schreef ze, en ze voegde er een smiley aan toe. Die uitdrukking is nog net iets anders dan ‘bedankt voor je geduld’ maar haar woorden kwamen toch wat tegemoet aan mijn pseudo-behoefte aan stiptheid. Al zal het wel altijd tussen ons zo blijven dat zij degene is die te laat komt op een afspraak en ik te vroeg.

Sommige patronen moet je in stand houden…

Nu voel ik de behoefte wat poëtische woorden neer te pennen:

the meaning of life
is to be (a) present
in time and beyond

Ont-Moeten

Photo by Louis Hansel on Unsplash

Ik had touche. Hij wou me zijn kaartje geven omdat hij niet alleen wil zijn. Ik heb geweigerd en gezegd dat hij eens moet gaan snuisteren in het verenigingsleven.

Om kwart voor zes moest ik in het ziekenhuis zijn bij de endocrinoloog. De vorige afspraak dateerde van 2019 omdat ik door Corona dergelijke routine-gezondheidscontacten tot een minimum herleidde.

De tandarts was ook al heel lang geleden…ik was best een beetje ongerust toen ik terugging. Dat er her en der wat problemen opdoemden in mijn mond. Had een grijze zone gespot maar het bleek een vulling die verkleurd was. Foto´s gaven uitsluitsel. Geen grote schade. Oef.

Wel raadde de tandarts me aan om een elektrische tandenborstel aan te schaffen, om te voorkomen dat ik door mijn ‘te stevig poetsen’ mijn tandvlees verder zou doen terugtrekken waardoor het poreuze gedeelte van de wortel tevoorschijn zou komen. Ze had een type tandenborstel en opzetstuk voorgesteld en me voorgedaan hoe ik moest poetsen. Intussen poets ik elektrisch, maar niet met plezier. Ik vind het een beetje knoeien en de tandpasta vliegt alle kanten op. Niets fijner dan een gewone tandenborstel eens ferm met vaste hand over mijn gebit rondrazen. Good old fashioned way…
Waarom elektriciteit verknoeien voor een activiteit die niet veel inspanning vraagt?
Overigens poetste ik wel grondig, getuige de tandplak die ik bijna nooit had bij een tandartsbezoek.

Enfin, ik wijk weer af. Ik moest dus naar de endocrinoloog en de man die later mijn ‘touche’ zou blijken, had me daar gespot in de grote inkomhal. Hij sprak me aan toen ik aan het frietkot luttele kilometers verderop stond te wachten om mijn avondmaal lekker kokkerelvrij te laten verlopen.
En ja, ik had ook wel gewoon zin in frietjes.

Ik verstond bijna niet wat hij zei. Heb het hem een aantal keren gezegd maar zijn stemvolume steeg niet. Het leek wel een ‘onder-ons’ gefezel tussen hem en zijn mondmasker.

Toen ik me met mijn (hoe heet zo´n ding eigenlijk?…even goochelen…een gasten oproepsysteem en coaster, buzzer of pieper) aan een tafeltje posteerde vroeg hij of hij bij me mocht komen zitten. Ik stemde toe, waarom ook niet. Hij had duidelijk behoefte aan een babbel en ik zat toch maar te wachten.

Wat ik begreep uit zijn verhaal is dat zijn moeder in de palliatieve zorg ligt in het ziekenhuis waar ik naar de endocrinoloog moest. Dat hij er uren slijt en dat het niet lang meer zal duren voor ze sterft. En dan is hij alleen. En hij wil helemaal niet alleen zijn.

Dus stelde hij me de gedurfde vraag of ik alleen ben. Want hij is alleen en zoekende. Maar wil zijn zoektijd niet slijten achter een scherm terwijl je niet weet wie er aan de andere kant van het scherm zit. Hij wil ‘live‘ mensen ontmoeten. Hij vertrouwde me de straat toe waar hij woont. Hij zou het huis gaan verkopen. De details heb ik niet verstaan. Ik had mijn vraag om luider te spreken gestaakt na ettelijke herhalingen.

Toen mijn ‘kaske’ biepte, ging ik mijn bestelling halen en bij het buitenkomen en naar mijn fiets tronen, wenste ik hem nog succes. Hij kwam achter me aan met zijn kaartje. Dat hij zo alleen is en niemand kent. Ik raadde hem het verenigingsleven aan om zich in te bewegen. Ik weigerde het kaartje te aanvaarden en ik voel me daar helemaal niet schuldig over.

Hem was wel mijn jurk opgevallen in het ziekenhuis. Dat gaf hij ook aan. Misschien begon hij daar zelfs mee. Dat hij het een mooie jurk vindt.
Ik moet hem nageven dat hij weet hoe te charmeren…op fezeltoon.

Het is inderdaad mijn lievelingsjurk. Ze gaat al jaren mee en is superfijn om te dragen. Makkelijk te wassen ook, al heb ik hem dat allemaal niet gezegd. Een mens moet niet alles prijsgeven tenslotte.

Ik in mijn jurk met schoenen die ook mogen gezien worden. Op mijn koertje met mijn frietjes. Met een maneblusser erbij…een ingeving van het moment.
Een mens mag al eens gek doen.

Sommige mensen dansen zelfs met bomen, dat hoorde ik onlangs ook ergens vertellen. Hoe zot is dat? 😉

Mijn jurk en ik, we mogen er zijn. Maar de schoenen gaan zoveel mogelijk uit om voluit de aarde te voelen die ons draagt. Die mij en mijn jurk draagt.
Moeder aarde en haar wonderen.
Een pakje friet af en toe.
Eenvoud.

Soms is het leven simpel.
Soms maken we het onszelf moeilijk. Wedden we op één paard bijvoorbeeld…terwijl de wereld meer wonderen te verkennen geeft als we onze ogen wagenwijd open houden.

Ubuntu.

Onvoltooid

Photo by Dan Visan on Unsplash
Onvoltooid – audioversie

ik zag het aan de pijn achter zijn lach
een jeugd die zich vervoegde
in de onvoltooid verleden tijd

toch kreeg ik nog zijn naam
en een innemend goeiedag

onder een hoop waar de verbinding
ietwat zacht en fijn mag zijn

Afstemmen

Photo by Danielle MacInnes on Unsplash

Vreemdsoortige lichaamssensaties houden me alert dezer dagen.
Sensaties die ik niet herken en dus niet helemaal kan plaatsen of een waarde toekennen.
Mijn lichaam voelt aan als een leeg vat waar ik geen pijn of emoties in kan benoemen.
Alleen die bevreemdende ervaring van, ja, leeg zijn, anders krijg ik het niet verwoord.

Nu word ik niet snel ongerust wat betreft sensaties in dit voertuig van me. Ik tracht wel opmerkzaam te zijn om veranderingen die meer aandacht vergen dan mijn eigen waakzaamheid snel te bespeuren en indien nodig uit te reiken naar een gepaste extra kijk.
Zo heb ik gisteren aan mijn therapeute laten weten dat ik handvatten mis om in vertrouwen met die bevreemdende ervaringen om te gaan. Ze heeft nog deze week ruimte voorzien om mee te kijken. Mogelijk stuur ik haar al dit bericht door, ter inleiding of zo. Dat laat ik van het moment afhangen.

Ook bij de beoefening van de TRE (Trauma Releasing Exercises) merk ik verschillen op in sensaties. Daar waar meestal vooral mijn bovenbenen aan het trillen gaan, voelde ik de laatste sessies doorheen mijn onderlichaam heel subtiele vibraties, alsof er in heel diepe lagen iets wordt losgemaakt. Ook daar heb ik even telefonische hulp ingeroepen van een TRE-coach om één en ander wat te duiden. En na te gaan of ik misschien extra voorzichtig moet zijn en bijvoorbeeld de trilling korter moet laten duren dan de vooropgestelde tijd.

Ze stelde me gerust, zei dat het inderdaad om dieperliggende lagen ging die losgemaakt worden.
Ik hoef er volgens haar niet per se voorzichtiger mee om te springen.

Maar dat er oude pijnen losgemaakt worden en dat een invloed heeft op mijn algemeen welbevinden, dat is een feit. Daarnaast staat ook de wereld niet stil en moet ook daarop verder gesurfd worden. Ik las net in een boek de raad om niet meer te streven naar stevige verankering maar naar een stevig afgestemd geraken op de verandering en er voeling mee te houden. Om zodoende niet te verstarren of verstikken doordat de verandering je overspoelt.

Dat ik aan mezelf blijf werken en aldus zal geconfronteerd worden met meer ervaringen die bevreemdend zijn, daar ben ik me van bewust en ik ben er niet bang voor. Ik heb al wel wat ervaringen opgedaan, heel pijnlijke en minder pijnlijke. Groeimomenten. Inzichten.
Zolang ik hindernissen zie als uitdagingen komt het mijn leerproces tegoed en behoud ik wellicht een constructieve houding tegenover wat me overkomt.

Ik ben iemand die over het algemeen niet makkelijk uitreikt naar anderen. En ik merk wel dat vaak alleen al de bereidheid ervaren dat iemand mee wil kijken, zij het een vriend, familie of betaalde kracht, een kentering in mijn houding, mijn vertrouwen, kan geven.

Zelf heb ik me net ook gerealiseerd dat het afgelopen jaar best intens voor me was.
Zelfs los van de Corona-golf.
Volgens mij heeft het loslaten van situaties en me telkens ankeren op een nieuw pad, ertoe bijgedragen dat ik mijn systeem heb uitgeput. Wellicht heb ik onvoldoende gerouwd over oude en nieuwe verlieservaringen. Rouw over het doorleefd hebben van moeilijke sensaties en ervaringen. Voldoende tijd te besteden aan de emoties die ermee gepaard gaan. Voldoende in gesprek te gaan met die emoties.

Als dat de les is die ik hieruit moest leren, dan is dat mooi.
Dan heb ik een nieuw instrumentarium om me aan nieuwe uitdagingen te zetten.
Zonder de ervaringen achter me te laten die onvoldoende verteerd zijn.
Met de voeten op mijn surfplank en een rugzak die hanteerbaar is.
Deinend op het water of uitreikend naar een nieuwe golf.

Waar de reis me brengt weet ik niet, ik kan alleen terugkijken op de reis van vandaag, van het afgelopen jaar, van de afgelopen decennia.
Pittig, jawel.
Maar ik schrijf nog.

Als ik het kan, dan ligt het in ieders bereik.
I´m only human.

Hou je!

De brief

Photo by Green Chameleon on Unsplash

Met dit bericht startte ik ooit mijn blogexperiment in 2014.
Vandaag de brief aan mijn overleden ‘baas’ van toen, in audio- en tekstvorm.

Dag professor,

Het voelt nog steeds een beetje vreemd, maar na jaren van aarzelen dan toch dit schrijven.
Al weet ik niet eens of u me nog onderscheidt in uw herinnering.

Voor mij begon een mooi verhaal halfweg 1997 toen ik bij u op sollicitatiegesprek kwam. De derde ronde. Mijn dochter, toen tien maanden oud, lag in het ziekenhuis maar u gaf me ruimte en een eerlijke kans op de job met een paar weken uitstel voor het beslissende gesprek. Ook al onderstel ik dat uw agenda niet erg veel vrije ruimte ademde. Bovendien was de start van het project urgent omwille van de contractuele afspraken met een handvol strategische partners.

Ik herinner me haarscherp wat het eerste was dat u me vroeg toen ik op gesprek kwam.
Hoe het met mijn dochter ging. Weet u dat nog?
Ik zie ook nog helder voor me hoe u non-verbaal reageerde toen ik aangaf dat mijn dochter er wellicht niet aan zou sterven. Hoe u toen een krimp gaf. Heel subtiel.
Ik was er even door uit evenwicht. Zag u mijn hapering toen, professor?

Ook later zou ik uw betrokkenheid en zorg ervaren. Elke vijf minuten overleg die ik aan één van uw secretaresses vroeg wanneer ik dreigde vast te lopen op een vraagstuk. U maakte tijd voor me.
Zette me telkens op het spoor dat toeliet dit internationale pilootproject, uw geesteskind, te doen slagen. En uw opzet slaagde. Met overweldigende respons.
Het project liep. Liep goed. Werd stilaan routine.

Maar u, u had kanker. En ik wist dat. Ik wist dat zelfs zeer snel.
Doordat de zus van uw schoonzoon me dit had toevertrouwd in mijn eerste werkweek.
‘Maar ik moest het zwijgen.’
Ik onderstel dat u dat bij leven nooit heeft geweten.

De krimp die u gaf bij het sollicitatiegesprek. Het daagde me.
Sterfelijkheid stond toen al enkele jaren vetgedrukt in uw agenda.

Ik had uw pijn bij onze eerste ontmoeting opgemerkt en detecteerde hem nog vele keren daarna.
Maar ik zweeg, ook al voelde ik de zwaarte van de last die u droeg.
Toen ik op een keer uw grimas zag toen u moeizaam opstond uit uw bureaustoel en ik stilletjes opperde om een ander moment terug te komen. Herinnert u zich dat moment en hoe u mijn voorstel toen weigerde?
U ging door. Dwars door de pijn. Zolang het kon.

Het is in tranen dat ik dit schrijven afrond. Het verhaal dat zo mooi startte meer dan twintig jaar geleden, het is niet af voor mij. Uw dood en wat daarop volgde waren te onwezenlijk. Ik kon en kan het nog steeds niet vatten.
Weet u, soms overspoelt me nog de vraag of ik deel uitmaakte van een interuniversitair experiment, toen, onder uw hoede…
Maar ook op die vraag wens ik intussen geen antwoord meer.
Wat levert het me op, nietwaar?!

Misschien klinkt het vreemd, maar ik ben u immens dankbaar voor uw mentorschap.
U geloofde in mij. U geloofde dat ik dit complexe project aankon.
Dat heeft mijn potentieel doen bewegen.
Mezelf dat herinneren, helpt ook nu nog.

In voor en tegenspoed.

U genegen,
Fiducia

Verbinding

Photo by Shane Rounce on Unsplash

Welke dag het was, weet ik niet meer. Maar ik had de bus richting station genomen en de chauffeur draaide muziek. Het was een fijne rit, de zon scheen en ik genoot van de muziek en de ontspannen sfeer op de bus. Er waren maar een drietal andere reizigers die meereden en ik hoorde niemand klagen over de muziekkeuze. Het waren trouwens wat ‘oudjes’ die gedraaid werden, maar net zo fijn.

Aan het station moest ik een andere bus nemen.
Een vrouw stapte enkele haltes verder op en ze stond wat te wiebelen op de middengang.
“Kan ik helpen?”, vroeg ik.
Ze draaide zich om, ik nam mijn rugzak van de zitting naast me en ze nam plaats op die plek.
Gezellig zo met zijn twee.

Aan de volgende halte waar de bus stopte, stond ik even op en vroeg ik aan de chauffeur of hij muziek wilde opzetten.
“Er staat muziek op” antwoordde hij, “maar die is enkel hier vooraan te horen.”
Nu was het ook een oud type van bus die al wat meer lawaai maakt dan de nieuwere versies, zoals degene die ik eerder had genomen.

De bus vertrok weer en de chauffeur was blijkbaar sowieso niet van plan zijn muziek door heel de bus te laten klinken.
De vrouw naast me raakte mijn arm aan en sprak “talk to me.” Geheel spontaan.
Dus dat deden we. En ik kwam een glimp van haar leven te weten. Dat ze een vriendin ging opzoeken in de stad waar ook ik naartoe reed. Dat ze ernaar uitkeek en die verbinding eens per week maakte. Ofwel kwam de vriendin tot bij haar.

Ze was voornamelijk alleen, hoewel ze kinderen had en een man. Maar niet in dit land.
Bij de voorlaatste halte stapten we beiden af en groetten we elkaar.
We wisselden geen gegevens uit. Ze drong er ook niet op aan dat ik later nog een keer met haar zou spreken, wat anders soms wel gebeurt.

Maar dit gesprek, deze toevallige ontmoeting, deed me wel denken aan het project dat Arsenaal/Lazarus in Mechelen opzette in samenwerking met het lokale museum Hof van Busleyden: ‘De grond der dingen’.

Ik heb het initiatief al een poos niet meer opgevolgd, maar aan het begin van het traject mochten Mechelaars ideeën insturen die de stad en/of haar bewoners ten goede komen. Later werden alle ideeën voorgesteld in een aparte ruimte in het museum en het traject leidde naar een voorstel aan de stad om de, via participatieve besluitvorming steunend op technieken van deep-democracy, geselecteerde projecten ruimte te geven om zich te ontvouwen.
Het opzet was niet dat de stad geld aan de ideeën zou toekennen om de realisatie mogelijk te maken, dan wel fysieke ruimte te voorzien om de ideeën te ontplooien.

Ook ik stuurde bij de eerste oproep een idee in, dat later in het beslissingstraject aan enkele andere ideeën werd gekoppeld.
Mijn voorstel was om de perronbanken in de stations in de Mechelse regio alsook de banken aan de bushaltes een herbestemming te geven als ontmoetingsplaats.
Ik heb geen idee hoeveel vierkante meter dit in beslag neemt, al die bushaltes en perrons waar banken ter beschikking staan. De intentie voor mijn idee was om de barrière om een gesprek aan te vatten te doorbreken. De barrière die vaak gevormd wordt door…scherm-kijken-in-de-eigen-bubbel.
Met ‘bubbel’ nog zonder connotatie met het Corona-virus…

De vrouw die ik in de bus ontmoette had geen ‘opstapje’ nodig om een gesprek aan te knopen. Een jongeman die op een keer naast me kwam zitten aan de bushalte ook niet. Hij wou weten hoe oud ik ben. Ik heb het hem met wat omwegen verteld. Hij is niet lang blijven zitten. Al was ik toen, geef ik toe, ook net in mijn bubbel op mijn GSM aan het tokkelen herinner ik me. Dat getuigt niet van veel openheid…

Fiducia reflecteert over verbinding…

Stemplicht

“Vooral je stem” zei hij.
Het was ongeveer een jaar geleden dat ik nog in deze lokale supermarkt rondliep en hij was de enige werknemer die ik nog herkende. Ik groette hem. Hij groette mij terug.
“Je kent me nog na al die tijd”, gaf ik aan.
“Ja, vooral je stem”, repliceerde hij.

Dat me dat telkens weer verbaast, dat mensen mijn stem bijzonder vinden of allerhande eigenschappen toedichten die eigenlijk wel fijn zijn om te “horen”. Misschien moet ik het maar “gebruiken” en systematisch een ingelezen versie van mijn blogberichten maken. Niet dat ze zo lang zijn dat ze beter “hanteerbaar” zijn tijdens het joggen. Veel conditie zal je er alleszins niet bij winnen met het vijfhonderdtal woorden waartoe ik mijn schrijfsels meestal beperk.

Ik nam recent contact op met de lokale inleesstudio om te bekijken of er ruimte is om mijn stem ter beschikking te stellen. Zodat blinden of slechtzienden het luisterboek kunnen uitlenen waar mijn stem aan hangt. Maar blijkbaar zitten heden ten dage, coronamaatregelen indachtig, de tijdslots goed vol.
Wat misschien betekent dat ik een nieuwe bestemming moet zoeken om mijn stem te laten gelden. Ten gelde te maken van gratis gehoor. Zoiets.
Mmmh, daar schort iets aan…

Mijn eigen blogberichten beluisterbaar maken vormt dan misschien een logische keuze.
Want eerlijk, toen ik me kandidaat had gesteld voor het inlezen van luistermateriaal had ik niet gedacht dat ik een drietal teksten zou moeten inlezen ter voorlegging aan een kritische luisterjury, alvorens zelfs maar te “mogen” inlezen. Veel acteurs en actrices worden trouwens afgehouden, omdat ze de tekst teveel “inkleuren”. Maar de jury liet me toe mijn stem al doende te laten groeien. En ze gaf geen inperking over het soort tekst dat ik kon inlezen.

Ik had ook niet verwacht dat een nieuwslezeres van de VRT me op aangeven van mijn nonkel zou opbellen om me raad te geven over het oefenen van mijn stem. Ze raadde me enkele boeken over stemtechnieken aan waarin een oefen-CD zat, waar zij zich mee had voorbereid voor haar job.

Ik had ook niet kunnen bedenken dat ik enkele sessies bij een logopediste zou volgen om de aandachtspunten van de jury verder te vervolmaken. Een half uurtje speedy-consult en dan thuis oefenen. Tja, ik was me toch een beetje onzeker geworden. Inlezen voor onbekenden voelt toch net iets anders dan je stem geven aan het prentenboek dat je je eigen kinderen voorleest. Daar verdoezel ik geen fouten. Niets zo erg als je kinderen laten uitschijnen dat fouten maken niet mag. Als je een fout leest herpak je je, punt. AVI-niveaus en snelheidstesten nog aan toe…

En toch… waar ik bij het begin van mijn avonturen als inlezer van boeken van het uur ‘werktijd’ dat ik ter beschikking had slechts een dikke twintig minuten ‘bruikbare tijd’ haalde, omwille van leesfouten die vooral te wijten waren aan ‘heel erg graag meteen zonder fouten willen lezen’, haalde ik na enige tijd vlotjes een dikke vijftig minuten bruikbare tijd. Wat wel mooi is, toch?! Ik leerde inmiddels ook mijn eigen fouten recht te zetten. Terugspoelen, herbeginnen vanaf het punt waar het nog ok was.

Maar blijven oefenen dus, dat is wat ik nu wens, zodat ik mijn “stemvaardigheden” een beetje onderhoud.

De laatste tijd lees ik ook veel en soms lees ik gewoon hardop. Voor de lol. Om de tekst een extra dimensie te geven. Misschien blijft het gelezene dan beter hangen, wie weet…Misschien kan ik er binnenkort ook meteen een tekening bij maken om ook mijn rechter hersenhelft erbij te betrekken. Of een muziekje bij tokkelen. Zo leerden mijn kinderen in de lagere school de tafels van vermenigvuldiging. Met een liedje. Niet erg bijzonder creatief van samenstelling, maar het bleek wel te werken.

Ik denk dat ik toch maar geen letterlijke inleesversie van dit blogbericht ga maken. Dat is me een beetje te saai. Ik zal doen alsof ik hier tegen iemand zit te vertellen wat ik zonet heb neergepend.
En ik ga er eerst een nachtje over slapen.
Zomaar, omdat ik dat hier en nu bedacht heb.
In stilte.