Let´s go for goesting

Photo by Yoab Anderson on Unsplash

Het gaat er hier pittig aan toe en ik zal het geweten hebben…

Elke ochtend  in de afgelopen week had ik een confrontatie met somberheid, soms doorspekt met angst en piekeren. Dan gaan tijd en ik aan de slag om die energie te keren. Door te gaan stappen, door vrienden te ontmoeten, door dingen te doen die me op dat moment erg zwaar vallen maar die ik waardevol vind.

Hoe makkelijk zou het zijn als een positief gevoel kon blijven hangen. Of dat ik in staat was het fijne gevoel van bijvoorbeeld een ontmoeting of verwondermoment weer op te pikken en aan te doen, als een zacht jasje om schouders van kwetsbaarheid.

Het valt niet of amper te zien door de buitenwereld. Tenzij aan de tranen die af en toe boven mijn oogrand wriemelen en prikken. De woordenstroom die wat moeilijker op gang komt. Het eigenwaardegevoel dat zich verstopt achter een venijnige wolk van zelfkritiek. Een pruttelpotje van zelfbeklag bijwijlen.

Tsss…pittig. Dat is het woord ja.

Misschien is er een gerecht dat pittig genoeg is om de pittigheid van moeilijke emoties te overstemmen. Een lekker Indisch schoteltje misschien.
Het valt te proberen, al is de ochtend daar wellicht toch een beetje een vreemd moment voor.

En toch…sta ik niet alleen in mijn strijd.
En dat hoeft geen zalfje te zijn op de open wonde. Ik blijf in contact met mensen en hoor hoe moeilijk bepaalde situaties door hen te dragen zijn. Hoe alleen zij zich voelen in hun strijd. En daar waar ik uitreik, reiken zij evenzeer uit. Daar waar ik een verbinding zoek, zoeken zij evenzeer een luisterend oor. Zijn we er voor elkaar en wordt het allemaal eventjes draaglijk omdat het gedragen wordt door meer dan de eigen schouders. Elk met een andere lading.

Ik blijf graag luisteren, al blijft niet alles hangen dezer dagen. Als er dan een vervolg komt op ons gesprek merk ik dat flarden van het verhaal van de ander me ontglipten. Een nieuwe trigger behoeven om weer ten volle tevoorschijn te komen.
En ik ervaar hoe ook dit wellicht niet enkel mijn verhaal is.

Binnenkort duik ik in verhalen en gedichten met mensen die daar ook goesting in hebben. Niet gewoon al lezend thuis en uitwissslend in een bijeenkomst, neen, al voorlezend en meelezend, al voelend en al dan niet delend. Met goesting als werkwoord. Goesten. Misschien komt dat wel van het Engelse woord ‘to go’ , we go, she goes and they go to do this thing with literature and poetry. Hoor mij…

Enfin. Het zal trouwens in het Nederlands zijn. Maar ik heb er zin in en ben er blijkbaar in geslaagd om ook enkele organisaties warm te krijgen en mee aan te haken. En nog enkele andere organisaties om mee te zorgen voor bekendmaking.

Voor mij mag het starten met een klein groepje. Ik weet nu al dat ik er heel mijn wezen in zal leggen. En dat ik moe zal zijn na afloop. Maar er staan en er met heel mijn wezen bij zijn op het moment zelf is wat ik wil. En als we samen de ladingen onderzoeken en dragen die ons aangereikt worden in literatuur en poëzie, ontwikkelen we misschien een instrumentarium om mee aan de slag te gaan in ons eigen leven.

Gelukkig kan en mag ik nog dromen…

Weifelen

Photo by Nicolas Hoizey on Unsplash

Hij vroeg of ik zou stoppen met schrijven.
Tot hiertoe gaf ik geen antwoord. Omdat ik geen antwoord vond in mijn arsenaal aan woorden.

Zolang er ruimte is, kunnen objecten worden waargenomen.
Zolang er stilte is, kan geluid zich ontvouwen.
Zolang er woorden zijn, kunnen ze verschil maken.

Ik weet vaak niet meer welke woorden nog schrijven. Alsof alles al gezegd is. Alsof een welgemeende en empathische stilte toch veel meer kan zeggen dan welke woordenstroom ook.

Ja, ik schrijf graag. Ja, ik krijg al eens uit onverwachte hoek een mooie reactie op mijn schrijven. Ga ik er daarom mee door? Ik weet het niet. Schrijven geeft betekenis aan mijn leven. Wat zich hier typt, wil gezegd worden. Wat zich hier droomt, wil manifestatie vinden. Wat boekdelen spreekt, wil gehoord worden ja.

Mijn kunstenaarsafspraakje, het opgelegde uitje van ‘me, myself and i‘ en de verwondering, wil zich vaak niet manifesteren. Het lijkt of ik er meer op vertrouw dat vanuit de beleving van diepe stilte de meest waardevolle woorden stromen. Wat moet ik met rond snuisteren in de Hema tussen de papiertjes en frutseltjes. Wat moet ik met in mijn eentje door de natuur struinen en niemand hebben om al wat ik opmerk mee te delen? Elk leeg blad draagt verwondering in zich.

Ik wil niet ‘leeg-geschreven’ zijn. Dus moet ik mezelf voeden met verwondering. Over de zon en de hitte van de afgelopen dagen. Die me behoorlijk immobiel maken. Maar wanneer de hitte er niet was, zouden we de verkoeling niet opmerken. Er zijn zo altijd minstens twee kanten aan een verhaal. En dan nog. Eigenlijk een oneindig aantal perspectieven om naar de dingen te kijken. Als je echt wil.

Wat levert verkoeling op?

Als ik gevoelig ben voor woordkeuze, waar moet ik dan de mosterd halen? In goede literatuur wellicht. Of in wijze quotes van mensen met bakken levenservaring. Zelf zou ik ook wel wijs willen zijn. Van een soort wijs dat verkoeling geeft op oververhitte dagen. Dat verfrissing geeft op oververhitte discussies. Misschien mag dat onder de vorm van een vraag zijn.

Gaat het me lukken?
Zal ik verfrissing vinden tussen waargenomen uitingsvormen?
Zal ik verwondering vangen en delen?

Schrijven maakt een verschil als het beweging brengt aan de lezerskant. Een glimp van een emotie, een straaltje empathie of een zaailing van mondkrullen. Dat die laatste dan stevig mogen wortelen, van oor tot oor. Die heb ik al wel eens veroorzaakt op dit blog, denk ik.

Laatst kregen mijn blogberichten de woorden ‘eerlijk en zacht’ van een lezer. Dat voelt wel fijn. Ik denk dat ik dat ook wel ben, eerlijk en zacht. Omdat ik niet anders kan zijn dan dat. Omdat anders zijn dan dat me teveel energie kost.

Het maakt me kwetsbaar ja. En sommige mensen durven daar al eens op inhakken.
Omdat ze zelf geen voeling willen of kunnen maken met die kwetsbaarheid, wellicht. En de mijne dan als een bedreiging aanvoelt.

Toch heb ik vooral de ervaring dat de manier dat ik me opstel naar mensen, me spiegelt in hun gedrag. Dat ik meer mag vernemen in een toevallige ontmoeting dan de gemiddelde mens.

Ach, eigenlijk doe ik maar wat. Zeer binnenkort dompel ik me nog eens onder in een schrijfcursus van een halve dag. Wie weet wat voor verfrissing dat brengt. Voor nu houd ik het op bruiswater. Misschien is het dat wel. Dat ik op de tafel van vermenigvuldiging van kwetsbaarheid het bruiswater mag zijn. Dat zorgt voor de bubbels, de al dan niet onderdrukte oprispingen en de verkoeling.

Een briesje Fiducia.
Graag tot schrijfs.

Versluiering

Photo by David Kiriakidis on Unsplash

Het is opmerkelijk hoe de kleur van een bericht een donkere sluier krijgt als ik in een sombere bui ben.

Dan geeft meteen herlezen geen andere interpretatie dan deze die net binnenkwam als waarheid en pijn deed. Dan lijkt het of er maar één betekenis aan de andere kant wordt ingelegd. Eén die me neer wil sabelen. Dan kan je verstandelijk wel zeggen: ‘een uitspraak zegt meer over de zender dan over de ontvanger.’ Maar aan hoe de woorden binnenkomen en pijn triggeren, kan ik niets veranderen op dat moment. Dan wordt het voor dat moment de opdracht om gewoon de lading te doorvoelen, trachten te verteren en iets anders te gaan doen.

Maar als ik de volgende dag een beter humeur heb en ik bij wijze van dubbele check het betreffende bericht herlees met een nieuwe bril, dan klinkt het ineens frisser.
Niet meer als een persoonlijke aanval. Zelfs warmhartig, in uitzonderlijke gevallen.
Zo vreemd vind ik dat. Hoe mijn eigen gemoed mijn waarnemingen kleurt.

Ik weet hoe dat komt.
En dit schrijven gaat op dit moment weer vergezeld van tranen. Een inzicht, welaan.
Ik weet dat het komt doordat ik in se nog steeds niet op een duurzame manier geloof dat ik van waarde ben. Dat ik vind dat ik ‘iets moet betekenen’ of ‘ondernemen’ om menswaardig te zijn.
Elke boodschap die dan neigt mijn eigen overtuiging kracht bij te zetten, komt dan stevig binnen.

Als ik me goed voel, waan ik me waardig en onderneem ik ook allerlei acties.
Zit ik als het ware in een virtuose opwaartse spiraal.
Als ik me klein en kwetsbaar voel, vertoef ik vaak in een ‘lege ruimte’. En gedachten kronkelen zich in een vicieuze cirkel. Wat op zich wel maakt dat nederigheid gevoed wordt. Dat is dan weer een goede zaak voor intermenselijke contacten.

Ik merk het bij het schrijven van affirmaties in het kader van mijn traject met het  boek van Julia Cameron, ‘The Artist´s Way’. Dan schrijf ik zelfbevestigende uitspraken als ‘ik mag mijn creativiteit voeden’ een aantal keer onder elkaar en komt er doorheen het geschrijf een censor die soms de wreedste verwensingen naar mijn kop gooit. Het boek adviseert die zogenaamde ‘censoruitbarstingen’ ook op te schrijven, om ze nadien te transformeren tot uitspraken die als affirmatie kunnen dienen.

Waar de voorbeelden van affirmatieve zinnen in het boek over creativiteit gaan, zijn de nieuwe affirmaties die op bovenstaande manier gecreëerd worden nog belangrijker om te herhalen.
In het kader van je algehele welbevinden als mens. Om gaandeweg de weerstand voor de weg die je bewandelt en waard bent wat minder groot te maken. Jezelf wat liever te gaan zien. Stel u voor…

Ik weet niet waar die wrede uitspraken vandaan komen. Ik herinner me geen dergelijke uitvallen verbonden aan een persoon uit mijn jeugd. Ik heb er alleszins geen levendige herinneringen aan, hoewel ik wel een vermoeden heb waar ze vandaan komen.

Bij andere mensen merk ik die sluier ook op.
Ik durf al eens complimenten geven aan mensen en niet zelden geven die emotie of zelfs tranen bij de ander. Omdat ze iets raken waar kwetsbaarheid op zit.
Soms omdat er ongeloof bij de ander zit dat wat hij of zij hoort wel eens zou kunnen kloppen.

Ondertussen heb ik een idee voor een nieuw projectje.
Een kunstig experiment dat ik nog wat moet uitwerken. Kleinschalig maar denkelijk wel amusant.
Iets met toevallige ontmoetingen, luisteren en katalyserend vermogen.

Dit schrijven heeft me alvast deugd gedaan.
Mmmh. Voelt fijn.

De brief

Photo by Green Chameleon on Unsplash

Met dit bericht startte ik ooit mijn blogexperiment in 2014.
Vandaag de brief aan mijn overleden ‘baas’ van toen, in audio- en tekstvorm.

Dag professor,

Het voelt nog steeds een beetje vreemd, maar na jaren van aarzelen dan toch dit schrijven.
Al weet ik niet eens of u me nog onderscheidt in uw herinnering.

Voor mij begon een mooi verhaal halfweg 1997 toen ik bij u op sollicitatiegesprek kwam. De derde ronde. Mijn dochter, toen tien maanden oud, lag in het ziekenhuis maar u gaf me ruimte en een eerlijke kans op de job met een paar weken uitstel voor het beslissende gesprek. Ook al onderstel ik dat uw agenda niet erg veel vrije ruimte ademde. Bovendien was de start van het project urgent omwille van de contractuele afspraken met een handvol strategische partners.

Ik herinner me haarscherp wat het eerste was dat u me vroeg toen ik op gesprek kwam.
Hoe het met mijn dochter ging. Weet u dat nog?
Ik zie ook nog helder voor me hoe u non-verbaal reageerde toen ik aangaf dat mijn dochter er wellicht niet aan zou sterven. Hoe u toen een krimp gaf. Heel subtiel.
Ik was er even door uit evenwicht. Zag u mijn hapering toen, professor?

Ook later zou ik uw betrokkenheid en zorg ervaren. Elke vijf minuten overleg die ik aan één van uw secretaresses vroeg wanneer ik dreigde vast te lopen op een vraagstuk. U maakte tijd voor me.
Zette me telkens op het spoor dat toeliet dit internationale pilootproject, uw geesteskind, te doen slagen. En uw opzet slaagde. Met overweldigende respons.
Het project liep. Liep goed. Werd stilaan routine.

Maar u, u had kanker. En ik wist dat. Ik wist dat zelfs zeer snel.
Doordat de zus van uw schoonzoon me dit had toevertrouwd in mijn eerste werkweek.
‘Maar ik moest het zwijgen.’
Ik onderstel dat u dat bij leven nooit heeft geweten.

De krimp die u gaf bij het sollicitatiegesprek. Het daagde me.
Sterfelijkheid stond toen al enkele jaren vetgedrukt in uw agenda.

Ik had uw pijn bij onze eerste ontmoeting opgemerkt en detecteerde hem nog vele keren daarna.
Maar ik zweeg, ook al voelde ik de zwaarte van de last die u droeg.
Toen ik op een keer uw grimas zag toen u moeizaam opstond uit uw bureaustoel en ik stilletjes opperde om een ander moment terug te komen. Herinnert u zich dat moment en hoe u mijn voorstel toen weigerde?
U ging door. Dwars door de pijn. Zolang het kon.

Het is in tranen dat ik dit schrijven afrond. Het verhaal dat zo mooi startte meer dan twintig jaar geleden, het is niet af voor mij. Uw dood en wat daarop volgde waren te onwezenlijk. Ik kon en kan het nog steeds niet vatten.
Weet u, soms overspoelt me nog de vraag of ik deel uitmaakte van een interuniversitair experiment, toen, onder uw hoede…
Maar ook op die vraag wens ik intussen geen antwoord meer.
Wat levert het me op, nietwaar?!

Misschien klinkt het vreemd, maar ik ben u immens dankbaar voor uw mentorschap.
U geloofde in mij. U geloofde dat ik dit complexe project aankon.
Dat heeft mijn potentieel doen bewegen.
Mezelf dat herinneren, helpt ook nu nog.

In voor en tegenspoed.

U genegen,
Fiducia

Opbrengst

Photo by Javardh on Unsplash

ik nam een omweg zag je liggen
stopte, draaide, nam je mee

hoe hoedanook jou zien
me onvoorwaardelijk doet houden
van wat achterblijft

en ongezien door anderen houvast mag zijn

omdat ik vroeger ooit verwoordde
dat wat daar ligt ook licht kan zijn
in uitgesproken woorden

wie neemt mij mee als ik ben afgedankt
door aardse slotakkoorden?

Ingesproken versie van ‘Opbrengst’

Onderhand-delen

Photo by Andrew Neel on Unsplash

“Als je een euro hebt, krijg je mijn kar”, zei ik zelfverzekerd.
“Ik heb geen euro”, schudde de man terwijl hij zijn fiets vastmaakte, “ik heb geen kleingeld bij.”
“Ah, dan zal je niet binnen kunnen, want je moet hier een kar nemen en deze hier zijn er met geld.”
“Misschien heb ik een jeton”, sprak hij nog.

Ik ging tijdens het spreken verder met het wegstoppen van mijn luttele moestuinzaaiplan-aankopen en hij stond daar nog steeds aan zijn fiets en tasje te foefelen.
“Ik heb wel vijftig euro”, grapte hij.
“Dat is ook goed”, heb ik al glimlachend geantwoord, zonder hoop op een goeie deal overigens.

“Hier, neem de kar maar”, zei ik en ik gaf ze een klein duwtje.
“Ik kan je euro komen brengen”.
“Haha, neen, laat maar.”

Ik heb voor de voorzichtige volledigheid nog aangegeven dat de kar ontsmet was.
Hij wilde weten of de euro dat ook was.
Ook dat nog…
Een euro in ‘bruikleen’ krijgen en dan nog kieskeurig zijn ook…

Het was maar een euro, maar ik heb hem dus weggegeven hoewel ik had gehoopt een eerlijke deal te kunnen sluiten.
Zo goed ben ik dus in onderhandelen…

Het was ‘maar’ een euro maar ik had er eerder goed op gelet hem niet uit te geven omdat ik niet zo een jeton bezit om winkelkarren los te maken en de enige restjes van mijn kleingeld zo van die gelige en koperen muntjes zijn.

Dus zal ik opnieuw mijn onderhandelvaardigheden moeten boven halen bij de bakker of zo…
Of die al bereid zal zijn vijf ‘twintig-centiemp-jes’ te ruilen voor een euro…in deze tijd…
En anders wordt het winkelen in zaken waar de karren vrij van muntstuk zijn…en hopen dat ze hebben wat ik zoek.

Zucht. Dat het allemaal niet simpel is.

Of wie weet, reikt iemand ook gewoon ooit een keer zijn of haar kar aan mij aan zonder iets terug te vragen.
Of ik ga niet meer winkelen hé, dat is wellicht nog de verstandigste oplossing.

Ik herinner me wel nog de drie jongeren toen bij de broodautomaat, waar één van hen me niet alleen een euro gaf maar me ook het pompoenbrood adviseerde. Duizendmaal dank, waar je ook bent! Ik vrees dat ik de jongeman niet meer ga herkennen als ik hem tegenkom, maar ik ben nog altijd blij dat ik tenminste heb benadrukt dat hij en zijn makkers zichzelf moesten zien als ‘primair’ in plaats van ‘secundair’, zoals zij zichzelf noemden. Omdat ‘wij’ hen zo noemen.

Ik snor even het juiste blogbericht op. Voilà, bij deze de link.
Ook de spontane kus van de zwerver toen ik hem centjes gaf voor twee overnachtingen in de nachtopvang, herinner ik me. Daar schreef ik ook een berichtje over ooit…maar ik heb geen zin om het op te zoeken.

Inmiddels weet ik al langer dan vandaag dat ik anders in elkaar zit dan de doorsnee mens.
Zo herinner ik me de woorden van dezelfde zwerver over het ‘deksel-op-de-neus’ van een vrouw die hem radicaal had afgewimpeld toen hij haar alleen nog maar had aangesproken.

Misschien worden mensen niet graag geconfronteerd met kwetsbaarheid. Dat kan hé.
´t Zal daarom zijn dat geen kat mijn blogberichten leest 😊

Een euro opbrengst per klik.
Stel u voor dat dat kon…
Dan kan je na een tijd wellicht alle winkelkarren uitlenen, heel alleen in alle rust de keten doorstruinen en zonder file aan de kassa verschijnen.

Ik zal er eens over nadenken…
Zo, dat is ook weer gebeurd 😉

Over woorden, hun betekenis en hun afleidingen

Emoties

Photo by Senjuti Kundu on Unsplash

Ik herinner me niet dat dat in mijn jeugd bestond, prentenboeken die specifiek over emoties gingen.
Mijn favoriete lectuur als jong kind waren de prentenboeken van ‘Tiny’, met al haar avonturen.
Ik vond vooral de tekeningen zo mooi.
Soms durf ik in een boekhandel nog even de ‘Tiny‘-boeken doorbladeren, gewoon omwille van de nostalgie.

Vandaag zijn er wel prentenboeken met als onderwerp één of andere emotie, zelfs met (ademhalings) oefeningen erbij. Zoals de reeks ‘Wat Victor voelt’ met tekst en illustraties van Aurélie Chien Chow Chine met titels als ‘Ik ben verlegen’, ‘Ik ben boos’ en ‘Ik ben bang’.

Of ‘Waar geluk begint’ en ‘Als verdriet op bezoek komt’ van Eva Eland.

Vaker nog vind je natuurlijk de prentenboeken waar de emoties doorheen het verhaal weven. Zoals in de reeks met ‘Kikker’ van Max Velthuijs, zoals het heerlijke ‘Kikker is Kikker’ bijvoorbeeld of ‘Rood, of waarom pesten niet grappig is’ van Jan de Kinder. Waar ook de kleuren heel erg spreken. Er is ook een theatervoorstelling van dit boek gemaakt.
Deze laatste auteur/illustrator, Jan de Kinder, heeft trouwens net een nieuw prentenboek uit, het staat op mijn ‘to do’-lijstje om dat even nader te bekijken…

Onlangs kwam ik voor het eerst in een stripwinkel in Leuven. Op één of andere manier werd ik er naartoe getrokken.
Er lagen twee hoopjes postkaarten naast elkaar vlakbij de ingang. Eentje van het prentenboek ‘Mare en de dingen’ met illustraties van Kaatje Vermeire en tekst van Tine Mortier. Een heel mooi verhaal over een meisje en de relatie met haar oma.

De andere postkaart betrof het boek ‘nooit meer alleen’ van ephameron. Een beeldverhaal dat werd ontwikkeld in het kader van een doctoraatstraject in de kunsten.
Een heel bijzonder boek, lijvig ook, dat ik al een aantal keer met volle aandacht heb doorbladerd.
Het wekt enorme emoties op bij mij. Het is alleszins van een andere orde dan de boeken die ik bovenaan in dit blogbericht aanhaalde.
Geen echt voorleesboek, eerder een ‘kijk, voel en doorvoel’-boek.
Een zet-even-weg-, heropen- en herbegin- en herontdek-boek.

Ik ben ook niet te verlegen om prentenboeken aan volwassenen te schenken. Om nog maar verder te gaan in de opsomming en u daarbij eventueel te inspireren om ook eens te gaan snuisteren in prentenboeken…
Zo gaf ik nog niet zo lang geleden een vriend ter ere van zijn verjaardag het boek ‘Het meisje dat nevel weefde’ met tekst van Agnès de Lestrade en illustraties van Valeria Docampo.
Ook ‘De omhelzing’  met illustraties van Michal Rovner en tekst van David Grossman gaf ik ooit cadeau aan een lotgenote op haar verjaardag. Dat was zelfs in het ziekenhuis, ik kende haar amper.

Ik had het boek bij, omdat ik van plan was maar één nacht te blijven en de volgende ochtend te gaan voorlezen in de jeugdbibliotheek…tja…
De lotgenote gaf aan dat ze jarig was en dat het zo zielig was dat ze op dat moment in het ziekenhuis verbleef op zo een heuglijke dag. Ik aarzelde niet en gaf het boek aan haar. Volgens mij heb ik er zelfs een geïmproviseerd kaartje bij geschreven.

Ze toonde het blijkbaar aan haar therapeut met de mededeling dat ze het van mij cadeau had gekregen. Hij was verwonderd en best onder de indruk…althans, dat vertelde ze me nadien.

En zo vind ik troost en vreugde in mijn boekenarsenaal.

Het blaadje van 11 april in mijn scheurkalender vind ik wat tekst van schrijfster Andrea Owen. Ik zal die even inlezen bij wijze van audio-aanvulling.

Hou het gezond daar!
En kies een goed boek 😉

Return to sender

Photo by Priscilla Du Preez on Unsplash

you can pull me out of Love
way back into anxiety
but resilience and trust are rooted
deep inside a core of me

I move within my misery
and question my own pain
sometimes a simple shower helps
to get back on the train

moving towards UsTopia
where we´ll never arrive
the journey is worth feeling though
each moment we´re alive

just knowing that somewhere out there
somebody feels the same
and that maybe, a word or poem
could help to ease the pain

not sure of course, but nonetheless
just imagining a tale
is a cure to breath:  inhale – exhale
and return to Love again

Gegronde punten

Photo by Ava Sol on Unsplash

Puntje

jij bent de hij niet
die ik mis
in alles
wat ik zie

maar soms

als zout
mijn wangen wast
snakt puntje
naar de i

Ge-dicht op 14 januari 2013
Vandaag weer ge-opend, omdat…

… ik op sommige plekken waar ik ooit ben gepasseerd een puntje zie, heb zien verschijnen. Dat een beetje van haar i verwijderd is. Alsof het puntje toont waar de rest van de i naartoe ‘moet’ om gezond te blijven of worden, of om haar intentie zuiver voor ogen te houden.

Verbeelding brengt je overal. Wie zei dit ook alweer?

Vandaag heb ik een audiocursus van Peter E. Levine afgerond. Zijn naam is gelinkt aan een webstek: https://traumahealing.org
Ik consumeerde hem in partjes, omdat mijn systeem nogal heftig reageerde bij bepaalde fragmenten. Zelfzorg. Je grenzen aanvoelen. En leren respecteren.

De aangereikte oefeningen zijn heel helder en krachtig. Klinken heel logisch en eenvoudig ook. Ze zijn gericht op het leren aanvoelen van sensaties in het lichaam die erop wijzen dat je grenzen bewandeld of overschreden worden. Of die je door trauma gefragmenteerde energie, de ‘bevroren stukken’, leren lokaliseren en zachtjesaan, door zogenaamd ‘pendelen’ tussen veilige en minder veilige stukken, helen. Wat een mooi woord is dat je helpt groeien naar meer ‘heelheid’, ‘wholeness’. Ook in deze cursus, net als bij TRE (Trauma Releasing Exercises) waarover je meer vindt op https://traumaprevention.com, wordt het lichaam als de belangrijkste partner beschouwd om trauma te helen.

Omdat, inderdaad ja, woorden vaak niet toereikend zijn.
De wonde te diep zit en zich niet laat verwoorden en bovenal omdat we wat betreft onze reactie op bedreigende situaties meer gelijken op dieren dan op bewust denkende en handelende mensachtigen. Dieren trillen de ‘frozen energy’ los, die is vastgelopen als reactie op een (levens)bedreigende situatie. Bij TRE ervaar je dat hetzelfde met jou gebeurt als je de oefeningen ernstig neemt die je systeem klaarmaken om wat vastzit los te maken. Je trilt.

Dat het hoofd daarbij rust kent is een aangename surplus.
Hoe kan je immers al denkend oplossen wat je bewustzijn (nog) niet heeft bereikt, omdat je lichaam je wil beschermen tegen een nieuwe overweldigende ervaring.

Als ik het puntje ben.
En de rest van de i me volgt.
Dan zou ik nu graag een prentenboek zien ontstaan dat kinderen leert hoe ze hun grenzen kunnen leren voelen en aangeven en bij wie ze hulp moeten vragen als ze niet ‘gehoord’ worden. Het mag in partjes.

Elk kind dat gisteren leerde dat hij of zij als puntje bij de i hoort
en dat alleen hij of zij mag aangeven hoe groot de afstand tot die i moet of mag zijn.
Zal groeien in het Zijn.
Verbonden.
Met een veilig gevoel.

Dat is wat ik hoop.

En als mijn puntje haar i blijft voelen,
zal kleine ik zich veilig weten
en grote Ik zich durven binden.