Inhoud

Wat een vreemde avond. Krijg ik ineens in mijn mailbox een taalgerelateerd bericht en valt mijn oog op het woord ‘knaldrang’. Ik denk ‘dat moet ik nader onderzoeken’. Ik bedoel, zo een drang kan je toch niet toelaten? Daar moeten toch regels voor opgesteld worden?

Om zeker te zijn dat ik het allemaal goed begrijp, kijk ik verder dan de inhoud van mijn schuif met standaard antwoorden, helemaal uitgevonden en al.
Woordenloos werd ik. Daar niet van.

Maar ik ga verder.
Zo vind ik ‘Als de fuifhonger te hevig wordt, krijg je knaldrang.’

Ik laat mijn ogen nog een beetje over de rest van de uitleg dwalen, maar besluit gewoon boudweg de link hier te plaatsen. Beetje lui zijn af en toe is goed voor de energiehuishouding. Hij zit daar ergens beneden. Je komt er wel als je verder leest.

Ik laat intussen Mariah Carey en Whitney Houston even hun ding doen en geniet van de energie tussen die dames. Daarna besluit ik eens de slimmerik uit te hangen en een woord te typen dat volgens mij onmogelijk een zinnige opbrengst kan geven. Ik typ: ‘skaramousj’. Mijn schrijfwijze niet te na gesproken blijkt er muziek te zitten in dat woord.
Ik heb de mannen laten uitspelen en ben blijven zitten tot het einde. Heb genoten van hun virtuositeit.

Wat ik echter als laatste tegenkwam, tart alle verbeelding. Een mevrouw die duidelijk wil dat ik meedoe. Maar als ze naar mij wijzen dan haak ik af. Dan komt de rebel in mij naar boven. Meedoen als je met de vinger gewezen wordt? Jamehoela!

Ik wil het u echter niet onthouden. Voor elk wat wils.
https://www.youtube.com/watch?v=Tb3SaTv4clM

Retteketet.

PS: En dat blokje hieronder heb ik dus verschoven en nu krijg ik dat langs geen kanten weg. Tenzij ik opnieuw begin misschien. Maar heb ik geen zin in.
En ach, die rode schoentjes zijn wel schattig.



In-zicht

Photo by Aron Visuals on Unsplash

Omdat vandaag het morgen van gisteren is en ik mijn belofte wil houden, brei ik hier verder op mijn aanzet uit het blogbericht van gisteren.

Wat voorafging:
“Ik moest hierdoor denken aan de Engelse arts Sir Arthur Eddington, die op memorabele wijze uitlegde hoe het universum in elkaar steekt: ‘Iets onbekends doet dingen waar wij geen weet van hebben.’ Maar het mooiste komt nog: ik hoef het ook niet te weten.”

Hoe ging mijn onderbewuste hiermee aan de slag?
Die vraag zou ik kunnen beantwoorden met een fractaal van bovenstaande uitspraak: ‘Iets onbekends (mijn onderbewuste) doet dingen waar ik (maar wie is die ik?)  geen weet van heb.’

Ik denk dat ik vannacht gedroomd heb, maar aangezien ik niet de moeite heb genomen om die droom op te schrijven, is hij intussen verdwenen uit mijn bewustzijn. Misschien moet ik toch maar weer eens een schriftje en pen binnen handbereik leggen voor heldere nachtmomenten. (Of volle maandagen. Of halve zondagen.)

Wat ik wel opmerk door kersverse meditatieoefeningen te doen, is dat bij het opmerken van een ‘flirt’ en te onderzoeken welke essentie daaraan ten gronde ligt, er zich een wondere wereld openbaart. Van beelden, van bewegingen, van woorden en inzichten ook. Het zijn allerindividueelste manifestaties voor allerindividueelste ervaringen. Maar wonderwel kom ik via diverse wegen vaak dezelfde onthullingen tegen.

Klopt het dan dat ik ‘het’ ook niet hoef te weten, zoals Elizabeth Gilbert zich uitsprak?
Waarom doe ik die meditatieoefeningen dan?
Waarom lees ik boeken over quantum denken?

Wat ik vooral wil leren is mezelf en mijn bijhorende fenomenen begrijpen. Om daarna bewust wat wijzigingen aan te brengen in mezelf of de context en na te gaan welk effect dat heeft. Ik ben ook iemand die veel liever van veel dingen een beetje weet dan één ding tot op het bot uitpluist. Voor dat laatste ben ik te ongeduldig. Het moet vooruit gaan. Grote lijnen, af en toe een detail, maar niet alles tot in het detail. Misschien grote lijnen en een detail om te oordelen of de metafoor van de fractalen toepasbaar is.

Linken leggen tussen op het eerste zicht zeer uiteenlopende domeinen. Dat doe ik ook graag.
Omdat het afgescheiden zijn slechts een beperkende illusie uit de ‘Consensus Realiteit‘ is.

De Kunsten begeven zich op het non-consensusterrein.
Waarom ben ik gedichten beginnen schrijven toen ik houvast zocht op het moment dat ik besloot niet langer bij mijn vorige psychiater in behandeling te gaan?
Ja, ik stel me die vraag.
Ik had helemaal niks met poëzie. Pas later ben ik me daarin gaan interesseren. Nu heb ik zowaar kunstboeken in mijn boekenkast en luister ik het vaakst naar Klara Continuo.

Ik vind het verrijkend om ook die ‘uitingen’ te gaan analyseren bij het in kaart brengen van mijn herstel.
Hoe ben ik geëvolueerd?
Wat heeft me geholpen?
Wanneer laat ik een bepaalde houvast los?

Ik weet nu al wat ik bij mijn volgende consultatie bij mijn psychiater ga vertellen. Omdat ik één en ander bij elkaar heb gesprokkeld omdat iemand me vroeg een getuigenis te brengen over hoe verbeelding me heeft geholpen bij mijn herstel.
En de afgelopen twee weken waren misschien hels om te doorleven, zo met gebrek aan energie en met een heel laag zelfbeeld en sombere wolken rondom mijn hoofd. Maar ik voel de progressie die ook die twee weken teweeg hebben gebracht.

Consensustijd deed dingen met me waar ik geen grip op had.
Non-consensustijd heeft me creatief aan de slag gehouden en inzichten bijgebracht.

Wanneer was het ook alweer, dat ik de inspiratie niet opmerkte?
Neen, ik hoef niet te weten wat de toekomst me brengt.
Ik maak wel Tijd, met keuzes.

Naargelang het referentiekader

Photo by Wade Lambert on Unsplash

‘Hoe gaat het met je?’
Ik hoorde mezelf spontaan ‘ça va’ zeggen en voelde die woorden vergezeld door een glimlach.

Meteen daarna vroeg ik me af of dat een oprecht en eerlijk antwoord was geweest. Of dat het in plaats daarvan een antwoord was om het me er gemakkelijk van af te maken.
Intussen ben ik erachter dat het een eerlijk en oprecht antwoord was, op die plaats en op dat moment. Omdat ik met meer dan twintig personen in een vorming zat die me erg beviel. Zowel op grond van inhoud als van deelnemers en opzet.
Ik per uitzondering eens had besloten niet te noteren maar te bekijken wat bleef ‘hangen’. En de rust ondervond, die deze keuze me gaf.

Ik was dus inderdaad de pauze ingegaan met een groot ‘ça va’-gevoel. Had wel een aantal keer serieus gegeeuwd in het vormingslokaal. Maar dat lag eerder bij de slapeloze en akelige nacht voordien dan aan de vorming. Wellicht hadden een aantal mensen mijn geeuwpartijen aanschouwd, er zich gedachten of een heel verhaal over gevormd. Maar ik ging het vanwege energiehuishouding, behalve achter mijn hand, niet verder onderdrukken.

Een slapeloze nacht dus. Waarna ik de directeur van mijn vrijwiligerswerk had laten weten dat ik niet zou aansluiten bij de vorming die in ons beider agenda stond. Om me enige tijd later te bedenken dat het misschien net goed zou zijn mijn zinnen te verzetten. Hij reageerde meteen positief op die laatste boodschap. We zouden samen rijden, mijn andere collega sloot niet aan.

Dus schreef ik even later in het verslagje aan mijn psychiater en mijn huisarts dat mijn belevingen die nacht me toch ietwat verontrust hadden, al schreef ik er ook bij dat ik niet wist of ik dit soort dingen moest melden. Een verslagje dus over de slapeloosheid en ‘akelige belevingen’ aangevuld met de annulatie van de vorming gevolgd door mijn herziening van deze beslissing. Mijn plannen  voor die dag dus.

Zij reageerden zeer snel allebei. Mijn psychiater ietwat verontrust omdat ik ‘toch nog in een herstelfase zit’ en de huisarts ietwat gerust(stellend)er. Dat ik moest voelen of ik overdag onrustig was en afwachten of er nog slapeloze nachten volgden. Dat ik haar in dat geval mocht bellen ´s anderendaags, om af te stemmen hoe we dat zouden aanpakken.
Dat waren de woorden van de huisarts.

‘Hoe gaat het met je?’, nu even geplaatst in dit referentiekader.
Nog in herstelfase dus. Welja, dat bleek denk ik al uit mijn vorige blogberichten. Omdat ik een kleine drie weken opname in een psychiatrisch ziekenhuis achter de rug heb omdat mijn lichaam met me op de loop ging. Mijn hoofd deed dat al eerder, dat ben ik intussen gewend, mijn lichaam is daarbij dus aangesloten en de twee amuseren zich om mijn houvast zoek te leggen. Zo nu en dan. Medicatie moet afgestemd, beide heren concurreren met elkaar.

Ik heb al tegen een aantal mij dierbare mensen verteld dat de ongetelde dagen rond de opnamedag de meest akelige waren van mijn bewuste leven. En ik heb ooit eerder het weer geregeld in de tuin en de big bang opgevangen. Kan je nagaan.

Inhoudelijk ga ik er niet dieper op in. Daar word noch ikzelf noch de lezer wijzer of hoopvoller van.

Misschien moeten we maar eens wat bewuster omgaan ook met reflecteren over wat uitspraken met ons doen.
Zoals Michael Van Peel het zo mooi weet te zeggen: verspreiden we hoop of angst?

Daarom ga ik de man die me in de pauze van de vorming vroeg ‘Hoe gaat het met je?’, dit blogbericht doorsturen. Omdat zijn vraag me heeft doen nadenken.  Zodat hij straks weet dat ik het me er niet gemakkelijk wou van afmaken met mijn ‘ça va’. Maar dat hij ook beseft dat ik het fijn vindt dat hij me hierover heeft laten nadenken en dat er ook een ander referentiekader is dan dat van voorgenoemd pauze-moment. Om te benadrukken ook dat ik, zelfs in moeilijke omstandigheden, innige geluksmomenten kan ervaren.

Omdat mijn ‘goed voelen’ in kleine dingen zit, misschien.
Zoals eens goed geeuwen in een cursus en er niet op aangesproken worden 😉

LevensKunst.

De schaduw belicht

Photo by Matthew Ansley on Unsplash

Hij kwam al twee keer langs op één week.
Vrijdagochtend, toen ik hem op tafel bij mijn lichaamstherapeut voor het eerst in het vizier kreeg.
Hij danste, tot hij opgeslokt werd door een fel licht. Het was mijn schaduwkant, daaraan twijfelde ik geen moment.

Afgelopen zaterdag toen ik in een kasteel in de Ardennen onder zorgzame instructies een groot deel van mijn blad zwart bekliederde. Afgescheiden van het verbindende deel van mijn schilderij waar vrolijk blauw en ondeugend rood zich amuseerden.
Hij, mijn schaduwkant dus, trok ook de aandacht van twee mensen met wie ik samen onze drie schilderijen onder de loep nam.

Dat hij niet helemaal zwart was, die schaduwkant. Dat er kleur in zat en dat hij gerust ook in het licht mocht treden. Dat hij mocht meedoen. Ik goot hem in een intentie voor de nacht en zou hem onderzoeken en omarmen.
Die nacht werd ik rond kwart voor één wakker in angst. Er raasde stormweer en bracht tocht van raam tot raam via het dekbedovertrek van mijn kamergenote en dat van mij. Er kraakte vanalles in de kamer. Ik probeerde dingen te ondercheiden maar het was aardedonker.
Ik bracht de angst via mijn bewustzijn tot zwijgen en viel ergens onderweg terug in slaap.

Maar die ochtend was ik niet zo zeker meer of ik de intentie wilde aanhouden. Ik neem al zo grondig oude pijn onder de loep. Hoe ver moet ik gaan? Mag het ook eens wat luchtiger?!

Er leefde onrust en vage angst in mij toen we na het ontbijt incheckten in een kring. Maar toen later de opdracht kwam om een sprookje te schrijven op een half uur en het in groepjes van vijf te delen, kwam mevrouwtje goesting al snel op de proppen. Mijn pen raasde over het papier met het verhaal dat ik hier gisteren postte op de blog als resultaat. Bijna niets geschrapt tussen mijn eerste pennenstreek en het laatste punt op mijn klavier.

En toen het besef.
Alweer.
Ja, ik schrijf verdomd graag. En ja, blijkbaar worden mijn teksten ook graag geconsumeerd.
Dan toch een valabel spoor richting ‘een boek’?
Een prentenboek…al zal dan iemand anders de prenten moeten uitwerken.
Of neem ik ook opnieuw het tekenen au sérieux en oefen ik tot er zich ook daar iets interessants aandient?

Alleszins is mijn dag vandaag anders verlopen dan gemiddeld en dat voelt goed.
Ik ben wat langer in bed gebleven, ben na de wasbeurt en het ontbijt te voet naar de bakker en naar mijn vrijwilligersstek gestapt. Een paar uurtjes gebrainstormd op workshops samen met mijn collega en vervolgens te voet weer naar huis.

Ik stap minder graag dan dat ik fiets, maar ik kies er nu bewust voor om te vertragen en mijn omgeving met aandacht in me op te nemen.
Mijn bewustzijn mag weer wat in conditie geraken. De laatste dagen en weken was ik behoorlijk oordelend en dat is dan misschien wel begrijpelijk gezien de omstandigheden, ik vind het geen fijne modus. ‘Te veel’ zegt mijn agenda waardoor ‘Te snel’ het overneemt van het bewustzijn. Misschien moet ik mijn agenda bemannen met ‘Is dit echt nodig, nu?’

Zijn en laten zijn. Loslaten en omarmen. Luisteren en verstillen.
En stoppen na elk punt.
Om in de leegte die volgt de essentie te vatten.

 

Toonkunst

alex-blajan-199244-unsplash

Photo by Alex Blăjan on Unsplash

Misschien moet ik als ik het over muziek wil hebben, verduidelijken wat ik ermee bedoel. Dus nam ik de van Dale er even bij en die leert me als tweede omschrijving: ‘voortbrengselen der toonkunst’. Waar ik dan ook weer moet opzoeken wat ‘toonkunst’ betekent: ‘muziek (als kunst, als schepping)’. Ja, zo is de cirkel mooi rond en sta ik dus nergens…

Momenteel heb ik op Spotify een jaren ’80-lijst opstaan. Dat voelt wel goed. Al kan ik het niet altijd verdragen. Soms vind ik stilte de mooiste muziek. Omdat ik dan beter naar het snaarwerk in mijn lichaam kan luisteren. Omdat ik dan bijvoorbeeld beter kan intunen op die koude handen of voeten en de doorstroming in mijn lichaam weer op gang kan brengen. Al kan dat ook door eens stevig door te dansen natuurlijk. Op ‘Natural Woman’ van Aretha Franklin bijvoorbeeld. Maar alles op zijn tijd.

‘Toonkunst’ vind ik overigens wel een mooi woord om te omschrijven hoe ik muziek beleef. Want ook een jonge bloesem kan zich ‘tonen’ op een manier die mijn snaren raakt. En dan leef ik de muziek. Het is dan wel best dat ik niet probeer die toon te reproduceren…althans dat is wat mijn kinderen me altijd benadrukken.

Nochtans heb ik de afgelopen jaren wel zanglessen gevolgd. Twee keer een dag ‘klankgeoriënteerd zingen’. Waarbij we vaak solo een toon moesten houden waarbij er dan allerlei kriebel, reflectie of vervorming werd aangebracht…waardoor je stem zich daarnaar ging zetten. Heel vreemde ervaringen, al voelde ik me er nooit helemaal zelfzeker bij. Ook bij twee verschillende docenten zangles. Elke week een half uurtje. Maar de eerste lesgever kwam meer te laat of niet, dan wel. Zijn begeleiding was op zich niet slecht…als hij er was. Het traject werd dan verdergezet bij een andere lesgeefster die me telkens aangaf dat ik wel degelijk op toon zong, maar ik geloofde er zelf niet in. Toen ze aangaf dat ze niet meer via de muziekschool zou lesgeven maar we wel privé bij haar les konden blijven volgen, heb ik gepast. De dubbele prijs en het ontvreemden van cursisten zaten me tegen. Misschien was dit wel dé bevestiging die ik nodig had om mijn stem niet verder in te zetten.

Nochtans was ik wel vol overgave in de cursus songwriting die ik ooit volgde. Ik wou songteksten schrijven, de anderen wilden vooral hun teksten spelen. Ik ben niet muzikaal aangelegd, heb nooit een muziekinstrument bespeeld. Maar goed, de eerste les zat ik in duo met een klassiek geschoolde pianist die mijn tekst op piano zou zetten. Dus ik maar zingen. En hij vatte niet wat ik bedoelde. Toen kwam de lesgever erbij en vroeg waar het schortte. Maande me aan te zingen wat ik vol overgave deed en hij speelde meteen mee op piano. Wel luid lachend. Omdat hij het schitterend vond dat ik wist dat ik niet kon zingen en het toch vol overgave deed.

Ik mocht zijn eerlijkheid wel. Af en toe kom ik hem nog tegen. Maar zijn lach zit wel geworteld naast het verlangen als kind om zangeres te worden.

Wat doe je daar dan mee, met die toonkunst?

Mijn interpretatie? Ik ‘toon’ hoe ik speel met intonatie en stiltes, door verhalen tot leven te brengen voor een jong publiek en haar ouders. Door een boek tot leven te brengen zodat blinde luisteraars het ook kunnen beleven. Door tijd te maken om met heel mijn wezen aanwezig te zijn als iemand vertelt, en te tonen welke snaren dat raakt waardoor soms of vaak, de ogen van de ander gaan glanzen of schitteren.

Dat is mijn toonkunst. Ik weet niet of daar muziek in zit.

Kunstenaarsafspraakje

thomas-lambert-407374

Photo by Thomas Lambert on Unsplash

Ziezo, ik heb mezelf even getrakteerd op een kunstenaarsafspraak.
Een term die ik leerde kennen door het boek ‘The Artist´s Way’ van Julia Cameron door te worstelen. Tot twee maal toe.
Een kunstenaarsafspraak is een afspraak die je enkel met jezelf aangaat en de bedoeling heeft je te voeden. Te prikkelen. Te inspireren. Vanuit de wetenschap dat als je enkel aan je bureau blijft zitten om te schrijven of creëren, er misschien meer van hetzelfde komt of een blokkade. Ontmoetingen met mensen, dingen of natuurelementen vormen andere triggers dan bijvoorbeeld de stilte en warmte van je huis in de winter.

Zo kwam ik daarnet een man tegen die een rugzak droeg waar een bos bloemen uit stak. Ik heb me naar hem toe gebogen en toegefluisterd:
‘Meneer, er groeien bloemen uit je rugzak’.
‘Is dat echt?’, repliceerde hij met uitgestreken gezicht terwijl hij verderstapte.
Zijn vrouw deed een stapje terug en lachte.
‘Het zal daar zeker een goeie bodem zijn’, zei ik nog en stapte verder.

Net voor ik mijn fiets stalde, liep een mama twee meter voor haar uk van een jaar of drie mij tegemoet op de stoep. Hij stampvoette en riep huilend naar mama: ‘mama, ik wil dat niet’.
Zonder zich om te draaien zei de vrouw ‘trek uw plan’ en liep door.
Dat kwam bij mij hard binnen. Ik weet niet hoe het binnenkwam bij haar zoontje.

Ik ben nog tegen de groenteman gaan zeggen dat ik de pompoenlasagna die ik gisteren bij hem kocht heel lekker vond. Hij wees met een brede glimlach op zijn collega, dat zij de kok was, dus herhaalde ik mijn boodschap tegen haar. Ze keek eerst wat verbaasd en glansde toen ze haar woorden van dank uitsprak waarna ik mijn weg verderzette.

De HEMA was mijn bestemming. Maar op mijn pad kwam ik nog een Kringloopwinkel tegen.  Waar een collega vrijwilligster van de jeugdbibliotheek op zoek ging naar een handtas. Ze vond er een mooie, maar die had geen rits. En met de fiets (hoor hoe dat rijmt) 🙂 … is dat riskant. Het leidt misschien tot trammelant als graai en hap slik weg zich roert en onbeschaamd je beurs ontvoert.

Hehe…Dat stapje buiten de lijntjes deed deugd 🙂

In de HEMA kocht ik twee bellenblazers. Eentje voor mezelf en eentje om bij wijze van nieuwjaarscadeautje af te geven aan een vriendin-gérante van een schoenenwinkel. Met de boodschap ‘om je winkel op te fleuren’. Ze vond het grappig en toonde het meteen aan haar collega. Ik ben er met een kleine groet stilletjes vandoor gemuisd omdat er klanten binnenkwamen. En het is blijkbaar geen goede tijd voor verkopers.

Heb ook nog een discussie gehad met de cartridge verkoper over de schandalige praktijken van printerfabrikanten. Waar vroeger zijn muur met cartridges een vierkante meter in beslag nam, hangt nu zijn halve muur vol met verschillende soorten van eenzelfde merk. Allemaal een ander nummer voor elk nieuw type printer. Nul de botten (vergeef me mijn uitspraak) standaardisering. Zijn magazijn ligt vol cartridges van oude toestellen. De fabrikanten moeten als een soort uit productie gaat nog wel X aantal maanden de cartridges aanleveren, maar ze verhogen hun prijzen systematisch zodat de klanten zich verleid voelen om een nieuw toestel aan te schaffen. Hij toonde één cartridge waarvan de prijs tussen nu en toen de printer op de markt kwam, meer dan verdubbelde. Hij blijft nu met de overschot aan oude cartridges zitten.
Want zij nemen ze niet terug binnen.

Er zit boosheid in mijn vingers voel ik. Ik merk het aan de snelheid en het geluid waarmee ik mijn toetsen aansla. Ta ta ta Taaaaa!!!

Een kunstenaarsafspraakje dus.
Nu dan maar de afwas, de strijk, was en plas…kunstig mijn huishouden doen. Mmmh…klinkt uitdagend.

Fijn weekend.

 

 

Lichtvoetig echt

brandon-wong-412011

Photo by Brandon Wong on Unsplash

Er hing een nieuw schilderij. Het viel me op omdat ik altijd op die muur kijk als we na de wandeling nog thee drinken.
‘Geef je feedback maar’ zei ze.
Ook al weet ik niets van kunst, ik beschreef waar mijn ogen naartoe getrokken werden, waarom, welke invulling ik het gaf en hoe mijn aandacht zich verder bewoog over kleuren en vormen.
Wat ik in bepaalde fragmenten zag.
Wat de kleuren met me deden.
Hoe ik linken legde.

Ze vond mijn feedback fijn. Ze had er iets aan, zei ze.
En ik was verbaasd.

Kunst. Misschien is de tijd stilaan rijp aan het worden om me aan beeldende kunst te wagen. Maar eerst toch maar als toeschouwer, denk ik zo.

Enkele dagen geleden schreef een kennis me opnieuw aan met ‘woordkunstenaar’.
Een paar dagen daarvoor een collega met ‘woordenfluisteraar’.
En ik noemde mezelf op Linkedin  destijds een ‘ritselende woordensprokkelaar’.

Die ‘woordenfluisteraar’ vind ik wel interessant nu. Misschien eens trachten wat ik waarneem in kunst in fluisterwoorden te gieten die me voeden.

op strepen staan
dan verdergaan
en schaduw laten zijn

met licht op recht
lichtvoetig echt
gelabeld in het klein

 

 

Treinkunst

braden-barwich-190909

Photo by Braden Barwich on Unsplash

Gisteren heb ik gedanst op een trein.
En geschreven, maar dat laatste is minder spectaculair.

Wisper is een vormingsinstelling gespecialiseerd in actieve kunsteducatie. Ik ben er inmiddels vaste klant. Ooit begonnen met cursussen improvisatietheater, maar intussen ook van autobiografisch schrijven, dans en fotografie geproefd. Ook performanceteksten brengen, poëzie en klankgeörienteerd zingen passeerden de revue.  Met de zalige zomercursus vertellen in een klooster in Ste. Croix in Frankrijk als topper. Wanneer was dat ook alweer?

Maar dit was dus de eerste keer dat ik ging dansen op een trein. Ik had het nog als familieuitstap proberen te verkopen aan mijn twee dochters, maar dat vonden ze maar niks.
‘Zitten daar dan nog andere mensen op die trein? Dat doe je toch niet mama?!’
Mama dus wel. Al begon ik de laatste dagen toch wel te twijfelen of dans een goede keuze was. Met de vermoeidheid die ik al een aantal weken onder de leden heb en een hernia die weer van zich laat horen. Uiteindelijk heb ik gisterenochtend gedanst en in de namiddag geschreven tot ik ook daarvoor te moe was en de rest van de rit wezenloos uit het raam heb gestaard.
Ik heb zelfs nog getwijfeld of ik mee zou gaan, omdat mijn gemoed inmiddels ook al een tijdje niet meer is om over naar huis te schrijven.
Tot nu. Mijn jongste zit tegenover me te werken aan een opdracht tegen woensdag. Komt hier weer logeren. Gezelschap in huis. En een fijne vergaderdag vandaag, die me weer wat vertrouwen en hoop gegeven heeft.

En ik schrijf weer. Stel u voor.

De Wisper-express was overigens een trein waar we in Gent of Leuven konden opstappen en helemaal tot Eupen rijden al kunst-creërend. Er waren dansers, acteurs, schrijvers, zangers en tekenaars. En er was één wagon gereserveerd voor ons. Wat behoorlijk druk was met zevenenvijftig bedreven kunstzinnigen. Ook de perrons in de tussenstations kregen een bezoekje van ‘dansers met een opdracht’. Wel opletten dat we tijdig weer opstapten. Mensen keken amper op. Hun blik gericht op de deuren van de trein. Hunkerend naar een plek om te zitten. Er geen acht op slaand hoe daar enkele dansers hun bewegingen imiteerden of uitvergrootten. Ontevreden grommend omdat de plaatsen in onze wagon gereserveerd waren.

In Eupen zelf heb ik me voor de lunch van de groep afgescheiden. De drukte was me wat te groot. Heb me op een stil plekje onder een boom genesteld en mijn bokes opgegeten. Nog een wandeling en dan op naar aansluiting bij de groep om het één en ander voor te bereiden voor een toonmoment, de groepen onder elkaar.

‘Jij kent me niet zoals ik’, mijn six word story, was de kersverse start van een reeks momentopnames onder woorden gebracht.

Het was fijn. En ik voel hoe ik aansterk. Best trots.
Bedankt Wisper, bedankt socio-culturele sector, om mensen te laten schitteren.