A search for meaning

Photo by Stefan C. Asafti on Unsplash

Wat is zinvol?
Zonet hoorde ik iemand verkondigen hoe storend ze het vindt dat eten en drinken, toiletbezoek en slapen noodzakelijke levensactiviteiten zijn. Ze vindt die activiteiten tijdverlies.
Liever zou ze op elk gekozen moment kunnen doen waar ze zin in heeft.
Gewoon, de activiteiten die ze wel zinvol acht. Of die plezier geven misschien.

Zo heb ik nog nooit gedacht over mijn noodzakelijke levensfuncties.
We hadden net daarvoor wel samen geconcludeerd dat één van de fijnere belevingen in een mensenleven erin bestaat om een volle blaas, die veel te lang opgehouden is, uiteindelijk te kunnen legen. De lichamelijke sensatie die je dan voelt, is blijkbaar bij meer mensen intens en deugddoend…

Ik heb al vaak overdacht dat ik eigenlijk veel zinvollere projecten heb mogen doen als vrijwilliger, dan als betaalde kracht. Als vrijwilliger heb ik een grotere mate van vrijheid in wat ik wel of niet doe. In een betaalde job moet ik er de lastige taken meestal gratis (en liefst zonder morren) bij nemen. Zelfs als ze bitter weinig bijdragen aan de missie van de organisatie. Zoals het bijhouden hoe lang je bezig bent met bepaalde activiteiten. Waarvoor je dan tijd moet vrijmaken die je beter aan zinvolle dingen besteedt…Toch?!

‘Kwantiteit’ heeft voor mij veel minder waarde dan ‘kwaliteit’. Ik ga voor verhalen boven cijfers. Cijfers raken me zelden. Een goed verhaal zet me niet zelden in beweging.
Ik wil er dan ook graag zelf vaardig in worden en analyseer graag wanneer en waarom iets me raakt. En ik lees best wel gulzig in boeken die over storytelling gaan. De kracht van verhalen. Anekdotes die verschil maken.

Ik vind dat wel iets hebben. Mensen op leeftijd die nog steeds nieuwsgierig zijn en op zoek gaan naar woorden, beelden of muziek…die bij hen muziek maken. Die snaren raken. Die energie in beweging zetten en misschien nieuw geluid creëren dat kan bijdragen aan de symfonie die ons leven doet zingen.
Een mens is nooit te oud om te leren.

Verbinding. Mogen geraakt worden. Zelf mogen raken.
Een vuurtje in mensen aanwakkeren.  

Waarom kijken ‘we’ graag naar voetbal?
Is dat zinvol? Zorgt dat voor verbinding?
Het is alvast interessant te luisteren naar de gesprekken die zich ontvouwen voor een TV-toestel waar voetbal wordt getoond.
Meningen, hoop, uitroepen…met of zonder een drankje erbij.
Met of zonder alcoholpercentage. Commentaar op de commentaar die de beweging van de bal en de man die hem speelt, hem opvangt, doet opspringen…vergezelt.
Verontwaardiging, duiding, samen op onderzoek hoe dat nu allemaal zit en hoe het had moeten zijn.

Gelukkig is er een pauze tussen twee helften. Voor een plasje, een drankje, een zucht van opluchting. Dat die basale levensfuncties een welkome interventie betekenen op gepassioneerde, gepasseerde of plompverloren voetbalmomenten.

Er zijn nog zekerheden in het leven…
Lang leve onze basale noden!


Le Petit Prince

Photo by Casey and Delaney on Unsplash

Het boekje steekt al heel lang in mijn handtas. Pas vandaag las ik het helemaal uit. Tijdens een gedwongen terrasbezoek, met een halve liter bruiswater als compagnie. Met mijn rechterbeen op een lege stoel. Omdat een vreemdsoortige kramp zich had meester gemaakt van mijn rechter kuit.
Misschien maar goed zo. Anders was ik wellicht oeverloos blijven rond drentelen.

Mijn verwachte compagnie had zich verontschuldigd waardoor ook de avondlijke uren vrijkwamen. Jammer van de niet gedeelde ervaringen. Maar beter voor de niet-gedeelde beestjes en hun consequenties. Een pannenkoek met suiker leek me dan een welkom alternatief.
Geen zoetgevooisde woorden. Wel zinnenprikkelende zoetigheden.

Het was genieten.
Ik realiseerde me dat mijn mondhoeken zich geregeld tot een glimlach plooiden en dat dat voor de andere terrasbezoekers mogelijk voor wat nieuwsgierigheid zorgde. Als ze zich al met iets anders dan zichzelf bezighielden.

Het kon en kan me niet deren.

‘De kleine Prins’ van Antoine de Saint Exupéry. Ik heb er verschillende uitgaven van. Degene die ik bij me droeg bevatte de tekeningen van de schrijver zelf. In mijn kast staat er nog eentje in prentenboekversie. Zelfs het Franstalige exemplaar heb ik.

Een ander verhaal dat ik koester is ‘Alice in Wonderland’ van Lewis Carroll. En daar heb ik…euh…een tiental varianten van. En ook voor dat verhaal heb ik nooit de tijd genomen om het in stilte helemaal te consumeren.
Stukjes, dat wel.

Vooral het grote prentenboek met tekeningen van Rebecca Dautremer vind ik bijzonder.
Past niet in een handtas. Alvast toch niet in één van de mijne.

Leeftijdloze verhalen.
Verwondering die aanstekelijk werkt.
Vragen om bij stil te staan.
Mooie prenten om in te verdwalen.

Het voelen kriebelen. En dan die kriebel doorgeven.

Ik durf kinderboeken cadeau doen aan volwassen mensen. Geen boek dat beter omschrijft hoe we in elkaar zitten of met emoties of gebeurtenissen moeten omgaan dan een goed geschreven kinderboek.
‘Het land van de grote woordfabriek’ van Agnès de Lestrade en Valeria Docampo was lang mijn lievelingsboek. Beklijft niet bij alle kinderen, maar meestal wel bij de ouders die hen vergezellen in het luistermoment.

Volwassen informatieve boeken draaien vaak serieus rond de pot. Tonnen achtergrondinformatie. Terwijl de essentie te vatten is in een paar welgemikte woorden.
Pannenlapje nog aan toe.

Dit zijn minder woorden vandaag dan gangbaar is op dit blog. Omdat ik zweeg over de vrouw die ik ontmoette. Ze begroette me hartelijk. Ik groette haar terug. Ze zei dat ze niet ver meer kon lopen. Ik vroeg hoe dat kwam. Ze wees naar haar rechtervoet waar een verband rond zat. Ik zei dat ik het jammer vond. En vroeg of het zou gaan. Ze beaamde. Ik vroeg nog of ze dacht dat we elkaar kenden. ‘Neen’, zei ze, ‘ik zeg goeiedag aan iedereen’. Ik besloot met ‘Dat is mooi’ en we vervolgden ieder onze weg.

Later op de dag kreeg ook ik kramp. Maar ik sprak er niemand over aan.
Het werd een geheim dat De Kleine Prins wellicht meenam naar zijn planeet.

Ssst! Hou het stil.

Lichaamsgrenzen

Photo by Ben Wogl on Unsplash

Het is van het grootste belang te weten waar je zelf ophoudt en de rest van de wereld begint.’
Dat las ik in het boek van Midas Dekkers: ‘De thigmofiel: het verlangen naar geborgenheid.’

Thigmofilie, wat volgens hem zoveel betekent als ‘aanraking liefhebben’.

Ik denk wel dat de meeste mensen graag aangeraakt worden. Ons tastzintuig is ook het grootste zintuig dat we hebben. En met elke aanraking is er zowel een geven als een nemen. De hand streelt de onderarm, de onderarm ontvangt de streling. Gepaste aanraking geeft troost en geborgenheid.

In coronatijden waar afstand houden de boodschap is, wordt aanraken vooral een solo-activiteit.
Maar gelukkig bestaat zoiets als douchen, elke ochtend bijvoorbeeld. Waar je je ingekapseld weet door de douchecel en verwarmd wordt door de waterstralen.
Zo bestaat er een zacht deken waar je je in de sofa in kan duffelen en je geborgen weten.
En dan is er nog kleding. Kies je echt vrijwillig voor die naaldhakken of verlang je vooraf al naar het moment dat je ze uitdoet en je tenen weer ruimte en misschien wat massage krijgen?

Ik biecht op: ik heb een ‘koesterpull’.
Ik weet nog op welke rommelmarkt ik hem kocht, aan drie euro. Het is eigenlijk een mannenmodel in zuivere wol en ik draag hem graag als ik nergens naartoe moet.
De bakkerin van de zaak in de buurt kent het verhaal. Ze zegt telkens een woordje van troost als ik haar winkel betreed gehuld in mijn koesterpull.
Ik ben blij dat je je koesterpull draagt, dat betekent dat je goed voor jezelf zorgt,’ zegt ze dan.

Ik wens iedereen die zich wat verlaten voelt dezer dagen, een koester-outfit.
Een kledingkeuze die geborgenheid omvat. Iets makkelijks, dat lekker zit en zacht is. De huid verwent en niet leidt onder de zwaartekracht 🙂

Ik wens iedereen ook een bewust beleven van de eigen lichaamsgrenzen.
Hoe voelt de grond onder je voeten. Hij draagt jou, merk je dat?
Hoe voelt het hoofdkussen waaraan je je dromen ‘s nachts toevertrouwt? Ben je er dankbaar om?
Kan je wat bewuster je handen wassen, nu het zo vaak moet gebeuren? Of is het een opdracht waar je snel vanaf wil?

In zijn boek haalt Midas Dekkers al vrij snel het voorbeeld van katten aan. Hoe ze zich liefst in een doos of papieren zak murwen, omdat ze dan helemaal omvat zijn.
Bij gebrek aan zak of doos vleien ze zich tegen benen, kasten of deuren en aanverwanten. Ze voorzien in hun eigen thigmofilie.

Mijn verbeelding gaat er alvast mee aan de slag wat mensen betreft…

Ik hoor net op de radio dat mensen dansen en er filmpjes van posten op sociale media.
Wat als ze ook eens dansen met de grenzen van en in het huis…om zo in hun thigmofilie te voorzien…
Katgewijs dansen met muur, kast, stoel…
Zolang het maar subtiel is, zodat de huid ook nadien nog kan glimlachen…