In beweging zetten

Photo by Dev Benjamin on Unsplash

Gisteren stond ik te trekken aan een koelkastdeur op mijn vrijwilligerswerk en ik kreeg ze niet open. Mompelde dat ook, me afvragend wat er schortte. Een collega komt bij me en doet de deur gewoon aan de andere kant open. Verbouwereerd was ik, dat ik die optie niet tussen één van mijn eigen oplossingsmogelijkheden had gevonden.

Toegegeven, ik zat wel met mijn hoofd bij de tekst die ik beloofd had te schrijven. Ik had me maar even naar de keuken begeven om een vers kopje koffie in te schenken. Een nieuwe fles melk zocht ik in de bewuste koelkast in de berging, waar ik eigenlijk slechts uiterst zelden kom.
Overigens stonden de melkflessen ook niet koud maar nog met de zussen en broers in plastic verpakt onder de kast naast de frigo. Ook dat had mijn blik gemist.

Akelig vind ik dat, dat ik opties, en dan zeker de meest logische opties, over het hoofd zie.
Ik die anders zoveel verbindingen leg…zaken uit onverwachte hoek bekijk…

Mijn wandelmaatje aan wie ik het voorval vertelde vanochtend zei dat zo´n dingen haar ook vaak overkomen. Omdat haar hoofd met andere dingen bezig is. Ze zou me er een boek over kunnen schrijven 😊

Ik heb ooit ook een gedichtje geschreven over een analoog voorval, toen ik op mijn smartphone had vertrouwd om me een oplossing te bieden en het slimme ding me niet kon helpen. Ikzelf zag ook geen andere opties. Zoek maar even op het woord ‘lacune’ in mijn blogruimte, dan vind je het gedichtje.
Weet je wat, ik maak er een audioversie van en plaats het hieronder. Met een toepasselijke jingle.

Maar goed. Misschien moet ik me maar geen zorgen maken. Hoort dat bij de leeftijd. Of wie weet, bij het trainen van mijn creatieve geest…

En hoewel ik gisteren had verwacht dat ik de tekst niet zou klaar krijgen, stuurde ik hem toch door naar een collega ter kritische blik. Het was geen tekst die helemaal uit het niets moest geschreven worden. Er bestond al een uitgebreider artikel waaruit ik inspiratie en zinsneden kon putten. Maar toch. Ik zie wel wat er moet gewijzigd en/of toegevoegd worden. Vaak is het moeilijker om van een bestaande tekst te vertrekken, vind ik. Dan heb ik de neiging me teveel aan die stijl te houden terwijl het leespubliek niet noodzakelijk dezelfde is. De moeilijke balans tussen vasthouden en loslaten.

Intussen ben ik wat mezelf betreft met een aantal nieuw geïnstalleerde gewoontes bezig.
Mijn traject met het boek van Julia Cameron vermeldde ik al in eerdere schrijfsels. Ik zit inmiddels aan week vijf van de twaalf. Mijn kunstenaarsafspraakje, twee uur op pad met mezelf en mijn sensoren open, is vaak nog een moeilijke.

Eergisteren ben ik ook begonnen met gerichte beweging in mijn dagelijkse bezigheden te integreren. Kracht, soepel houden van gewrichten en stretchen van spiergroepen. Ongeveer een half uurtje.
De conditie vat ik dan later wel aan.
En ik sluit mijn oefeningen af met TRE (Trauma Releasing Exercises) om dan in platte rust van een kwartiertje of zo alles even te laten integreren. Het voelt fijn om daarmee bezig te zijn, wat subtiele verschuiving te mogen ervaren ook.

Ik volgde immers recent ook een Webinar omtrent de menopauze en daar werd ook benadrukt hoe belangrijk beweging is. Door een licht programma te starten en de oefeningen gradueel uit te breiden en intenser te maken, hoop ik het vol te houden.
Het is vaak gewoon een kwestie van de tijd ervoor vrij te maken.

Een aantal mensen op mijn vrijwilligerswerk is de uitdaging aangegaan om te (her)beginnen met joggen. Ikzelf zou liever dansen. Groot lokaal, muziek op en halfuurtje dansen.
En omdat ik mezelf heb getrakteerd op een danscursus deze zomer, hoop ik met mijn voorbereidingen al wat voorsprong en ‘veiligheid’ op te bouwen.
Zodat mijn lichaam straks hopelijk mag gespaard blijven van blessures of overbelasting.

Goe bezig.
Nu me alleen opnieuw bekwamen in ‘koelkastdeuren in beweging zetten’ …

Gedicht ‘Lacune’ tussen jingles

Kappersbezoek

Photo by PHOTO RES on Unsplash

twee versgeperste roddels
een halve kilo achterklap
zeven sneetjes ondeugd
en wat water voor de hond

meer moet dat niet zijn
dan een weerborstel of drie
in vijfenzestig tinten grijs
met duurzaamheid verzameld

mijn kapper was content
mijn hond blafte zich kater

Om-doen

Photo by Rafaela Biazi on Unsplash

Vandaag heb ik me voorgenomen elke dag iets op een andere manier te doen.
Gewoon, om mezelf open te stellen voor verwondering en zo mijn creativiteit te voeden.

Eergisteren nam ik trouwens al een omweg om naar de supermarkt te rijden.
Het leverde me een gedicht op.

Een tijdje geleden besliste ik ook om mijn afwas op een andere manier te doen. Dat klinkt wellicht gek. Maar daar waar ik eerder eerst alles afwaste en op mijn kleine aanrecht ‘installeerde’ voor de afdroog, doe ik nu de afwas in porties. Alsof ik de afwas niet alleen doe maar opsplits in afwasser en afdroger die meer op elkaar zijn afgestemd. En op de grootte van mijn aanrecht.

Op één of andere manier geeft die manier van werken me meer rust.
Het is als aan de lopende band staan en sneller kunnen switchen tussen taken.
Zo heb ik minder het gevoel dat wat ik doe ‘saai’ is.

Daarstraks heb ik dan beslist welke bestemming ik mijn aanrecht geef, weg van ‘parkeerruimte’.
Dat voelt echt veel ruimer, een ‘zo-goed-als-leeg’ aanrecht.

Gisteren heb ik ook het boek ‘The Artist´s Way’ van Julia Cameron opnieuw vastgenomen.
Meteen ook een eerste planning gemaakt van wanneer ik welke opdrachten ga maken deze week.
Ik had blijkbaar de vorige datum dat ik met hoofdstuk één begon genoteerd in het boek.
Dat was september tweeduizenddertien. We zijn een dikke zeven jaar verder.
Benieuwd van waar dit nieuwe traject van twaalf weken me brengt.

Hopelijk zal de inspiratie daardoor ook weer soepeler haar weg tot me vinden.
De criticus is dezer dagen zeer sterk aanwezig en mezelf afbreken hoort daar iets te stellig bij om nog aangenaam te zijn. Daar omschrijft ze weer haar gemoedstoestand op een eufemistische manier.

Ik kan ook eens op zoek gaan naar het doosje dat ik ooit kreeg aan het einde van een cursus improvisatie gecombineerd met meditatie. Het stak vol met opgerolde oranje papiertjes met suggesties om dingen op een andere manier te doen. Suggesties die even doen stil staan.

Omdenken.nl geeft ook inspiratie op dat vlak. Je kan je er bijvoorbeeld inschrijven om dagelijks ‘omdenk’spreuken in je mailbox te ontvangen.

En verder wil ik eindelijk stellig werk maken van ontspullen. Op een duurzame manier.
Dus niet van ‘iets aanschaffen dus eerst iets wegdoen’, maar ‘wegdoen’ tout court, omdat ik het nu eenmaal niet vastneem laat staan echt nodig heb.
Wegdoen omdat het mijn ruimte bezet.
Ontspullen om naast fysieke ook mentale ruimte vrij te maken, die dan mag gevuld worden met nieuwe ervaringen.

Overigens zijn in het boek van Julia Cameron de ochtendpagina´s en het kunstenaarsafspraakje de belangrijkste instrumenten om de creativiteit weer te doen stromen. En, heel confronterend, opschrijven wat de criticaster in mezelf allemaal aan ‘waarheden’ spuit.
Om er dan een weerwoord bij te verzinnen en dat weerwoord in affirmaties te gieten die de eigen energie hopelijk wat meer met positiviteit voedt.

Waar ik straks zal uitkomen weet ik niet.

Ik heb me gerealiseerd dat ik een zevental jaren verder ben in mijn relatie met schrijven en dat ik nu wellicht andere dingen oppik uit het boek. Ook mijn blog dateert van zesentwintig maart tweeduizendveertien. Ook een zevental jaar geleden.
Ik heb voor maandag een brief klaar die ik vorig jaar schreef als reactie op een opdracht in een schrijfcursus. Een brief gerelateerd aan het allereerste blogbericht dat ik publiceerde.

Ik begreep uit een webinar die ik onlangs volgde dat een volwaardig leerproces zowat zeven jaar in beslag neemt. En dat er daarna een nieuwe periode van zeven jaar start waar de relatie met het geleerde een andere vorm aanneemt.

Benieuwd wat zich aandient en waar ik binnen zeven jaar sta in mijn relatie tot schrijven…

Toiletbezoek

Photo by Marc Schaefer on Unsplash
Petrarca poem – voice: Fiducia

Tja, wellicht een beetje een vreemd onderwerp, maar het wil zich laten schrijven vandaag.

Een vriendin van me laat haar badkamer renoveren. En ze had de ervaring dat op een verhoogd toilet haar rugpijn minder opspeelt. Dus zocht ze ook naar een verhoogd toilet en laat dat installeren ter vervanging van het oude exemplaar. Met het oog op haar nog-oudere-dag dan vandaag wellicht.

Ik heb ook recent op een verhoogd toilet ervaring opgedaan. Beetje grappige manier om te zeggen dat als ik naar het toilet moest, ik met mijn voeten een 10-tal centimeter van de grond op een houten blok rustte. Ik had dan altijd de neiging om ‘tijdens het geduldig wachten’ mijn benen te inspecteren op wildgroei. Of mijn tenen. Als ik dan sokken aan had was het een hele evenwichtsoefening om die uit te trekken en te kijken of mijn teennagels geen knipbeurt behoefden. Dat hoefde ik uiteraard niet elke dag te doen, wildgroei gaat nu ook weer niet zo snel.

Meer nog, ik heb de indruk dat met de jaren de wildgroei wat minder snel verloopt. Al heb ik ook al opgemerkt dat af en toe, schijnbaar willekeurig, een haar wil groeien op plekken van waar je zou zeggen, ‘zeg, wat komt gij hier doen?’
Dan gaat de pincet in de aanslag en kan de haarpijl-aanval beginnen.

Niet op de WC uitdehaard…Daar ben ik al blij als ik toiletpapier binnen handbereik heb. Blijkbaar slaag ik er nooit in dat even op voorhand te checken. Mmmh…een gewoonte die verandering behoeft.

Op hetzelfde toilet als waar ik mijn voeten op een verhoogje moest zetten, was ook een raam aan mijn rechterkant. Ik liet het badstoffen overgordijn meestal dicht als ik naar het toilet moest, maar af en toe piepte ik toch even door de, hoe noem je die, ondergordijnen.
Als ik beweging hoorde op straat of zo. Heel stiekem allemaal. Een klein beetje piepen.

Ik herinner me ergens in mijn twintiger jaren dat er bij de Humo een plastuit zat. Moet ter aanloop naar het festival Torhout-Werchter geweest zijn. Nu kan ik me met jaren vergissen omdat ik wat tijd betreft helemaal geen betrouwenswaardig bewustzijn heb. Vergeef me…
Alleszins, ik heb die plastuit in beslag genomen binnen ons gezin en heb ze uitgeprobeerd. En wonderwel, dat was mega-handig. Wel maar één keer te gebruiken omdat dat kartonnetje best een beetje wak werd.

Ik herinner me ook als kind uitgeprobeerd te hebben hoe het is om als man te plassen. Ik had al snel door dat het niet haalbaar was met mijn te korte beentjes vóór het toilet te gaan staan, omdat dan alles op de grond zou lopen, maar ik stelde me in spreidstand boven het toilet. Ook daar kwamen mijn voeten niet op de grond en het leek ook nodig dat ik me aan de bril vasthield, want heel standvastig was het allemaal niet.

Dat leek me niet voor verder onderzoek geschikt. Ook niet zo makkelijk om weer voeten aan grond te krijgen na de boodschap van algemeen nut.

Mijn ouders hebben ook eens in het kleine toilet op het appartement uit mijn kindertijd een poster met een-aap-op-een-toilet aan de achtermuur gehangen.
Ik herinner me nog hoe mijn nicht, die enkele jaren jonger was dan ik, niet alleen op het toilet durfde door die poster. Dus zat ze een beetje bibberig, de beentjes bungelend boven de grond en de handjes naast zich aan de bril vasthoudend, voorovergebogen en met een bedremmeld gezichtje ‘haar toilet-tijd’ uit te zitten.

Trouwens, ik heb eens ergens gelezen (en als ik me goed herinner was het een uroloog die het geschreven had), dat de voeten best op de grond steunen bij een toiletbezoek om op een ontspannen manier de blaas volledig leeg te maken. Dus kindjes: zo lang mogelijk op het potje of een trapje vóór de WC.
Over de plastuit moet ik dan nog eens nadenken.
Over de menstruatiecup heb ik overigens ook wat te vertellen…Maar dat zal ik voor een andere keer houden.

Wat de relatie is tussen het gedicht van Petrarca in het audiobestand en mijn toilet-relaas hier?
Ongetwijfeld!
(Allez, ik toch!)

Lijdend voorwerp

Photo by Tim Mossholder on Unsplash

Het was zijn suggestie gisteren aan telefoon. Om het over het lijdend voorwerp te hebben in mijn volgende blogbericht. Het lijdend voorwerp als onderwerp van een blogbericht dus. Huh?!

Gisteren liet zich echter niet meer schrijven. Dus zal het voor vandaag zijn.

Zodoende, bij deze een poging om van een lijdend voorwerp een onderwerp te maken.
Een lijdend voorwerp te onderwerpen aan nader onderzoek, waarbij het ontleedmatig ineens al een onderwerp wordt.
En na te gaan, bij wijze van exploratie, hoe een lijdend voorwerp via zachtjes sudderen mag groeien zodat het misschien kans maakt een leidend voorwerp te worden.

Van Lijdend, via onderwerping tot leidend.
Wat de taal allemaal niet vermag!
btw, Dat laatste woord is de IK-vorm van ver-mogen. Tot waar reikt dat? Of rijkt dat alleen?

Alle gekheid op een stokje.
Ja, daar hadden we het ook over aan telefoon, over die prent die een aantal duiven op een hiërarchische til uitbeeldt, waar de duiven op de onderste stok volkomen ondergescheten worden (dat is een speciale vorm van onderscheiding) door de bovenzittende duiven. En de tussenlagen daarbij opkijken (dat is een speciale vorm van adorering) naar de assholes boven hen die behoren aan die duiven die die uiting geven aan hun cloacaiaans vermogen.

Maar leidt dit alles wel tot een betekenisvol antwoord op de onderzoeksvragen die je hierboven hebt gestipuleerd, Fiducia? Dat ik het begot niet weet. Ik doe maar wat.

Bovenal wil ik eigenlijk de kinderen die volop met zinsontleding aan de slag zijn niet verwarren.
Stel dat zo een kind een toets maakt. En moet aangeven wat in dat eigenste zinnetje het lijdend voorwerp is. Dan kan het naar waarheid zeggen: ‘ik, want ik heb van zinsontleding niets begrepen.’

Dat op zich zou waardering moeten krijgen omdat het getuigt van persoonlijk inzicht. Wat op zich kan leiden tot studie en persoonlijke groei. Van bewust incompetent, zeg maar, naar bewust competent via studie van zinsontleding. Met intrinsieke motivatie dit keer. Maar dat antwoord valt binnen het perspectief van de les Nederlands een beetje buiten de scope, dus zal dat kind nog een keer moeten nadenken en er misschien toch een gooi naar moeten doen.

We weten nu iets meer. Deze toets verwart het kind. Als ik het me allemaal goed herinner, is in deze zin ‘het kind’ het lijdend voorwerp. Wat helemaal klopt voor onze dappere leerling, die dat al bij de eerste gooi heeft aangegeven. Maja, op dit soort inzicht staan geen punten in de Nederlandse les. Dus zal hij het tactischer moeten spelen. We hebben hier trouwens ook meteen van het lijdend voorwerp ‘een toets’ een onderwerp gemaakt en er een ‘de’ aan gehangen. Misschien schrijft het kind dus bij wijze van antwoord op zijn toets:

Dit kind verwart de toets met persoonlijk inzicht. En kijk me daar eens. Zo wordt het kind een Leidend Voorwerp dat van zijn zwakte een sterkte maakt en de juf of meester daarbij aangeeft dat er meerdere perspectieven zijn van waaruit je de les Nederlands kan benaderen. Meerdere manieren om aan zinsontleding te doen. Op zich ook een mooi woord eigenlijk: Zins-ontleding.
Wat met Zijns-ontleding…in elke les geïntegreerd…(Ik wijk weer waf)

Ben ik nu rond? Even spieken naar de intenties die ik hierboven heb geformuleerd.
Baja…, leidend voorwerp zijn hangt toch wel samen met het hebben en aanwenden van voldoende persoonlijk inzicht.
 

Het onderonsje

Photo by Sierra Narvaeth on Unsplash

Egel leefde achteraan in de grote tuin in een nest dat goed verscholen lag. Hij had het er best naar zijn zin. Overdag deed hij na elke maaltijd een dutje en ´s avonds genoot hij van een beetje televisie kijken. Daar tussenin had hij zijn handen vol met boodschappen doen en zijn huis netjes houden. Hij deed alles rustig aan, zoals het een egel betaamt.
Voor vanmiddag hadden ze aangenaam weer voorspeld dus leek het Egel een goed idee om een ommetje te maken. Hij zou naar de bakker lopen en zich een vieruurtje aanschaffen. Zijn vriend Ekster had hij al een paar dagen niet gezien, maar Egel had een sterk voorgevoel dat die vandaag even zou binnenspringen.
 
Ekster was een beetje gierig van aard, bracht zelf nooit een hapje mee maar Egel vond dat niet erg. Hij genoot van het gezelschap van Ekster en zou voor hem dus ook iets uitkiezen bij de bakker. Egel wist dat zijn vriend dol was op tompoesjes. Welk taartje Egel voor zichzelf zou uitkiezen wist hij nog niet. Hij zou zich wel laten verrassen bij de bakker.
Egel zag het helemaal zitten. Hij zette zijn stekels op, sloot de voordeur en vertrok.
 
Egel zette altijd zijn stekels op als hij het huis uit ging. De andere dieren uit de buurt waren erg nieuwsgierig en met zijn stekels hield hij hen een beetje op afstand.
“Laat ze maar loeren en roddelen” dacht hij “zolang ik het niet moet horen vind ik het allemaal oké. “
De afstand tot de bakker was ongeveer vijfhonderd meter. Over een uurtje ongeveer zou hij er zijn.
 
Ekster woonde enkele kilometers  verderop. Hoewel hij al een respectabele leeftijd had, zat hij nog goed in de veren en vliegen, landen en lopen kon hij nog als de beste. Opstijgen lukte daarentegen steeds minder goed. Hij had de energie niet meer en om die reden kwam hij nog amper buiten. Zijn dochter bracht hem elke dag te eten en er kwam iemand van de thuishulp om zijn nest netjes te houden. Maar vandaag wou hij er tussenuit. Hij zou zijn trouwe vriend Egel nog eens een bezoekje brengen.
 
Ekster wou graag een hapje meenemen, maar aangezien hij dat amper kon dragen, laat staan mee torsen als hij zich afzet, zou hij gewoon zichzelf aandienen bij Egel in de hoop dat deze dat niet erg vond. Ekster liep tot aan het einde van de tak waarop zijn nest rustte, zakte door zijn poten en duwde zich af met alle kracht die hij in zich had. Een windvlaag verraste hem echter waardoor hij tegen de tak terug geduwd werd en hij onmenselijke kracht moest zetten op zijn vleugels om niet te pletter te storten. Het was gelukt, hij vloog. Maar de tranen stonden hem in de ogen en zijn vleugels deden pijn. Hij vloog op automatische piloot en intussen piekerde hij. Hoe moest het nu verder, als hij straks niet eens meer buiten kon voor een bezoekje aan zijn enige vriend.
 
Toen Ekster bij het hol van Egel arriveerde was deze nog onderweg naar huis. Ekster stond een beetje rond te draaien aan de voordeur en kraste “Egel…Egel!!”.
Geen reactie. Hij besloot te wachten en intussen wat op adem te komen. Hij voelde zich nog steeds erg somber.
 
Egel was opgetogen. De bakker had nog een tompoes in huis gehad en voor zichzelf had egel een carré confituur gekocht. Hij droeg het pakketje achter zich aan in zijn winkelkarretje. Deze hing met een snelbinder aan de vijfenzestigste stekel bovenop zijn rug, van aan zijn achterste te tellen. Die bewuste stekel stond verticaal en was het sterkst. Toen Egel zijn huisje naderde zag hij in de verte zijn vriend staan.
“Hé Ekster” riep hij “ik ben blij dat je er bent. Ik heb taartjes gekocht.”
Ekster keek hem met droevige ogen aan maar perste toch een glimlach uit zijn snavel. Hij riep echter niets terug.
 
Egel was niet van gisteren. Hij besefte dat Ekster moeite had met zijn leeftijd, dat hij niet meer goed kon opstijgen en dat hij daardoor vaak bedroefd was. Maar van een vieruurtje zou hij zeker opknappen.
 
Het onderonsje verliep in stilte. Ekster at zijn tompoes en Egel genoot van zijn carré confituur. Ze nipten af en toe van hun thee maar keken elkaar bewust niet aan. De stekels van Egel waren inmiddels weer plat en het winkelkarretje had hij netjes opgeborgen in de berging.
 
“Weet je”, sprak Egel “als je wil voer ik je naar huis met mijn karretje”.
Ekster keek op. “Zou je dat echt voor me doen?” vroeg hij.
“Tuurlijk, ik meen toch altijd wat ik zeg.” 
“Je bent zo lief voor me. Je koopt altijd wat lekkers voor me en ik kan je niets teruggeven”.
“Onzin” sprak Egel. “Je komt bij me op bezoek. En jij bent de enige die dat doet. En ik weet dat je het moeilijk hebt en toch zeur je niet. Ik vind jou een moedige man Ekster. En ik breng je met alle plezier naar huis.”
 
En zo kwam het dat die dinsdag in september een egel vijf kilometer aflegde met achter zich een ekster in zijn winkelkarretje. Met een snelbinder aan de vijfenzestigste stekel vastgebonden.
 
Hoe Ekster uiteindelijk in zijn nest is geraakt weet niemand. Dat blijft het geheim van de twee goede vrienden.

Neergekribbeld op 3 augustus 2012

Voetnoot: ut!

En ook: blijkbaar heeft een volwassen egel 8000 stekels die zijn samengesteld net als mensenhaar, met keratine in. Toen mijn huisgenoot dat na het middageten voorlas uit zijn kersverse natuur-dagkalender, vroeg ik me ineens (heel stilletjes) af…mmmh…keratine…is dat niet de brandstof van vliegtuigen?

Hij las ook voor dat mensen tegenwoordig vogels voeren met pindakaas. Daar moesten we eigenlijk allebei om lachen.
Maar ik lachte niet meer toen hij las dat het zout dat in de meeste pindakaas zit niet goed is voor de vogels…

Want…

De sneeuw blijft nog altijd flink liggen….ondanks het zout dat gestrooid is…
Mmmh…even tweeteren:
tw-eat!: Vanavond allemaal terug vogelballeneten!

Het is om Zeep

Photo by Andrew Wulf on Unsplash

Mijn huisgenoot volgt de ontwikkelingen in Amerika op de voet op en bericht me er vaak over. Volgens mij eerder vanuit de noodzaak de eigen opgeladen energie te delen dan vanuit mijn behoefte om helemaal mee te zijn met een soap die, imho, op nog minder trekt dan The bold and the beautiful…

Toen ik die laatstgenoemde serie bekeek samen met mijn grootmoeder, op momenten dat ik rond dat tijdstip van de dag op bezoek ging bij haar, kon ik nog volgen zelfs al zaten er enkele weken tussen de afleveringen die ik ‘savoureerde‘, om dit proevertjesmoment even eufemistisch te verpakken. En toch stelde ik af en toe vragen aan haar over hoe de intriges nu precies in elkaar zaten, om haar het plezier te gunnen vol overgave te vertellen over de mensen waar ze elke dag zo´n nauwe band mee had.

Of zoals met Dallas destijds…een rollercoaster een seizoen lang…bleek allemaal gedroomd te zijn door Pamela. Die dat besefte toen ze opstond en haar Bobby onder de douche vond.
Maar daar keek mijn ma enkel naar om naar de mooie kleren van die rijke mensen te kijken. Inspiratie op te doen voor eigen kledingcreaties…´tzalwelzijnja…

Vanochtend had mijn huisgenoot het over de moeilijke situatie waarin Mike Pence nu verkeert. Mike Pence, beëdigd als vicepresident van de Verenigde Staten van Amerika.

En het is hoogstwaarschijnlijk een compleet fout trekje van mij, maar overal waar ik een kans zie om met taal te spelen, laat ik ze niet liggen. Tenzij ik me niet helemaal goed in mijn vel voel, dan is alleen al het luisteren op zich een vermoeiende aangelegenheid en suddert ‘Taalspielerei’ op een laag pitje…als een omeletje in aanmaak.

Ik hoorde me dus vanochtend zeggen: ‘de vissenpresident’?’ en hield daarbij beide handen vast aan een denkbeeldige vislijn waarmee ik touche had.
Een grinnik van hem later…
Neen, dat bedoelde hij niet…

‘Ze kunnen niet meer samen door de deur hé, Trump en Pence.’
‘Ah neen’, zei ik, ‘pens’, en hield mijn armen voor een denkbeeldige bolle buik.

Weer een grinnik.
Toen ik ook de huishoudhulp hoorde mompelen: ‘ja, de vieze president’ heb ik maar wijselijk gezwegen.
Omdat het verhaal wilde verteld en gehoord worden.
Ik zweeg dus, werd serieus en luisterde tot het vertelde de nodige ruimte had gekregen.

Een eigen behoefte van me is om mijn verbeelding te laten spreken.
Mondjesmaat. Tenzij mijn Vice-emmer WoordWaarden dreigt over te lopen of een Woordenvloedgolf het hele land bedreigt.

In dat laatste geval neem ik een douche.
Met een fijne Engelse zeep.
Liefst fluïd. Al is dat natuurlijk zonde van de plastic houder.

Mmmh…voorwaar een bericht met een onderliggende boodschap.
Had ik dat geweten…

Inhoud

Wat een vreemde avond. Krijg ik ineens in mijn mailbox een taalgerelateerd bericht en valt mijn oog op het woord ‘knaldrang’. Ik denk ‘dat moet ik nader onderzoeken’. Ik bedoel, zo een drang kan je toch niet toelaten? Daar moeten toch regels voor opgesteld worden?

Om zeker te zijn dat ik het allemaal goed begrijp, kijk ik verder dan de inhoud van mijn schuif met standaard antwoorden, helemaal uitgevonden en al.
Woordenloos werd ik. Daar niet van.

Maar ik ga verder.
Zo vind ik ‘Als de fuifhonger te hevig wordt, krijg je knaldrang.’

Ik laat mijn ogen nog een beetje over de rest van de uitleg dwalen, maar besluit gewoon boudweg de link hier te plaatsen. Beetje lui zijn af en toe is goed voor de energiehuishouding. Hij zit daar ergens beneden. Je komt er wel als je verder leest.

Ik laat intussen Mariah Carey en Whitney Houston even hun ding doen en geniet van de energie tussen die dames. Daarna besluit ik eens de slimmerik uit te hangen en een woord te typen dat volgens mij onmogelijk een zinnige opbrengst kan geven. Ik typ: ‘skaramousj’. Mijn schrijfwijze niet te na gesproken blijkt er muziek te zitten in dat woord.
Ik heb de mannen laten uitspelen en ben blijven zitten tot het einde. Heb genoten van hun virtuositeit.

Wat ik echter als laatste tegenkwam, tart alle verbeelding. Een mevrouw die duidelijk wil dat ik meedoe. Maar als ze naar mij wijzen dan haak ik af. Dan komt de rebel in mij naar boven. Meedoen als je met de vinger gewezen wordt? Jamehoela!

Ik wil het u echter niet onthouden. Voor elk wat wils.
https://www.youtube.com/watch?v=Tb3SaTv4clM

Retteketet.

PS: En dat blokje hieronder heb ik dus verschoven en nu krijg ik dat langs geen kanten weg. Tenzij ik opnieuw begin misschien. Maar heb ik geen zin in.
En ach, die rode schoentjes zijn wel schattig.



Realiteitszinnen

Photo by Dmitry Ratushny on Unsplash

Ik heb nog wel eens een beetje goesting in technologische breinescapades eigenlijk.
Dus ga ik maar eerst eens een kijkje nemen bij wat Scott Adams te vertellen heeft via zijn Dilbert strips.

Deze kon ik wel smaken:
https://dilbert.com/strip/2018-06-04

Tja, technologie. Er valt wel wat over te vertellen.
Of technologie en ethiek.
Dat is wat anders dan een boterham met choco omdat de muizenstrontjes op zijn.

Er was een tijd dat ik het niet kon appreciëren dat er zoiets bestond als smart-verlichting in steden. Heb er ooit een blogpost over gemaakt, maar ik heb geen zin om hem te zoeken. Soit.
Nu begin ik dat wel cool te vinden. Zeker als er ook audio opgenomen wordt. Straatgeluiden. De lokale babbels vangen en dan gezichtsherkenning loslaten op de beelden. Op youtube zetten en dan nagaan hoe lang het duurt voor het gezicht vervangen wordt door een ander gezicht. En dan dat delen onder een smart verlichting…beetje Virtual Reality in Virtual Reality.
Een mens zou voor minder de bus missen.

Wat natuurlijk ook kan: talent ontdekken! Wie staat er al niet eens te fluiten of zingen onder een slimme verlichtingspaal? Goed toch dat dat mag gedetecteerd worden door de stad. Een vrijkaart voor een vers artikel in het stadsmagazine.
Zo ben je je volgers voor! Een voorloper.

Met een Virtual Reality-bril door de stad lopen kan ook natuurlijk. En dan kom je dingen tegen die er in het echt niet zijn. En als je wat foetert met noise cancellation dan hoor je ook vanuit de juiste hoek wat zich in de virtuele programmatie afspeelt.
Stemmen. Vogeltjes. Je ex-lief dat je terugwil. Stel u voor.
Gevaar is dan wel dat je op dat moment je bril afzet om te zien waar ze zich nu echt bevindt. En dan blijkt daar alleen een boom te staan. Een boom die niet eens te lokaliseren is op je google maps. Ik bedoel, kan je dan zeggen dat die bestaat?
Nu ja, nog een beetje en hij zal ook zo wel weg zijn als we met onze neus in de wind andere zekerheden staan te verkondigen.
Gaat nu eenmaal zo met bomen vandaag de dag. Weg is weg.

En ja, dan ga je je natuurlijk afvragen: wat is hier nu echt en wat niet?
Wat moet ik nu geloven?
En wat gelooft de rest?

Ook in die context vond ik een strip van Dilbert.
Effe snollen…

https://dilbert.com/strip/2016-07-19

Pfieuh!
Het bevat eigenlijk nog wel een ethisch vraagstuk: want doen die bomen niet wat meer werk dan welke nerd ook met een brilletje?
Waar heb ik trouwens de mijne gelegd?
Of is hij weer getele-porteerd door één of ander spiritueel geladen foton?
Ah neen, ik draag lenzen.

Wie moet je nog geloven dezer dagen?

Present

Photo by Sticker Mule on Unsplash

Vroeger was het de gewoonte in de familie dat er van reizen voor de dichte familie cadeaus werden meegebracht uit de bezochte landen.
Zo herinner ik me dat ik van mijn tante een hangertje kreeg in de vorm van een schildpad uit jade.
Van mijn grootouders kreeg ik ooit een kleine horloge met knalgroene wijzerplaat en een andere keer ook een juwelenkistje dat muziek maakte. Met een Ardeens dorpje op het deksel.

Mij lijkt het afschuwelijk die intentie mee te nemen op reis.
‘Wat moeten we meebrengen voor die, en die, en die…’
Dat is al erger dan je afvragen wat je op het kaartje gaat zetten dat je vanuit de bestemming stuurt.

Ik heb ooit vanuit Portugal kaartjes gestuurd waarop ik de postzegel met choco had vastgekleefd. En dan maar hopen dat hij bleef plakken en de smurrie niet te veel uitdeinde. Maar dat is even een zijsprong van wat ik wilde vertellen. Ik wist niet dat deze herinnering zich bij me zou aandienen. Excuses daarvoor.

Het kopen van cadeaus voor de thuisblijvers is bijna net als met je smartphone filmen wat je aan het doen bent. Dan ben je niet dáár met je aandacht. Dan ben je thuis en bezig het verhaal te vormen dat je wil vertellen over wat je niet voluit in het hier en nu hebt beleefd.

Leven in het hier en nu.
Eventueel wat later opschrijven hoe je het hebt ervaren, om het te inneren.
Dat is toch zoveel krachtiger dan niet be-levend leven.

Mijn pa verjaart binnenkort. En ook ik vraag me af: waarmee kan ik die man blij maken? Hij komt niets tekort. Vult zijn tijd in hoe hij wil. Is tevreden met hoe zijn leven loopt heb ik de indruk.
Ik ga het aan mijn onderbewustzijn overlaten. Haar, als het een zij is, bevragen wat ik het beste doe en zien wat er zich aandient. Al denk ik dat het mooiste geschenk dat ik kan geven eentje is waar ik in persona tot daar ga en mijn tijd en aanwezigheid schenk aan het moment.
Misschien met een creatieve toets erbij. Afwachten wat mijn inspiratie me influistert.

Ooit kreeg ik voor mijn verjaardag van een Tsjechische jongen een pop. Een heel stijve pop met lokale klederdracht. Ik vond dat een beetje een vreemd cadeau voor mijn elfde verjaardag maar de jongen was nogal stapel op me al was ik stapel op een andere jongen maar hij niet op mij. Tja, zo gaat dat soms.

Dus heb ik waarschijnlijk wat koel gedaan over de pop. Heb ze wel mee naar huis genomen en ze staat nog steeds bij mijn ouders in de vitrinekast.
En het was niet eens hun cadeau. Zo zie je maar.

Mijn moeder kreeg ook ooit van een Tsjechische jongen een pontekoek in de vorm van een hartje thuisgestuurd. Hij was nogal hard en het was niet helemaal duidelijk of hij aan de muur moest gehangen worden of opgegeten worden.
Mijn grootmoeder koos voor het laatste.
En zo werden we weer een familie-anekdote rijker.

Haar gebit heeft dit trouwens overleefd…