Meer van dat

Photo by Sai De Silva on Unsplash

jij bent liefde, zei hij
waarop ik fronste
dat leek me wel erg veel en groot voor een mens
om alleen te dragen

you´re nice, vulde hij aan als antwoord op mijn zwijgen
ah, ik ben lief, dat kon ik wel plaatsen
dat had mijn dochter me ook wel eens gezegd
voor ze zich luidop afvroeg wat ik nog meer was

Het kind in ons

Photo by 和 平 on Unsplash

Ze moest ermee lachen. Ik had bij de online workshop aangegeven in de chat dat ik plezier haal uit ‘de aandacht van kinderen trekken en dan snuiten trekken’. En vervolgens zien hoe de kinderen erop reageren.

Ze adviseerde ons om ons innerlijk kind voluit te leven, dus ook in de praktijk te brengen wat ons plezier gaf. Dus posteerde ik me na de workshop op een plek waar kinderen voorbij komen en bracht mijn plezier in actie.

Het eerste kindje schat ik vier jaar. Ze keek me brutaal aan, papa en de andere dochter waren één en al oog voor een opstelling, een onderdeel van een zoektocht. Dus trok ik een snuit naar de kleine uk en keek hoe ze reageerde.

Het was grappig, het leek wel of ze helemaal niet verbaasd was dat een vreemde vrouw daar snuiten zat te trekken. Maar toen ze verder trokken hoorde ik haar toch papa aanspreken met ‘die mevrouw…’ en de rest verstond ik niet. Papa leek alleszins ook niet verbaasd want hij keek niet om naar het voorwerp van verhaal van zijn dochter.

Zoektochten. Ik ben er niet echt goed in.

In het Vrijbroekpark in Mechelen loopt tot eind augustus een zoektocht volledig in het teken van het wondermooie boek ‘De kleine prins’. Dat brengt me op een ander verhaal.

Er was een tijd dat ik mijn slaaptijd liet inleiden door het luisteren naar Joe FM. Vaak was er op dat tijdstip een verzoekprogramma. Toen ik op een keer een sms had gestuurd om mijn favoriete liedje door te geven, belden ze me op. Ze vroegen of er iemand naast me in mijn bed lag. Ik antwoordde in de ether naar waarheid dat er enkel boeken en een notitieblok in lagen. Ze wilden weten welke boeken. Ik wist het niet eens uit mijn hoofd, maar zag De kleine prins liggen en antwoordde eerlijk dat onder andere dit boekje me gezelschap hield.

Ze waren met twee presentatoren, een man en een vrouw, vraag me geen namen… De man sprak verbaasd dat het een boekje is dat in de middelbare school wordt gelezen. Ik gaf aan dat het over waarden gaat en dat die af en toe best mogen opgefrist worden. Vandaar die keuze van bedlectuur.

Tja. Moet je als volwassen persoon dan echt alleen dingen doen die een volwassene behoort te doen? Boeken lezen van het kaliber dat verwondering en ontzag opwekt bij de toehoorders?

Ik ben het er alleszins niet mee eens. Een kinderboek of prentenboek bevat vaak in beknopte en eenvoudige vorm veel levenswijsheden.

Tot mijn favorieten behoren Pippi Langkous, Het meisje dat nevel weefde en Het land van de grote woordfabriek. Koning van Katoren en De brief voor de koning, voor wat oudere kinderen, kunnen me ook erg bekoren.

Onlangs kreeg ik de vraag of ik soms naar ‘flutprogramma´s’ kijk of stationsromannetjes lees.
Neen dus, omdat ik geen TV-abonnement heb en omdat ik de fase van romantische verhalen van de orde van stationsromannetjes voorbij ben. Al heb ik recent ‘De Toverberg’ toch ook snel naar de bibliotheek teruggebracht nadat ik me door de eerste paar pagina´s had geworsteld.

Een beetje zotternij nu en dan.
Niets fijner dan dat.
Het kind in jezelf laten spelen.

En de papa´s moeten daar helemaal niet verbaasd op reageren.

Kappersbezoek

Photo by PHOTO RES on Unsplash

twee versgeperste roddels
een halve kilo achterklap
zeven sneetjes ondeugd
en wat water voor de hond

meer moet dat niet zijn
dan een weerborstel of drie
in vijfenzestig tinten grijs
met duurzaamheid verzameld

mijn kapper was content
mijn hond blafte zich kater

Niets

waan jij je ogenschijnlijk niets
kijk dan naar buiten
vraag een dorpel of hij wil dat je hem kust

trek dan je fermste schoenen aan
en keer de dorpel heel bekwaam en stop
vraag nu opnieuw of hij die kriebel mist

ga weer naar binnen
berg je favoriete schoenen op hun plek
en haal die glimlach van je snuit

jij, ondeugende schavuit
van niets

Door de kier

Photo by Abhishek Pawar on Unsplash

het is zalig te zien hoe jouw jeugd
regelrecht uit je buik lijkt te stomen
je dansende ogen omschrijven met goud
de kier in mijn huilende hart

het turven van keren de grenzen betast
hoe ik merk dat ik schrijf en mijn pen me verrast
alleen door jouw gloed te omschrijven

kon ik maar zingen, je trilling weerkaatsen
zal ik dansen of beter nog, schaatsen?
vloeiend en vlotjes in rondjes gedraaid
blote tenen en sporen in ´t strand losgehaaid

was jij het paard in de sportzaal ik zou je bespringen
een overslag, twist met een vrolijke graai
een vreugdekreet, hoog en met heel veel lawaai

maar ik hou het bij schrijven en in stilte verwoorden
wat er met me gebeurt als ik kijk
tot blozende wangen me dwingen naar hier
wat een wervelwind was dat nu weer door die kier

in mijn ogen van beeld naar verbeelding alom
de rots en de zee in verlangen naar meer
dedju toch, dedju. toch die zorgen, … waarom?

Hic et nunc

Photo by Henley Design Studio on Unsplash

Verdorie toch, wat ben ik blijkbaar een sloddervos geworden. Dan schrijf ik een thema op vanochtend…ergens…een thema waar ik een blogbericht aan wou wijden vanavond. En dan wil ik net beginnen schrijven en heb ik intussen geen idee meer waar ik het papiertje heb gelegd. Of op welk blad, dat hoogstwaarschijnlijk over iets anders ging, ik dat ene woord er ergens tussen heb gekribbeld.
Of heb ik dat allemaal toch alleen maar gedacht?

Ach ja, zo gaat het leven soms.

Moeten jullie, lezers die er al dan niet zijn, weer genoegen nemen met kribbels en krabbels die ‘hic et nunc‘ vanuit de binaire ruimte lettergewijs tevoorschijn vloeien bij ons Fiducia.
Mmmh…ik zal die uitdrukking ‘hic et nunc’ voor de zekerheid maar even opzoeken ergens in een betrouwbare bron, alvorens ik jullie, of mezelf, met nonsens overlaad.
Wie je ook bent, daar…
Houd je Van ons Ens?

Enfin, ik merk dat mijn mondhoeken krullen bij zoveel opgezochte onwetendheid.

Hic et nunc‘ dus.
Hilarisch. Bots ik op het rijmwoordenboek van Van Dale en blijkt dat een woord dat goed rijmt op “hic et nunc“, “BOENK” is.

Onmeetbaar, zoveel taalvirtuositeit.
Als jij dus één van die mensen bent die graag gedichten schrijft die rijmen, die ook een beetje intelligent ogen omdat er Latijnse uitdrukkingen in worden gebruikt, dan kan je bij deze aan de slag met ‘Hic et Nunc‘ en ‘Boenk‘.

Dat dit nu bij mij een lachkronkel geeft tijdens het schrijven, zal ik u voor de volledigheid maar niet vertellen.
Al een chance dat ik dat woord niet heb gevonden op dat papiertje waar mijn geheugen moeilijk over deed. Welke draai zou deze woordenkronkel dan hebben genomen, toch?!

als ik hic et nunc niets vind
dan zoek ik webgewijs
waar elke uk zo´n taart verslindt
bedenk ik “Boenk”
we hebben prijs!

Dankjewel om vol te houden 🙂

Zoenken

Photo by AndriyKo Podilnyk on Unsplash

Het was een foutje. Ik schreef ‘zoenken’ in plaats van ‘zoeken’. Maar het heeft wel iets dus laat ik het staan.

Soms loop ik mijn bril te zoeken terwijl hij op mijn neus staat. Vreemd vind ik dat. Dan ben ik zo blij wanneer ik besef dat ik hem op mijn neus heb dat ik hem wel een zoen kan geven. Vandaar. Krijgt die lapsus toch nog een logische uitleg.

Misschien kan verstoppertje zo een nieuwe naam krijgen.
Zoenken. Zoeken, vinden en zoenen. En desnoods daarna heel hard weglopen.
Neen, geen spel om dezer dagen te spelen…

Laat het ons dan toch maar bij zoeken houden. Waarbij de één iets weglegt dat een ander dan moet zoeken. En dan ‘warm’ of ‘koud’ als tip naargelang of de zoeker de juiste, respectievelijk verkeerde richting uitgaat.

Vreemd toch hoe die hersenen werken. Denk ik, zo een nieuwtje als het niet vinden van een bril kan geen blogbericht vullen en dan dienen zich ineens een aantal associaties aan vanuit een ver verleden.

En nu gaat mijn brein naar dat spel waar je de titel moet raden van een boek, film, toneelstuk of whatever. Zonder dat de ‘uitbeelder’ mag spreken.
En dan beeld je een titel van een boek uit als ‘nieuwe geborgenheid’ en weet geen kat het te raden de dag van vandaag…
Ook het jaartal waarop het in het Nederlands verscheen ‘1958’ maakt het dan wellicht niet makkelijker. Enfin.

Het is overigens voor mij geen evidentie om dat boek door te ploegen. Ik heb er mijn bril voor nodig en de ellenlange zinnen, de filosofische taal ook, maken het er niet makkelijker op. Maar ik ploeg er door. Ik zal het temmen. Ik heb mezelf een deadline gesteld om het uit te hebben.

Kortverhalen kunnen me als afwisseling ook zeer bekoren. Zeker die van Toon Tellegen. Ik ga er seffens nog eentje consumeren. Heb er nu toch de juiste bril voor op mijn neus. Dat scheelt. Anders is het maar nekpijn krijgen van me zo dichtbij scherm of boek te hangen.

Misschien, om het spel af te ronden van het zoeken naar spullen en warm en koud enzo, kan de verstopper een virtuele zoen bedenken om de vinder te feliciteren.
Een zoenken. Een zoenkin.
Al kan die laatste in beweging ook iets arrogants hebben.
Neen, dat kan niet de bedoeling zijn, Fiducia.
Laat het ons maar beleefd houden en vooral de afspraken respecteren.

Ik zag heel wat ouders met kinderen op wandel vandaag. Het weer is er al wel een paar dagen ideaal voor. En dan in grote bogen om andere wandelaars heen bewegen.
Een kennis die ik vanop afstand gedag zei, wenste me succes. Ik begreep niet goed waarom maar zal het interpreteren als succes in de omgang met het coronavirus.

Mijn verplichte quarantaine zit er bijna op, maar veel verschil gaat er niet zijn daarna, denk ik.
We shall see, said the woman, and started looking for her glasses again 😉

Verschuilen

Photo by Tristan Billet on Unsplash

‘Time is a lie.’
en…
’Inside every moment there is another moment.’

Zo verkondigt het personage gespeeld door Ethan Hawke zijn waarheid in Before Sunset.
Misschien geldt dat ook voor woorden. Schuilt in elk woord een ander woord.
Of zelfs een verhaal. Als je het maar vanuit het juiste perspectief benadert. Recht het witte konijn achterna.

In elke zwaan slaapt misschien een waan.

Ik vond het alvast verrassend om gisteren een relaas te publiceren over een maaltijd aan een tafeltje en vandaag in een blogbericht te lezen hoe de blogger terloops aan een kennis denkt die hij een tijdje later ontmoet waarbij ze hem vraagt wat een fijn adresje is om te gaan eten.
Wat trouwens een lange zin blijkt te zijn.

Ik zou zomaar mijn blogbericht van gisteren kunnen herschrijven of aanvullen. Doen alsof ik het eetadresje getipt had gekregen. En verder al schrijvend in mijn notitieboekje mijn impressies vastleggen. Voor later. Als een nieuw schrijfmoment zich wil aandienen.

Ik zou in zinnen kunnen verzinnen hoe de opmerkzame man van het tafeltjes recht tegenover me samen met zijn vrouw naar zijn auto loopt. Zij er hem even terloops op wijst dat hij zich zo niet moet bemoeien met andere tafeltjes, dat dat gênant is voor haar. Hoe daarna hun auto eventueel moeite heeft met starten en zij hem in een vlaag van toegeeflijkheid toelaat om naar het autosalon te gaan en een nieuwe te kiezen. Omdat ze toch wel graag kan rekenen op hun spullen. Ook als die geen rekenmodule hebben.

Het meisje dat bijna op de snoet van de hond trapte zou in de speeltuin een klasgenootje tegen het lijf kunnen lopen. Die haar groet. Maar die zij liever ontwijkt maar nu niet kan, omdat ze net oogcontact hebben gehad. Waarop zij, laat ik haar Hanne noemen, even flauw glimlacht en dan doet of ze heel druk bezig is met uit te maken waar ze gaat spelen. Keihard wegloopt zonder manoeuvers.
Recht op haar doel af. Schommelend vastberaden wordt.

De koffie van de man met de hond zou verkeerdelijk een déca kunnen geweest zijn, wat hij niet lust. Zijn hond zou dat kunnen ruiken en luid de hele zaak bij elkaar kunnen beginnen huilen om zoveel onrecht. Kop in de nek, poten hoog. En baasje maar sussen. En ik kijken. En noteren. Wie wint? En wat met die boos starende mensen. Verongelijkt om zoveel kabaal bij hun maaltijd.

Als je in noteren een paar letters laat vallen omdat het nu eenmaal koopjesperiode is, zou ik een coupe brésilienne kunnen bestellen als de noten tenminste wat gemalen worden.
In Tussen. Vreemde samenstelling is dat.

Ik zou er muziek op kunnen spelen, op mijn coupe, geholpen door mijn noten. Likkend en slurpend Beethoven achterna. Dat kan dus allemaal hé, dat zit in die woorden vervat.

Ver. Vat.
Dichtbij is wel een mooi woord.
Dicht. Bij. Poëzie inbegrepen dus. Solden of niet.

zo solden als korting
erbij of eraf
de min wordt een plus
en de gier een giraf
gierig is beter
dan een overmaats pak
van een onderhuids zweter
pro deo verpakt

Over de zin in onzin moet ik eerst nog eens nadenken…

Complex

Photo by Guillermo Ferla on Unsplash

Mijn kinderen lachen er soms mee.
‘Ons mama, die zit soms boven een woordenboek gebogen op verkenningstocht naar interessante woorden.’

Dat is waar. Ik vind nog altijd dat ik maar een beperkte woordenschat heb, zelfs in mijn moedertaal. Dus af en toe een nieuw woord oppikken kan mijn schrijfsels alleen maar ten goede komen.
Of net niet natuurlijk. Dat ik zo´n vreemde woorden ga gebruiken dat je als lezer over elke zin struikelt. Ach, ik schat de kans klein.

Neen, mijn schrijfsels moeten begrepen worden door elke leeftijd. Ervaringsgewijs begrepen.

Wat is dit? Neusss!
Jongen, zet die vaas terug op de salontafel. Zachtjes. Zachtjes, zei ik.
Moe, uw tanden liggen hier, naast de bloempot.
Naast de bloempot moe, niet erin.

We staan er eigenlijk niet vaak bij stil, maar taal is machtig. Lichaamstaal ook natuurlijk, maar daar ben je op een blog weinig mee.
Op een vlog wat meer.
Tot log.
Dat is dan weer teveel.
Onzin? Ja, Fiducia!

Mensen verkopen een hoop onzin. Maar ‘onzinnen’ bestaat niet als werkwoord.
Vreemd toch. En zinnen heeft alvast twee betekenissen (al zou ik om heel correct te zijn hier mijn woordenboek moeten raadplegen).

Ik roep bij deze het woord tot leven.
Zij die onzin verkopen zal ik vanaf nu verwerkwoordigen.
Mensen die onzin verkopen, die onzinnen. Voilà.

En om te kunnen ontwerkwoordigen moet er gewerkt worden aan waardigheid. Woordwaardigheid.
Dat is een schoon woord, al zeg ik het zelf.
Misschien moet wat gezegd en geschreven wordt woordwaardig zijn.
En zal het anders gezwegen en verzwegen worden.
Amen.

Ik heb geen bijbel waarin ik kan nagaan hoezeer mijn eigen verhaal hier ontzindelig is.
Wat ik wel besef is dat ik er een beetje mee aan het rammelen ben, met die taal.
Een mens moet vooral niet overdrijven.

Vandaar: tot daar.
En morgen terug 😉