Het leven dansen

Photo by Hugues de BUYER-MIMEURE on Unsplash

In december 2020 vond ik het een goed idee, om samen te dansen. Bekijk het maar in dit blogbericht https://fiduciacaro.be/2020-12-18/oh-een-brief-in-uw-bus/

Het duurde door omstandige omstandigheden nog maanden vooraleer ik zelf echt ging dansen.
Maar hoe geniet ik er nu van…

Niet het opgelegde dansen met aan te leren danspasjes. Wel het exploreren van wat mijn lichaam allemaal aan kronkels kan ervaren en creëren. Alleen of met twee, drie, vier…of groepsgewijs.
Elkaar ondersteunend of uitdagend.

Heerlijk is dat.

Ik zie me straks door gangen huppelen in oorden waar ik een welkome wind breng. Omdat ik wel wat te vertellen heb en ook vol vragen zit, waar u alleen of samen misschien een antwoord op weet. En misschien vind ik dat dan zo´n wijs antwoord dat ik het wil delen op dit blog. Niet door te doen alsof dit wijze antwoord aan mijn eigen hoofd ontsproot, neen, door u eer aan te doen, ere wie ere toekomt. Mijn dankbaarheid te tonen voor uw wijsheid.

Op veel vragen weet ik het antwoord niet. Misschien omdat elk antwoord slechts een stipje op een spectrum beschrijft dat vanuit een ander perspectief een andere kleur krijgt. Zoals het kijken naar de regenboog door een wel heel erg roze bril. Of spiegelbril. Of gesaboteerd door kleurlenzen.

Maar vooraleer ik gangen doorkruis, ga ik luisteren naar wat mijn lichaam te vertellen heeft.

En aangezien ik zonet een mooi filmpje vond, zet ik dat hier even neer.
Zomaar, omdat ik daar goesting in heb.
Dat mag, denk ik.
Zeker ben ik niet.

Een streepje inspiratie…

ttps://www.youtube.com/watch?v=2bs2jjUeMRY

Boomdansen

Photo by Andriyko Podilnyk on Unsplash

Vandaag heb ik met een boom gedanst. En nadien hebben twee mannelijke deelnemers aan de danssessie hun impressie van mijn dans gebracht. Het was verrassend te zien dat de ene man zich toelegde op het exploreren van de bast en de schors aan ‘zijn’ boom, terwijl de andere man aan ‘mijn’ boom vooral verkende in hoeverre hij de boom kon gebruiken om zijn eigen beweging vorm te geven.

Al langer dan vandaag voel ik de kriebel om eens te boom-knuffelen. Maar de moed ontbreekt me om me in publieke ruimte te verstrengelen met een boom en de eventuele commentaren van passanten te aanhoren.

Daarstraks ben ik eerst op verkenning gegaan naar de structuur van de boom. Heb mijn voorhoofd op de stam gelegd en mijn vingers laten ontdekken wat er te ontdekken viel. Tot mijn ogen een insect spotten en dat voor een tijdje volgden. Ik heb zachtjes geblazen op de boom en tussen de schors. De gladheid gevoeld daar waar de schors was losgekomen, de broosheid gevoeld van de loshangende schors.

Ruwheid, zachtheid, veerkracht.

Ik heb de boom gebruikt als anker. Met mijn voeten vlak tegen de stam, met één hand errond en me dan laten hangen. De boom was niet zo dik, een luttele twaalf centimeter aan doorsnede maar kon mijn gewicht vlotjes dragen. Ik liet me hangen, deinen, voortstappen en rond de boom cirkelen.

Ik ben op de grond gaan zitten met mijn benen rond de stam en mijn handen op de schors en heb daar op dat moment verdriet gevoeld voor wat wij mensen aanrichten in de natuur. Beide mannen hadden overigens geen verdriet gevoeld enkel vertrouwen in hoe veerkrachtig die bomen wel zijn.

Ik ben met mijn rug tegen de stam gaan zitten en heb een geel klein blaadje opgeraapt en op mijn handpalm gelegd. En terwijl ik naar de bewegingen van het blad keek, voelde ik hoe de boom me steunde in mijn rug. Mijn boom. Ik heb op het blad geblazen, zachtjes, mijn handen langzaam verticaal gebracht tot het blad me verliet.

Ik heb een foto van gemaakt van ‘mijn boom’. Om hem en de ervaring te koesteren.

Ik weet niet hoe lang de exploratie heeft geduurd maar het leek behoorlijk lang. Vooraf vroeg ik me af of ik het niet snel beu zou worden, dit samenspel met de natuur, maar neen hoor. Geen enkel moment voelde ik me verveeld of onrustig worden. Ik vond altijd wel iets nieuws om te exploreren.

Wat me doet besluiten meer op blote voeten te leven.
Mijn eigen tuintje is behoorlijk overwoekerd en het streepje gras staat intussen lekker lang. Als ik er mijn kleine grasmachine op loslaat loopt hij gegarandeerd weer vast elke meter en moet ik de messen elke meter weer vrije ruimte geven.

Misschien moet ik mijn tuin maar een beetje verwilderd laten en enkel daar actie ondernemen waar de harmonie verstoord wordt. En hup, met mijn blote voeten het gras in. Elke dag. Nat of droog. Sneeuw?! Waarom ook niet…

Ik herinner me zo hoe ik mijn oudste dochter als uk van een maand of acht gewoon op een groot deken in de tuin kon zetten en bij wijze van spreken zo achterlaten. Ze kwam niet van het deken omdat het gras aan haar beentjes kriebelde en ze daar angstig van werd. Twee vierkante meter tuingenot.

Langs de andere kant was het gegeven dat ze de vliegende mieren die haar gezelschap kwamen houden op het deken opat, niet zo voedend meer. Of net wel,…ik weet niet hoe het zit met de voedingswaarde van vliegende mieren…

Ja, ik heb dus vandaag met een boom gedanst en dat voelde helemaal naturel.
Keigelukkig word ik daarvan 🙂

Over voor-, in- en uitlezen

Photo by Lisda Kania Yuliani on Unsplash

Hoe het gekomen is weet ik niet. Of hij de eerste was die het aan mij vroeg of dat ik het voorstelde aan hem dan wel of het organisch ter sprake kwam. Alleszins, het is nu al een tijdje de gewoonte dat mijn huisgenoot en ik de dag afsluiten met een voorleesmomentje. Hij installeert zich om comfortabel met volle aandacht te luisteren.
Ik wacht tot hij helemaal geïnstalleerd is en lees voor.

En dan neemt hij vanuit die aandacht dus ook mijn gepijnigde gezichtstrekken waar als ik bijvoorbeeld steden tegenkom die vragen gelezen te worden met van die ° en ¨ op wat klinkers her en der… , om maar een paar tongtwisters te noemen.
Dan zie en hoor ik hoe grappig hij het vindt dat ik er mijn beste beentje voor ‘inzet’.

Het eerste boek dat zich zo liet lezen, en dat intussen uit is, was ‘Simon‘ van Marianne Fredriksson. Hij had het ooit zelf gelezen, maar het beluisteren vond hij toch nog een extra dimensie hebben.

Elk voorleesmomentje werd en wordt systematisch afgerond met een korte reflectie. Met vaak woorden van bewondering over de wijsheid die de schrijfster in de jonge personages legt. De mooie beelden. De eigenaardige ervaringen of overtuigingen.
Her en der bevatte het boek aantekeningen in potlood.
Bij poëtische passages of diepe inzichten.

Ook ik heb van het boek genoten, al mis ik ook wel stukken omdat mijn aandacht meer gaat naar het correct leggen van bijvoorbeeld intonatie en pauzes, dan wel naar begrip van de woorden op zich. Het blijft allemaal niet zo hangen bij mij zoals bij mijn huisgenoot.
Maar ik ga het boek zeker ook nog eens zelf lezen, om de diepgang helemaal te vatten.
De mooie beelden ook.
De personages en hun samenhang nu ‘echt’ te leren kennen.

Een paar dagen geleden ben ik, of beter ‘zijn we’, begonnen in een boek van een Turkse schrijfster, Elif Şafak, ‘Liefde kent veertig regels.’
Een andere stijl, maar zeker ook interessant.

Ik moet wel altijd mijn huisgenoot aanmanen te zwijgen als hij zich weer luidop afvraagt wanneer X of Y in het verhaal zal gebeuren. ‘Want dat gaat dus gebeuren he…’
Doet me ineens denken aan een aflevering van Magnum, lang, lang geleden ook alweer, waar de beste man met volle snor na wederom een geslaagde opdracht met veel goesting en knus geïnstalleerd zijn TV aanzet om een opgenomen versie van een match te bekijken… waarna Higgins het niet kan nalaten bij het passeren vanuit zijn mondhoeken te fluisteren wat de eindstand was…
Het zal wel baseball geweest zijn…maar dat ‘detail’ ontgaat me even.

Vroeger durfde ik bij het aanvatten van een boek eerst de laatste pagina te lezen, om te zien of het allemaal wel ging goedkomen.
Die drang voel ik gelukkig niet meer.

Ik denk trouwens dat ik nu meer boeken inlees, dus lees en er meteen mijn stem aan geef, dan dat ik werkelijk boeken lees…om het lezen op zich.
Hoewel er eentje klaarligt waar ik reeds een begin in heb gemaakt…van Riika Pulkkinen, ‘De kinderplaneet‘.
‘De grens’, ook van haar, vond ik heel goed, vandaar…meer van dattum.

Maar zo schrijven over lezen…
Dat is er misschien over, niet?!

About presents and gifts

Photo by Annie Spratt on Unsplash

“The most beautiful presents
cannot be bought…
only gifted”

PS: ik plukte deze woorden net uit een online zoomsessie
en deel ze omdat ik ze zo mooi vind…
Dankjewel aan de ‘verzinners‘…

**********************

“If time is your gift
I can be your present”

PS: deze woorden bedacht ik wel net helemaal zelf …
Maar je mag ze helemaal gratis gebruiken als je ze fijn vindt…ssst…

Genieten

Photo by Michael Aleo on Unsplash

‘Bedoel je met ge‘nieten’, niet doen wat je anders zou doen en plaats maken voor iets anders?’

Maar neen, dat bedoelde ik niet. Het was een beetje taalspielerei om in één van mijn vorige blogberichten de empathy-sensor te duiden. Dat was overigens ook niet mijn grap, maar die van Adam Scott in zijn Dilbert strip.

Vandaag kreeg ik de opdracht te genieten.
Elke keer als ik vroeg of ik met iets kon helpen: neen, ‘gewoon genieten’, zou ik.

Dat voelt een beetje raar. Omdat ik dan de indruk krijg te profiteren. Ook een vreemd woord, als ik het zo schrijf. Profit-eren. Ik eer meer non-profit eigenlijk 😉

Maar dat ik genoten heb, ja. Dat kan ik niet ontkennen.
Ik geniet de laatste weken wel meer. Wat vreemd is gezien de context waar ik het meeste van de tijd in vertoef. Maar niet altijd. Niet op die momenten dat ik mag samen-zijn.
Samen-zijn, samen-lachen, samen-genieten van muziek, lekker eten, fijne babbels.

‘Dat doorleef ik intens en pakken ze me niet meer af’, bedenk ik me dan.

Als het enige wat je moet doen, ‘zijn’ is…als dat voldoende is.
Als er respect heerst voor je grenzen.
Je niet in de richting wordt geduwd van verwachtingen of verplichtingen.
Wel, dan is dat inderdaad genieten voor me. En daar ben ik mijn gezelschap immens dankbaar voor.

Ik ben dat niet gewoon. Eerlijk. Ik ben het niet gewoon om gewoon te mogen zijn zonder de verplichting te voelen te ‘moeten geven’. In ruil, of zoiets.

Grenzen die heel natuurlijk worden gerespecteerd. Verlangens en angsten die nochtans openlijk worden gedeeld. Zonder te verwachten dat de ander het één of ander voor je oplost.
Gewoon mogen zijn en ge-nieten. Onvoorwaardelijk.

Dat dat mooi is.
Dat dat iets is om te koesteren.
Dat dat iets is om woorden aan te geven.

Woorden, die niet worden gewikt of gewogen, maar gewoon voortvloeien uit de ervaring dat ‘zijn’ voldoende is. Vol-doende. Omdat ze je ook een voldaan gevoel geven.

Lievelingsmuziek die wordt gedeeld. Kunsten klein en groot die worden getoond. En herhaald omdat er een foutje in sloop. Tijd die wordt gegeven, gedeeld, vermenigvuldigd met een sfeer van vertrouwen.

‘Black hole sun, won´t you come and wash away the rain’.
Soundgarden.
Ge-nieten voorbij de stilte.
Een nederig dankjewel…

Zwijgen is geen optie

En als mijn eigen woorden tekort schieten,
als ik vind dat anderen meer recht van spreken hebben over een onderwerp,
als ik moe ben en toch iets wil meegeven dat kriebelend werkt op inspiratie en hoop…

Ja, dan plaats ik gewoon een link naar iets waar ik eerder van genoot.
En hoop ik op zin en tijd bij u die dit leest om dezelfde woorden te laten doordringen. En goesting te ervaren naar nog van dat.

Ik waarschuw wel: u zal er tijd voor moeten maken.
In dit geval een uur en bijna een half.
Maar je moet tot je wil en dan moet je niet meer, zegt Fiducia.
En tijd heb je niet, die maak je met keuzes, zegt zij ook.
Goesting geef je door 🙂
En mecenas kan je altijd worden, check hun site maar:

zwijgenisgeenoptie.be

Enjoy!

Waardegerichte acties

Soms kijk ik naar het nieuws op TV. Zoals zonet.
Vaak voel ik me dan onmachtig, zoals zonet.
Soms doe ik dan iets waardevols om contrast te bieden. Dan plaats ik een stukje moois om van te genieten. Wat links om extra te exploreren. En dan denk ik: zo kan het ook.
En ben ik blij dat ik een blog heb waar ik wat kan spelen.

Om verder te exploreren:

Thecorrespondent.com
Soundtracker Gordon Hempton
En een oudje over een bijzondere vogel:
https://fiduciacaro.be/2019-09-10/stemtechniek/

Dat vind ik echt wel de moeite om mijn tijd aan te geven.
Omwille van mijn glimlach, als spontane opbrengst.

Vijf cent

Photo by Alfred Schrock on Unsplash

‘Schrijf over eekhoorntjes’ antwoordde ze. Dat vond ik niet zo´n goed idee omdat ik dan opzoekwerk zou moeten doen. Ik kon immers weinig meer vertellen dan dat zij, mijn zus, van eekhoorntjes houdt en er vandaag twee mocht zien passeren in het park.

Bij de eerste zag ik enkel nog de staart wegflitsen. De tweede keerde, bijna aan de overkant van het weggetje, op zijn passen terug en begon een beetje in de afgevallen bladeren en eikels te wroeten. Wij zussen hielden ons op dat moment heel stilletjes. Het tafereeltje was net iets te ver van waar we stonden om te kunnen zien wat er precies gebeurde.
En hups, weg was hij. En wij verder.

We hebben ons even verder op een bankje gezet waar een streepje zon ons vergezelde en ik heb haar mijn blogbericht van gisteren voorgelezen. Ze vond het grappig. Gelukkig, want ik had me er rot mee geamuseerd en ik zou op het spectrum van vreemdheid iets teveel aan een uiterste vertoeven als zou blijken dat zij er niets van begrepen had. Oef.

‘Vreemdheid: niet buitensporig.’

Wat verder aan de vijver kwamen we echter de werkelijke voeding voor mijn schrijfspier tegen. We hadden de twee vissers al gespot toen we vlakbij de vijver kwamen. Maar eerst moesten we voorbij de drie ganzen zien te geraken die wel heel veel kabaal en fysieke ophef maakten. Gelukkig was de nieuwsgierigheid van één van de twee honden van een man die onze richting uitkwam voldoende om de ganzen weer het water in te drijven. We keerden dus niet op onze stappen terug maar planden de wandeling rond de vijver…euh…rond te maken.
De hond had ook wat zin om mij te besnuffelen maar ik ben alvast niet achter de ganzen gesprongen.

Komen we na nog wat getetter en gewandel aan de andere kant van de vijver en zie ik beide vissers druk doende met een net. ‘Ze hebben een vis gevangen’ zei ik.
Eén van beide mannen stond voorovergebogen en de aanloop van zijn bilspleet was duidelijk zichtbaar en recht naar ons gericht. Ik vroeg mijn zus in stilte of ze een muntje van vijf cent had, zodat we het in de bilspleet konden steken en zien of de vissen dan beter toehapten.

De intensiteit van haar lachsalvo had ik niet verwacht. De twee mannen draaiden hun hoofd in onze richting en ik voelde mijn keel een beetje samenknijpen.
Wat nu gedaan?
Hoe redden we ons daaruit?

Dus heb ik geroepen ‘we dachten dat jullie een vis gevangen hadden’.
‘We hebben hem net teruggezet’ riep de aanloop-naar-bilspleetloze man terug.
‘Daarstraks heb ik een zeemermin gevangen’, voegde hij toe, ‘ik heb ze in de koffer gestoken.’
‘Ah, dat is mooi’ riep ik terug.

We lachten alle vier. De tweede man nog steeds voorovergebogen in de weer met het één of ander, maar hij draaide zijn ietwat rode hoofd naar ons om mee te lachen.
Rood van het vooroverhangen wellicht. Aanloop-naar-bilspleetblootheid-onbewust, schat ik.

Ik heb de anekdote afgerond met aan mijn zus te vertellen waarom ik had geroepen wat ik had geroepen.
Weer een lachsalvo. Maar ik heb wijselijk niet meer achterom gekeken.
Ze vond alleszins dat ik het goed had opgelost.

Zucht. Speelvogels, dat zijn we!


Triggeren

Photo by Annie Spratt on Unsplash

Het hoefde alleen maar mooi te zijn. Zoals bovenstaande foto met tekening die ik zonet vond. Nu ja, mooi volgens mijn eigen schoonheidslegende dan. Een dampend kopje koffie, een mooie foto binnen mijn gezichtsveld en dan zou het schrijven misschien geactiveerd worden. Zo hoopte ik. En ziedaar, de aanzet is er alvast.

Mooi vind ik dat, om een getekende vlinder op foto te vinden. Omdat dat betekent dat de mens die het fototoestel hanteerde ofwel ook kan tekenen ofwel ook deze tekening van iemand anders de moeite vond om in beeld te brengen en op te laden. Zodat ik hem kon vinden.

Ik weet dat ik ook ooit zal gaan tekenen. Mijn beste vriendin die ik nu dus als ik het weer niet vergeet mijn zusje noem, beweert dat ik in de lagere school mooi kon tekenen. Zelf herinner ik me dat ik in het tweede studiejaar een gekleurd blaadje van pakweg twaalf bij twaalf centimeter had verkwanseld door de knieën van een lopend jongetje een beetje hutseklutsend te verknoeien. Ik durfde zelf geen ander blaadje gaan vragen aan de juf maar mijn toenmalig beste vriendinnetje was stouter en troonde me mee naar de juf die achterin de klas zat.

Neen, ik kreeg geen ander gekleurd blaadje.

Dat vind ik nu nog steeds straf. Had graag alsnog achterhaald welke redenering achter die beslissing lag.
Dat we het allemaal maar van de eerste keer juist moesten tekenen?
Dat ik zonder compagnon had moeten gaan vragen of ik opnieuw mocht beginnen?
Dat ze dan aan al die andere kinderen die dezelfde vraag zouden komen stellen moest toegeven en ze nu al bijna geen gekleurde blaadjes meer had?

Wie zal het zeggen. Ik weet niet of de juf nog leeft.
Anders was het wel een fijne juf. Ze had zo een gele pot Ricola bonbons op haar bureau staan. En bij de rekensommen en vraagstukken mocht de eerste die vooraan in de klas haar vraagstukken of oefeningen correct kon tonen, haar hand in de pot steken om er een bonbon uit te nemen.
Ik mocht niet snoepen van thuis.
Heb ik me daar Ricola snoepjes geknabbeld…

Zij was ook de juf waar de kindjes naartoe gingen als ze een losse tand hadden. Dan trok de juf er met geoefende trefzekere hand het kleinood uit om het vervolgens ongeschonden mee naar huis te geven zodat de tandenfee er haar ding mee kon doen.

Ik herinner me ook ooit op mijn bed, op dat eigenste moment het onderste van een stapelbed, een tand van mijn broer te hebben getrokken. Wellicht had ik toen al van die venijnige sterke handjes en vingers. Mijn oudere broer vertrouwde me erin. Zijn hoofd op mijn schoot, mond wijd open en ik met die kleine venijnige vingers: hap, ruk en tand uit. Wij fier. Tenminste ik toch, ik fier dus…
De eerdere pogingen met draadjes aan deurklinken waren niet gelukt. Overigens waren die pogingen niet mijn idee. Je zal maar aan de verkeerde kant van de deur gaan staan met je losse tand. Kwak, mond leeg!

Kijk kijk…ben ik intussen wat getokkel verder en kan ik die getekende vlinder op foto dankbaar zijn omdat ik inmiddels een multisinusje aan energie voel gloeien.

Een kinderhand is gauw gevuld. Nog een slurpje koffie en niet vergeten te genieten.

Lieveke

Photo by Annie Spratt on Unsplash

‘Wat een wonderbaarlijke dag was dit’, dacht Alice, voordat ze te moe was om te beseffen dat ze helemaal geen Alice heet.

Ze had zowaar applaus gekregen in de tweede les van een cursus schrijven die ze had aangevat. Een applaus geproduceerd door een man die ze niet eerder ontmoette. Een man die zelfs slechts toevallig op een deftig uur in de cursus was terechtgekomen omdat hij extra toevallig even terloops of loopsgewijs had nagevraagd wanneer de cursus nu startte. En zodoende had ontdekt dat het beloofde mailtje waarin dit aangekondigd zou staan hem niet had gevonden meer dan een week geleden.

De tekst van Alice had hij goed gevonden. En was goed voorgelezen ook, meende hij. ‘Dan mag een mens toch klappen’, vond hij. Beetje gênant wel, voor Alice en de andere cursisten. Want Alice had dus zonet een procesmatig verzoek gelanceerd bij de lesgeefster om alvast haar huiswerk voor te mogen lezen omdat ze de les vroegtijdig moest verlaten voor een gesprek met de nieuwe directeur van het werk dat ze niet had.

Maar eerlijk, ze was stiekem wel blij met het applausje.
Een applausje bij tijd en wijlen, wie gloeit er niet een beetje van als de Leuvense stoof niet werkt vóór de winter?

In het station vroeg Alice die dus anders heet alvast even na in de krantenzaak of haar pakje al was gearriveerd. Al dacht ze van niet omdat het witte konijn nog niet op haar smartphone was komen huppelen. Verbaasd was ze dat er wel een pak op haar naam stond te wachten. En behoorlijk groot ook nog eens. Een pak dat ze helemaal dus niet verwachtte. Al kon ze bij de naam van de afzender wel min of meer reconstrueren waar een zijdelings verhaal een staartje had gekregen zonder dat mama of papa het erin had gelegd, omdat de haarrekkertjes nu eenmaal altijd verdwijnen als je ze nodig hebt.
Of zijn dat dan verhaalrekkertjes? Die het verhaal een beetje rekken omdat het eigenlijk flinterdun is?!

Dat het een groot pak was. En dat ik even moest wachten omdat hij in de snoepjeskast zou kijken. Alice zei dan maar dat ze na haar werkloos reisje even zou terugkeren. Al te gek om met een groot pak de trein op te gaan en er dan onverrichterzake mee terug te keren. Nog even werkloos als daarvoor. Fijn gesprek met die nieuwe directeur van haar werk dat haar werk niet is. Dat moest ze toegeven. Al is toegeven wel een gesloten activiteit natuurlijk. Openbaren niet. Maar tot daar dit zijspoor.

En dan de terugweg en het pak. ‘Lieveke’ noemde de man van de krantenwinkel haar. Dat hij ook dacht dat het een geschenk was. En Alice spotte de bloemen in de doos. ‘Hoe lang staat het hier al op me te wachten?’ vroeg ze. Want ze had helemaal geen bericht gekregen dat er een pakket op haar stond te wachten.
‘Een dag of vier, vijf’, zei hij.
De bloemen geurden nog, maar de lep zat er behoorlijk in zodat ze het toch wel een verlept boeket moest noemen als ze heel eerlijk was.

Thuisgekomen met de woorden ‘Lieveke, wees voorzichtig op de fiets hé, met dat pak’ haalde Alice met een glimlach de bloemen uit de doos. Zag ook het kaartje van Alissaline, die ze niet kent maar wel mee heeft gecorrespondeerd.
Haar glimlach leidde de intentie tot dit blogbericht in.
Al was Alice eigenlijk ook wel heel moe. Of mag dat alleen geschreven worden vóór het verhaal begint?

Alice zou de doos niet meteen wegdoen, omdat ze zoveel blikken had aangetrokken op straat en ze best trots was op haar geschenk. Maar net toen ze alles lekker in het eerste zicht wou zetten, voelde ze aan het gewicht van de doos dat deze onmogelijk alleen karton kon bevatten. Even snuisteren en handmatig een laagje uit de doos verwijderen brachten haar bij een glazen vaas.
Een vaas met bloemen van een leverancier dus. Hoe straf is dat?!

Alissaline, ik stuur je dadelijk de link naar dit blogbericht.
Merci voor je attentie en intentie! Jammer dat ik de bloemen niet in frissere toestand vond.

Dat komt ervan van te lang in de snoepkast te zitten 🙂
‘En Alissaline, ga ook door met het fijn en warmmenselijk communiceren met je klanten.
Als het mij goed doet, zal het voor anderen ook wel een verschil maken, toch?! ‘

Tijd om even terug te schakelen op de essentie.
Alice…

Zucht. Wie ben ik ook alweer?! En hoe was mijn dag?
Applaus…ah ja 😉