Oeverloos

andrew-neel-109201-unsplash

Photo by Andrew Neel on Unsplash

muze hou me even vast
het stormt in mijn lente
een oeverloos geleden kind
brult witte tranen uit

soms laag soms kilometers hoog
danst ze op een dunne koord
haar evenwicht is zoek

de maan is bleek, ik droom in kleur
waar eindigt straks haar boek

Fiducia in Wonderland is back

issa-momani-402139

Photo by issa momani on Unsplash

Het was een ingeving om een halte eerder af te stappen.
De tram zat eivol en ik had behoefte aan verse lucht. Zodra ik een voet op de grond zette voelde ik me vrij. Was wel rillerig na de behandeling bij de lichaamstherapeut, maar ik kon weer ademen. Er was een containerschip aan lading afgekomen. Dat is wat mijn therapeut zei nadat we het samen hadden doorleefd. Ik had het zien aankomen en het is goed dat het gebeurde.
Mijn ontlading is niet afgerond. Maar het is toch al een containerschip minder.

Ik stapte dus gezwind door richting station toen mijn blik viel op een open doos naast een gevel…met kunstboeken, zo bleek. Weer kunst…
Ik bukte me om beter te kijken. Bladerde in het bovenste boek. Keek omhoog naar de gevel van het huis. Bekeek het boek eronder. En daaronder. Een stuk of zeven boeken,
Het waren heel mooie boeken. Ze oogden duur en nieuw. Of verzorgd ingekeken. Zou iemand ze vergeten in te laden zijn? Ik besloot even aan te bellen.
De onderste bel gaf geen respons.
De bel erboven ook niet.

Neen, ik zou me niet ok voelen om ze mee te nemen. Dus stapte ik verder.
Maar wel met een gestolen glimlach. En een ieni-mini-huppelpas her en der.

Fiducia in Wonderland is back in town.

Om vijf uur had ik een afspraak voor een verkennend gesprek bij een nieuwe huisarts. Ik fietste via de fijnste weg naar de juiste straat en stak over. Het was een oneven huisnummer herinnerde ik me. Maar dat bleek niet te kloppen. Dus haalde ik mijn agenda boven en vond het juiste even nummer.
Terug overgestoken, fiets op de ketting gelegd, aangebeld.
Zachte zoem om me binnen te laten. Een Wonderland-manier om me op weg te loodsen naar de wachtkamer. Dat kan ik wel appreciëren 🙂
Stilte in de wachtkamer. Alleen ik en het gedempte geluid van de straat dat door het raam met stukken folie schemerde.
Ik trok rustig jas, muts en sjaal uit en zette me neer. Dit voelde fijn.

Even later kwam een jonge vrouwelijke arts me halen en vond ik mijn plek op één van de twee stoelen tegenover haar bureau.
Ik heb haar de twee meest relevante blogberichten voorgelezen om te duiden waarom ik daar was. En verder informatie gegeven die een huisarts nu eenmaal nodig heeft. En gevraagd of ze nog iets wilde weten. Ze vroeg niet om het medisch dossier bij mijn vorige huisarts op te vragen. Maar wellicht gebeurt die overdracht nu elektronisch. Of heel misschien mag ik met een schone lei beginnen vandaag. Misschien is dit de eerste dag van de rest van mijn leven.
17 november 2017. De dag dat ik groot genoeg was om mijn grenzen te stellen.

Er prikken tranen, ik prik niet terug.

 

 

Dat noemen we dan bevallingsrust

De secretaresse zorgt ervoor dat ik de algemeen directeur in het ziekenhuis kan bereiken. De laatste chemotherapie heeft niet aangeslagen. Hij is er erg aan toe.

‘Proficiat met de geboorte van je dochtertje.’
Hartsteek.
‘Dag professor. U ook proficiat met de geboorte van uw kleinzoon.’
‘Dank je. Wat kan ik voor je doen?’ Hij ademt zwaar en onderdrukt een hoestbui.
Ik wacht even tot het ongemak voorbij ebt.
‘Wel professor, de werkgeversorganisatie heeft me gevraagd om de financiële gegevens over het programma door te spelen en ik vroeg me af of ik de extra gelden van de overheid en die anderhalf miljoen die u nog bemachtigde bij die partner ook mag doorgeven.’
‘Ik denk het wel ja. Dat moeten we doen.’
‘OK professor, dankuwel. Ik heb verder geen vragen.’

Ik ben me intens bewust dat dit de laatste keer zal zijn dat ik hem hoor.
Heel graag wil ik zeggen ‘professor, ik ben dankbaar dat u in mij geloofde. Het was fijn
voor u te werken. U was als een vader voor me.’
Maar ik zwijg. En krimp helemaal bij elkaar als ik de telefoon neerleg.
Dag professor. Vaarwel.

De kist staat midden in de ontvangsthal. Er staat een rij voor me om hem te
groeten. Zijn vrouw, twee dochters en schoonzoons staan achteraan in de hal samen
met de volledige directie.
Naarmate de rij inkort wellen noeste tranen in me op. Ik breng, zoals het van me
verwacht wordt, een laatste groet en condoleer de familie. Ik loop verder als
een kip zonder kop de ruime hal rond en neem de lift naar de eerste verdieping. Het
belgeluid van de lift vult tweemaal de sereniteit van de hal. Ik loop de toiletten binnen en
en begin hartverscheurend te huilen.
Wat als dit een ziekelijke grap is?
Wat als hij nog leeft en dit een test is voor mij?
Ik raap mezelf bij elkaar en kijk mijn evenbeeld aan in de spiegel. Veeg mijn tranen
droog en sper mijn mond en ogen wijd open om weer tot mezelf te komen. Ik moet terug
naar beneden. Er staan autobussen te wachten om ons naar de kerk te voeren
voor de uitvaartplechtigheid. Ik neem deze keer de trap naar beneden en stap op de
tweede bus. De blikken ontwijkend. Christian van de werkgeversorganisatie groet me met een brede glimlach. Ik pers er een wrange grimas uit en draai mijn blik weg.

De uitvaart verloopt als in een roes voor me. De kerk zit eivol. Mensen, waaronder ik,
staan achteraan in de kerk op elkaar gedrumd. Geen zitje voor mij. Geen plaats tussen de
mensen die een speciale rol speelden in zijn leven. Beide secretaressen zitten vooraan in de kerk.
Het enige dat ik oppik van de plechtigheid is ‘hij had veel talenten’. Ik slik een traan weg.
Ik zou willen dat ze dat op mijn begrafenis ook konden zeggen.

Ik geraak thuis. Maar vraag me niet hoeveel tranen het me heeft gekost.

Wat doe je met kwetsbaarheid?

Hoe graag wou ik iets in de wereld zetten waar mensen echt iets aan hebben. Met de inzichten die ik heb opgebouwd in die zeventien jaar dat ik een chronische ziekte hanteer. Met de ervaringen en visie die ik ontwikkelde bij de vele sollicitaties, de omgang met collega´s en mijn vrijwilligerswerk.

Dus volgde ik workshops businessplanning. De ene gaf al meer ‘goesting’ dan de andere. Ging ik met een organisatie praten die sociale ondernemers financiert met risicokapitaal. Mijn missie en visie, kort door de bocht ‘kwetsbaarheid op de kaart zetten’, werden daar met open armen onthaald, maar ik kreeg het advies mijn aanbod uit te werken en ‘vermarktbaar’ te maken. Een vriend raadde me aan om een boek te schrijven, omdat dat mijn credibiliteit zou vergroten. Ik startte daarop een blog, een ‘haalbaarder’ alternatief. Ik zocht mensen op die ik al op mijn pad was tegengekomen en die me aanknopingspunten gaven. Ik belde rond, deed mijn verhaal en er was interesse…om mijn inzichten te komen delen, om geïnterviewd te worden…maar betalen voor wat ik te bieden heb, neen, dat vooralsnog niet.

Twee dagen geleden stapte ik, of beter fietste ik, naar de adviserend geneesheer van de mutualiteit voor een adviesgesprek. Om te horen of het kon om langzaam iets op te bouwen als zelfstandige met een bijpassing van mijn uitkering omdat voltijds werken vooralsnog niet haalbaar is gezien mijn gezondheidstoestand. Het was een arts die ik nooit eerder zag. En ze raadde me af als zelfstandige te starten. In mijn situatie is het risico te groot. Bovendien is die combinatiemogelijkheid beperkt in de tijd, toch wanneer je voor je werkonbekwaamheid nog geen zelfstandige was. Het was een open en eerlijk gesprek, ze gaf enkele voorbeelden en ik kon niet anders dan haar logica volgen. Overigens had ik de zelf gemaakte afspraak bijna afgebeld, omdat ik een week ervoor terug gekatapulteerd was naar een gezondheidstoestand waarmee ik vijftien jaar geleden in allerijl in het ziekenhuis belandde. Wellicht een neveneffect van het stopzetten van een medicijn, overigens wel op advies van mijn specialist. Hoewel het loeihard was zat er diep in mij het vertrouwen dat ik ook hier uit zou komen. Ik deed basale dingen waar ik trots op kon zijn. Ging wandelen. Deed de afwas. Ging met de grove borstel door wat kastruimten. Intussen heeft mijn systeem een nieuw evenwicht gevonden. Bij de adviserend geneesheer heb ik gehuild omwille van mijn situatie, ik verontschuldigde me, zei dat dat niet mijn bedoeling was, maar zij vond het niet erg. Intussen zijn we een week verder, ben ik het ergste dieptepunt al bijna vergeten en zette ik inmiddels op linkedin dat ik op zoek ben naar een halftijdse job in een adviserende functie. Met de toevoeging ‘kwetsbaarheid geeft meer-waarde’. Misschien nogal sullig maar het is nu eenmaal waar ik in geloof.

Ik wil nog steeds in de wereld zetten wat ik belangrijk vind. Ik zie in mijn omgeving dat er ook nood aan is. Maar ik kan het dus niet alleen en heb een structuur nodig van waaruit ik mijn ding kan doen. Ik heb mensen nodig die in mij geloven. Ik heb mensen nodig die me tonen dat ze mijn ideeën echt waardevol vinden.

Dat is waar ik sta. En nu ga ik de tuin opzoeken. Een beetje ‘aarden’.