Hoedanook

Photo by Debby Hudson on Unsplash

ik schrijf je dat ik aan je denk
onwetend of je ´t fijn vindt

ook hoop ik dat het blij is
wat je voelt doorheen de dag

beklijven is een woord
dat aan mijn tongpunt plakt

ik schrijf je dat ik aan je denk
maar hoe dan ook verzwijg ik

EigenWijs

Photo by James Fuller on Unsplash
EigenWijs- ingesproken versie

Mijn intentie gisteren was om me te verontschuldigen omdat ik weer zo´n ochtend inging waarbij ik me niet stevig in mijn schoenen voelde. Maar ik schraapte mezelf bij elkaar en installeerde me op de plek waar ik rustig online in verbinding kon gaan voor een overleg. Een project en traject dat ik al van bij de start mee heb gelopen en waar ik in geloof. Dat uitbreidingen allerhande kent en kansen tot samenwerking biedt waardoor mijn voeling met activiteiten van andere actoren die op dit terrein actief zijn, toeneemt.

Nieuwsgierigheid gevoed? Yep!
Na de vergadering was ik dankbaar en geïnspireerd.
Een tikkeltje energetischer dan vóór het overleg.

Ik mis trajecten waarin ik een zinvolle bijdrage kan leveren. Trajecten waarbij mijn ‘aanwezig zijn’ genoeg is, omdat ik een schat aan ervaring meedraag en mijn ‘bewust-zijn’ en ‘alertheid’ actief onderhoud, bijvoorbeeld.
En gewoon een toffe madam ben om er bij te hebben ook. Woehaha!
Ervaring dus…die ik graag met participatie aan nieuwe projecten en trajecten aanvul om ‘mee’ te blijven en her of der te inspireren.

Neen, niet dat ik ‘passief’ wil deelnemen. Een spons wil zijn.
Het soort deelnemen waarin ik me het beste voel is waar ik het aanvoelen heb dat wat ik inbreng, van persoonlijke ervaring tot helikopterperspectief, in overweging genomen wordt. Ik niet de indruk heb dat ik er ‘voor het kunnen afvinken van’ het ‘cliëntperspectief’ bij zit.
Kortom, ernstig genomen word. Niet beluisterd maar gehoord…

Er zijn momenten geweest, ook in dit traject, waarbij ik voelde dat ik in een richting geduwd werd. Zoals op momenten dat een minister van Gezondheid in de media verschijnt om een project in de kijker te zetten waaraan ik meetrok en er vanuit allerhande kanalen druk werd gelegd om mijn ‘cliëntperspectief’ te verwoorden.
Dan pas ik. Ik ben iemand die het best werkt in de schaduw. Daar voluit mijn ding wil doen, zonder te moeten ‘geliked’ of ‘gedis-liked’ worden omdat dat nu eenmaal de manier van communiceren van vandaag is.
Overigens was ik in voornoemde gevallen een slechte keuze van ‘getuige’, omdat ik had meegewerkt aan de uitbouw van de projecten zonder er zelf gebruikerservaring mee te hebben. Getuigen over deelname aan een aanbod levert een ander verhaal dan mee bouwen aan de toekomst van een pilootproject. Enfin.
Ik hoop dat ik mijn perspectief en voorkeuren voldoende duidelijk heb gemaakt intussen.
En ik houd mijn sensoren scherp.

Ik hoef ook voor dit blog niet te weten hoeveel ‘hits’ ik heb. Dit blog is mijn manier om met de wereld te communiceren. Ik fluister mijn boodschap, wie goed kan luisteren pikt ze op. Ik heb lang alleen maar mijn pseudoniem gebruikt. Zodat ik in alle anonimiteit kon fluisteren en mijn gedachten kon ordenen. Intussen staat mijn naam in het groot bovenaan mijn ‘creatieve speelruimte’, ontdek ik her en der nog fijne nieuwe toeters en bellen die ik kan uitproberen en voel ik me goed als ik elke dag wat woorden kan publiek zetten. Al is het nonsens. Gedicht of geopend. Eenvoudig of meervoudig ver(ant)woord.

Mijn woorden zijn op elk moment een weerspiegeling van hoe ik me voel. Van wat me boeit of (ver)(ont)Waardigt. Van wat ik aan schoonheid zie.

Vandaag vraag ik me af hoe ik mezelf nog kan bijschaven om van mijn blogruimte nog iets mooiers te maken. Wat ik kan ondernemen om op meer terreinen gewoon te ‘zijn’ en te ‘geven’ om van daaruit inspiratie te putten voor nieuw te manifesteren sporen. Waar en hoe ik mijn leven en tijd verder kan en wil vormgeven. Onderzoeken waar ik echt ‘thuis’ kom.

Het zou mooi zijn om elke dag een sprankel te kunnen plukken die me tot een nieuw schrijven aanzet. Want ja, dat is mijn ding, schrijven. Al ben ik niet altijd helemaal zeker over spelling en consoorten…voor mijn speeltuin hoeft het allemaal niet te perfect te zijn.
Dan gaat de lol eraf. Al blijf ik alert en zoek ik vaak wel de correcte schrijfwijze op. En laat dat ook vaak weten, tja…

Ja, ik ben onverbeterlijk nieuwsgierig.
Ja, ik maak graag verschil door te ‘zijn’.
Neen, ik houd helemaal niet van financiële en administratieve beslommeringen.

Onverbeterlijk eigenwijs, dat ben ik ook…

van Dale zegt over ‘eigenwijs’:
1) niet luisterend naar goede raad
2) eigenaardig-grappig

Ik ga voor de tweede optie.
En introduceer bij deze ‘anderwijs’ = wel luisterend naar goede raad

Veranderwijs bestaat ook…zoek maar op. Heel interessante piste…
Maar ik wijk af…
Tsss…Fiducia, inderdaad, stop nu maar…

Luistervinken

Gevonden op Natuurpunt.be – Vogelgeluiden en/in hun duurzame karakter…

Dat het vandaag moeilijk is om mensen te vinden die goed kunnen luisteren. Zo blijkt.
Omdat ik veel mensen ontmoet die zich niet gehoord weten.
Laat staan begrepen.
Zo blijkt uit mijn persoonlijke belevingen, opbrengsten zeg maar, van (mede)menselijke interacties.

“Vreemd toch?” denk ik dan.
Waar loopt het mis in de interactie?

Enkele jaren geleden alweer had ik een gesprek met een vrouw van Marokkaanse afkomst. Opgeleid tot therapeute.
Ze gaf op een bepaald moment aan dat ze zich voor het eerst echt gehoord wist toen we daar zo een tijdje aan het kennismaken waren in dat kleine kantoor. In een organisatie waar het anders vol liep en loopt met betaalde krachten in leveren van psychologische hulp.

Ook die ervaring benoem ik als ‘vreemd.’

Ze had me geraakt met haar verhaal. Hoe ze zich zo vaak moest verdedigen in haar job, hoe moeilijk het voor haar kinderen was op een school waar gekleurd niet de hoofdmoot uitmaakt van de leerlingen en hoe, naast het werk, het omgaan met de gewoontes binnen de eigen cultuur om voor elkaar te zorgen en op te komen soms ook het verlangen naar wat me-time doet ontstaan.

Een traan en een knoop in mijn buik. Een gevoel van machteloosheid ook, een beetje.
Dat gaf ik haar terug.

Ik werk niet met haar samen maar heb wel al gemerkt hoe gedreven ze is in haar job. Bewonderenswaardig. Om zo te blijven vechten voor je bestaansrecht hoewel de behoefte je ‘gehoord’ te weten soms zwaar weegt. Waar vind je dan een plek om even te ‘leunen’?
Ik weet het wel. En wellicht toen ook al.
Een cultuur van wederzijdse steun, daar ligt de sleutel tot zich gedragen weten.

Laatst kwam ik te voet terug van een supermarktbezoek met een zware tas vol boodschappen over mijn rechterschouder. Ik zie een eindje voor me een kennis een straat inslaan.
Ze ziet me ook, draait zich om en groet me hartelijk.
“Hoe gaat het met je?” roept ze glimlachend.
“Het moet ongeveer een jaar geleden zijn dat we elkaar zagen, niet?”, vulde ze aan.
“Het kan beter” antwoordde ik, “maar ik ga je er nu niet over vertellen.”
Ze stond trouwens ook een beetje gedraaid met me te praten, als met één voet in de richting van het vervolg van haar wandeling. Een zijstraat van de straat waar ik op liep.

Dus stapte ik moedig door met mijn “had-ik-maar-twee-draagtassen-bijgehad-voor-verdeling van-de-lasten” schoudertas en vroeg ook haar of hoe het ging.
Ze antwoordde met een glimlach dat het haar goed ging.
Ik groette haar nog en ze vervolgde haar weg met
“Hou je goed hé.”
Een beetje vreemd vond ik dat, omdat het me niet zo goed ging en ik dacht dat ook aangegeven te hebben…

Maar niet getreurd.
Thuiskomen, boodschappen wegzetten en een kopje troost slurpen.
Soms wordt ‘niet goed’ een beetje ‘beter’ door een kleine koesterervaring in het moment…

Waar ik ineens aan denk…
Ooit vroeg iemand:
“Wat zou je aan Richard Branson vragen mocht hij ineens aan je deur aanbellen?”

Ik moest nog net Richard Branson niet goochelen toen, maar mijn antwoord kwam op zijn minst ietwat bevreemdend piepen tussen het allegaartje andere antwoorden die namiddag.
Toen het mijn beurt was, zei ik:
“Ik zou vragen waarom hij precies aan mijn deur aanbelt.”

Naast de antwoorden die getuigden van een verlangen naar materieel succes en moeiteloos hanteren van pittige hobbels, bleek ik weer de vreemde eend in deze vijver qua interessegebied.

Ach ja, Intussen hecht ik nog steeds waarde aan Waarden en weet en voel ik hoe die onbetaalbaar zijn. Dus schrijf ik over ervaringen, in de hoop her of der iemand te inspireren. Of stilstaan bij wat is.
Wie weet, zich zelfs een beetje ‘gehoord’ te weten in onze stilzwijgende interactie.

En zolang ik zelf niet begin te leven alsof ik kan vliegen, ben ik allang “ten Vrede” dezer dagen.

Hou je!

Een tint-eling

Photo by Al Yeacha Irfan on Unsplash

De douche heeft me deugd gedaan. De droge kleren ook. Normaal gesproken zou ik op dat uur van de dag gewoon gekozen hebben om mijn spullen een beetje nonchalant weg te leggen en aan het eten te beginnen, maar niet nu. Heb geluisterd naar wat ik nodig had. Vorige fase bewust afronden, volgende fase als herboren instappen.

Het is me nooit eerder overkomen. Het boek was trouwens ook bijna uit. En niet eens zo goed. Maar ik werd dus emotioneel bij een stuk dat ik inlas. Ik voelde mijn stem overslaan. De voorlaatste pagina. Waardoor ik moest stoppen, terugspoelen en opnieuw inhaken met dezelfde woorden, hopend dat de emotie bij deze herkansing niet te fel doorschemerde in de stem die ik activeerde om de woorden vleugels te geven.

Ik zou het immers de luisteraars niet aan willen doen, dat ze zich gaan afvragen of alles wel ok is met die inlezer…
Alhoewel, extra laagje op de ‘beleving’
Empathie trainen via een omweg…

Neen. Ik heb me herpakt en het boek is dus uit, of beter: ‘helemaal ingelezen’ nu. Klaar voor de Luisterpuntbibliotheek…misschien na nog een screening door de studiomeester. Volgende week vat ik een nieuw boek aan.
Ik was allang blij dat er deze week een exemplaar tussen de ‘voorraad’ lag dat ik wel zag zitten. Voor mij liever geen fantasy of thrillers. En graag zo nu en dan eens een pareltje dat één of andere prijs won of waardig is…

Misschien was het gewoon wat veel ineens vandaag…
De afgelopen dagen…weken…?!

Eerst een afspraak in het ziekenhuis voor een babbel met hoog ‘spuigatvermogen’ en nadien nog een tocht, een wacht en een onderdanig overgeven aan een prikje voor nader bloedonderzoek. En dan de uitgang niet meer vinden, en moeten vragen en me intussen bedenken dat ik niet graag rondloop in ziekenhuizen dezer dagen.
Fiets op en weer verder.

Maar dan thuisgekomen een tevreden huisgenoot aantreffen die nu helemaal overtuigd is dat een Waardevol cadeau anders binnenkomt bij een ontvanger dan wat centjes…
Omdat hij er zelf een voorbeeldje van toonde, inclusief verhaal bij vertelde.
Beetje voldoening toch.
Waar een ui als metafoor al niet goed voor is…

Dus…mijn doucheke…
Spoelde ik met de waterstraaltjes van de douche het laagje dat bleef plakken en zo fluïditeit afremde van me af, zeepte ik me in met mijn favoriete zeepke en liet verse watertintelingen me een streepje lichter toewerken naar het avondmaal.

En ja, dat is dus zo een truukje dat ik soms over het hoofd zie in mijn arsenaal truukjes: neem nu gewoon eens een goed doucheke…

Voilà. Bij deze even her-varen.
Heeft ook te maken met (W)aardigheid, toch? Cadeautje voor jezelf.

Jezelf een tinteling geborgenheid gunnen.

Begrip

Photo by Alistair MacRobert on Unsplash

Elif Şafak schreef het neer in haar boek en mijn stem gaf zonet vleugels aan haar woorden:
Dat wat niet in woorden valt uit te drukken, kan alleen worden begrepen door stilte.’

Sedert ik hier woon, zit ik vaak in mijn eentje in mijn eigen vertrek. In stilte.
Ik krijg zelden telefoon of berichtjes her of der, maar op de één of andere manier heb ik het daar niet moeilijk mee. Nier hier, niet nu.
Misschien omdat ik weet dat ik niet alleen ben in het huis. Omdat ik via een ander mens en alle hulp en bezoek dat hier over de vloer komt, de verbinding blijf voelen met het grotere geheel.

Stilte heeft me al veel licht gegeven.
Inspiratie. Inzicht.
En ruimte om woorden, beelden en muziek te vinden die me voeden.

Ik ben intussen begonnen met dansen.
We zijn al 2021, nietwaar.
Ik moet mijn eigen voornemen en bijpassend verzoek uit mijn ‘nieuwjaarsbrief’ waarmaken. Toch?!

Soms voel ik toch een zware energie in mijn lichaam dalen en weet ik niet goed op welke manier ik daar beweging in wil of kan in brengen. En het mag vreemd klinken, maar hoewel het winter is, zet ik hier vaak mijn ramen wagenwijd open en voel me door de stroom zuurstof ‘herbronnen’. Dan kriebelt al eens een dans-intentie.
Meestal dans ik dan achter de toegeschoven gordijnen, maar als die te beweeglijk zijn omwille van de wind of gewoon, als ik overdag geen zin heb om de gordijnen toe te schuiven, dan dans ik zo.
Zichtbaar voor al wie mijn richting uit kijkt.

Laatst stond de kleine jongen van het huis dat met zijn achterkant op de tuin uitgeeft, door het raam te kijken. Ik wist niet of hij de dansende ik in het oog had, dan wel of hij andere ontdekkingen op het oog had. Alleszins, toen ik zwaaide, draaide hij zich prompt om en liep het huis in. Even later kwam een volwassene aan het achterraam staan.

Dansen?
Dat is toch niet normaal in deze tijd?
Denken ze dat?

De stilte laat me ook toe om zachtjes liedjes aan te heffen die in mijn bewustzijn opdagen. Dan zit ik te neuriën en merk ik vaak dat ik de tekst niet ken. Soms zoek ik de lyrics dan op, maar niet altijd. Een beetje ongedefinieerd mee-melodiëren, meer moet dat niet zijn. Soms.
Ik merk het ook op als ik fiets. En het helpt me om steviger mijn trappers rond te duwen als de lichte hellingen of afstand me verzoeken op te geven…
Neuriënd doorzetten.

Overigens heb ik dat advies ook al met succes doorgegeven aan mijn huisgenoot. Soms heeft hij het echt moeilijk als we een ommetje maken. Dan geef ik hem de opdracht een liedje in zijn hoofd te neuriën, waarop hij kan doorgaan. En als hij vervolgens de drempel van het huis toch weer overbrugd heeft, sta ik aan de deur klaar met een opgestoken duim.
Soms met woorden die dat gebaar ondersteunen. Vaak zonder. Stilte spreekt.
Maar elke keer tot hiertoe krijg ik dan wel een tevreden glimlach terug.

Meer moet dat niet zijn.
Een kinderhand is gauw gevuld.

Een start

Photo by Isaac Quesada on Unsplash

Vandaag heb ik een nieuwe handtekening onder mijn mail geprogrammeerd.
En ik vraag me af hoe mijn energiehuishouding zou reageren als ik een mail met deze handtekening in mijn eigen postbus vond.
Het woord “onberoerd” is hier niet aan de orde.
Ik denk wel dat het warmpjes mag binnenkomen…maar ik kan me vergissen.

In mijn normale doen zou ik hier nu neerpennen hoe die handtekening klinkt.
Maar ik ben niet in mijn normale doen. Niet dezer dagen.
Op verkenning ben ik. Behoorlijk overspoeld bij momenten. Maar dankbaar voor de fundering die ik telkens weer weet te vinden. En de tools, waarmee ik aan de slag mag.

Inneringen ooit gedrukt in mijn be-levingswereld poppen op in vragende vorm.
Waar de vragen bleven van anderen, die ik wel aan mezelf stelde, maar te jong om ernstig te nemen.
Hoe mijn, ons, …
Hoe aanvoelen opzij geduwd werd, omdat wijsheid ontbrak om er op een gezonde manier mee om te gaan.

Ik laat de energie hier even hangen.
Maar ik beloof je ze weer in beweging te zetten.

Omdat ik intussen de tools heb ontdekt om levensenergie te doen vloeien.
Hoe vast ze ook zit. Niet alles ineens, neen, natuurlijk niet…maar een knoop met een keer.
Stormachtig na het loswrikken, gevolgd door uitdeinen en in vertrouwen overgaan tot verder kabbelen.
Door in eerste instantie die knoop niet te negeren. Door er aandacht aan te geven op een liefdevolle en zorgzame manier. Als dat al niet hetzelfde is…
Op een koesterende manier misschien, op een manier zoals je een pasgeboren baby in de handen neemt, voorzichtig omwille van de broosheid, nieuwsgierig naar heel het potentieel aan levenservaringen dat schuilgaat achter die gesloten oogjes en met je handen in een energie-kommetje waarin dat kleine mensje zich geborgen weet.
In al haar onwetendheid van wat er in haar buitenwereld wacht.

Nog één kleine stap ben ik af van het huilen.
Ik zie wel wat er gebeurt.
Ik zal er hier eerlijk over zijn.
Beloofd.

Hoe kan je vandaag veiligheid beloven?
Neen, niet dus. Veiligheid is een illusie.
Maar wat wel van waarde is: hoe kan je vandaag mensen een veilig gevoel garanderen, een plek om te ankeren?
Dat laatste ligt niet buiten hen/ons. Dat moeten ze/we vanbinnen ontdekken.
Het helpt als je instrumenten ter beschikking hebt om dat veiligheidsgevoel grond te geven.
Het helpt niet als mensen in je omgeving je wijsmaken dat je angst ongegrond is, nergens op slaat.
Het helpt als je ondanks alles gelooft in jezelf en je potentieel.

Ze zijn intussen gearriveerd, de tranen…

Het enige dat ik nu nog wil neerpennen is een gedicht van me dat ik ooit als re-actie op een oproep schreef. Het enige gedicht dat ooit in een boekje verscheen, zover ik er zicht op heb toch.

Verbeeld je een foto.
Een strand. Op de achtergrond de zee die haar grenzen beroert met wat schuim.
In een parallel dichterbij, een streepje achtergebleven zout water. Het moet eb zijn.
Een vrouw met een witte korte jurk ligt op de voorgrond, de benen geplooid naar de camera toe.
Benen in lichte nylons gehuld, huidskleur.
Het hoofd buiten beeld. De rechterhand zachtjes over haar buik gevleid.

Mijn rechterhand schreef toen:

en hier vlei ik me neer
gehuld in witte woorden
met niet meer
dan zee en zand

niet geheel in kaart
wel in lijn
koester ik
vertrouwen

Fiducia

Ze koestert ‘haar’ vertrouwen…
Ik besluit haar te volgen.

Ik ben er nog.
En heb een nieuwe handtekening aan mijn mail.

Voorwaar een evidentie

Photo by Denise van der Heide on Unsplash

Hij zei het expliciet.
Ik had net gedaan met eten en wilde me terugtrekken in mijn eigen vertrek.
Hij zei dat hij dankbaar is dat ik hier in huis bij hem woon.
Dat dit maakt dat hij zich goed voelt.

Ik heb hem bedankt voor zijn uitspraak. En het voelde best fijn om hem dit te horen zeggen. Zelf heb ik ook al vaak aangegeven dat ik voordeel haal om hier bij hem in huis te wonen, gewoon omdat het mijn doen en laten vertraagt.

We eten op hetzelfde tijdstip. Hij eet warm onder de middag. Eén van de maaltijden die de huishoudhulp voor hem heeft klaargemaakt. Ik eet warm ´s avonds. Tenzij ik geen zin heb om te koken. Of tenzij ik gewoon meer zin heb in een boterham of zoals recent in de kast beschikbaar, omdat ik een gezellig kommetje havermoutpap uit wil lepelen.

Hij eet weinig en kauwt grondig.
Ik moet opletten dat ik niet schrok.
Af en toe vraagt hij of ik ook zin heb in een glaasje wijn.
En dan drinken we beide één glas, en toosten op een zaak die we het toosten waard vinden.
En we houden het op dat ene glas, omdat dat is wat fijnproeven heet.
Zo scherp ik mijn smaakpapillen aan.
Net als bij het degusteren van aangereikte spietjes zelf geraapte of geplukte appels.
Al dan niet aangeleverd door zijn kroost. Zorgvuldig geschild en in partjes verdeeld.

Ik vraag me af hoeveel mensen die pakweg op dit moment, met deze coronamaatregelen, niet alleen wonen, … hoeveel van hen al eens tegen (één van de) huisgenoot/huisgenoten zegt dat hij of zij dankbaar is met … laat ons zeggen…die extra kinetische energie in huis.
Hoe potentieel die ook mag aanvoelen. Of omgekeerd natuurlijk. Hoe kinetisch het potentieel aan energie kan aanvoelen.
Hoe zalig het huisgerief door hem of haar vibreert, zeg maar.

Om het even in energetische termen uit te drukken.

Zelf denk ik niet dat ik in eerdere woonsituaties tegen de ene of andere huisgenoot ooit soortgelijke woorden van dankbaarheid heb geuit.
Neen, dat klopt niet helemaal naar mijn gevoel. Ik voel dat ik dit zeker wel heb gedaan naar mijn kinderen toe, misschien niet met dezelfde woorden.
Maar naar een partner toe vrees ik dat ik het gezelschap al snel als ‘evidentie’ beschouwde.
Net zoals het buitenzetten van de vuilzakken, wat onuitgesproken zijn taak was.
Net zoals het strijken van (zijn) kleding een evidentie was in mijn takenpakket.

Of het niet-te-warm-wassen van wollen truien…oepsie…

Het is pas sedert enkele jaren dat niet één van de stoelen aan tafel dienst doet als strijkoppas. En nu ik zelf moet in de gaten houden wanneer het vuilnis de straat op moet, ervaar ik hoe ‘tijdloos’ ik omga met die al snel ietwat noodzakelijke handeling.

Nu heb ik veel minder kleren in mijn kast hangen. Dat scheelt in noodzaak van snel was en strijk wegwerken.
Of beter, de wasmand is nog zelden langer dan een week vol.
De wasmand, die nu trouwens klein is, stroomt zelden over.
Misschien moet ik me dus opnieuw maar een beetje vaker wassen en propere kleding aandoen, hoor ik u mompelen. Dat zou inderdaad ook een uitleg kunnen zijn.
Wat ruik ik hier nu?!

Neen, vandaag is alles in mijn leven kleiner, minder druk, waardoor ik ruimte krijg om tijd te maken. Tijd maak om ruimte te creëren. En meer creëer omdat tijd en ruimte me beter passen. En net daar kan ik dan dankbaar om zijn.

Maar wat ik toch nog extra uit bovenstaande woorden wil plukken, ter inspiratie zeg maar. Mogelijk ook ter pre-transpiratie…het idee alleen al?!

“Wat als we af en toe wat vaker stilstaan en onze dankbaarheid uiten
aan mensen en hun handelen
die of dat we vandaag als evidenties beschouwen.”

Bedankt om me tot hier te lezen.
En succes ermee hé…
Fiduciaanse groet.

Universele complexiteit

Photo by Thought Catalog on Unsplash

Het komt tegemoet aan een behoefte van me. Het quasi ongecensureerd neerpennen van wat me bezighoudt, verwoorden wat ik op mijn pad tegenkom of al schrijvend exploreren wat dat niet nader te omschrijven verlangen is dat kriebelt aan mijn bewustzijn.

Wellicht dekt deze drie-ledigheid niet vol-ledig de lading van wat dit blog voor me betekent.
Gaapt er een oneindig verschil in ledigheid dat mijn vol-doening niet kan bevatten.

Soms ontspruit zich het fenomeen van lezers die willen reageren op mijn woorden. Dan kan ik niet anders dan ook even re-ageren op wat ze schrijven om dan beide stukjes publiek te maken. En begin ik na verloop van tijd te merken dat deze heen-en-weer-reacties de essentie en magie van mijn exploratieruimte een stukje wegnemen.

Misschien is mijn blogruimte wel de zuiverste ruimte voor me om in gesprek te gaan met mijn hersenspinsels. Werkt het delen van mijn verhaal therapeutisch en het niet reageren van de blogruimte op zich als een liefdevol luisterend universum. Zijn mijn woorden eigenlijk verzoeken om gehoord te worden door een intelligentie die oneindig veel groter is dan de mijne.

Ja ja, lach maar.

Ik probeer hier even puur en rauw te exploreren hoe het in elkaar zit.
Feit is dat ik mijn eigen woorden vaak de beste therapeuten vind. Soms herlees ik stukken, zoek ik op kernwoorden…lees vervolgens mijn vroegere zelf en doet dat deugd. In het verleden heb ik ook al audiobestanden online geplaatst. Misschien moet ik dat nog maar eens doen. Alleszins meen ik nu een andere optie te hebben gedetecteerd dan mijn stem aan Soundcloud toevertrouwen alvorens ze hier te luister te leggen…
Is toch een beetje omslachtig allemaal.
En de reacties uit die audio-hoek zijn bij momenten nog vreemdsoortiger dan wat ik pakweg in een documentaire van David Attenborough tegenkom.

Dan komt meestal de klank “Huh?!” zich aanmelden en gaat mijn bewustzijn razendsnel in de richting van omdenken.nl
Tja…denken in verbinding…

Maar nog eens een audiobestandje publiek maken via deze blogruimte…zal ik dadelijk nog eens proberen. Met een gedicht van Rumi of zo…Ik onderstel dat ik dan niet in de problemen kom met auteursrechten gezien de jaren, decennia en eeuwen die zijn woorden intussen hebben overbrugd.

Ik zou het mij ook kunnen afvragen, of mijn woorden de tand des tijds zullen doorstaan.
Maar aangezien ik dat niet meer zal zien gebeuren, hoef ik er ook mijn aandacht niet naartoe te laten gaan. Als mijn achterban beslist niet langer geld te besteden aan de hosting waar dit blog is op gebouwd, sterft de ruimte van Fiducia in hetzelfde jaar als haar lichaam.
Maar ze zal dat doen met tevredenheid over haar leven en de woorden die ze erin gebruikte.

Mijn blogruimte is gewoon mijn speelruimte en ik heb in de administratieve omstandigheden van mijn hostingpakket ontdekt dat ik recht heb op nog een paar speeldomeinen…dat kriebelt wel.
Maar aangezien er nogal veel is dat dezer dagen kriebelt zal ik dat gegeven maar even on hold zetten.

Ik bedoel, een mens moet niet overkriebeld geraken hé…
Het leven is al complex genoeg.

De wortel van -1 ook…
Zie hieronder in alle eenvoud, het gedicht waarvan hierboven sprake.

“Luisteren” een gedicht van Rumi
uit “Een boek van wondere dingen” van Daan Bronkhorst

Dichtbij en Ver-binden

Photo by Elisabeth Wales on Unsplash

Ze wist wat ze wilde. Kwam toe, deed de jas van haar dochtertje uit en greep een koffertje van de bovenste plank. Ze zocht een plekje om te zitten, opende het koffertje en struinde er doorheen samen met haar dochter.

Waarom niet, dacht ik. Ik sprak deze mama aan. Zei dat ik normaal voorlees in de bibliotheek maar dat het nu niet gaat omwille van Corona. Vroeg of ze geïnteresseerd was in ingelezen prentenboeken, met en zonder prenten. Dat ze dan haar e-mailadres kon geven zodat ik haar de link kon bezorgen.

‘Graag’ zei ze. Haar andere kindje was vijf. Het peutertje dat ze bijhad leek me een jaar of twee. En toen ik vertrok bleek ze nog van mama´s borst te mogen drinken. Lekker intiem moment.

Intussen heb ik haar de link gestuurd. Ik weet niet of ze ernaar zal kijken, of ze mijn ingelezen verhalen zal inzetten om samen met haar kroost te genieten, maar daar draait het voor mij niet om. Niet mooier dan de momenten dat een ‘zorgende‘ zich lekker nestelt met de kroost, om samen te genieten van vertellingen. En de vragen die het verhaal misschien oproept.

Ik leef ervan op om het materiaal aan te maken. Al merk ik dat ik telkens toch weer overdenk hoe ik het creatieproces nog kan versnellen. Door één en ander te automatiseren misschien…al ben ik niet meer thuis in programmeren. Misschien zoek ik toch nog wel één en ander op. Klein scriptje waar ik de prenten doorheen haal die in de juiste volgorde moeten gezet worden…in grootte aanpassen voor het scherm lijkt me niet zo evident om een script op los te laten…enfin.
Ik zie wel waar mijn brein goesting op heeft de komende dagen.

Nu ik bijna al mijn persoonlijke prentenboeken verwerkt heb, is het goed dat er zoiets bestaat als een bibliotheek. En dan meteen profiteren van het lokale ‘gratis‘ kunnen uitlenen van muziek om ook daar mijn ‘instrumentarium‘ dat ik op mezelf kan loslaten, te vergroten. Beetje zoeken naar de juiste frequenties kan verrassingen opleveren…
Oeps…ineens een danskriebel…of zo…

Het was best koud op de fiets. Maar ik was goed ingepakt. En mijn opbrengst op de good old-fashioned way onder een snelbinder vastmaken, blijkt iets van nostalgie op te roepen. Beter dan met je hielen tegen de (fout ontworpen?) fietstassen botsen tijdens het trappen…en geen optie zien om dat gevaarte wat meer naar achteren op de bagagedrager vast te sjorren.

Jawel, eenvoud.
En daar blij mee kunnen zijn.

Con-fused

Photo by Jan Huber on Unsplash

Vermoeidheid overviel me net.
Misschien heb ik vandaag helemaal niets te vertellen hier.
Hoewel ik op mooie uitspraken ben gebotst…zoals:

“Elke keuze is de juiste keuze op dat moment.”
“Cleaning never lasts, hugs and kisses do.”
“The woman or the house, only one can look good.”

Ik ben blij dat ik vandaag een beetje opgerommeld heb. En ik heb er zelfs van genoten.
Al moet ik nog eens grondig door al die schrijfsels her en der navigeren, om te zien of ik de essentie eruit kan filteren en de rest opluchtinggewijs in de papierbak kan waaieren.

Kan deugd doen. Ontspullen. Ontleren.

Mijn kleerkast heb ik afgelopen week al onder handen genomen. Ik vind het fijn dat er nu zo weinig in ligt. Enkel nog de spullen die ik echt graag draag.
Waarom zou ik spullen bewaren die me niet echt gelukkig maken?

Mmmh…

Maar ik ben dus moe nu.
En best ook verdrietig.
Ik kan er mijn vinger niet op leggen.

Enerzijds omdat ik aan het typen ben…
Tja, de onnozele grapjes blijven zich tussen de tranen wringen…
Anderzijds omdat het allemaal misschien toch een beetje veel om te verwerken is, de energie waarin ik mijn draai in probeer te vinden…

Dus moet ik voor mezelf misschien eens uitklaren wat nu mijn behoefte is.
Voor de rest van de avond.
En daar werk van maken.

Ik denk dat ik nood heb aan geborgenheid. Mezelf eens helemaal in mijn eigen cocon hullen, opgekruld in een deken, op een bolletje in de zetel.
Zonder licht.
En dan de tranen laten lopen…
Tot ze toch weer plaats maken voor dankbaarheid…

Die laatste zin omdat er inderdaad nog zo een uitspraak van me rond krioelt…
“De enige constante is verandering.”

Gelukkig maar…