Het leven dansen

Photo by Hugues de BUYER-MIMEURE on Unsplash

In december 2020 vond ik het een goed idee, om samen te dansen. Bekijk het maar in dit blogbericht https://fiduciacaro.be/2020-12-18/oh-een-brief-in-uw-bus/

Het duurde door omstandige omstandigheden nog maanden vooraleer ik zelf echt ging dansen.
Maar hoe geniet ik er nu van…

Niet het opgelegde dansen met aan te leren danspasjes. Wel het exploreren van wat mijn lichaam allemaal aan kronkels kan ervaren en creëren. Alleen of met twee, drie, vier…of groepsgewijs.
Elkaar ondersteunend of uitdagend.

Heerlijk is dat.

Ik zie me straks door gangen huppelen in oorden waar ik een welkome wind breng. Omdat ik wel wat te vertellen heb en ook vol vragen zit, waar u alleen of samen misschien een antwoord op weet. En misschien vind ik dat dan zo´n wijs antwoord dat ik het wil delen op dit blog. Niet door te doen alsof dit wijze antwoord aan mijn eigen hoofd ontsproot, neen, door u eer aan te doen, ere wie ere toekomt. Mijn dankbaarheid te tonen voor uw wijsheid.

Op veel vragen weet ik het antwoord niet. Misschien omdat elk antwoord slechts een stipje op een spectrum beschrijft dat vanuit een ander perspectief een andere kleur krijgt. Zoals het kijken naar de regenboog door een wel heel erg roze bril. Of spiegelbril. Of gesaboteerd door kleurlenzen.

Maar vooraleer ik gangen doorkruis, ga ik luisteren naar wat mijn lichaam te vertellen heeft.

En aangezien ik zonet een mooi filmpje vond, zet ik dat hier even neer.
Zomaar, omdat ik daar goesting in heb.
Dat mag, denk ik.
Zeker ben ik niet.

Een streepje inspiratie…

ttps://www.youtube.com/watch?v=2bs2jjUeMRY

Queue-Bit

Photo by Steve Johnson on Unsplash

Stel dat ik zo lang mogelijk in een status wil zijn van ondefinieerbaarheid, van fluïditeit bij wijze van spreken. Niet rechts niet links maar superdivers, niet rood niet geel maar een multidisciplinaire regenboog en niet goed of kwaad maar een yin-yang golfbeweging tussen geven en nemen.

Ego en Eco van submicro tot meta. Wow..
Ofzo-iets, uitdehaard.

Van alles een beetje.
Vanalles een bitje.
En naargelang de omstandigheden een beetje meer van ditje dan van datje.

Stel dat het niet te voorspellen valt wat ik zal doen als volgende actie.
In welke omstandigheden zou dat dan het beste lukken?

Als ik me afzonder en stilte opzoek?
Als ik onderzoek wat prikkels met me doen doen?
Een derde vraag ontbreekt me even. Maar dat is geen verrassing wellicht.
Onder welke omstandigheden kunnen mensen hun fluïditeit bewaren of doen toenemen?
Hun bipolaire of pentalaire denken en voelen wat verzachten?

Laat het me tolerantieniveau noemen. Want hoe toleranter de mens, hoe flexibeler inzetbaar in verschillende contexten.
Toch?!
Of maak ik hier een denkfout?

Als je oordeelt zet je iemand vast in een hokje.
En het is heel moeilijk om die daar weer uit te krijgen.
Mensen zetten graag in hokjes.
Mensen spreken graag in de context van hokjes.
Des mensens, ook voorspelbaar wellicht. Een algoritme later…

Ik heb ergens gelezen dat voor quantum computing het noodzakelijk is dat de qubits, de quantum bits zeg maar, zo lang mogelijk in ‘ondefinieerbare toestand’ moeten blijven. Omdat dan de operaties die ermee verricht worden het meest betrouwbaar zijn en er ook veel meer operaties op mogelijk zijn. Ik schrijf op her-innering en een beetje Hartificieel, dus ik kan me vergissen. Alleszins, als de qubits deze ‘coherentietijd’ overschrijden en terugvallen op een polaire status als nul of één, valt er minder mee te doen.
Zijn ze als het ware ‘nutte-lozers’.

Moet ik dan blij zijn met mijn diagnose van bipolaire stoornis?
Of moet ik dan concluderen dat ik schizofrenie heb en veel meer traceerbare fluïde- statussen doorleef dan goed of kwaad, naargelang de context?
Of ben ik gewoon – een beetje vreemd? Das wel heel simpel Natuurlijk.
Dat zal wel niet kunnen. Of niet wel, al naargelangs.

Wat zijn goed en kwaad in de ogen van je dierbaren?
En wat zijn goed of kwaad in een leercontext?
En waar liggen de verbindingspunten tussen goed en kwaad om weer een zee aan mogelijkheden te creëren?

Nog even en straks loopt iedereen in het gareel. Stel u voor.
A Brave New World,
Weer Wat Wonderbaars.

Een start

Photo by Isaac Quesada on Unsplash

Vandaag heb ik een nieuwe handtekening onder mijn mail geprogrammeerd.
En ik vraag me af hoe mijn energiehuishouding zou reageren als ik een mail met deze handtekening in mijn eigen postbus vond.
Het woord “onberoerd” is hier niet aan de orde.
Ik denk wel dat het warmpjes mag binnenkomen…maar ik kan me vergissen.

In mijn normale doen zou ik hier nu neerpennen hoe die handtekening klinkt.
Maar ik ben niet in mijn normale doen. Niet dezer dagen.
Op verkenning ben ik. Behoorlijk overspoeld bij momenten. Maar dankbaar voor de fundering die ik telkens weer weet te vinden. En de tools, waarmee ik aan de slag mag.

Inneringen ooit gedrukt in mijn be-levingswereld poppen op in vragende vorm.
Waar de vragen bleven van anderen, die ik wel aan mezelf stelde, maar te jong om ernstig te nemen.
Hoe mijn, ons, …
Hoe aanvoelen opzij geduwd werd, omdat wijsheid ontbrak om er op een gezonde manier mee om te gaan.

Ik laat de energie hier even hangen.
Maar ik beloof je ze weer in beweging te zetten.

Omdat ik intussen de tools heb ontdekt om levensenergie te doen vloeien.
Hoe vast ze ook zit. Niet alles ineens, neen, natuurlijk niet…maar een knoop met een keer.
Stormachtig na het loswrikken, gevolgd door uitdeinen en in vertrouwen overgaan tot verder kabbelen.
Door in eerste instantie die knoop niet te negeren. Door er aandacht aan te geven op een liefdevolle en zorgzame manier. Als dat al niet hetzelfde is…
Op een koesterende manier misschien, op een manier zoals je een pasgeboren baby in de handen neemt, voorzichtig omwille van de broosheid, nieuwsgierig naar heel het potentieel aan levenservaringen dat schuilgaat achter die gesloten oogjes en met je handen in een energie-kommetje waarin dat kleine mensje zich geborgen weet.
In al haar onwetendheid van wat er in haar buitenwereld wacht.

Nog één kleine stap ben ik af van het huilen.
Ik zie wel wat er gebeurt.
Ik zal er hier eerlijk over zijn.
Beloofd.

Hoe kan je vandaag veiligheid beloven?
Neen, niet dus. Veiligheid is een illusie.
Maar wat wel van waarde is: hoe kan je vandaag mensen een veilig gevoel garanderen, een plek om te ankeren?
Dat laatste ligt niet buiten hen/ons. Dat moeten ze/we vanbinnen ontdekken.
Het helpt als je instrumenten ter beschikking hebt om dat veiligheidsgevoel grond te geven.
Het helpt niet als mensen in je omgeving je wijsmaken dat je angst ongegrond is, nergens op slaat.
Het helpt als je ondanks alles gelooft in jezelf en je potentieel.

Ze zijn intussen gearriveerd, de tranen…

Het enige dat ik nu nog wil neerpennen is een gedicht van me dat ik ooit als re-actie op een oproep schreef. Het enige gedicht dat ooit in een boekje verscheen, zover ik er zicht op heb toch.

Verbeeld je een foto.
Een strand. Op de achtergrond de zee die haar grenzen beroert met wat schuim.
In een parallel dichterbij, een streepje achtergebleven zout water. Het moet eb zijn.
Een vrouw met een witte korte jurk ligt op de voorgrond, de benen geplooid naar de camera toe.
Benen in lichte nylons gehuld, huidskleur.
Het hoofd buiten beeld. De rechterhand zachtjes over haar buik gevleid.

Mijn rechterhand schreef toen:

en hier vlei ik me neer
gehuld in witte woorden
met niet meer
dan zee en zand

niet geheel in kaart
wel in lijn
koester ik
vertrouwen

Fiducia

Ze koestert ‘haar’ vertrouwen…
Ik besluit haar te volgen.

Ik ben er nog.
En heb een nieuwe handtekening aan mijn mail.

Het is om Zeep

Photo by Andrew Wulf on Unsplash

Mijn huisgenoot volgt de ontwikkelingen in Amerika op de voet op en bericht me er vaak over. Volgens mij eerder vanuit de noodzaak de eigen opgeladen energie te delen dan vanuit mijn behoefte om helemaal mee te zijn met een soap die, imho, op nog minder trekt dan The bold and the beautiful…

Toen ik die laatstgenoemde serie bekeek samen met mijn grootmoeder, op momenten dat ik rond dat tijdstip van de dag op bezoek ging bij haar, kon ik nog volgen zelfs al zaten er enkele weken tussen de afleveringen die ik ‘savoureerde‘, om dit proevertjesmoment even eufemistisch te verpakken. En toch stelde ik af en toe vragen aan haar over hoe de intriges nu precies in elkaar zaten, om haar het plezier te gunnen vol overgave te vertellen over de mensen waar ze elke dag zo´n nauwe band mee had.

Of zoals met Dallas destijds…een rollercoaster een seizoen lang…bleek allemaal gedroomd te zijn door Pamela. Die dat besefte toen ze opstond en haar Bobby onder de douche vond.
Maar daar keek mijn ma enkel naar om naar de mooie kleren van die rijke mensen te kijken. Inspiratie op te doen voor eigen kledingcreaties…´tzalwelzijnja…

Vanochtend had mijn huisgenoot het over de moeilijke situatie waarin Mike Pence nu verkeert. Mike Pence, beëdigd als vicepresident van de Verenigde Staten van Amerika.

En het is hoogstwaarschijnlijk een compleet fout trekje van mij, maar overal waar ik een kans zie om met taal te spelen, laat ik ze niet liggen. Tenzij ik me niet helemaal goed in mijn vel voel, dan is alleen al het luisteren op zich een vermoeiende aangelegenheid en suddert ‘Taalspielerei’ op een laag pitje…als een omeletje in aanmaak.

Ik hoorde me dus vanochtend zeggen: ‘de vissenpresident’?’ en hield daarbij beide handen vast aan een denkbeeldige vislijn waarmee ik touche had.
Een grinnik van hem later…
Neen, dat bedoelde hij niet…

‘Ze kunnen niet meer samen door de deur hé, Trump en Pence.’
‘Ah neen’, zei ik, ‘pens’, en hield mijn armen voor een denkbeeldige bolle buik.

Weer een grinnik.
Toen ik ook de huishoudhulp hoorde mompelen: ‘ja, de vieze president’ heb ik maar wijselijk gezwegen.
Omdat het verhaal wilde verteld en gehoord worden.
Ik zweeg dus, werd serieus en luisterde tot het vertelde de nodige ruimte had gekregen.

Een eigen behoefte van me is om mijn verbeelding te laten spreken.
Mondjesmaat. Tenzij mijn Vice-emmer WoordWaarden dreigt over te lopen of een Woordenvloedgolf het hele land bedreigt.

In dat laatste geval neem ik een douche.
Met een fijne Engelse zeep.
Liefst fluïd. Al is dat natuurlijk zonde van de plastic houder.

Mmmh…voorwaar een bericht met een onderliggende boodschap.
Had ik dat geweten…

Verschuilen

Photo by Tristan Billet on Unsplash

‘Time is a lie.’
en…
’Inside every moment there is another moment.’

Zo verkondigt het personage gespeeld door Ethan Hawke zijn waarheid in Before Sunset.
Misschien geldt dat ook voor woorden. Schuilt in elk woord een ander woord.
Of zelfs een verhaal. Als je het maar vanuit het juiste perspectief benadert. Recht het witte konijn achterna.

In elke zwaan slaapt misschien een waan.

Ik vond het alvast verrassend om gisteren een relaas te publiceren over een maaltijd aan een tafeltje en vandaag in een blogbericht te lezen hoe de blogger terloops aan een kennis denkt die hij een tijdje later ontmoet waarbij ze hem vraagt wat een fijn adresje is om te gaan eten.
Wat trouwens een lange zin blijkt te zijn.

Ik zou zomaar mijn blogbericht van gisteren kunnen herschrijven of aanvullen. Doen alsof ik het eetadresje getipt had gekregen. En verder al schrijvend in mijn notitieboekje mijn impressies vastleggen. Voor later. Als een nieuw schrijfmoment zich wil aandienen.

Ik zou in zinnen kunnen verzinnen hoe de opmerkzame man van het tafeltjes recht tegenover me samen met zijn vrouw naar zijn auto loopt. Zij er hem even terloops op wijst dat hij zich zo niet moet bemoeien met andere tafeltjes, dat dat gênant is voor haar. Hoe daarna hun auto eventueel moeite heeft met starten en zij hem in een vlaag van toegeeflijkheid toelaat om naar het autosalon te gaan en een nieuwe te kiezen. Omdat ze toch wel graag kan rekenen op hun spullen. Ook als die geen rekenmodule hebben.

Het meisje dat bijna op de snoet van de hond trapte zou in de speeltuin een klasgenootje tegen het lijf kunnen lopen. Die haar groet. Maar die zij liever ontwijkt maar nu niet kan, omdat ze net oogcontact hebben gehad. Waarop zij, laat ik haar Hanne noemen, even flauw glimlacht en dan doet of ze heel druk bezig is met uit te maken waar ze gaat spelen. Keihard wegloopt zonder manoeuvers.
Recht op haar doel af. Schommelend vastberaden wordt.

De koffie van de man met de hond zou verkeerdelijk een déca kunnen geweest zijn, wat hij niet lust. Zijn hond zou dat kunnen ruiken en luid de hele zaak bij elkaar kunnen beginnen huilen om zoveel onrecht. Kop in de nek, poten hoog. En baasje maar sussen. En ik kijken. En noteren. Wie wint? En wat met die boos starende mensen. Verongelijkt om zoveel kabaal bij hun maaltijd.

Als je in noteren een paar letters laat vallen omdat het nu eenmaal koopjesperiode is, zou ik een coupe brésilienne kunnen bestellen als de noten tenminste wat gemalen worden.
In Tussen. Vreemde samenstelling is dat.

Ik zou er muziek op kunnen spelen, op mijn coupe, geholpen door mijn noten. Likkend en slurpend Beethoven achterna. Dat kan dus allemaal hé, dat zit in die woorden vervat.

Ver. Vat.
Dichtbij is wel een mooi woord.
Dicht. Bij. Poëzie inbegrepen dus. Solden of niet.

zo solden als korting
erbij of eraf
de min wordt een plus
en de gier een giraf
gierig is beter
dan een overmaats pak
van een onderhuids zweter
pro deo verpakt

Over de zin in onzin moet ik eerst nog eens nadenken…

Versmelten

Photo by Luis Galvez on Unsplash

Doorstaan is niet het juiste woord.
Het gevoel is nochtans heftig, het wringt zich doorheen mijn dagen, maar doorstaan…neen, dat is niet het juiste woord om te omschrijven hoe ik met dat gevoel omga. Ik ben het gewaar en ik luister ernaar. En tijdens dit schrijven voel ik hoe tranen zich een weg naar buiten willen wringen omdat verdriet zich gehoord weet. De pijn woorden krijgt. Tegen vechten heeft geen zin. Ontkennen ook niet.
Ik kan er maar mee dansen, uit leren en misschien uit groeien.

Las ik niet net in het boek ‘The wisdom of insecurity’ van Alan W. Watts:‘The only way to make sense out of the change is to plunge into it, move with it and join the dance.’
Ik lees ook:
‘It all exists for this moment. It´s a dance, and when you´re dancing you aren´t intent on getting somewhere.’

Op dit moment ben ik één met de pijn, her en der afgeleid omdat ik erover schrijf.
Neen, aandacht kan niet op twee verschillende dingen tegelijk worden gericht. Heel snel switchen kan wel. Dat heb ik ooit fysiek mogen ervaren tijdens een Vipassana-retraite. Die ervaring vond ik toen heel bijzonder. Het inzicht bleef plakken.

In omstandigheden als deze, waar signalen van mijn lichaam overduidelijk willen gehoord worden, valt het me moeilijk om positief te blijven. Omdat de pijn zo zwaar weegt.
Valt het me moeilijk om mijn eigen kwaliteiten te zien ook. Lijkt het alsof ik alleen nog pijn ‘ben’ en ‘altijd’ ben geweest.

Intussen rollen de tranen. Mijn eigen psychiater schuift vaak een doos tissues naar me toe als mijn tranen beginnen rollen. Mij deren ze meestal niet.
Het komt voor dat ik betraand geraak op bus of trein, als een herinnering zich aandient.
Ik zal mijn waterlanders wegvegen als ze beginnen kriebelen. Ik vecht er niet tegen en schaam me er niet om.

Ik zoek verder naar een woord dat voldoende zacht is en zo juist mogelijk omschrijft wat wij doen, gevoel en ik. Misschien is het wel ‘versmelten’. Zijn we samen op weg naar een volgend moment, waar misschien iets anders onze aandacht vraagt en onze wegen voor even doen scheiden.
Alsof afgescheiden zijn bestaat…

Wellicht is de meest juiste verwoording nog dat ik het niet weet. En dat het eigenlijk ook niet belangrijk is. Omdat geen enkel moment hetzelfde is en ik door dit samenspel nu te omschrijven niet zal kunnen voorspellen wat erop volgt.

Dan maar besluiten met nog een uitspraak uit het bovengenoemde boekje.
‘The art of living consists on being completely sensitive to each moment, in regarding it as utterly new and unique, in having the mind open and wholly receptive.’

Bericht van morgen over vandaag

Photo by Alexa Williams on Unsplash

Soms twijfel ik.
Onder welke voorwaarden mag je een ontmoeting nog ‘toevallig’ noemen?
En onder welke omstandigheden mag je een toevalligheid ook een ontmoeting noemen?

Maar ik weet dat ik me teveel afvraag in mijn leven. Laat ik dan maar de stilte opzoeken tussen mijn gedachten en doen waar ik denk dat ik goed mee doe.
Leegschrijven dat hoofd!

Ik realiseer me dat ik gisteren niet geschreven heb. Ik weet zelf al niet meer waarom.
Ik was wellicht te vol bezig met andere dingen. Maar om me toch te houden aan het voornemen van een toevallige ontmoeting per dag, zal ik vandaag twee blogberichten schrijven en het eerste anti-dateren. Het betreft immers een ontmoeting van gisteren. Wel vreemd dan om het ook op die datum terug te vinden onder de hoofding ‘bericht van morgen over vandaag’ maar ja, hoe moet ik anders mijn laksheid van gisteren rechtzetten?

Heb hier ooit al eerder gefoeterd met de datum, besef ik.

Gisteren, op de publicatiedatum donderdag 11 juli 2019 dus, met woorden aan elkaar geregen op vrijdag 12 juli 2019…
Waarbij ik me realiseer dat ik hiermee zonet een antwoord heb formuleerd op de vraag: ‘Onder welke omstandigheden is het mogelijk vandaag een tekst te publiceren als je hem pas morgen schijft?’

Fiducia, wil je nu gewoon beginnen schrijven wat je gisteren aan toevallige ontmoeting of aanverwanten hebt beleefd alsjeblieft? Met je gezever ook altijd?!

Gisteren liep ik dus met mijn oudste dochter door de stad en belde ik met haar goedkeuren mijn liefste zusje op. ‘Ik wou je net bellen’ zei ze. En wel om dezelfde reden als waarom ik haar belde. Ze had immers nog één rit op haar treinkaart staan die verviel op zondag. Overmorgen dus, voor de onduidelijkheid 😉

Mijn oudste dochter had me verteld dat ze vandaag een studentenstad zou onveilig maken met een vriendin en haar eigen 10-rittenkaart had ze uitgeleend aan een kotgenoot. De gratis rit van de kaart van mijn vriendin zou dus van pas komen.
Wonder boven wonder stonden er nog drie gratis ritten op de kaart.
Kon ineens de vriendin ook al een gratis heenreis genieten.

Mijn vriendin was zo lief om helemaal naar de stad te fietsen om de kaart te bezorgen. Ik heb haar nog bedankt met een cappuccino. Dat drankje had ze zelf gekozen, ik had het haar niet opgedrongen. Stel u voor.
Mijn dochter blij, mijn vriendin een dikke kus van mijn dochter en een cappuccino rijker en ik tevreden om zoveel oplossingsvermogen.

Flinterdun, dit verhaal. Gelukkig dat ik het gisteren publiceerde.
Ach, hoe jong en onervaren was ik toen ook…:-)

In-zicht

Photo by Aron Visuals on Unsplash

Omdat vandaag het morgen van gisteren is en ik mijn belofte wil houden, brei ik hier verder op mijn aanzet uit het blogbericht van gisteren.

Wat voorafging:
“Ik moest hierdoor denken aan de Engelse arts Sir Arthur Eddington, die op memorabele wijze uitlegde hoe het universum in elkaar steekt: ‘Iets onbekends doet dingen waar wij geen weet van hebben.’ Maar het mooiste komt nog: ik hoef het ook niet te weten.”

Hoe ging mijn onderbewuste hiermee aan de slag?
Die vraag zou ik kunnen beantwoorden met een fractaal van bovenstaande uitspraak: ‘Iets onbekends (mijn onderbewuste) doet dingen waar ik (maar wie is die ik?)  geen weet van heb.’

Ik denk dat ik vannacht gedroomd heb, maar aangezien ik niet de moeite heb genomen om die droom op te schrijven, is hij intussen verdwenen uit mijn bewustzijn. Misschien moet ik toch maar weer eens een schriftje en pen binnen handbereik leggen voor heldere nachtmomenten. (Of volle maandagen. Of halve zondagen.)

Wat ik wel opmerk door kersverse meditatieoefeningen te doen, is dat bij het opmerken van een ‘flirt’ en te onderzoeken welke essentie daaraan ten gronde ligt, er zich een wondere wereld openbaart. Van beelden, van bewegingen, van woorden en inzichten ook. Het zijn allerindividueelste manifestaties voor allerindividueelste ervaringen. Maar wonderwel kom ik via diverse wegen vaak dezelfde onthullingen tegen.

Klopt het dan dat ik ‘het’ ook niet hoef te weten, zoals Elizabeth Gilbert zich uitsprak?
Waarom doe ik die meditatieoefeningen dan?
Waarom lees ik boeken over quantum denken?

Wat ik vooral wil leren is mezelf en mijn bijhorende fenomenen begrijpen. Om daarna bewust wat wijzigingen aan te brengen in mezelf of de context en na te gaan welk effect dat heeft. Ik ben ook iemand die veel liever van veel dingen een beetje weet dan één ding tot op het bot uitpluist. Voor dat laatste ben ik te ongeduldig. Het moet vooruit gaan. Grote lijnen, af en toe een detail, maar niet alles tot in het detail. Misschien grote lijnen en een detail om te oordelen of de metafoor van de fractalen toepasbaar is.

Linken leggen tussen op het eerste zicht zeer uiteenlopende domeinen. Dat doe ik ook graag.
Omdat het afgescheiden zijn slechts een beperkende illusie uit de ‘Consensus Realiteit‘ is.

De Kunsten begeven zich op het non-consensusterrein.
Waarom ben ik gedichten beginnen schrijven toen ik houvast zocht op het moment dat ik besloot niet langer bij mijn vorige psychiater in behandeling te gaan?
Ja, ik stel me die vraag.
Ik had helemaal niks met poëzie. Pas later ben ik me daarin gaan interesseren. Nu heb ik zowaar kunstboeken in mijn boekenkast en luister ik het vaakst naar Klara Continuo.

Ik vind het verrijkend om ook die ‘uitingen’ te gaan analyseren bij het in kaart brengen van mijn herstel.
Hoe ben ik geëvolueerd?
Wat heeft me geholpen?
Wanneer laat ik een bepaalde houvast los?

Ik weet nu al wat ik bij mijn volgende consultatie bij mijn psychiater ga vertellen. Omdat ik één en ander bij elkaar heb gesprokkeld omdat iemand me vroeg een getuigenis te brengen over hoe verbeelding me heeft geholpen bij mijn herstel.
En de afgelopen twee weken waren misschien hels om te doorleven, zo met gebrek aan energie en met een heel laag zelfbeeld en sombere wolken rondom mijn hoofd. Maar ik voel de progressie die ook die twee weken teweeg hebben gebracht.

Consensustijd deed dingen met me waar ik geen grip op had.
Non-consensustijd heeft me creatief aan de slag gehouden en inzichten bijgebracht.

Wanneer was het ook alweer, dat ik de inspiratie niet opmerkte?
Neen, ik hoef niet te weten wat de toekomst me brengt.
Ik maak wel Tijd, met keuzes.

Gewaarzijn

Photo by Art by Lønfeldt on Unsplash

Dan zijn er van die tijdloze momenten.
Net nadat je enkele meditatieoefeningen gedaan hebt en je hele wezen nog gewaarzijn ademt.

Dan kijk ik naar de boom in mijn tuin, zie de takken langzaam bewegen in de wind. En vraag ik me af of dove mensen zich wel eens afvragen of die beweging geluid maakt. Of blinde mensen de zon kunnen horen schijnen. Net zoals in mijn verhaal van een tijd geleden, over de blinde kabouters die konden verstaan wat de zon te vertellen had.

Er zijn nog zintuigen.
Wat ik altijd een bevreemdende ervaring heb gevonden is toen ik op een avond waar ik behoorlijk hyper rondliep, een pizza volgens eigen recept klaarmaakte. Het was alsof de stukjes groenten uit mijn handen vielen en wij samen wisten wanneer genoeg genoeg was. Ik herinner me nog dat mijn jongste die avond aan tafel zei ‘ik weet niet wat jij met mijn mama gedaan hebt, maar dit is de lekkerste pizza die ik ooit gegeten heb.’

Wij westerlingen bekijken onszelf vaak als afgescheiden van andere wezens en dingen. Niet iedereen op deze aardkloot denkt zo. Je kan immers bij wijze van spreken in dialoog gaan met natuurelementen, met groenten, met pruttelende stoofpotjes zelfs en ‘voelen’ wat het gerecht nodig heeft.
Niet dat ik het kan, maar ik zou het wel graag leren. Je kan ook bedenken dat de spullen of mensen die je aandacht trekken, met je ‘flirten’ in de woorden van Arnold Mindell, dat doen omdat ze je iets te vertellen hebben over jezelf.
Waarom grijp je bij het opstaan naar je mobiele telefoon in plaats van eerst een blik te werpen op de persoon die naast je ligt?
Als er al iemand naast je ligt natuurlijk. Het hoeft geen mens te zijn. Ik begreep dat er mensen zijn die hun huisdier bij zich in bed nemen. Of knuffels. Of boeken.

Ik wil maar zeggen…af en toe eens vanuit een nieuwsgierige blik kijken naar de dingen die je als vanzelfsprekend beschouwt. Het kan verhelderend werken. En als je durft, de vraag aan dat ding stellen: ‘waarom flirt je met mij?’ En dan ontvankelijk en oordeelloos afwachten of er zich een antwoord aandient.

Of je afvragen welk verhaal er achter de spullen schuilt die je in je bezit hebt. Als je ze zelf hebt gemaakt ken je een belangrijk deel van dat verhaal. Maar de spullen die je koopt. Wat is hun verleden, hun ontstaansgeschiedenis? Wie was erbij betrokken? Wat zal hun toekomst zijn?
Zal je die mobiele telefoon, die nu elke ochtend met je flirt, in de nabije toekomst nog in een andere gedaante zien verschijnen? Of verdwijnt zijn of haar energie uit je systeem van zodra een nieuw en fris exemplaar je nachtkastje bewaakt en op tijdloze momenten je aandacht in flirt?

Waarom schrijf ik dit?

Ik ben me meer en meer bewust van de begrippen tijdloosheid en fluïditeit.
De gewaarwordingen bij meditatieoefeningen, het ‘flirten’ van objecten of fenomenen die mijn aandacht zoeken. De beelden die zich aan me openbaren. De betekenis die erachter schuilt en me ook via andere wegen vaak hetzelfde duidelijk maakt.

Inzichten.

Dat heb ik trouwens altijd een mooi woord gevonden.
Inzicht. In zicht. En dan is het er ineens in al haar openbaarheid. In zich. Helemaal geïncorporeerd.

Zo is er een inzicht dat mijn leven wellicht niet het makkelijkst te doorleven leven is dat hier op aarde rondloopt. Maar dat het mij maakt tot wie ik word. Om even te springen over wie ik ben. Al laat gangbaar tijdsbesef dergelijke sprongen misschien niet toe.
Maar aangezien ik tijdloosheid en fluïditeit in mijn hart draag, trek ik me daar verder weinig van aan.

Ik word hier stil van. Zot hé?!

Pengestreken exploratie

Photo by Anton Darius | @theSollers on Unsplash

En ineens heeft dat witte scherm waar ik deze eerste aanhef op tokkel iets bevreemdends.
Alsof het niet meer bij me past nu ik dezer dagen zo diep in andermans woorden rondzwerf. Nieuwsgierig. Gulzig zelfs.

Herinner ik me plots dat de afgelopen dagen ook een aantal keer de bedenking in me opkwam “is het mischien tijd voor iets anders dan dit blog?”

In een oefening die ik tegenkwam in één van de boeken die ik lees (ik lees zelden één boek tegelijk) moest ik mezelf een naam geven. Het was een andere naam dan Fiducia. Wat me niet hoeft te verbazen. Een flinke dosis fluïditeit komt bij tijd en wijlen goed van pas.
Het woord dat in me opkwam symboliseerde ‘luisteren’.

Misschien is luisteren inderdaad een grotere troef van me dan schrijven…Mijn luistervangst voedt alleszins mijn schrijven.

Ik liet het woord ‘vertrouwen’ (Fiducia in het Italiaans) mijn gids zijn bij het schrijven. En dat woord laat ik zeker niet los nu, maar misschien is er inmiddels genoeg vertrouwen om een andere stap te zetten. Eentje waar mijn “luistervermogen” zelf op de voorgrond treedt.
Het subtiele luisteren op zich, waarbij ik signalen vang die niet noodzakelijk benoemd of getoond worden. Eventueel aangevuld met een soort aanwezig zijn waarin de ander zich gehoord en gezien weet. Zoiets. Behoorlijk fluïde nog…

Ving ik de afgelopen maanden ook niet allerlei signalen op waarbij ik me afvroeg wat ik ermee aan moest?
Een beetje ‘getrek’ in de richting van waar mijn – hoe las ik het ook weer – mijn ‘calling’ ligt.
De mogelijke vertalingen van dat woord spreken alleszins tot de verbeelding. Een Wonderland-gewijze diversiteit aan mogelijke invullingen. En die beschrijving op zich geeft me ook weer verbinding met feedback die twee dames me een tijd geleden gaven…

Stop met dat hier te exploreren Fiducia, werk dat eerst in stilte uit. Signaalloos. Wie weet wie er mee luistert.

Al verschijnen er toch ook weer behoorlijk wat woorden op dit scherm, zelfs onder deze bevreemdende condities. Misschien kan ik eens trachten de contouren in te kleuren. Of letter per letter een andere kleur. Of een vleugje Geronimo Stilton schrijfgenot invoegen. Kortom, een beetje extra creativiteit in deze omgeving aan de dag leggen.

Ach neen, dat is niet mijn doel. Ik verander ook de verwonderfoto op de hoofdpagina niet omdat het dan niet meer klopt voor mij. Misschien komt dat omdat ik niet schrijf voor lezers. Ik schrijf voor mezelf.
Om wat meer vertrouwen in mezelf te vinden. Houvast.
Is het niet, Fiducia?

En, werkt het?

Het zal wel heel gek klinken, maar af en toe lees ik mijn eigen teksten terug en doen ze me deugd. Geven ze me troost. Hervind ik plezier in mijn taalspielerei.
Dat is toch een hoogtepunt van genot, iets creëren waar je later nog iets aan hebt.
Dat anderen er ook iets aan kunnen hebben is een aardig neveneffect.

Zouden er ook nichteneffecten bestaan?
Lichteffecten wel.

Waar zal ik mijn licht eens op laten schijnen? En welke titel ga ik dit blogbericht geven?
Zou ik trouwens niet beter eerst een titel kiezen vooraleer ik begin te typen? Of tenminste toch een onderwerp zodat ik focus houd en later eventueel de titel nog bijstel?

Zou het op dit punt dan ook niet beter zijn dat ik alles eens nalees en vervolgens beslis wat ik overhoud?
Waarom ook zoveel vragen?
Of is dat een truuk om te kunnen luisteren naar de stilzwijgende antwoorden…

Deugniet.