Niets

waan jij je ogenschijnlijk niets
kijk dan naar buiten
vraag een dorpel of hij wil dat je hem kust

trek dan je fermste schoenen aan
en keer de dorpel heel bekwaam en stop
vraag nu opnieuw of hij die kriebel mist

ga weer naar binnen
berg je favoriete schoenen op hun plek
en haal die glimlach van je snuit

jij, ondeugende schavuit
van niets

W(A)arde-vol

Photo by ROBIN WORRALL on Unsplash

Als ik (ik geef het toe: online) opzoek wat de etymologie van het woord ‘definiëren’ is, kom ik het volgende tegen:
ww. ‘betekenis omschrijven, grenzen bepalen’

En als ik de etymologie opzoek van het woord ‘authenticiteit’ kom ik op
‘echtheid’ -> Indonesisch oténsitas ‘oorspronkelijkheid’.

OK. Zucht!
Waar wil ons Fiducia naartoe?

Even doorvoelen.

Ik hou me daar eigenlijk allemaal niet mee bezig, met wie wat in de wereld zet en hoe.
Toch niet bewust. Maar daarnet was ik dus deelgenoot van (of is het ‘aan’?) een webinar waar de woorden ‘veerkracht’, ‘authenticiteit’ en ‘kwetsbaarheid’ , die ik her en der ook vaker zie opduiken… (zal ook wel weer uit China komen of zijn oorsprong vinden in een apartheidsregime als het werken in shiften)…
Enfin, onder andere die drie woorden werden dus zorgvuldig gebruikt en van een definitie voorzien.

Ik had na een tiental minuten mijn camera uitgeschakeld in de zoomsessie, omdat ik eigenlijk door mijn raam naar de kinderen wou kijken die met hun enthousiasme over sneeuw en slee en elkander mijn oren en ogen charmeerden. Maar ik volgde verder de webinar op non-videalistische modus en schreef her en der iets op.
Wenkbrauwfronsels gevolgd door suggesties.

Wat ik ook al vaker in de luttele leiderschaps- en adviseursmiddens-waaraan-ik-al-deelnam heb waargenomen, is dat men allerlei tools hanteert als het over authenticiteit gaat.
Dat wringt een beetje hier, ik kan het niet anders uitdrukken.
Instructie één: ‘wees spontaan’. (Ziedaar de eerste paradox.)

Maar goed, waar zat ik.

Ik nam onder andere waar dat werd gezegd dat je je ‘ook op de werkvloer kwetsbaar moest durven opstellen’. Dat je ‘transparant moet zijn over alles wat je ervaart‘, dat ook.

Ik dacht aan die talloze keren dat ik op vergaderingen wind in mijn darmen had, maar zweeg het stil. Of die keren dat het lange oorhaar van een vergadergenoot me van de vergaderagenda hield of gebrek aan zuurstof me deed verlangen naar buiten. Waar ik persoonlijk enkel in het laatst genoemde geval iets ‘in de groep’ zou gooien. Omdat ik misschien de metaforiaanse kanarie ben in de koolmijn en mogelijk enkele andere vergaderleden ook nood hebben aan zuurstof. Adempauze. Om daarna weer te kunnen focussen.

Waarom zou ik iets in de groep gooien over het oorhaar van een vergadergenoot, als ik er in mijn verbeelding al de verbinding mee was aangegaan vanuit de wind in mijn darmen.
Wie weet begin ik dan plotsklaps een gedicht aan te heffen over de schuimkoppen op zee.
Wie is daar tenslotte bij gebaat, behalve de strooidiensten?

En ineens, via een wel heel grote omweg, doorkruiste het woord ‘fractalen’ mijn gedachten.

Want toen het moment werd aangekondigd om even reacties van de ‘luisteraars’ te verzamelen, ‘omdat dat belangrijk is’, was ik al een paar minuten terug in beeld, unmute-tetterde ik mijn microfoon en gaf aan dat ik weliswaar enkel auditief had geparticipeerd aan de uiteenzetting, maar dat ik een paar suggesties had. En ik formuleerde de keuze aan de ‘boodschappers van deze nieuwe dienstverlening’ dat ik deze suggesties hier en plein public kon geven tenzij ze liever hadden dat ik het op een andere manier deed.

Ik werd vriendelijk verzocht mijn suggesties voor een ander moment te houden.
Heb dan nog even geluisterd naar een vraag van een andere ‘luisteraar’ maar heb dan chatgewijs mijn afscheid ingeluid en de mensen een warme groet en succes toegewenst.

Mensen worden vandaag uitgenodigd hun kwetsbaarheid te tonen.
Moet je je dan als organisatie stoerder voordoen dan je bent?

Hoe ‘echt’ of ‘waardevol’ is ‘authentiek’, als het niet (alom)tegenwoordig is?
En met het oog op charmante herinneringen:
Zout ge als kind liever:

Sleeën in het midden van de straat of
in de patatten (zitten) met uwe Natuur?
Peperduur! (omdat dat rijmt!)

Verschuilen

Photo by Tristan Billet on Unsplash

‘Time is a lie.’
en…
’Inside every moment there is another moment.’

Zo verkondigt het personage gespeeld door Ethan Hawke zijn waarheid in Before Sunset.
Misschien geldt dat ook voor woorden. Schuilt in elk woord een ander woord.
Of zelfs een verhaal. Als je het maar vanuit het juiste perspectief benadert. Recht het witte konijn achterna.

In elke zwaan slaapt misschien een waan.

Ik vond het alvast verrassend om gisteren een relaas te publiceren over een maaltijd aan een tafeltje en vandaag in een blogbericht te lezen hoe de blogger terloops aan een kennis denkt die hij een tijdje later ontmoet waarbij ze hem vraagt wat een fijn adresje is om te gaan eten.
Wat trouwens een lange zin blijkt te zijn.

Ik zou zomaar mijn blogbericht van gisteren kunnen herschrijven of aanvullen. Doen alsof ik het eetadresje getipt had gekregen. En verder al schrijvend in mijn notitieboekje mijn impressies vastleggen. Voor later. Als een nieuw schrijfmoment zich wil aandienen.

Ik zou in zinnen kunnen verzinnen hoe de opmerkzame man van het tafeltjes recht tegenover me samen met zijn vrouw naar zijn auto loopt. Zij er hem even terloops op wijst dat hij zich zo niet moet bemoeien met andere tafeltjes, dat dat gênant is voor haar. Hoe daarna hun auto eventueel moeite heeft met starten en zij hem in een vlaag van toegeeflijkheid toelaat om naar het autosalon te gaan en een nieuwe te kiezen. Omdat ze toch wel graag kan rekenen op hun spullen. Ook als die geen rekenmodule hebben.

Het meisje dat bijna op de snoet van de hond trapte zou in de speeltuin een klasgenootje tegen het lijf kunnen lopen. Die haar groet. Maar die zij liever ontwijkt maar nu niet kan, omdat ze net oogcontact hebben gehad. Waarop zij, laat ik haar Hanne noemen, even flauw glimlacht en dan doet of ze heel druk bezig is met uit te maken waar ze gaat spelen. Keihard wegloopt zonder manoeuvers.
Recht op haar doel af. Schommelend vastberaden wordt.

De koffie van de man met de hond zou verkeerdelijk een déca kunnen geweest zijn, wat hij niet lust. Zijn hond zou dat kunnen ruiken en luid de hele zaak bij elkaar kunnen beginnen huilen om zoveel onrecht. Kop in de nek, poten hoog. En baasje maar sussen. En ik kijken. En noteren. Wie wint? En wat met die boos starende mensen. Verongelijkt om zoveel kabaal bij hun maaltijd.

Als je in noteren een paar letters laat vallen omdat het nu eenmaal koopjesperiode is, zou ik een coupe brésilienne kunnen bestellen als de noten tenminste wat gemalen worden.
In Tussen. Vreemde samenstelling is dat.

Ik zou er muziek op kunnen spelen, op mijn coupe, geholpen door mijn noten. Likkend en slurpend Beethoven achterna. Dat kan dus allemaal hé, dat zit in die woorden vervat.

Ver. Vat.
Dichtbij is wel een mooi woord.
Dicht. Bij. Poëzie inbegrepen dus. Solden of niet.

zo solden als korting
erbij of eraf
de min wordt een plus
en de gier een giraf
gierig is beter
dan een overmaats pak
van een onderhuids zweter
pro deo verpakt

Over de zin in onzin moet ik eerst nog eens nadenken…

Spectrum van vreemdheid

Photo by Wolfgang Hasselmann on Unsplash

‘Dag struisvogel, wil je een kopje thee?’
‘Ja graag, maar ik wil eerst ergens mijn hoofd in steken.’

Dat schrijft Toon Tellegen op pagina 60 in zijn boekje ‘Het liefst van al’.

Ik zoek een metafoor voor cultuur en wil bekijken tot waar ik kom met het woord ‘afwaswater’.

Een waarschuwing: dit blogbericht betreft louter een metaforische exploratie, waarbij de schrijver geen flauw benul heeft wat de uitkomst zal zijn. De schrijver vergeeft zichzelf al op voorhand mocht deze exploratie de spuigaten der absurditeit uitlopen. Wat mathematisch gezien zou betekenen dat het bericht opnieuw tot de rede zou toetreden.

De schrijver is geenszins aansprakelijk voor eventuele verwarrende omstandigheden ter hoogte van het hoofd van de lezer. De lezer van dit blogbericht bedoel ik, het blogbericht dat hier verder vorm zal krijgen. Of vorm heeft gekregen, in uw geval lezer.

Zo vul je dus wit op met zwarte letters. Als daar zijn:
“Ik zoek een metafoor voor cultuur en wil bekijken tot waar ik kom met het woord ‘afwaswater’.”

Exploratie:

Er is een verschil tussen afwaswater waar handmatige afwas in wordt gepleegd (verpleegd??) en afwaswater waar volautomatisch allerlei belangrijke dingen in gebeuren.

Afwasmiddel voor handmatige afwas is vloeibaar waar het voor de machinale poets in blokvorm wordt toegediend, eventueel verrijkt met een vloeibaar glansmiddel.
(Voor zover ik nog mee ben. Of wordt het vuil vandaag de dag van de vuile vaat ‘getrild’?)

Mij wordt verteld dat minder afwaswater nodig is, minder cultuur dus, in een automaat in vergelijking met de handmatige afwas. Wat wellicht inhoudt dat machinaal afwaswater een grotere concentratie vuil bevat voor dezelfde afwasportie dan het water in de pompbak. Of de emmer, of de lavabo, het babybadje…

Meer creatieve bestemmingen dus voor handmatig afwaswater.
Vuil water van de afwasmachine wordt automatisch geloosd, afgevloeid dus. Mocht het handmatige spoelwater (hier introduceer ik een nieuwe term) nog proper genoeg zijn dan kan het eventueel nog gebruikt worden om wat sanitair te poetsen.
Heb ik overigens nog nooit gedaan maar wat niet is, is moeilijk te vatten soms 🙂

Ha! Die wending had je niet verwacht hé, lezer 😉

Als je manueel de afwas doet krijgt het afwaswater emotie mee. Je kan al je liefde in het afwassen leggen, wat de kopjes, schoteltjes en bestekconsoorten apprecieren omdat ze enkel volledig opgeschoond op het druiprek worden neergevleid.

Een afwasmachine bekommert zich niet om de diversiteit van kopjes en schoteltjes en of die nu nog van de bomma waren of veel geld hebben gekost of van plastiek zijn.
Als het programma gedaan is, is de afwas proper, punt. Hoezeer jij daar als eigenaar ook tegenin gaat.
Ge zult er uw pollen aan vuil moeten maken wilt ge ze in een andere staat opbergen in de kast!

Vanwaar de ‘ge’ Fiducia?…
Ach, het thema leidt me er automatisch naartoe.

Cultuur dus. Niet met een grote c maar ik moest het met een grote c schrijven omdat het woord aan het begin van een zin stond.
Wie zegt dat dat moet?
De juf, ooit, toen.
En wat weet de juf daarvan? Moogt gij uw goesting dan niet doen?
Als gij een c wilt schrijven in plaats van een C, dan doet ge dat toch gewoon?


cultuur…effe proeven…Brrr…is wel aanpassen zo…
Ik ben stilaan toe aan een conclusie merk ik.

Als je wil dat servies van de bomma, je beste bestek uit de bestekkoffer en die pan van de Meus in goede conditie blijven, dan kan je die best met liefde voorzien van een zorgzame portie Aandacht met oog voor diversiteit. Als je je telgen in hun vrije momenten een plek geeft waar ze kunnen blinken en je zo flirtend uitnodigen het beste van zichzelf te geven voor hun volgende opdracht, dan krijgt van mij jouw afwaswater een grote C.

Wat is de link tussen afwaswater, cultuur en een struisvogel?
Oh mooi Fiducia, een kop-staart verhaaltje 😉


Paraduil

Photo by Guillaume de Germain on Unsplash

Dit is het soort foto dat spontaan mijn aandacht trekt.

Zoveel observatievermogen, een kans vastgrijpen en er een creatieve draai aan geven. Klik!

En dan importeer ik deze foto, plak een titel en doe nog een ‘hutsekluts’ in de letters…
En pataat! Wordt het dit. Bericht van vandaag.
En waar schuilen die waarden en woorden nu?

Wat is trouwens de definitie van een blogbericht?!
Welke regels moet je daarvoor respecteren?
En welke moet je overtreden?

Morgen aan de juf vragen…

Wiebelen

Photo by Kelly Sikkema on Unsplash

verhaal me met wat wufte woorden
schrijf ze in je schoonste schrift
wiebel met de slotakkoorden
doe de schuif dan dicht

en dicht me tussen regels
konkelfoes een melodie
dans me netjes op twee tegels
tot ik jouw vernuft herzie

Creatiedatum: 18 november 2015

Balletje opgooien

Photo by Tienda Bandera on Unsplash

Zoals elke ochtend kwam ik beneden in de keuken, zette water op voor de koffie en schoof vervolgens het schuifraam naar mijn koertje open. Even diep in- en uitademen, naar de hemel kijken en van de bloesems genieten.

De felgekleurde zachte bal op het klaptafeltje lonkte me en ik nam hem mee onder mijn arm toen ik buitenstapte. Nog onwetend wat ik ermee zou aanvangen. Ik kocht hem als surrogaat voor de ballon die me kon helpen bij een eutonie-oefening die ik net aangeleerd kreeg.
Dan zou ik de bal tussen schouders en muur moeten stoppen en langzaam, aandachtig voelend, het contact en de interactie waarnemen.

Mijn ondeugende glimlach kondigde echter een ander plan aan.
Ik nam de bal in mijn rechterhand en gooide hem pittig verticaal omhoog.
Ving hem gezwind weer op.
Tweede keer. Iets minder hoog.
Derde keer, oeps beetje schuin, beetje hard…oeps, bal weg…

Ik strompel terug naar binnen in een lachbui.
Ja Fiducia, ga nu maar bij je buren bedelen om je bal terug te krijgen. Wat ga je hen zeggen he, dat het ‘onze’ bal is? Dat ‘wij’ hem per ongeluk over het tuinhuis van de buren hebben gekeild? Kan je dat, Fiducia?

Neen, Fiducia kan dat niet. Als Fiducia iets zots doet neemt ze daar de volledige verantwoordelijkheid voor op en doet ze wat ze moet doen. Niet erg zwaarwichtig in dit geval, maar wel met een beetje onbehaaglijk doemdenken dat als de bal lang zou moeten blijven liggen, de regen er wel eens een compleet andere bal van zou kunnen maken.

Ik schreef een briefje, nog steeds schuldbewust binnenprettig:
Beste, mijn bal is vermoedelijkin uw tuintje beland. Kan ik die komen oppikken? Dank. Ik, en mijn GSM-nummer
Ik schreef dit briefje alvast zodat ik de boodschap kon achterlaten mocht er niemand thuis zijn.

Dus ik in mijn kleren geschoten en met GSM, briefje en sleutel richting buren.
Aangebeld.
Even later opent een oudere dame de deur.
Luistert met een frons naar mijn verhaal, waar ik blijkbaar toch een beetje struikel tussen we en ik, maar ze concludeert dat ze meteen gaat kijken. Ik mag even binnenkomen maar doe het niet.
Even later zie ik mijn bal flirtend in haar rechterhand op me toekomen.

‘Zo leer ik mijn achterburen ook eens kennen’ zegt ze nog.
Nu kennen we alvast elkaars naam.
Ik bedank haar en blijf mezelf op de terugweg heel erg ondeugend voelen.

Zie die vrouw daar lopen met die bal in haar handen…hoor ik mijn fantasieburen denken.

U moest eens weten mensen, zo zot als een deur is die.
Dat zetten we er in de kranten bij als ze nog eens een balletje opgooit zo vroeg in de ochtend.
Wat denkt ze wel, dat de wereld een speeltuin is?

55´je – Warme woorden

Photo by Zach Vessels on Unsplash

Hij titste zacht met zijn hand op mijn buik, waar ook zijn ogen rustten na een dwaling.
´Come to me, I will give you a black child’.
En dan te weten dat ik vroeger altijd een mulatje had gewild.
Ik kocht zijn boekje met Congolese verhalen.
‘I love you!’
Vijf euro voor wat warme woorden.

Een anekdote van een tijdje geleden al hoor: 20 maart 2014, verpakt in 55 woorden. Een 55´je dus.

Broeden en breien

Photo by Kevin Jarrett on Unsplash

Af en toe vraag ik me af hoe het komt dat ik nog amper gedichten schrijf.
Jaren aan een stuk waren het vooral poëtische schrijfsels die ik publiek maakte.
Waar en hoe is dat gekeerd?

Vandaag heb ik even het één en ander geforceerd.
Ik heb een tijdschrift opgediept dat ik recentelijk kreeg. Ik ben het relaas beginnen lezen van een man en een vrouw bij wie de relatie in het slop zit omdat er een derde in het spel opdaagde.
De commentaar van de relatietherapeute heb ik overgeslagen.
Bij het lezen heb ik de woorden onderlijnd die met me flirtten.
Vervolgens heb ik die onderstreepte woorden kriskras in een schrift geschreven en ben gevoelsmatig woorden met elkaar beginnen verbinden.

Er ontstonden al snel korte poëtische flarden in mijn hoofd. Die heb ik aan elkaar gebreid en vervolgens in één geheel gegoten.
Schrift gesloten.
Hoofdstukje gelezen in mijn tweede boek van Arnold Mindell.
Schrift weer opengeslagen, gedicht bijgewerkt.
En beide laatste stappen een aantal keer herhaald tot het resultaat hieronder.

Geen echte hoogvlieger, maar hij verraste me wel.
De laatste twee korte regels vind ik iets hebben.

Gulzig
de kraag van sussen schuimt zichzelf
buiten de hals van draaglijk
in vluchten voor het lege hart
omdat de muur zo davert

kijk hem in de ogen
tot je schuim haar oorzaak vindt
ik noem het angst
bekijk het zelf
begrijp het straks

of sober

Hierin schuilt dus nog amper iets van de oorspronkelijke tekst.

Tja, een stukje inspiratie uitbroeden…hoe gaat dat ook…
Elizabeth Gilbert heeft er mooi over geschreven in haar boek ‘Big Magic. De kunst van creatief leven.
Dat boek wil ik best nog eens ter hand nemen.
Weet je wat, ik open het dadelijk en schrijf hier gewoon een regel neer waar ik dan morgen op verder brei. Dan geef ik de regel meteen aan de nacht en kan mijn onderbewustzijn er alvast mee aan de slag.

Boek ter hand. En … openklappen maar.

Op pagina 76 lees ik:
Ik moest hierdoor denken aan de Engelse arts Sir Arthur Eddington, die op memorabele wijze uitlegde hoe het universum in elkaar steekt: ‘Iets onbekends doet dingen waar wij geen weet van hebben.’ Maar het mooiste komt nog: ik hoef het ook niet te weten.

Mmmh. Dat belooft voor morgen…