Speeltijd

 

Photo by Caroline Hernandez on Unsplash

Het was een fijne dag. Nu nog op mijn koertje mijn impressies neertokkelen met Radio 1 op de achtergrond. Ook mijn oudste even bellen seffens om te horen hoe het examen is verlopen vandaag en haar nog een hart onder de riem te steken voor de twee komende examens.

Mijn koffie binnen handberiek. Al zou ik beter die speculoosjes terug in de kast leggen voor dat halve pak gesopt onder mijn neus verdwijnt en gestaag handvatjes kweekt.

Vandaag twee keer met mijn voeten laten spelen.
Vanochtend letterlijk en in de vooravond figuurlijk. Ik vond de letterlijke manier fijn. De pedicure die met mijn voeten speelde is zwanger en weet al dat haar baby een jongetje wordt. Of beter een jongetje ‘is’. De eigenaresse van de zaak had haar kleinkind over de vloer. Tien dagen mag dat kind niet naar school omdat ze de windpokken heeft. Vreemd vind ik dat. En lang. En de eigenaresse vindt dat ook lang, rolde ze me toe met haar ogen.

Alleszins, dat mini-meisje zat op de doorgang in de zaak aan een mini-tafel en stoel haar boterhammetjes met hespenworst te eten en flesje te drinken, met een roodaangestipt gezichtje onder haar gezellige krullenbol. Omdat ik enkele prentenboeken meegenomen had in mijn rugzak voor mijn voorleesmoment in de bibliotheek in de namiddag, gaf ik aan er haar eentje voor te lezen, bij wijze van bezigheid. Vrijblijvend uiteraard. Ik had toch nog een klein uur te overbruggen vooraleer ik een vriendin aan de bushalte zou afhalen. Ik zal ‘vriendin’ zeggen omdat zij zichzelf daarstraks ook zo presenteerde, trouwens, het voelt ook heel fijn en vertrouwd maar ik heb haar denk ik nog geen vijf keer ontmoet. Zo gaat dat soms hé. Dan weet je dat een contact goed zit en kijk je al uit om elkaar weer te ontmoeten. Wederzijds te verrijken.

Alleszins. Ik vertelde de driejarige bijna-naamgenote van mijn oudste dochter dat ik prentenboeken in mijn tas had zitten. Liet ze ook één voor één zien. En hoewel ze de tijger een leeuw noemde, leek ze best geboeid door wat ik toonde. Dus vroeg ik of ze graag zou hebben dat ik er één voorlas. Tot mijn verbazing zei ze neen, maar ik moest wel de boeken achterlaten. Een mini-dame die weet wat ze wil. Maar ik ben ook een dame die weet wat ze wil, dus ben ik keihard beginnen tieren dat ze ondankbaar was en ben vertrokken. Haha.
Met liefde opgevangen hoor. Zodat het meisje nog zin had in haar boterhammetjes en oma niet met de gebakken peren zat. Of de gebakken hespenworst in dit geval.

Ik ben dan maar vertrokken en heb mijn fiets geposteerd onder de luifel van de bushalte aan het station. Vervolgens heb ik me op de bank gezet. Wat notities doorgenomen voor het overleg om 16u in Antwerpen, wat voorstellen doorgenomen die ingediend werden voor de oproep waar dadelijk een persconferentie over was. Een man kwam een eindje naast me zitten. Het voelde niet als het begin van een babbel. De zon deed me deugd.
Het was goed zo.
Mijn verbeelding loslaten op de verhalen die al de passerende mensen tegemoet gingen bracht me in een fijne vibe. Vandaag leverde me trouwens meer indrukken op dan ik in een normale lengte van blogbericht kwijt kan. Overprikkeld. Aaarrgh!!!

Momenten die me wel bijbleven vandaag zijn toen de vriendin met wie ik het meeste van de dag doorbracht me zei dat ik veel talenten heb, nadat ze me aan het werk zag als voorlezer in de bibliotheek. Dat raakte me. Ook het moment waarop ik een prentenboek gedurfd afrondde door aan de kindjes te vragen hoe zij het boek zouden eindigen en er zich spontaan een vervolg ontvouwde. En het moment waarop ik die andere fijne dame die ik tot nu toe ook nog maar drie keer ontmoette spontaan in een interview voor Radio 2 haar idee zag en hoorde vertellen. Waarbij ik dacht ‘Mooi, zij.’ en ‘Oef, ik niet.’

Zodadelijk stuur ik bij wijze van verbinding dit bericht door aan deze twee fijne dames die mee mijn dag kleurden. Omdat we daarstraks zowaar hebben afgesproken om nog eens af te spreken, omdat er volgens ons veel raakvlakken zijn die geëxploreerd willen worden en er potentieel leeft dat gevoed mag worden. En gewoon, omdat het een keigezellige boel was daarstraks.
Ont-moet-ingen.

Wat maakt dat ik mijn vruchteloze rit naar Antwerpen voor een overleg om 16u, om ter plekke te vernemen dat de vergadering was afgelast omdat de doodle niets had opgeleverd, niet eens zo vervelend vond. De directeur had er een mail voor gestuurd…de dag zelf, na half vier…zag ik toen ik thuiskwam.
Dat noem ik dus met mijn voeten spelen, figuurlijk dan.
Vind ik dit soort ‘samenwerking’ fijn? Zoneen, hoe ga ik daarmee om?
Hij weet nu dat ik in dergelijke gevallen een sms of telefoon verwacht, dat ik deze berichtgeving ongehoord vond.
Al was de Chai Latte in het station wel lekker, wat ik niet zou ontdekt hebben als ik niet de hele rit had gemaakt. Althans, wat ik niet vandaag zou ontdekt hebben…

Dit gezegd zijnde…lap…nu heb ik vandaag twee berichten geplaatst op mijn blog.
Hoop dat ze mij niet per bit aanrekenen…

Trouwens: ik wil af van die reclame, vind dat niet ok om er u als lezer mee lastig te vallen…Kan iemand me helpen mijn blog over te sluizen naar een eigen webstek die ik nog moet aanmaken? Waar zitten die handige harry´s hier? 🙂

 

Gevangen

lacie-slezak-128106-unsplash

Photo by Lacie Slezak on Unsplash

Balen. Geen hooibalen maar gewoon balen. Af en toe een verloren traan ook.

Dat ik niet weet waarom precies. Het was mijn vrije dag dus ben ik naar mijn vrijwilligersstek gefietst vanochtend. Een taak afgerond. Een overleg bijgewoond. De directeur enthousiast gemaakt voor een stadsproject waar hij al op gebotst was maar de flyer ervan verloren legde. Samen meer info gaan inwinnen bij de trekkers van het project en op de terugweg al brainstormend tot een concreet voorstel gekomen om in te dienen. Voor de zekerheid eerst even intern aftoetsen, maar ik verwacht weinig tegenkanting, voor zover ik het kan inschatten.

Ik had zelf al iets ingediend als inwoner van mijn thuisstad. Met een enthousiaste reactie en allerhande extra vragen naar concretisering van de projectleider.

Dit alles maakte dat ik om drie uur thuis was in plaats van om twee uur zoals ik mijn jongste dochter vanochtend had gezegd. Zij zou normaal gaan shoppen met haar vriend maar zag er gezien de weersomstandigheden van af. Ik had haar al een bericht gestuurd dat ik later zou zijn. Het was de eerste keer dat ze toen ik thuiskwam aangaf ‘het is wel al drie uur hé’. Dus zei ik ‘ja, ik had gezegd twee uur en heb je verwittigd dat het later zou zijn.’ Ik hoef me niet te verantwoorden, toch?!

Irritatie. Gevangen in mezelf. En hoewel ik de bovenstaande twee paragrafen van dit blogbericht enkele uren geleden heb geschreven, hangt de irritatie er nog. Doordrenkt met de geuren van het eten dat zich intussen prepareert voor ons. Gekruide irritatie.

Daarstraks wou ik bij wijze van afleiding opnieuw aanhaken bij een online cursus. Bleek de site niet bereikbaar. Boek vastnemen, wegleggen. Site openen en weer sluiten.
Niemand die me nodig heeft. En ik die mijn draai even niet vind.

Dan wil ik een keihard AAAAAARGH!! brullen en heel wild om me heen slaan. Om dan wellicht in tranen uit te barsten. Want ik voel wel wat wringen en wroeten in dit lijf. ‘Iets’ dat zich een weg naar buiten wil banen. Misschien straks de muziek net iets te luid zetten als mijn jongste vertrokken is. En zien waar ik strand.

Op wie of wat ben ik eigenlijk boos op dit moment?
Neen, niet naar op zoek gaan. Het is wat het is.

Storm voor de stilte. Vanavond Wonderland. Oef!

Leefwereld

leo-rivas-30808-unsplash

Photo by Leo Rivas on Unsplash

Het kriebelt.

Het kriebelt zo erg dat ik al vooruitblik naar het inslapen van straks en me afvraag of dat vlot gaat verlopen. Dus nu maar even bewust trager typen en de geur van het opwarmende overschotje eten van maandag tot me laten doordringen. En alert blijven of die geur niet naar het aangebrande neigt omdat ik hier trager zit te typen en de oven zijn grenzen niet kent.

Ik hoop dat ik vanavond weer ga kunnen luisteren naar Wonderland op Radio 1. Gisteren was er Sporza. Ik betrap me er dan op dat ik mezelf even forceer dat ook een aangenaam programma te vinden, maar ik kan mezelf niet voor de gek houden.
Toch niet over dit aspect. Dan gaat de radio af en lig ik gewoon te verstillen in bed. Meanderende gedachten en sensaties aan me voorbij te laten gaan. Er één of ander spoor uit te pikken om wat dieper te exploreren. Overigens bleef de vriend van mijn jongste slapen vannacht en met dit binnendeurloze huis (behoudens de badkamer) is dat toch altijd wat onwennig. Gelukkig blijven intieme geluiden me gespaard. Heb mijn kinderen ook duidelijk gemaakt dat ik de activiteiten die intieme geluiden teweegbrengen niet appreciëer als ik er ben, gezien de structuur van dit huisje. Enfin, geen irritaties op dat vlak.

Respectvol samenleven, altijd fijn.

Meestal ga ik vroeger slapen dan mijn kinderen. Tot voor kort vond ik dat ongepast van mezelf. Maar zij maken er geen punt van. Zeker mijn oudste dochter rekt het soms tot een stuk in de nacht. Heeft een heel ander ritme dan ik. Waarom zou ik haar dwingen ook vroeg te gaan slapen? Of waarom zou ik mezelf forceren langer op te blijven? Mijn jongste vind het overigens niet fijn als ik in de zetel in slaap dommel, in mijn poging er te zijn voor haar. Slapend, stel u voor. Dan verzoekt ze me met lichte aandrang te gaan slapen.

Ook vroeger al had ik veel slaap nodig. Daarom was het pendelen tijdens mijn studies zo zwaar. Om zes uur opstaan, om zeven uur thuis. Geen fut meer om nog cursussen vast te nemen tenzij we een labo moesten voorbereiden en ik geen keuze had. Forceren. En tijdens de examens mezelf uitputten door toch ´s nachts nog dat ene hoofdstuk erin te pompen. Vaak in tranen. Toen al.

Daarstraks ben ik naar de zesde sessie geweest van ‘dat traject waar ik zo uit leer’.
Waarom houd ik toch die geheimzinnigheid aan? …
Eens komt de dag, dat Fiducia haar naam prijsgaf…

Ik had geen prototype uitgewerkt. Ben er onbevangen naartoe gegaan met de intentie te luisteren en indien gewenst en zonder manipulatie, aan te haken bij één of andere groep. En zo merkte ik op hoe de cursus van de afgelopen twee dagen me verbinding gaf met wat er vandaag naar boven kwam drijven. En zo haakte ik aan bij het idee van een bijna naamgenoot met wie ik al in de eerste sessie verbinding voelde en raakten we door onze ideeën op elkaar los te laten, op elkaars woorden in te haken en er een derde opinie bij te halen, helemaal enthousiast over wat we in gedachten geconstrueerd hadden.
Maar het is en blijft haar idee. Zelfs al geeft ze aan dat ze het zo moeilijk vindt het te ‘verkopen’. Ik wil dit mee vormgeven met haar en haar ermee zien schitteren, eventueel met mijn toevoegingen voor extra glans of zoiets.

Er zit een glimlach in mijn lijf op dit eigenste moment.
Erg vertraagd ben ik overigens niet.
Misschien dat de afwas dit stukje voor me klaart.

Leerproces

matt-artz-353816-unsplash

Photo by Matt Artz on Unsplash

Thuiskomen en meteen achter de laptop kruipen om een schrijfsel te creëren nu ik nog alleen ben. Wat ik trouwens een vreemde uitdrukking vind. Omdat ik niet ‘achter’ de laptop ‘kruip’ maar de laptop in-de-zetel-gezetengewijs een verlenging van me word. Ik hang trouwens meer in de zetel dan dat ik zit. Dat vergeef ik mezelf.

Een blik op de toekomst, waar we gedachten af kunnen tappen. De Smartpen voorbij. Het Smart-oog schrijft op de laptop wat we denken. Of omgekeerd, slorpt op wat we kunnen gebruiken. Om de wereld mee van dienst te zijn natuurlijk, onze collectieve FireWall houdt egocentrische wensen tegen. Gedaan met gulzigheid.

Maar ik dwaal af. Die fantasie toch hé…

Het regende vandaag. Dus zag mijn terugrit van de cursus er anders uit dan gisteren. Maar niet minder ok. Ik geef me over aan het weer, al baren de nu occasionele, later alledaagse (?!) extremen me wel zorgen. Ik schreef het eerder, gaan onze kinderen straks nog met de fiets naar school kunnen? Of stoppen we ze allemaal nu al gemakshalve in de auto om hen toch veilig en snel te laten arriveren met onze CO2-mobielen? En droppen we hen dan voor de efficiëntie voor de poort in de onderstelling en het vertrouwen dat ze niet terug buiten lopen. Zoals dat ene klasgenootje van mijn oudste ooit deed, omdat ze haar bibliotheekboeken in de auto vergat…met zware huilbui tot gevolg omdat papa meteen vertrokken was…
Maar ik heb haar opgevangen. Had dat kind er een benul van dat ik zelf ook wel eens huilbuien heb. Misschien net daarom dat ik haar kon helpen, wie weet…
Maar had de papa dat zo gewild als hij het had geweten? Tja…

Waar zat ik? Goh, gedachten kunnen nogal meanderen. Niks mis mee. Daarstraks stond ik op het punt af te haken bij een oefening in de tweede cursusdag. Omdat ik bang was dat ik het niet zou kunnen hanteren. Het water stond hoog, mijn hele systeem onder spanning. De facilitator waarschuwde ons dat het er heftig aan toe kon gaan. Toen ik de enige bleek die zich er niet veilig bij voelde, vroeg ze me wat ik nodig had om toch mee te doen. En ik gaf aan dat ik zou meedoen als ik de oefening, de groep en eventueel de ruimte mocht verlaten als het me te veel werd. Als de emoties me zouden dreigen te overspoelen. Net dat benoemen maakte dat ik over de streep werd getrokken. Maakte dat ik nog deel uitmaakte van de groep. Even pauze en de stilte opzoeken zorgde er ook  voor dat ik me op wat ging gebeuren kon voorbereiden. En ik stond er best wel stevig, veranderde zelfs van kamp/overtuiging bij wijze van experiment en voelde me aan kracht winnen tijdens dat oefenproces.

Bij het feedbackrondje achteraf bleek dat er bij de anderen meer onzekerheid leefde dan dat er vooraf uitgesproken was. Iedereen werd op een bepaald moment in de oefening geraakt en benoemde dat. Net daarom vind ik deze aanpak zo waardevol. Al kan ik nog niet precies uitleggen hoe het in elkaar zit, ik wil er mee experimenteren. En ik merk ook dat ik minder schroom voel om er buiten de cursus mee aan de slag te gaan dan binnen de cursus. Misschien durf ik beter op mijn bek gaan in de echte wereld dan in de oefenwereld. Mogelijk omdat ik in dat laatste geval zou kunnen opmaken dat ik het geleerde beheers omdat het al een keer lukte (in een veilige context). En ik uit ervaring weet dat een houding hanteren van ‘bewust zijn dat je incompetent bent’ meer leerervaring oplevert. Je zo meer absorbeert. En de ‘echte’ wereld is nu eenmaal complexer dan de ‘oefen’wereld. Dus interessanter.

Enfin. Ik kijk tevreden terug op twee dagen cursus. Morgen bekijk ik mijn notities opnieuw en zie hoe ik er donderdag mee aan de slag kan. Bij wijze van experiment.
Heb twee vergaderingen. Kies ik er één of oefen ik in allebei? Met hetzelfde of iets anders?

Wat zegt mijn goesting hier?
Of wat zegt de tijd, als ik het even loslaat en alvast aan het eten begin?

 

Luistermodus

skyler-king-527288-unsplash

Photo by Skyler King on Unsplash

Vanochtend ben ik met een beklemd gevoel opgestaan, een gevoel dat al een aantal dagen ´s ochtends zegt ‘blijf in bed’ maar waarvan de onrust in hoofd en angst in mijn lijf echt ELKE KEER ietwat opklaart zodra ik me naar de trap begeef.

Ik nestelde me met een boterham en een kop heet water in de zetel en doorvoelde hoe ik erbij zat. Treinstaking vandaag, dus had ik me sowieso voorgenomen om verlof te nemen. Maar deze namiddag is er een bijeenkomst voor een project dat me heel erg boeit. En er had zich gisterenavond al een oplossing aangediend om er te geraken. Dus nam ik met een gonzend hoofd de laatste mail vast en probeerde aan de slag te gaan met de vragen waarover we ter voorbereiding van het overleg moesten reflecteren.
En ik formuleerde antwoorden. Vlotter dan gedacht.

Intussen was mijn boterham op en mijn tas heet water leeg, dus doorvoelde ik of nu een gepast tijdstip was om te douchen.
Plichtsgevoel riep. Ik sleepte me naar de douche, met een zeurende hernia. Buigen, au!
Volgende dilemma was of ik dan nu mijn haar zou wassen of morgen…wetend dat ik dat dan ook als een grote opdracht zou ervaren en wetend dat als ik het nu waste, ik me op dat vlak morgen al fris zou voelen. Dus waste ik mijn haar. Shampoo, bukken, au!
De temperatuur van het water was niet helemaal een constante, wat me een beetje irriteerde. Ik droog bijna nooit mijn haar, dus die rompslomp was er niet. Kammen. Klaar.

Intussen zit ik fris gewassen op de zetel met laptop op schoot. Mobieltje binnen handbereik. Kreeg ik net drie superfijne berichtjes. Iemand die aan me dacht, genietend van het zonnetje van achter een raam. Iemand die met me wil gaan wandelen maar nog aarzelt omwille van het kleine kwetsbare neusje van haar zoontje in combinatie met de kou. Heen en weer berichtjes.
En mijn energie kriebelt. Intussen ook een tijdstip afgesproken om in de auto te wippen richting afspraak. Dankbaar.

Wat luisteren daarmee te maken heeft, vraag ik me dan af. Wel, ik ben er vrij sterk van overtuigd dat ik in elk moment tussen beslissen om op te staan en hier dit woord te typen, onbewust op zoek ben gegaan naar kansen. Al mijn sensoren in ‘luistermodus’ heb gezet. Om kansen te vinden waar ik mee aan de slag ga.

En ik denk dat één van die eerste kansen bij mijn jongste dochter lag, die ik hoorde opstaan toen ik nog in bed lag. Die vandaag het huis niet uitgaat omdat ze maar weinig les heeft en mogelijk hinder ondervindt van de treinstaking.
En de douche…Vreemd toch, omdat net douchen maakt dat je je frisser voelt. En misschien als ‘frisdenker’ meer kansen ziet dan door het vertroebelende vuil dat aan je lijf plakt door de nacht in te duiken.
En dan nog de verbinding. Het gegeven dat je niet alleen bent.

Toen kriebelde een oneliner:
‘Een nieuwe prikkel elke dag, maakt van een oude traan een lach.’

Potentiële energie

gustavo-quepon-129114-unsplash

Photo by Gustavo Quepón on Unsplash

Ik heb nood aan iets fijns.
Iets subtiel, dat die uitputting in mijn lichaam een nieuwe wending kan geven.
Een herinnering aan iets fijns is ook al goed. Want ook dat is iets fijns.

De onverwachte mail van de échte dichter was zeer fijn. In een persoonlijke boodschap aangevuld met de woorden die wellicht ook anderen kregen, werd ik uitgenodigd voor de voorstelling van zijn nieuwe dichtbundel. En ik glimlachte. Om die zalige taalvirtuositeit. Om de herinnering aan de ontmoeting. Om zijn voorstel mij met een ‘dichtersbriefje’ te verontschuldigen op het werk om aanwezig te kunnen zijn.
Wellicht lukt het. Ik kijk er naar uit te mogen toe-schouweren en mee-leven.

De mail van de schrijver was ook fijn. Hoewel zijn automatische antwoord me net had aangegeven dat hij niet vaak zijn mails checkt in deze voor hem zeer drukke dagen.
Maar klaarblijkelijk op dat eigenste moment wel. En hij was blij en dankbaar dat ik binnenkort naar de theatervoorstelling van zijn boek kom kijken.

Twee fijne mensen die me op dit eigenste moment weer een warm gevoel geven. Dankbaar hen te mogen kennen. Dankbaar dat ze mij willen kennen.

Wat licht me nog op? De wetenschap van de ontmoeting met mijn beste vriendin straks. Na de cursus die ik geef maar waar ik op dit moment niet veel zin – lees energie – in heb. Al zal ik me tegen dan ook wel weer helemaal geven. Leeg-geven maar dankbaar ont-vangen ook. (Wat een vreemd woord is dat eigenlijk…).
Die cursisten kunnen er niet aan doen dat mijn energie op een laag pitje staat.

Maar dat ik dit weekend mijn agenda en engagementen eens onder de loep ga nemen, dat weet ik ook. Om er maandag over in gesprek te gaan.
En dat ik verder ga brainstormen over wat ik in dat ene traject allemaal tegenkwam, dat voel ik ook aan mijn goesting. Daar liggen ook van die ‘fijne’ dingen klaar die de potentie hebben heel mijn systeem in een andere energie te brengen.

De bezorgdheid van een dame die een project co-leidt waaraan ik meewerk ontroerde me. Ik, de kwetsbare. En of het wel ok was met me na de bijeenkomst. Het voelde niet betuttelend. En ik versta haar conclusie na wat er gezegd en getoond was. Maar het vreemde is dat de bijeenkomst waar zij over sprak me net voedde. Want op de trein naar huis had ik een heel fijne en intense beleving. Van ‘heelheid’. Van een systeem dat zich helemaal opende en blij en dankbaar was om de ervaring.
Hoewel ik die ochtend ook helemaal uitgeput aan mijn dag was begonnen. Ik heb zelfs nog door mijn huis gedanst die avond.

Ja, ja…het werkt. Het schrijvende schrijvertje vindt haar licht. Ik voel stilaan een kriebelende energie zich van me meester maken om ook deze dag door te komen. Vorm te geven zelfs.

Vanavond komt mijn oudste thuis. En ik denk dat ik haar lievelingsgerecht ga maken.
En zondag komt mijn jongste weer thuis voor een paar weken.
Iemand om voor te zorgen. Naar te kijken. Te beleven. Te koesteren. Een aria voor te zingen in mijn beste ‘vals’. Tot ze met haar ogen rolt en ‘mama’ zegt, op een toon die alleen ontgroeide pubers kunnen produceren.

Leven. Het is ´t een en ´t ander.