Mist-ici

Photo by Ante Hamersmit on Unsplash

Tot daar zit ik:

“De beschaving is manipulatie, maar hoe ver mag ze gaan?
Het motto moet zijn: “voorzichtigheid en nederigheid”.
Wetenschappers zijn niet altijd nederig.”

Ik leer zijn ‘geschriften’ nog maar net kennen, maar had nu al graag een gelegenheid gevonden om met deze man in gesprek te gaan: Ulrich Libbrecht.

Eerst nog maar Wat Wijzer Worden…

Nederig Mistig Wuifje.

Gegronde punten

Photo by Ava Sol on Unsplash

Puntje

jij bent de hij niet
die ik mis
in alles
wat ik zie

maar soms

als zout
mijn wangen wast
snakt puntje
naar de i

Ge-dicht op 14 januari 2013
Vandaag weer ge-opend, omdat…

… ik op sommige plekken waar ik ooit ben gepasseerd een puntje zie, heb zien verschijnen. Dat een beetje van haar i verwijderd is. Alsof het puntje toont waar de rest van de i naartoe ‘moet’ om gezond te blijven of worden, of om haar intentie zuiver voor ogen te houden.

Verbeelding brengt je overal. Wie zei dit ook alweer?

Vandaag heb ik een audiocursus van Peter E. Levine afgerond. Zijn naam is gelinkt aan een webstek: https://traumahealing.org
Ik consumeerde hem in partjes, omdat mijn systeem nogal heftig reageerde bij bepaalde fragmenten. Zelfzorg. Je grenzen aanvoelen. En leren respecteren.

De aangereikte oefeningen zijn heel helder en krachtig. Klinken heel logisch en eenvoudig ook. Ze zijn gericht op het leren aanvoelen van sensaties in het lichaam die erop wijzen dat je grenzen bewandeld of overschreden worden. Of die je door trauma gefragmenteerde energie, de ‘bevroren stukken’, leren lokaliseren en zachtjesaan, door zogenaamd ‘pendelen’ tussen veilige en minder veilige stukken, helen. Wat een mooi woord is dat je helpt groeien naar meer ‘heelheid’, ‘wholeness’. Ook in deze cursus, net als bij TRE (Trauma Releasing Exercises) waarover je meer vindt op https://traumaprevention.com, wordt het lichaam als de belangrijkste partner beschouwd om trauma te helen.

Omdat, inderdaad ja, woorden vaak niet toereikend zijn.
De wonde te diep zit en zich niet laat verwoorden en bovenal omdat we wat betreft onze reactie op bedreigende situaties meer gelijken op dieren dan op bewust denkende en handelende mensachtigen. Dieren trillen de ‘frozen energy’ los, die is vastgelopen als reactie op een (levens)bedreigende situatie. Bij TRE ervaar je dat hetzelfde met jou gebeurt als je de oefeningen ernstig neemt die je systeem klaarmaken om wat vastzit los te maken. Je trilt.

Dat het hoofd daarbij rust kent is een aangename surplus.
Hoe kan je immers al denkend oplossen wat je bewustzijn (nog) niet heeft bereikt, omdat je lichaam je wil beschermen tegen een nieuwe overweldigende ervaring.

Als ik het puntje ben.
En de rest van de i me volgt.
Dan zou ik nu graag een prentenboek zien ontstaan dat kinderen leert hoe ze hun grenzen kunnen leren voelen en aangeven en bij wie ze hulp moeten vragen als ze niet ‘gehoord’ worden. Het mag in partjes.

Elk kind dat gisteren leerde dat hij of zij als puntje bij de i hoort
en dat alleen hij of zij mag aangeven hoe groot de afstand tot die i moet of mag zijn.
Zal groeien in het Zijn.
Verbonden.
Met een veilig gevoel.

Dat is wat ik hoop.

En als mijn puntje haar i blijft voelen,
zal kleine ik zich veilig weten
en grote Ik zich durven binden.



Begrip

Photo by Alistair MacRobert on Unsplash

Elif Şafak schreef het neer in haar boek en mijn stem gaf zonet vleugels aan haar woorden:
Dat wat niet in woorden valt uit te drukken, kan alleen worden begrepen door stilte.’

Sedert ik hier woon, zit ik vaak in mijn eentje in mijn eigen vertrek. In stilte.
Ik krijg zelden telefoon of berichtjes her of der, maar op de één of andere manier heb ik het daar niet moeilijk mee. Nier hier, niet nu.
Misschien omdat ik weet dat ik niet alleen ben in het huis. Omdat ik via een ander mens en alle hulp en bezoek dat hier over de vloer komt, de verbinding blijf voelen met het grotere geheel.

Stilte heeft me al veel licht gegeven.
Inspiratie. Inzicht.
En ruimte om woorden, beelden en muziek te vinden die me voeden.

Ik ben intussen begonnen met dansen.
We zijn al 2021, nietwaar.
Ik moet mijn eigen voornemen en bijpassend verzoek uit mijn ‘nieuwjaarsbrief’ waarmaken. Toch?!

Soms voel ik toch een zware energie in mijn lichaam dalen en weet ik niet goed op welke manier ik daar beweging in wil of kan in brengen. En het mag vreemd klinken, maar hoewel het winter is, zet ik hier vaak mijn ramen wagenwijd open en voel me door de stroom zuurstof ‘herbronnen’. Dan kriebelt al eens een dans-intentie.
Meestal dans ik dan achter de toegeschoven gordijnen, maar als die te beweeglijk zijn omwille van de wind of gewoon, als ik overdag geen zin heb om de gordijnen toe te schuiven, dan dans ik zo.
Zichtbaar voor al wie mijn richting uit kijkt.

Laatst stond de kleine jongen van het huis dat met zijn achterkant op de tuin uitgeeft, door het raam te kijken. Ik wist niet of hij de dansende ik in het oog had, dan wel of hij andere ontdekkingen op het oog had. Alleszins, toen ik zwaaide, draaide hij zich prompt om en liep het huis in. Even later kwam een volwassene aan het achterraam staan.

Dansen?
Dat is toch niet normaal in deze tijd?
Denken ze dat?

De stilte laat me ook toe om zachtjes liedjes aan te heffen die in mijn bewustzijn opdagen. Dan zit ik te neuriën en merk ik vaak dat ik de tekst niet ken. Soms zoek ik de lyrics dan op, maar niet altijd. Een beetje ongedefinieerd mee-melodiëren, meer moet dat niet zijn. Soms.
Ik merk het ook op als ik fiets. En het helpt me om steviger mijn trappers rond te duwen als de lichte hellingen of afstand me verzoeken op te geven…
Neuriënd doorzetten.

Overigens heb ik dat advies ook al met succes doorgegeven aan mijn huisgenoot. Soms heeft hij het echt moeilijk als we een ommetje maken. Dan geef ik hem de opdracht een liedje in zijn hoofd te neuriën, waarop hij kan doorgaan. En als hij vervolgens de drempel van het huis toch weer overbrugd heeft, sta ik aan de deur klaar met een opgestoken duim.
Soms met woorden die dat gebaar ondersteunen. Vaak zonder. Stilte spreekt.
Maar elke keer tot hiertoe krijg ik dan wel een tevreden glimlach terug.

Meer moet dat niet zijn.
Een kinderhand is gauw gevuld.

Een start

Photo by Isaac Quesada on Unsplash

Vandaag heb ik een nieuwe handtekening onder mijn mail geprogrammeerd.
En ik vraag me af hoe mijn energiehuishouding zou reageren als ik een mail met deze handtekening in mijn eigen postbus vond.
Het woord “onberoerd” is hier niet aan de orde.
Ik denk wel dat het warmpjes mag binnenkomen…maar ik kan me vergissen.

In mijn normale doen zou ik hier nu neerpennen hoe die handtekening klinkt.
Maar ik ben niet in mijn normale doen. Niet dezer dagen.
Op verkenning ben ik. Behoorlijk overspoeld bij momenten. Maar dankbaar voor de fundering die ik telkens weer weet te vinden. En de tools, waarmee ik aan de slag mag.

Inneringen ooit gedrukt in mijn be-levingswereld poppen op in vragende vorm.
Waar de vragen bleven van anderen, die ik wel aan mezelf stelde, maar te jong om ernstig te nemen.
Hoe mijn, ons, …
Hoe aanvoelen opzij geduwd werd, omdat wijsheid ontbrak om er op een gezonde manier mee om te gaan.

Ik laat de energie hier even hangen.
Maar ik beloof je ze weer in beweging te zetten.

Omdat ik intussen de tools heb ontdekt om levensenergie te doen vloeien.
Hoe vast ze ook zit. Niet alles ineens, neen, natuurlijk niet…maar een knoop met een keer.
Stormachtig na het loswrikken, gevolgd door uitdeinen en in vertrouwen overgaan tot verder kabbelen.
Door in eerste instantie die knoop niet te negeren. Door er aandacht aan te geven op een liefdevolle en zorgzame manier. Als dat al niet hetzelfde is…
Op een koesterende manier misschien, op een manier zoals je een pasgeboren baby in de handen neemt, voorzichtig omwille van de broosheid, nieuwsgierig naar heel het potentieel aan levenservaringen dat schuilgaat achter die gesloten oogjes en met je handen in een energie-kommetje waarin dat kleine mensje zich geborgen weet.
In al haar onwetendheid van wat er in haar buitenwereld wacht.

Nog één kleine stap ben ik af van het huilen.
Ik zie wel wat er gebeurt.
Ik zal er hier eerlijk over zijn.
Beloofd.

Hoe kan je vandaag veiligheid beloven?
Neen, niet dus. Veiligheid is een illusie.
Maar wat wel van waarde is: hoe kan je vandaag mensen een veilig gevoel garanderen, een plek om te ankeren?
Dat laatste ligt niet buiten hen/ons. Dat moeten ze/we vanbinnen ontdekken.
Het helpt als je instrumenten ter beschikking hebt om dat veiligheidsgevoel grond te geven.
Het helpt niet als mensen in je omgeving je wijsmaken dat je angst ongegrond is, nergens op slaat.
Het helpt als je ondanks alles gelooft in jezelf en je potentieel.

Ze zijn intussen gearriveerd, de tranen…

Het enige dat ik nu nog wil neerpennen is een gedicht van me dat ik ooit als re-actie op een oproep schreef. Het enige gedicht dat ooit in een boekje verscheen, zover ik er zicht op heb toch.

Verbeeld je een foto.
Een strand. Op de achtergrond de zee die haar grenzen beroert met wat schuim.
In een parallel dichterbij, een streepje achtergebleven zout water. Het moet eb zijn.
Een vrouw met een witte korte jurk ligt op de voorgrond, de benen geplooid naar de camera toe.
Benen in lichte nylons gehuld, huidskleur.
Het hoofd buiten beeld. De rechterhand zachtjes over haar buik gevleid.

Mijn rechterhand schreef toen:

en hier vlei ik me neer
gehuld in witte woorden
met niet meer
dan zee en zand

niet geheel in kaart
wel in lijn
koester ik
vertrouwen

Fiducia

Ze koestert ‘haar’ vertrouwen…
Ik besluit haar te volgen.

Ik ben er nog.
En heb een nieuwe handtekening aan mijn mail.

Quantum surfen

Photo by Mathieu CHIRICO on Unsplash

Hoe zou het zijn om te schrijven wat ik allemaal voel.
Wat ik denk.
Wat ik hoop.
Wat ik denk te hopen.
Wat ik hoop te voelen.
Wat ik meen te weten. Voorbij de kennis … die ik niet draag…

Voorbij de tranen van nietigheid.

Ronduit. Ongecensureerd. Schrijven wat er is.

Wie zou me dan dit keer geloven?
De hoeveelste keer zou ik mezelf belachelijk maken?
De hoeveelste keer zou de hoop die ik vandaag koester, morgen weer niet vervuld zijn maar de verbeelding opnieuw aansturen om het daarmee te redden tot de volgende dag.
Van hoop langs onvervulde paden naar nieuwe hoop op … en tijd die voortschrijdt.

En wat met geven. Langsheen genieten bij het zien van een flinter dankbaarheid.
De glans kunnen waarnemen in ogen die nog niet ontgoocheld werden.
Of erin slagen voorbij de ontgoocheling te reiken naar elk volgend avontuur.

Wie niet waagt, niet wint.
Hoe zou het zijn om mij te zijn?
Hier en nu?

Punten in plaats van vraagtekens. Het zijn nochtans vragen die ik stel.

Gelukkig is de muziek die dezer uren mijn oren bereikt rauw en eerlijk.

Misschien weet ik zelf niet hoe je dat doet.
Leven.
Doen leven.
Laten leven.

******

En toch…
Ik liet mijn schrijven los – verliet mijn blogruimte – doorvoelde wat was…

En toen botste ik bij een geïnitieerd goochelmoment rond quantum denken op onderstaande Ted Talk:

En los van de ietwat, hoe zou ik het verwoorden, ‘commerciële look and feel‘ in de presentatie, …. voelde ik mijn energie een tandje hoger schakelen.
Een vibratie hoger trillen.

Tot het punt waar ik niet, zoals ik me voorgenomen had, mijn blogruimte weer opende en weggooide wat ik hier boven schreef om opnieuw te beginnen … omdat ik bovenstaande woorden niet an sich wilde openstellen omwille van de “lading” die erin ligt, …
Tot hetzelfde punt waar ik besloot eerlijk de energie te tonen waar ik uit vertrok om al surfend te landen in een energie die weer fijn voelt…weer vloeit…

En zo te vertrouwen dat ik telkens weer die energie vind waar het fijn is om op te surfen.
En te concluderen dat als ik dat kan…het niet moeilijk kan zijn…

Liefs.
Omdat dat weer eerlijk voelt…
Fiduciaans…



Tegen-Woordig

Photo by Toa Heftiba on Unsplash

De ene dag meer dan de andere, maar ik ben er heel gevoelig voor.
Voor aandacht die niet onverdeeld gegeven kan of wil worden. Aan mij, in een samen zijn.
Voor aandacht die niet in zijn volledige energie, zijnde onverdeeld, mijn richting uitkomt als ik wil verbinden.

Omdat de voorkeursbezigheid van de gesprekspartner een andere is dan samen een moment delen.
Omdat de preoccupatie met eigen besoignes verlangt naar het moment dat mijn aandacht ontvangen mag worden en eigen aandacht zich inwaarts keert om het effect van zich gehoord te weten voluit te capteren.
Omdat wat ik te vertellen heb geen meerwaarde heeft voor de ontvanger, misschien.

Mijn tranen rollen wel onverdeeld nu.
Maar aangezien ik mijn volledige aandacht bij mezelf en mijn typen houd, weet ik dat we er samen doorheen zullen spartelen, de pijn, mijn behoefte en mijn schrijven.
Dat doen wij immers elke keer als ik beslis woorden te geven aan wat zich binnenin afspeelt.
Geen beter medicijn dan schrijven.
Althans voor mij.

Met onverdeelde aandacht bij eigen verdriet blijven.
Er woorden voor vinden die de energie waardig zijn.
Misschien moet ik niet meer verlangen.

Voor onverdeelde aandacht moet je meestal betalen.
Hoe zot is dat?!
En dan nog is ze niet altijd onverdeeld…heb ik al opgemerkt.

Ik prijs mezelf gelukkig dat ik vrienden heb die gezegend zijn met de kunst van het onverdeeld aandacht geven. Maar ik bel ze niet in momenten als deze. Wel van zodra ik mijn eigen muizenissen overwonnen heb en kan vertellen vanuit een moment na de pijn.
Met een terugblik. Met een reflectie over een moment ‘klein zijn’.

Misschien rijmt mijn gevoeligheid voor afdwalend bewustzijn in mijn aanwezigheid wel met mijn wens om overbodig te zijn.
Is mijn aanwezigheid niet meer dan een katalysator voor het doen opborrelen van eigen inzicht.
Wordt iemand claimen niet meer dan een ultieme poging zichzelf te begrijpen, omdat dat zelfstandig nog niet lukt.

Toch heeft het met elkaar te maken, het claimen en het niet in staat zijn onverdeelde aandacht kunnen geven.

Misschien is ‘EGO’ wel het woord dat hier behoeften heeft.
En is Verlangen naar Verbinding wel Voldaan als het Tegen-Woordig is.
Mmmh…een vlammetje of zo in plaats van een verzameling letters…

Maak het Ge-zellig straks.
Of We-zellig…




Con-fused

Photo by Jan Huber on Unsplash

Vermoeidheid overviel me net.
Misschien heb ik vandaag helemaal niets te vertellen hier.
Hoewel ik op mooie uitspraken ben gebotst…zoals:

“Elke keuze is de juiste keuze op dat moment.”
“Cleaning never lasts, hugs and kisses do.”
“The woman or the house, only one can look good.”

Ik ben blij dat ik vandaag een beetje opgerommeld heb. En ik heb er zelfs van genoten.
Al moet ik nog eens grondig door al die schrijfsels her en der navigeren, om te zien of ik de essentie eruit kan filteren en de rest opluchtinggewijs in de papierbak kan waaieren.

Kan deugd doen. Ontspullen. Ontleren.

Mijn kleerkast heb ik afgelopen week al onder handen genomen. Ik vind het fijn dat er nu zo weinig in ligt. Enkel nog de spullen die ik echt graag draag.
Waarom zou ik spullen bewaren die me niet echt gelukkig maken?

Mmmh…

Maar ik ben dus moe nu.
En best ook verdrietig.
Ik kan er mijn vinger niet op leggen.

Enerzijds omdat ik aan het typen ben…
Tja, de onnozele grapjes blijven zich tussen de tranen wringen…
Anderzijds omdat het allemaal misschien toch een beetje veel om te verwerken is, de energie waarin ik mijn draai in probeer te vinden…

Dus moet ik voor mezelf misschien eens uitklaren wat nu mijn behoefte is.
Voor de rest van de avond.
En daar werk van maken.

Ik denk dat ik nood heb aan geborgenheid. Mezelf eens helemaal in mijn eigen cocon hullen, opgekruld in een deken, op een bolletje in de zetel.
Zonder licht.
En dan de tranen laten lopen…
Tot ze toch weer plaats maken voor dankbaarheid…

Die laatste zin omdat er inderdaad nog zo een uitspraak van me rond krioelt…
“De enige constante is verandering.”

Gelukkig maar…

Realiteitszinnen

Photo by Dmitry Ratushny on Unsplash

Ik heb nog wel eens een beetje goesting in technologische breinescapades eigenlijk.
Dus ga ik maar eerst eens een kijkje nemen bij wat Scott Adams te vertellen heeft via zijn Dilbert strips.

Deze kon ik wel smaken:
https://dilbert.com/strip/2018-06-04

Tja, technologie. Er valt wel wat over te vertellen.
Of technologie en ethiek.
Dat is wat anders dan een boterham met choco omdat de muizenstrontjes op zijn.

Er was een tijd dat ik het niet kon appreciëren dat er zoiets bestond als smart-verlichting in steden. Heb er ooit een blogpost over gemaakt, maar ik heb geen zin om hem te zoeken. Soit.
Nu begin ik dat wel cool te vinden. Zeker als er ook audio opgenomen wordt. Straatgeluiden. De lokale babbels vangen en dan gezichtsherkenning loslaten op de beelden. Op youtube zetten en dan nagaan hoe lang het duurt voor het gezicht vervangen wordt door een ander gezicht. En dan dat delen onder een smart verlichting…beetje Virtual Reality in Virtual Reality.
Een mens zou voor minder de bus missen.

Wat natuurlijk ook kan: talent ontdekken! Wie staat er al niet eens te fluiten of zingen onder een slimme verlichtingspaal? Goed toch dat dat mag gedetecteerd worden door de stad. Een vrijkaart voor een vers artikel in het stadsmagazine.
Zo ben je je volgers voor! Een voorloper.

Met een Virtual Reality-bril door de stad lopen kan ook natuurlijk. En dan kom je dingen tegen die er in het echt niet zijn. En als je wat foetert met noise cancellation dan hoor je ook vanuit de juiste hoek wat zich in de virtuele programmatie afspeelt.
Stemmen. Vogeltjes. Je ex-lief dat je terugwil. Stel u voor.
Gevaar is dan wel dat je op dat moment je bril afzet om te zien waar ze zich nu echt bevindt. En dan blijkt daar alleen een boom te staan. Een boom die niet eens te lokaliseren is op je google maps. Ik bedoel, kan je dan zeggen dat die bestaat?
Nu ja, nog een beetje en hij zal ook zo wel weg zijn als we met onze neus in de wind andere zekerheden staan te verkondigen.
Gaat nu eenmaal zo met bomen vandaag de dag. Weg is weg.

En ja, dan ga je je natuurlijk afvragen: wat is hier nu echt en wat niet?
Wat moet ik nu geloven?
En wat gelooft de rest?

Ook in die context vond ik een strip van Dilbert.
Effe snollen…

https://dilbert.com/strip/2016-07-19

Pfieuh!
Het bevat eigenlijk nog wel een ethisch vraagstuk: want doen die bomen niet wat meer werk dan welke nerd ook met een brilletje?
Waar heb ik trouwens de mijne gelegd?
Of is hij weer getele-porteerd door één of ander spiritueel geladen foton?
Ah neen, ik draag lenzen.

Wie moet je nog geloven dezer dagen?

Begrip

Photo by Alexandra Mirgheș on Unsplash

Ik luister. Als je wil.

Dat wou ik zeggen.
Ik had hem waargenomen. Zijn energie gesavoureerd.
De snelheid, onrust, gejaagdheid gevoeld.
En ik wou zeggen: ik zie je. En ik luister, als je wil.

Maar hij zag me niet. Of niet werkelijk. Teveel om zijn hoofd. Teveel focus op zijn besoignes.

Er bestaat zo´n gedicht van … ja, van wie is het alweer?
Even goochelen in mijn woordenbrei…

Niet dus…dan maar spinnend tussen de verbindingen…

Wellicht zijn alle draken in ons leven
Uiteindelijk prinsessen
Die er in angst en beven slechts naar haken
Ons eenmaal dapper en schoon te zien ontwaken.

Wellicht is alles wat er aan verschrikking leeft
In diepste wezen wel niets anders dan iets
Wat onze liefde nodig heeft.

Rainer Maria Rilke

Dat heb ik dus niet geschreven he.
Ik heb het de besoigne-man ook niet meegedeeld. Zou een slechte opener zijn geweest.

Ik stapte gewoon door.

Hij bleef zitten met zijn handen om zijn telefoon en blik op een wereld waar hij niet zag of voelde dat er ‘echte’ mensen ‘rondlopen’ die het fijn vinden om te luisteren.

Jammer toch, dat hij niet uitreikt als hij zich onrustig weet.

Maar ook dat versta ik.

Wat ik zie

Photo by Graham Ruttan on Unsplash

Ze houden van hun werk.

Dat zie ik. Dat voel ik.
Als ze er zijn, ‘geven’ ze. Stuk voor stuk.
Verbinden ze. Bevragen ze. Grappen en relativeren ze.

Van mens tot mens.
Eén voor één zie ik hen passeren. Elke dag iemand anders. Moeilijk te volgen. Ik observeer.
En voel. Ook mee, ja. Ik voel de energie waarin ze zich bewegen.

Ik zie vermoeidheid. Ik zie hoe de lichaamstaal getuigt dat ze helemaal nog niet willen denken aan hun volgende cliënt en de tijdsdruk die in hun systeem zit.
De tijd tikt cliënten weg.
Wanneer zal vandaag hun ronde afgelopen zijn?
Hoe lang kunnen ze twee shiften trekken?

‘Het is wel ok, hoor. Ik heb wel geen leven. Maar ik doe het graag.’
‘Sorry dat ik een fout maakte met de medicatie. Dit zou inderdaad niet mogen gebeuren. ‘
‘Ik ben vanochtend om zes uur begonnen. Mijn shift zit er nog niet op.’
De klok tikt 22u23 op dat moment.

Kunnen we hen een moment van aandachtsslapte kwalijk nemen?
Ik niet. En hoewel ik zelf niet al te veel draagkracht heb, ik wil een beetje mee dragen met hen. Grappen. Relativeren. Een hart onder de riem steken.
Een woordje van respect uiten. Hen een dikke woordenknuffel en hartegroet toewensen die deugd mag doen. De hele dag. Of de avond die rest voor de nachtrust zich opdringt.

En neen, noch cliënt, noch verpleegkundige vindt het fijn dat de pyjama pas om 13u wordt verruild voor de dagtenue.
Half acht ´s avonds is inderdaad vroeg om ondergestopt te worden.
Je zal maar naast je eigen worstelingen ook nog op onbegrip bij de cliënten mogen stuiten. Alsof zij er iets aan kunnen veranderen. Of mogen.

Wat rest nog?

Hoe zouden die zorgzame mensen zelf hun zorgprogramma invullen, als ze er de ruimte zouden voor krijgen?
Wat vinden zij essentieel in wat ze hun cliënten willen aanreiken en wat vinden ze ballast? Wat doet hen opstaan en drijft hen vooruit de rest van de dag? Met de glimlach van cliënt naar cliënt.
Waar zijn ze dankbaar voor aan het eind van hun dag en hoe zouden ze hun dankbaarheidsschriftje nog wat willen aandikken? Als ze er al eentje hebben…

Wat als ze eens zouden mogen proberen hun eigen zorgaanbod vorm te geven.
Samen.
Laat tijd weg en stel de cliënt en de zorgverlener aan het roer van het zorgaanbod.
Wat zou er dan veranderen?

Een kompas voor zorg.
Tijdloos.
Mateloos goesting-gevend.
Honderduit besmettelijk.
Zoiets?