Het leven dansen

Photo by Hugues de BUYER-MIMEURE on Unsplash

In december 2020 vond ik het een goed idee, om samen te dansen. Bekijk het maar in dit blogbericht https://fiduciacaro.be/2020-12-18/oh-een-brief-in-uw-bus/

Het duurde door omstandige omstandigheden nog maanden vooraleer ik zelf echt ging dansen.
Maar hoe geniet ik er nu van…

Niet het opgelegde dansen met aan te leren danspasjes. Wel het exploreren van wat mijn lichaam allemaal aan kronkels kan ervaren en creëren. Alleen of met twee, drie, vier…of groepsgewijs.
Elkaar ondersteunend of uitdagend.

Heerlijk is dat.

Ik zie me straks door gangen huppelen in oorden waar ik een welkome wind breng. Omdat ik wel wat te vertellen heb en ook vol vragen zit, waar u alleen of samen misschien een antwoord op weet. En misschien vind ik dat dan zo´n wijs antwoord dat ik het wil delen op dit blog. Niet door te doen alsof dit wijze antwoord aan mijn eigen hoofd ontsproot, neen, door u eer aan te doen, ere wie ere toekomt. Mijn dankbaarheid te tonen voor uw wijsheid.

Op veel vragen weet ik het antwoord niet. Misschien omdat elk antwoord slechts een stipje op een spectrum beschrijft dat vanuit een ander perspectief een andere kleur krijgt. Zoals het kijken naar de regenboog door een wel heel erg roze bril. Of spiegelbril. Of gesaboteerd door kleurlenzen.

Maar vooraleer ik gangen doorkruis, ga ik luisteren naar wat mijn lichaam te vertellen heeft.

En aangezien ik zonet een mooi filmpje vond, zet ik dat hier even neer.
Zomaar, omdat ik daar goesting in heb.
Dat mag, denk ik.
Zeker ben ik niet.

Een streepje inspiratie…

ttps://www.youtube.com/watch?v=2bs2jjUeMRY

In perspectief

Photo by Laib Khaled on Unsplash

Het werd me de laatste dagen een aantal keer gevraagd, in diverse vormen.

Wat zou je psychiater hiervan zeggen?’ of ‘Hoe zouden je kinderen hierop reageren?
Tot vanochtend: ‘Als je een meta-perspectief inneemt, wat merk je dan op?

Dat is inderdaad de kunst als je vastzit, om een ander perspectief in te nemen dan je gewoontedier en vanuit dat perspectief naar hetzelfde fenomeen te kijken. Waar je vastzit in een emotie en de uitspraak dat je vastzit in een emotie die zelfde emotie nog eens even benadrukt en bestendigt, waar net een ander perspectief opening kan brengen. De energie een andere vorm kan doen aannemen.

Neem verdriet of somberheid. Ik beschrijf het als potentiële energie die door fysieke beweging ook letterlijk in beweging kan komen en zo langzaamaan mag transformeren in een andere vorm. Misschien keert dezelfde emotie later wel terug. Maar op dat moment, het lokaliseren van de energie en haar zien, haar toelating te geven er te zijn maar intussen toch iets te gaan doen dat je waardevol vindt, daar schuilt de kracht richting transformatie.
Zoals schrijven hoewel je een zware lading mee draagt.

ACT (Acceptance and Commitment Therapy) spreekt over waardegerichte acties. Acties die stroken met de waarden die je belangrijk vindt.

Als ik vertrouwen leef, dan doe ik mijn stapschoenen aan en trek er op uit. Dan is bewegen mijn waardegerichte actie. Dan is aanvaarden dat ik me niet goed voel een erkenning voor het gevoel maar de keuze voor actie een gedrag waar ik mijn gevoel in meeneem met de intentie beweging te krijgen in wat vastzit.

In mijn geval is er naast somberheid nog een andere energie die me geregeld in de problemen brengt. Het versnelde denken. De enorme kinetische energie die dan leeft in mijn hoofd en handelen. Waardoor een veel en intens ‘doen’ zich opdringt waar ik vaak aan toegeef omdat het zo fijn voelt. Wat me vervolgens uitput en me weer richting vastzitten duwt. Depressed…lees het als ‘deep rest’. Omdat het lichaam niet meer kan.

Maar net in dat ‘snelle denken’, dat ik kan opmerken als ik even verstil, kan ik de keuze maken voor een waardegerichte actie die mijn denken wat vertraagt. Dat kan door bewust te vertragen in mijn bewegingen, langzaam te stappen. Of bewust de tijd te nemen om te koken en mindful te eten bijvoorbeeld. Te focussen op mijn adem. Minder in de ‘doe-modus’ te gaan zitten en meer te ‘zijn’.

Persoonlijk grijp ik alles aan wat me kan helpen mijn energie meer te doseren. En toch ben ik er nog geen kampioen in. Mijn therapeute zei me ooit dat ze me zou leren surfen op de golven van mijn ziektebeeld. Een kleine golf, een grote golf, een onverwachte golf, een druppel…van intens voelen, over gefocust handelen tot mezelf overgeven aan de energie. Loshouden, een mooi woord vind ik dat. Helemaal afstemmen op de energie die er is en de keuzes maken in de richting van mijn waarden.

Ik weet niet of dit bericht zo samenhangend is als ik zou willen. Maar het is wel geschreven in flow, al tokkel ik nog te hard op mijn toetsenbord om goed te zijn voor mijn collega-werkers hier.

Ik zal mijn woorden herlezen, vanuit het perspectief van de druppel zeewater, of hij nu mee de golven vorm geeft of even boven het wateroppervlak piept.

Eens zien waar dat me brengt en voelen of het stroomt.

zie me met jouw ogen
lonk me met jouw blik
voel me tot de avond valt
en steel de laatste snik

de zon in jouw vermogen
die horizonten peilt
leest trots nog mededogen
in een leven zonder spijt

Opkikker

Photo by Aziz Acharki on Unsplash

ik wil de stralen uit je ogen
zotte wriemels in je lijf
het ongeduld voor meer van wat
door passie zo beklijft

maar ik laat je
en ik kijk gewoon
wat ik van jou kan leren

op moeilijke momenten
neem ik jou in mijn bewustzijn op
dan kikker ik iets wakker
en gemoed laat zich wat keren

What does KIWI stand for?

Photo by Esther Wechsler on Unsplash

Hij weefde het letterwoord ergens vlotjes doorheen zijn verhaal.
Dat ze daarmee via mail geantwoord had toen hij een technische vraag had gesteld.
“LMGTFY”
Ik vroeg hem even opnieuw dat letterwoord te articuleren, omdat het me niet bekend in de oren klonk. Blijkbaar betekent het “Let Me Google This For You.”

En zo leer ik dagelijks bij.
Het vier-letterwoord RTFM kende ik al langer. “Read The Fucking Manual.”
Die manual, die tussen het tijdstip dat dit acroniem voor het eerst mijn oren bezocht en De Dag Van Vandaag (DDVV) wellicht ook te vinden is op het Internet.
Waar je online bovendien niet doorheen de inhoudstafel moet navigeren omdat je kan zoeken op woorden, stel u eens achter.
Als je al het exacte (technische) woord kent in die taal, want dat is ook nog geen evidentie.

Gisteren heb ik trouwens nog geleerd hoe ik online betere resultaten kan bekomen voor vertalingen. Vaak vulde ik alleen het woord in waarvan ik de vertaling zocht. Wat vaak een vreemde combinatie opleverde in de context van de tekst die ik onder de loep nam. Nu geef ik de context mee, door een paar relevante woorden extra mee te geven, een zinnetje, bij wijze van spreken.
In mijn geval, gisteren, gaf dat alleszins een vreugdedansje omdat ik ineens het licht zag in de tekst.
Ik heb er dan maar meteen een regenboog van geplooid.

En volledig los daarvan kreeg ik een Russisch zinnetje door met één Vlaamsch woordje ertussen…omdat ik nu eenmaal nieuwsgierig ben, heb ik dat door de vertaalsleutel gehaald en patat, dat was gewoon een perfect te begrijpen Vlaamse friet geworden!
Vlaamse friet…alsof friet Vlaams is…maar goed, dat gaat buiten mijn beentje.

En zo vul ik mijn arsenaal aan wetenswaardigheden.
En als ik ze hier niet altegader zou neerpennen in blogberichten, zou ik volgend jaar op hetzelfde tijdstip wellicht al niet meer weten welke inzichten ik gegenereerd heb, terugkijkend op mijn vorig jaar.

En ik die zo graag verlicht wil worden…of is het zijn als het tegenwoordig was?!

Daarom heb ik me ingeschreven voor een sport-challenge van een maand.
Ook omdat ik al een hele tijd het voornemen heb om mijn sportbroek aan te trekken, sportschoenen eronder te hangen en uit lopen te gaan. Richting park, omdat daar recent zo van die ‘barren’(?!) geplaatst zijn.
En daar vond ik het woord dat ik ook nooit eerder ontmoette: ‘calisthenics’.
Omdat je dus die ‘sport’ kunt beoefenen aan die ‘barren’.

Ik zie me er al, met bijgetrainde buikspieren, inzetten om weer eens heel-lang-geleden-gekunde oefeningen te doen. Net zoals ik een tijd geleden mezelf ook had voorgenomen om vóór mijn vijftigste opnieuw radslag zonder handen te draaien. Dat heb ik geoefend in datzelfde park. Zonder barren, met handen maar doendst alsof het zonder was.

De beweging is nog gekend in mijn lichaam, maar mijn handen heb ik niet durven wegtrekken.
Ook omdat er geen hulp stond om me dat extra zetje te geven mocht het nodig zijn en omdat ik eigenlijk ook niet onnozel moet doen. Wie wil er nu op zijn vijftigste per sé zotte kuren uithalen?

Hoewel. Je bent een kiwi op de schaal van fruit of je bent een klokhuis.

Omdat een vriend van me, mijn co-creatiemaatje voor mijn favoriete gedichtje dat ik bij wijze van vulling eindelijk eens heb ingelezen tussen wat vernieuwende djingles door.
Of zijn het jingles, zoals diezelfde laatstgenoemde vriend ze verwoordde?
Rara, waar staat het rode wiebelstreepje onder in mijn word-bestand…?

Dus, ik had me één der afgelopen dagen ingeschreven voor een sport-challenge, maar ik krijg de info niet door. Tenzij ik ze pas door krijg op de dag dat het start, maar dan mogen ze me dat op zijn minst laten weten, toch?!

Dus ben ik nu in afwachting.
En als er niets komt, dan trek ik bij wijze van protest alsnog gewoon mijn sportbroek aan, loop-wandel-puf-herbegin-loop-rood-aan en mompel tot aan het park en zoek de barren op om een beknopte reuzendraai te maken. Mét handen.

En als ook dat niet lukt tegen mijn zestigste, dan zal ik me moeten herschikken op de schaal van fruit denk ik.
Dan moet ik mijn goede vriend  weer even lijnen voor een co-creatie-uurtje of -kwartiertje of sms.
Of zo.

Een paar djingles

Photo by Matthew Henry on Unsplash

Ze vond het geen goed idee, mijn dochter. Had ik net gezegd dat ik bezig was in enkele boeken van de bibliotheek, kreeg ik van mijn jongste dochter onder mijn voeten dat ik eerst de boeken uit mijn eigen bibliotheek moet uitlezen.

Daar zit iets in natuurlijk.

Maar een gegeven is dat die bibliotheek van mij niet echt een mooie bibliotheek is, maar eerder een allegaartje van boeken die her en der in kasten staan, terwijl de meerderheid ervan in een garage van mijn ouders staan gestockeerd…wegens te weinig plaats in huis…Ik probeer er wel iets aan te doen. Heb al een inventaris gemaakt van alle exemplaren die ik op ‘moment X’ in mijn bezit had. Maar ik kon het toen nog niet over mijn hart krijgen om ze weg te doen. En intussen leek het nog niet mogelijk mijn boek-aankopen in te perken…

Inmiddels heb ik nog eens aan de aankoper in de lokale bibliotheek gevraagd of ze nieuw materiaal, als gift, aannemen nu. Maar blijkbaar nopen de Coronamaatregelen ook om dat proces even ‘on hold’ te zetten.
Vandaar dus dat mijn boekeninventaris nog niet is geslonken. Want ik doe eerst de bib aan, zodat meerdere mensen van ‘mijn boek’ kunnen genieten. En daarna nog enige verkoop- dan wel gift- actie naar een tweedehandszaak.

Die boeken staan daar eigenlijk wel goed in de garage. Vochtvrij op zijn minst. Veel daglicht krijgen ze niet. Nu en dan ga ik er nog eens langs om een boek op te pikken dat ik op dat moment ‘absoluut’ wil lezen.
Overigens denk ik dat ik op een andere manier lees dan de meeste mensen. Ik houd het zelden bij één boek tegelijk. Op dit moment ben ik er drie aan het lezen. Eentje gaat over ‘ontspullen’. Want ik ken mezelf, ik kan dat willen en een eerste goede stap in die richting zetten, beetje overmoedige stap zelfs, maar dergelijke processen vormen zelden een duurzame verandering bij mij.

Ik heb een vriendin die ongelooflijk gemotiveerd en doortastend is als ze een verandering wil aanbrengen in haar leven. ‘Ik wil leren hoela-hoepen’. Hup, ze snort filmpjes op en gaat doortastend door tot ze het onder de knie heeft. ‘Ik wil ukelele leren spelen’, idem dito. Ze gaat door tot ze het onder de knie heeft.

En ik start, …en verlies de moed of geef het zomaar op omdat ik het saai begin te vinden…

Vandaag ervoer ik een moment dat ik somber werd van tussen de rommel te zitten. En hoewel ‘poetsen’ bij mij ook nooit op het hoogste treetje staat van activiteit die ik graag doe en goed onderhoud…hoe eufemistisch geformuleerd alweer…alleszins, ik heb de grondzaken op tafelhoogte gebracht en ben door de benedenverdieping geraasd om wat orde en frisheid op zaken te stellen. Een beetje met een keer. Geen overdaad. Want dat is ook ooit anders geweest. ‘Ik zou eens moeten poetsen’ en dan daar zo doorgedreven in gaan, ineens ook maar beginnen kleding te triëren en badkamerkastjes uit te mesten dat ik tenslotte compleet uitgeteld naar een proper huis kijk en denk ‘nooit meer’.

Maar hoe lang kan je het volhouden om je huis uitgemest te houden?
Hoe ik dus al schrijvend van een bibliotheekboek uitkom op poetsen.

Ik heb ook ooit een boek met de titel ‘de huishoudcoach’ aangeraden gekregen van een vriendin. Daar ben ik ook ooit naarstig in begonnen met de juiste emmers, dozen, vodden en dergelijke om van het poetsen en huishouden een haalbare kaart te maken.
Het ligt opnieuw binnen bereik. Ik wil er nu mijn administratie mee onder handen nemen.
En nu ik al ver gevorderd ben in mijn boek over ontspullen, merk ik dat ik toch nog werk zal hebben om na te gaan wat voldoet aan ‘nodig’ en wat ‘overnodig’ is…wat misschien hetzelfde is als ‘over’bodig…

Dat laatste woord doet me dan denken aan een (b)postbode. Die brengt ook vaak papieren en boekjes die mijn aandacht of tijd liever niet vangen. Of omgekeerd. Zo wil ik me nu door een stapeltje administratie en lectuur werken dat ik heb bijeengeraapt de afgelopen maanden.
Geen vers nieuws meer natuurlijk, maar misschien nog fijne weetjes.

‘Wie weetjes’ om een beetje uitgebreider op in te gaan in een blogbericht.
‘Yamazonikes’, altegadder.

Djingle, sowieso!

Artificial Intelligence v16.3.21

Photo by Markus Winkler on Unsplash

Ik vroeg het me al eerder af. Hoe dat zit met artificiële intelligentie (AI) en of dat allemaal wel goedkomt als voortschrijdend inzicht de intelligentie doet toenemen.

AI is immers geprogrammeerd door mensen en als de onderliggende waarden van die mensen niet ‘oer-degelijk’ of ‘universeel’ zijn, is wat op de voorgrond treedt bij opeenvolgende iteraties van de intelligentie misschien helemaal niet zo proper meer.
Mijn waarden zijn niet noodzakelijk uw waarden, die van uw ziekenhuis/high-tech bedrijf of die van een superdiverse samenleving.

Maar nog…stel dat het brein van een mens kan worden in kaart gebracht en dat men ontdekt waar zogenaamde ‘fouten’ zitten in de constructie. Op het systeem ‘mens’ zit dus een fout. Ik zeg maar wat, bijvoorbeeld een persoon met de ziekte van Parkinson. Dan kan misschien met een beetje programmatuur aan energiefrequenties op de juiste plek in de hersenen gezorgd worden dat die Parkinson niet zoveel impact meer heeft in het leven van de zieke.
Misschien moet je daarvoor ‘als patiënt’ zelfs niet uit je douche komen.
Gewoon een beetje geduld oefenen en goed afdrogen.

Mooie intentie.
Vanaf dan wordt de persoon een beetje een cyborg, denk ik dan.
Een Natuurlijk Object met een vleugje Artificialiteit.
Maar zeker ben ik niet…

Maar met de Natuur van een mens weet je nooit wat er vanaf dan gebeurt.
Wat als die codering gaat interageren met andere ‘Natuurlijke’ onderdelen in het lichaam en bijvoorbeeld de tremor van de Parkinson overgaat in verstarring van ledematen.
Of zintuiglijke ervaringen veranderen en je bijvoorbeeld niet meer kan ruiken.
Hoe los je dat dan op?

Ga je dan nieuwe programmatuur loslaten op het brein of het geheel formatteren of een upgrade ‘installeren’ van de oude programmatie?
Als een middel om de nevenwerkingen van een eerder middel teniet te doen.
(Waar heb ik dat nog gehoord?)
En hoeveel iteraties zijn hiervoor dan nodig en hoeveel ‘mens’ is onze ‘cyborg’ dan nog?

Stel dat die cyborg dan, ik zeg maar wat, de autostrade oversteekt en een ongeluk veroorzaakt.
Welke verzekering moet hij/zij/het dan aanspreken?
En wie is aansprakelijk voor het ongeval?
Het object of de installateur van de programmatuur of de overhead?

En zijn mensenrechten trouwens ook toepasbaar op cyborgs?

En tenslotte, hoeveel ‘foefkes’ moet je nog bovenhalen om te zeggen dat je toch liever terug de parkinson zou dragen, liever Natuur bent dan Artificieel?
Meer nog, kan je dan nog terug?
Zoja naar welke leef-tijd?
En hoe is je verhouding tot het klimaat dan?
En valt je spirituele ontwikkeling dan ook weg?

#dathetallemaalnisimpelis

Het onderonsje

Photo by Sierra Narvaeth on Unsplash

Egel leefde achteraan in de grote tuin in een nest dat goed verscholen lag. Hij had het er best naar zijn zin. Overdag deed hij na elke maaltijd een dutje en ´s avonds genoot hij van een beetje televisie kijken. Daar tussenin had hij zijn handen vol met boodschappen doen en zijn huis netjes houden. Hij deed alles rustig aan, zoals het een egel betaamt.
Voor vanmiddag hadden ze aangenaam weer voorspeld dus leek het Egel een goed idee om een ommetje te maken. Hij zou naar de bakker lopen en zich een vieruurtje aanschaffen. Zijn vriend Ekster had hij al een paar dagen niet gezien, maar Egel had een sterk voorgevoel dat die vandaag even zou binnenspringen.
 
Ekster was een beetje gierig van aard, bracht zelf nooit een hapje mee maar Egel vond dat niet erg. Hij genoot van het gezelschap van Ekster en zou voor hem dus ook iets uitkiezen bij de bakker. Egel wist dat zijn vriend dol was op tompoesjes. Welk taartje Egel voor zichzelf zou uitkiezen wist hij nog niet. Hij zou zich wel laten verrassen bij de bakker.
Egel zag het helemaal zitten. Hij zette zijn stekels op, sloot de voordeur en vertrok.
 
Egel zette altijd zijn stekels op als hij het huis uit ging. De andere dieren uit de buurt waren erg nieuwsgierig en met zijn stekels hield hij hen een beetje op afstand.
“Laat ze maar loeren en roddelen” dacht hij “zolang ik het niet moet horen vind ik het allemaal oké. “
De afstand tot de bakker was ongeveer vijfhonderd meter. Over een uurtje ongeveer zou hij er zijn.
 
Ekster woonde enkele kilometers  verderop. Hoewel hij al een respectabele leeftijd had, zat hij nog goed in de veren en vliegen, landen en lopen kon hij nog als de beste. Opstijgen lukte daarentegen steeds minder goed. Hij had de energie niet meer en om die reden kwam hij nog amper buiten. Zijn dochter bracht hem elke dag te eten en er kwam iemand van de thuishulp om zijn nest netjes te houden. Maar vandaag wou hij er tussenuit. Hij zou zijn trouwe vriend Egel nog eens een bezoekje brengen.
 
Ekster wou graag een hapje meenemen, maar aangezien hij dat amper kon dragen, laat staan mee torsen als hij zich afzet, zou hij gewoon zichzelf aandienen bij Egel in de hoop dat deze dat niet erg vond. Ekster liep tot aan het einde van de tak waarop zijn nest rustte, zakte door zijn poten en duwde zich af met alle kracht die hij in zich had. Een windvlaag verraste hem echter waardoor hij tegen de tak terug geduwd werd en hij onmenselijke kracht moest zetten op zijn vleugels om niet te pletter te storten. Het was gelukt, hij vloog. Maar de tranen stonden hem in de ogen en zijn vleugels deden pijn. Hij vloog op automatische piloot en intussen piekerde hij. Hoe moest het nu verder, als hij straks niet eens meer buiten kon voor een bezoekje aan zijn enige vriend.
 
Toen Ekster bij het hol van Egel arriveerde was deze nog onderweg naar huis. Ekster stond een beetje rond te draaien aan de voordeur en kraste “Egel…Egel!!”.
Geen reactie. Hij besloot te wachten en intussen wat op adem te komen. Hij voelde zich nog steeds erg somber.
 
Egel was opgetogen. De bakker had nog een tompoes in huis gehad en voor zichzelf had egel een carré confituur gekocht. Hij droeg het pakketje achter zich aan in zijn winkelkarretje. Deze hing met een snelbinder aan de vijfenzestigste stekel bovenop zijn rug, van aan zijn achterste te tellen. Die bewuste stekel stond verticaal en was het sterkst. Toen Egel zijn huisje naderde zag hij in de verte zijn vriend staan.
“Hé Ekster” riep hij “ik ben blij dat je er bent. Ik heb taartjes gekocht.”
Ekster keek hem met droevige ogen aan maar perste toch een glimlach uit zijn snavel. Hij riep echter niets terug.
 
Egel was niet van gisteren. Hij besefte dat Ekster moeite had met zijn leeftijd, dat hij niet meer goed kon opstijgen en dat hij daardoor vaak bedroefd was. Maar van een vieruurtje zou hij zeker opknappen.
 
Het onderonsje verliep in stilte. Ekster at zijn tompoes en Egel genoot van zijn carré confituur. Ze nipten af en toe van hun thee maar keken elkaar bewust niet aan. De stekels van Egel waren inmiddels weer plat en het winkelkarretje had hij netjes opgeborgen in de berging.
 
“Weet je”, sprak Egel “als je wil voer ik je naar huis met mijn karretje”.
Ekster keek op. “Zou je dat echt voor me doen?” vroeg hij.
“Tuurlijk, ik meen toch altijd wat ik zeg.” 
“Je bent zo lief voor me. Je koopt altijd wat lekkers voor me en ik kan je niets teruggeven”.
“Onzin” sprak Egel. “Je komt bij me op bezoek. En jij bent de enige die dat doet. En ik weet dat je het moeilijk hebt en toch zeur je niet. Ik vind jou een moedige man Ekster. En ik breng je met alle plezier naar huis.”
 
En zo kwam het dat die dinsdag in september een egel vijf kilometer aflegde met achter zich een ekster in zijn winkelkarretje. Met een snelbinder aan de vijfenzestigste stekel vastgebonden.
 
Hoe Ekster uiteindelijk in zijn nest is geraakt weet niemand. Dat blijft het geheim van de twee goede vrienden.

Neergekribbeld op 3 augustus 2012

Voetnoot: ut!

En ook: blijkbaar heeft een volwassen egel 8000 stekels die zijn samengesteld net als mensenhaar, met keratine in. Toen mijn huisgenoot dat na het middageten voorlas uit zijn kersverse natuur-dagkalender, vroeg ik me ineens (heel stilletjes) af…mmmh…keratine…is dat niet de brandstof van vliegtuigen?

Hij las ook voor dat mensen tegenwoordig vogels voeren met pindakaas. Daar moesten we eigenlijk allebei om lachen.
Maar ik lachte niet meer toen hij las dat het zout dat in de meeste pindakaas zit niet goed is voor de vogels…

Want…

De sneeuw blijft nog altijd flink liggen….ondanks het zout dat gestrooid is…
Mmmh…even tweeteren:
tw-eat!: Vanavond allemaal terug vogelballeneten!

Een waarheid

Photo by Markus Winkler on Unsplash

Toch altijd spannend. Een gansch nieuw schoon en maagdelijk versch bericht initiëren, en dan hopen dat er een interessante energie zich aandient om te transformeren naar informatie. Zodat de Big Data nog wat dikker worden, zij het dan met nonsensch in haar mondhoek.

‘Om met Ulrich Libbrecht te praten heb je wel een medium nodig.’ schreef hij.
Je hebt het misschien ook gelezen.
En er stond nog een omgekeerde lach achter. Hebt ge die ook gezien?

Nu ja, het is natuurlijk maar hoe je het bekijkt. Met realiteit heb je dat ook: kijk je vanuit een rationeel oogpunt naar de dingen of voel je wat het met je doet? Beide tegelijk is moeilijk. Maar als teen tander aanvult kunt ge uw nonsensch misschien ver-ijken.

Ik heb het natuurlijk niet letterlijk over u.
Ik bedoel, wie ben ik om te beweren dat wat u ‘uit’ nonsens is.
Toch?!
Over wat u ‘slikt’ dan nog gezwegen.

Neen, een medium dan maar. Ik ga me afstemmen op het sterretje dat Ulrich Libbrecht wellicht geworden is. Of één van zijn andere staten. Ik zal moeten ondervinden of ik hem gemakkelijker kan bereiken op een analoge dan wel een digitale manier.
Duikt ge in de data, de informatie, Big or Small, of houdt ge u bij zijn energie?
Wat is het properst?
En welke strategie bevuilt onze @most-sphere het minst:

Twitter of de intentie om een medium te ontwikkelen waarlangs wijsheid in spreukvorm beschikbaar wordt? En wie is dan in staat om zijn wijsheid in minder dan of gelijk aan, hoeveel zijn het er, 144 karakters(?!) te formuleren?
Ik zoek het niet op, doe het zelf als het u interesseert en uw ‘ervan’ bewust-zijn even stokt.

Neen, een medium dus om wijsheden uit te wisselen.
Mooi toch!

Beter vogelgeluiden thuisbrengen dan getjilp van een zotte mus te analyseren als ornitoloog. Al kan van dat soort mensen mogelijk wel beweerd worden dat ze ‘een’ waarheid spreken. Dan moeten ze dus een opwaardering krijgen naar ornito-sprakeenwaarheid. Maar dan komen al die mensen die hun eigen waarheid op de voorgrond zetten wellicht in opstand.
Of in de bijstand, als ze zich omscholen tot wijsheid-quote-teraars onder de 145.
Stel u toch eens achter!
Neen, dat mag niet ‘geburen’.

Zucht. Zal maar even herlezen of dit bericht tot hiertoe steek houdt of dat haar intentioneel vermogen weer een steek laat vallen en daardoor manifestatie weer stokt. Al is dat ook nog geen zwaar probleem want hier vlakbij heb ik breinaalden en een haakpen liggen.
Om de steek op te rapen, bedoel ik.
Eerste hulp bij omgevallen, noem ik het.

Thuis is waar de TV nu opstaat.
Of is ook dat al gedaan?

Zucht…waarom is alles toch zo tijdelijk…

Mist-ici

Photo by Ante Hamersmit on Unsplash

Tot daar zit ik:

“De beschaving is manipulatie, maar hoe ver mag ze gaan?
Het motto moet zijn: “voorzichtigheid en nederigheid”.
Wetenschappers zijn niet altijd nederig.”

Ik leer zijn ‘geschriften’ nog maar net kennen, maar had nu al graag een gelegenheid gevonden om met deze man in gesprek te gaan: Ulrich Libbrecht.

Eerst nog maar Wat Wijzer Worden…

Nederig Mistig Wuifje.

Gegronde punten

Photo by Ava Sol on Unsplash

Puntje

jij bent de hij niet
die ik mis
in alles
wat ik zie

maar soms

als zout
mijn wangen wast
snakt puntje
naar de i

Ge-dicht op 14 januari 2013
Vandaag weer ge-opend, omdat…

… ik op sommige plekken waar ik ooit ben gepasseerd een puntje zie, heb zien verschijnen. Dat een beetje van haar i verwijderd is. Alsof het puntje toont waar de rest van de i naartoe ‘moet’ om gezond te blijven of worden, of om haar intentie zuiver voor ogen te houden.

Verbeelding brengt je overal. Wie zei dit ook alweer?

Vandaag heb ik een audiocursus van Peter E. Levine afgerond. Zijn naam is gelinkt aan een webstek: https://traumahealing.org
Ik consumeerde hem in partjes, omdat mijn systeem nogal heftig reageerde bij bepaalde fragmenten. Zelfzorg. Je grenzen aanvoelen. En leren respecteren.

De aangereikte oefeningen zijn heel helder en krachtig. Klinken heel logisch en eenvoudig ook. Ze zijn gericht op het leren aanvoelen van sensaties in het lichaam die erop wijzen dat je grenzen bewandeld of overschreden worden. Of die je door trauma gefragmenteerde energie, de ‘bevroren stukken’, leren lokaliseren en zachtjesaan, door zogenaamd ‘pendelen’ tussen veilige en minder veilige stukken, helen. Wat een mooi woord is dat je helpt groeien naar meer ‘heelheid’, ‘wholeness’. Ook in deze cursus, net als bij TRE (Trauma Releasing Exercises) waarover je meer vindt op https://traumaprevention.com, wordt het lichaam als de belangrijkste partner beschouwd om trauma te helen.

Omdat, inderdaad ja, woorden vaak niet toereikend zijn.
De wonde te diep zit en zich niet laat verwoorden en bovenal omdat we wat betreft onze reactie op bedreigende situaties meer gelijken op dieren dan op bewust denkende en handelende mensachtigen. Dieren trillen de ‘frozen energy’ los, die is vastgelopen als reactie op een (levens)bedreigende situatie. Bij TRE ervaar je dat hetzelfde met jou gebeurt als je de oefeningen ernstig neemt die je systeem klaarmaken om wat vastzit los te maken. Je trilt.

Dat het hoofd daarbij rust kent is een aangename surplus.
Hoe kan je immers al denkend oplossen wat je bewustzijn (nog) niet heeft bereikt, omdat je lichaam je wil beschermen tegen een nieuwe overweldigende ervaring.

Als ik het puntje ben.
En de rest van de i me volgt.
Dan zou ik nu graag een prentenboek zien ontstaan dat kinderen leert hoe ze hun grenzen kunnen leren voelen en aangeven en bij wie ze hulp moeten vragen als ze niet ‘gehoord’ worden. Het mag in partjes.

Elk kind dat gisteren leerde dat hij of zij als puntje bij de i hoort
en dat alleen hij of zij mag aangeven hoe groot de afstand tot die i moet of mag zijn.
Zal groeien in het Zijn.
Verbonden.
Met een veilig gevoel.

Dat is wat ik hoop.

En als mijn puntje haar i blijft voelen,
zal kleine ik zich veilig weten
en grote Ik zich durven binden.