Meer van dat

Photo by Sai De Silva on Unsplash

jij bent liefde, zei hij
waarop ik fronste
dat leek me wel erg veel en groot voor een mens
om alleen te dragen

you´re nice, vulde hij aan als antwoord op mijn zwijgen
ah, ik ben lief, dat kon ik wel plaatsen
dat had mijn dochter me ook wel eens gezegd
voor ze zich luidop afvroeg wat ik nog meer was

Opbrengst

Photo by Javardh on Unsplash

ik nam een omweg zag je liggen
stopte, draaide, nam je mee

hoe hoedanook jou zien
me onvoorwaardelijk doet houden
van wat achterblijft

en ongezien door anderen houvast mag zijn

omdat ik vroeger ooit verwoordde
dat wat daar ligt ook licht kan zijn
in uitgesproken woorden

wie neemt mij mee als ik ben afgedankt
door aardse slotakkoorden?

Ingesproken versie van ‘Opbrengst’

W(A)arde-vol

Photo by ROBIN WORRALL on Unsplash

Als ik (ik geef het toe: online) opzoek wat de etymologie van het woord ‘definiëren’ is, kom ik het volgende tegen:
ww. ‘betekenis omschrijven, grenzen bepalen’

En als ik de etymologie opzoek van het woord ‘authenticiteit’ kom ik op
‘echtheid’ -> Indonesisch oténsitas ‘oorspronkelijkheid’.

OK. Zucht!
Waar wil ons Fiducia naartoe?

Even doorvoelen.

Ik hou me daar eigenlijk allemaal niet mee bezig, met wie wat in de wereld zet en hoe.
Toch niet bewust. Maar daarnet was ik dus deelgenoot van (of is het ‘aan’?) een webinar waar de woorden ‘veerkracht’, ‘authenticiteit’ en ‘kwetsbaarheid’ , die ik her en der ook vaker zie opduiken… (zal ook wel weer uit China komen of zijn oorsprong vinden in een apartheidsregime als het werken in shiften)…
Enfin, onder andere die drie woorden werden dus zorgvuldig gebruikt en van een definitie voorzien.

Ik had na een tiental minuten mijn camera uitgeschakeld in de zoomsessie, omdat ik eigenlijk door mijn raam naar de kinderen wou kijken die met hun enthousiasme over sneeuw en slee en elkander mijn oren en ogen charmeerden. Maar ik volgde verder de webinar op non-videalistische modus en schreef her en der iets op.
Wenkbrauwfronsels gevolgd door suggesties.

Wat ik ook al vaker in de luttele leiderschaps- en adviseursmiddens-waaraan-ik-al-deelnam heb waargenomen, is dat men allerlei tools hanteert als het over authenticiteit gaat.
Dat wringt een beetje hier, ik kan het niet anders uitdrukken.
Instructie één: ‘wees spontaan’. (Ziedaar de eerste paradox.)

Maar goed, waar zat ik.

Ik nam onder andere waar dat werd gezegd dat je je ‘ook op de werkvloer kwetsbaar moest durven opstellen’. Dat je ‘transparant moet zijn over alles wat je ervaart‘, dat ook.

Ik dacht aan die talloze keren dat ik op vergaderingen wind in mijn darmen had, maar zweeg het stil. Of die keren dat het lange oorhaar van een vergadergenoot me van de vergaderagenda hield of gebrek aan zuurstof me deed verlangen naar buiten. Waar ik persoonlijk enkel in het laatst genoemde geval iets ‘in de groep’ zou gooien. Omdat ik misschien de metaforiaanse kanarie ben in de koolmijn en mogelijk enkele andere vergaderleden ook nood hebben aan zuurstof. Adempauze. Om daarna weer te kunnen focussen.

Waarom zou ik iets in de groep gooien over het oorhaar van een vergadergenoot, als ik er in mijn verbeelding al de verbinding mee was aangegaan vanuit de wind in mijn darmen.
Wie weet begin ik dan plotsklaps een gedicht aan te heffen over de schuimkoppen op zee.
Wie is daar tenslotte bij gebaat, behalve de strooidiensten?

En ineens, via een wel heel grote omweg, doorkruiste het woord ‘fractalen’ mijn gedachten.

Want toen het moment werd aangekondigd om even reacties van de ‘luisteraars’ te verzamelen, ‘omdat dat belangrijk is’, was ik al een paar minuten terug in beeld, unmute-tetterde ik mijn microfoon en gaf aan dat ik weliswaar enkel auditief had geparticipeerd aan de uiteenzetting, maar dat ik een paar suggesties had. En ik formuleerde de keuze aan de ‘boodschappers van deze nieuwe dienstverlening’ dat ik deze suggesties hier en plein public kon geven tenzij ze liever hadden dat ik het op een andere manier deed.

Ik werd vriendelijk verzocht mijn suggesties voor een ander moment te houden.
Heb dan nog even geluisterd naar een vraag van een andere ‘luisteraar’ maar heb dan chatgewijs mijn afscheid ingeluid en de mensen een warme groet en succes toegewenst.

Mensen worden vandaag uitgenodigd hun kwetsbaarheid te tonen.
Moet je je dan als organisatie stoerder voordoen dan je bent?

Hoe ‘echt’ of ‘waardevol’ is ‘authentiek’, als het niet (alom)tegenwoordig is?
En met het oog op charmante herinneringen:
Zout ge als kind liever:

Sleeën in het midden van de straat of
in de patatten (zitten) met uwe Natuur?
Peperduur! (omdat dat rijmt!)

Dare to share

Photo by Nastya Maxymova on Unsplash

Zo kan ik even verder surfen op mijn blogbericht van gisteren. Want ja, zonet was er een nieuw verhaal van Mr. Rosenberg dat werd voorgelezen. Ik dacht dat de titel ‘The shape’ was…maar na grondige evaluatie van alles wat gezegd en verzwegen werd, denk ik dat ik die titel verkeerd verstond en dat het ‘Ashamed’ moest zijn.

Schaamte.

Daar heb ik wel een verhaal over. Maar of ik dat hier en nu wil vertellen is een andere kwestie natuurlijk. Ik heb wel aangereikt wat ik op al die jaren waar schaamte my middle name was, heb geleerd.

Eén psychologe sprak het uit een aantal jaren dat ik al rondliep met schaamte.
‘De enige manier om ermee om te gaan is te delen waarover je je schaamt.’

Lap, dacht ik, kon je dat niet wat eerder zeggen…dan had ik er alvast mee kunnen experimenteren.
Het lastige is dat je van je luisteraars niet kan voorspellen hoe ze gaan reageren op je verhaal. Of ze met hun ‘goed’ of ‘slecht’ oordeel je gevoel van schaamte erger gaan maken of niet.
Oh ja, ik had van bij het begin dat ik een verhaal droeg waarop schaamte zat, de intentie het te delen. Ik had er goede redenen voor, die zelfs niet met mezelf te maken hadden.

Maar als je omgeving dan reageert door het verhaal te stilzwijgen, als je het deelt wanneer de emmer overloopt…als andere mensen in je omgeving reageren met ‘als je het deelt dan…‘… dan ga je twijfelen aan je intentie. Dan ga je je afvragen of je de gevolgen wel kan dragen…naast de ziekte en de schaamte en de zorg om je naasten en je werk en …

Want wat is erger, een verhaal stilzwijgen waar schaamte op zit of afgeschreven worden door je (vertrouwde) omgeving?

Wat ik op mijn tocht naar ‘heling’, ik zal het zo maar noemen, al is er wellicht nog wat werk aan de winkel…wat ik op die tocht heb geleerd, is dat het zeer zinvol is je eigen waarden te ontdekken en trachten ernaar te leven.

Als kind groeien we op in een gezins- of familiecontext waar een bepaald waardenpatroon heerst. Vaak met een oordeel over ‘goed’ en ‘fout‘. Pas als je aan die ‘goed’ of ‘fout’ gaat twijfelen en de zaken vanuit een helikopterperspectief bekijkt, zie je dat het eigenlijk om een spectrum draait tussen de extremen goed en fout. Waar de plaats waar je je ‘oordeel’ over de situatie positioneert, bovendien afhankelijk is van de context waarin je je bevindt.

Bij je schoonouders klinkt je verhaal wellicht anders dan in het dokterskabinet.
Dokters horen wellicht verhalen die veel genuanceerder zijn dan de zwart-wit aan de kersttafel.

Je zou voor minder je mond houden…

Alhoewel. Ooit was ik opgenomen in een PAAZ afdeling van een ziekenhuis en met lood in mijn schoenen ging ik naar de verpleegpost om verheldering te vragen.
Een aantal verplegers waren aan het praten in hun ‘visbokaal’ en ik wachtte geduldig tot ze me zagen staan. Tot ze bereid waren te luisteren.
Ik zie nog hoe ze haar hoofd omdraait en ik vraag, me heel kleintjes voelend:
‘Hoe ga je om met schaamte en schuld?’
Ze trok haar schouders op en antwoordde: ‘Tja, lat omlaag.’

Ik begreep er niks van maar keerde terug naar mijn kamer om vanuit mijn eigen logica te achterhalen hoe het één met het ander te maken had.

Ik besef nu dat ze geen goesting had in een vraag van een patiënt. Ze wou wellicht liever ‘kletsen’ met haar collega´s. Nu vind ik haar antwoord ronduit misdadig.
Als je er niets van snapt, zwijg dan alsjeblieft.
Effe kort door de bocht goed inhakken…heerlijk, dit! (= kort intermezzo)

Ik hoop dat je bij het delen van je verhaal, mocht je een verhaal van schaamte dragen en mocht het te zwaar wegen om alleen te dragen, …dat je dan stapje voor stapje, bij mensen die je vertrouwt en dan misschien eens, een tipje van de sluier of iets meer, bij meer en meer mensen…deelt wat zo zwaar weegt…om alleen te dragen.
En ik hoop dat je mag ervaren dat je het waard bent volgens je waarden te leven.

Mensen die een oordeel hebben over jou of over bepaald gedrag van jou, begrijpen wellicht de uitspraak niet:

‘Geen gedrag is vreemd als je de context in rekening brengt.’
Ik wens je veel warms en hartverwarmende reacties op je pad.

PS: doe desnoods de rode regenlaarzen aan die je partner voor je kocht omdat hij of zij weet dat je je daarmee zekerder voelt…
Het mogen imaginaire laarzen zijn…
Zolang ze maar goed zitten en je er doen staan…

Imaginaire x

Stempels

Photo by Aleksey Boev on Unsplash

Eigenlijk ben ik opnieuw een beetje,… neen, eigenlijk meer dan dat…‘goe-moe’ en zou ik me in de zetel kunnen nestelen, ingekapseld in een dekentje. Maar ik schrijf ook zo graag…

Kannikieze…oftewel… een streepje schrijven en dan niet te lang met mezelf overleggen of wat ik neergepend heb allemaal voldoende steek houdt. Of dat er eerder een steek los aan zit. En of ik dat allemaal belangrijker vind dan de deugd die het doet woorden te breien in mijn eigen stekje. Gezellig…

Een woordje rechts, een woordje averechts…een kabeltje her en der.

Alleszins ben ik daarnet met een dierbare vriend in dialoog gegaan. Hij had het over ‘gehandicapten’. Ik zei dat het beter was te spreken over ‘mensen met een handicap’, omdat de mens achter de handicap nu eenmaal meer is dan louter zijn handicap. Een persoon met schizofrenie net iets meer in zijn mars heeft dan een schizofreen. Een zottin net iets anders klinkt dan een vrouw die zo zot is als een deur en zichzelf daarom een raam noemt, omdat je door haar ogen een andere kijk op de wereld krijgt.

Kotje in. Deurtje toe. Afblijven?

Niet handig overigens als je niet bereid bent een andere kijk te overwegen.
Liever vastdenken dan? Zwart-wit. Rechts-Links. Erop of eronder.

Soit, terug naar het gesprek met mijn vriend. die overigens weer een gedurfde T-shirt droeg. Het opschrift luidde:
‘Be careful when you follow the masses
…sometimes the “M” is silent!

Geen van beide wilden we loslaten wat we gepaster vonden qua taalgebruik.

Als je de stempel aanpast, zei mijn vriend, dan komt er een tijd dat die nieuwe benaming ook niet goed meer is en moet je weer naar iets anders zoeken. Daar kan ik inkomen.
Ik denk dat het er voor hem op aan komt om voorbij de stempels te denken. Misschien, als je vrede kan nemen met een stempel, dan maakt het niet uit hoe ze je noemen.

Zotte doos.
Hoer.
Tata.

Laat ik er eens creatief mee aan de slag gaan.
Opdracht: gebruik bovenstaande drie woorden in één zin:
Poging 1: ‘Tataaaa!! riep de hoer en haar zotte doos maakte een sprongetje.’

Mmmh…een literair hoogstaand werkje zou ik het niet durven noemen.
Maar plezant is/was/wordt het wel.
TBC 😉

Een nieuw begin

Photo by Gayatri Malhotra on Unsplash

‘Een nieuw begin.’

Dat zou de titel moeten worden van mijn nieuwe blogbericht, zo vond hij.
Ik deed er lang over. Ik hoop dat hij er niet op zat te wachten…af en toe kijkend of ik intussen woorden had gebreid over dat thema. Tot zijn geduld het opgaf.

De eerste letter liet op zich wachten omdat er zoveel ‘moetens‘ waren, de laatste tijd. Tot ik gisteren volledig uitgeteld steeds weer in bed kroop tussen de gezamenlijke maaltijden door, omwille van de slapeloze en schrijnend huilerige nacht. Koude liet zich voelen tot in mijn ruggengraat. Het was pas in de ochtend dat ik me realiseerde dat ik mijn medicatie was vergeten innemen de avond tevoren. Getuige de pillen die nog steeds op mijn nachtkastje lagen te wachten.

Het was duidelijk te zien in de ochtend dat ik een hele nacht had gewoeld en gehuild. Zwaar opgezette ogen. Vochtkussentjes. Maar ja, ik zou tijdig opstaan…een eerste been uit bed zetten en het tweede erop laten volgen. Op een degelijk uur.
Mijn spiegelbeeld trotseren, dat ook. Ik zou mijn huisgenoot onder ogen komen.
Hij zei er niets over. Maar toen ik in de namiddag aangaf dat ik het moeilijk had gehad, vooral in de ochtend, had hij beaamd dat hij dat duidelijk had waargenomen.

En toch. Hij had diezelfde ochtend met schitterende ogen gezegd dat hij mijn woorden van de dag tevoren die nacht in overweging had genomen. En hij zou inderdaad mijn raad opvolgen en het pianospelen niet zomaar opgeven omdat het te moeilijk werd, op zijn leeftijd. Traagheid en coördinatieproblemen, waardoor hij geen plezier meer had in het spelen. Het spelen van moeilijke stukken, waar hij zo hard voor had gewerkt en zo bekwaam in was geweest.
Maar hij zou nu, zoals ik had gesuggereerd, andere partituren ter hand nemen, van stukken die eenvoudiger waren, van stukken die hij veel vroeger in de vingers had gekregen. En ja, hij had het al ondervonden, daar vond hij inderdaad nog steeds plezier in.

Ik luisterde naar zijn relaas, was dankbaar dat hij mijn woorden in overweging had genomen, sloot na het ontbijt de keukendeur achter me. En bij de eerste treden naar mijn kamer kwamen weer de tranen tevoorschijn. Tranen die me bevestigen dat ik niet ‘genoeg’ ben. Tranen die me steeds weer vertellen dat de ziekte die ik te dragen heb zwaar weegt. Inspanning vraagt. Tranen die cumuleren omdat zo weinig mensen lijken te begrijpen dat mijn leven niet zo evident te noemen is als blijkt uit mijn handelen.

En daar zijn ze weer, die tranen van me. Dat fabriekje lijkt nooit te stoppen met werken. Overuren worden daar gedraaid, op onmogelijke uren.

Maar kijk. Waar ik toe wou komen is dat vandaag mijn weg een bochtje maakte. Neen, niet mijn weg, de ‘ik’ die ik gisteren nog was besloot een andere richting uit te gaan. Weg van de ‘moetens’. Weg van de ulteame oplossing van vannacht die in Wemmel ligt, naar de ultieme oplossing die in ‘zijn’ ligt.
Mijn soort van zijn. Met pijn, daar kan ik niet onderuit. Maar met een andere invulling van tijd. Tijd om zelf in te vullen in overeenstemming met de energie die leeft. Tijd om te zijn, luisteren, observeren, verbinden, proeven, ontdekken…een nieuwe richting uit te gaan.

En bij mijn ‘tijd‘, mijn ‘zijn‘, hoort ‘schrijven’.

Ik ben een dik kwartier geleden ‘thuisgekomen’. Mijn huisgenoot zei zodra ik een voet binnenzette dat het fragment dat ik hem vanmiddag doorstuurde, een fragment dat ik vond in het dagboek van Wannes van de Velde, ‘interessant’ was.

‘Onder de woorden blijft het wit bestaan en maakt de woorden mogelijk.’ Dat waren de woorden die ik uit de dikke bundel oppikte. Die me deden besluiten de bundel aan te schaffen. Tja, sommige dingen veranderen niet…
En ik voelde dat ik het schrijven miste. Het niet moeten, maar willen schrijven van woorden die me deugd doen.

En hoe ik intussen ook heb besloten vanaf nu mijn schuilgaan achter een pseudoniem open te stellen voor nader onderzoek.

Als ik de les van vanavond goed begrepen heb, draait voor Pierre Hadot de filosofie rond ‘de manier om in het leven te staan.’
Ik heb vandaag een manier gevonden die me deugd deed. Ik heb daarbij niemand kwaad gedaan. De wereld geen onrecht aangedaan. Mezelf troost gegeven. Geborgenheid. Ik ben recent vijftig geworden. Een kind nog…

Misschien bestaat mijn levensKunst erin om steeds weer woorden te vinden die mijn pijn verzachten. Dat lotgenoten in die woorden troost vinden, is een mooie surplus.

Ik hoop dat hij dit leest. Hij is één van de mooiste, puurste mensen die ik ooit heb ontmoet. Hij deelde zijn intense pijn. Zijn angst. Ik probeerde beide wat te verzachten. Hij had me graag. Ik hem ook.
We deelden geen gegevens. Omdat hij slechte ervaring had met het delen van gegevens en het opnemen voor lotgenoten.
Ik begreep dat. Ik respecteerde dat. Maar ik draag hem in mijn hart.

Ik wens hem toe dat hij mooie woorden vindt, als hij er het meest nood aan heeft.

Ultieme woorden, die zacht zalven.
De ultiemste woorden zullen diegene zijn, die hij zelf schrijft, denk ik.
Hij is de zachtste woorden waard!

Aandacht

Photo by Carlos de Miguel on Unsplash

Mijn aandacht blijkt dezer dagen bij veel dingen te vertoeven. Waardoor ik er een beetje tureluurs van word. En dan kan ik me wel bewust neerzetten en de aandachtstraining haar vruchten laten afwerpen. Dan kan ik schrijven ook, een half uurtje per dag, omdat ik weet dat het me goed doet. Yoga doen, om weer balans te vinden. Kortom, even tijd nemen voor mijn binnenkant. Maar dan wordt mijn aandacht getrokken naar andere dingen of vragen en blijk ik al snel geen oog meer te hebben voor wat me deugd doet.

Zo merk ik dezer dagen hoe ik onvoldoende tijd maak voor de dingen die ertoe doen. Zoals zitten en luisteren naar wat mijn gedachten en lichaam me willen vertellen. Naar wat dierbaren me te vertellen hebben. Wat stiltes me willen leren.

Als ik dan heel eerlijk ben met mezelf dan open ik mijn agenda. Dan bekijk ik alles wat er staat en stel mezelf de vraag: is het belangrijk dat mijn aandacht op dat moment net naar die afspraak gaat?
Wil ik daar op dat moment mijn aandacht aan schenken?
Zoja, wie wordt daar beter van? En waarom dan precies?

Dan komen keuzes op de proppen. Met een telefoon en een gom in de aanslag.

Zo maakte ik net de keuze om hier en nu een blogbericht aan te vatten. Niet dat er iets anders in mijn agenda stond, maar ik werd net heel erg ‘verleid’ om iets te doen dat buiten mijn interessedomein ligt.
Waarom gaf ik bijna toe?
Wat wilde ik daarmee bereiken?

Ik denk dat er zich een drastische beslissing aan het uitkristalliseren is.
Misschien is het tijd voor zo´n beslissing.

Aandachtig zijn is een belangrijke levensmodus die ik warm moet houden.
Luisteren met al mijn sensoren open om subtiele signalen op te vangen. Ze niet negeren. Me zorgzaam laten leiden door wat mijn hart verlangt.

Zoveel geschreven zonder veel te zeggen. Ook dat is een kunst.
Maar ik merk dat het me deugd doet. En beloofd beste lezer, ik zal dit keer deze tekst even laten rusten vooraleer ik hem herbekijk, herformuleer desnoods en tenslotte de wereld in stuur.

Het doet alvast heel veel deugd hier weer in mijn stekje te vertoeven. Me te laten leiden door mijn essentie. Schrijven tot ik mijn hart voel verzachten. Om na vele uurtjes opnieuw en misschien zelfs meer te kunnen geven vanuit een andere ik.
Eentje die nog beter eigen grenzen respecteert zonder die van een ander te schaden.

Oh, een traantje roert zich.
Graptjeuuuuhhh!!

Rollenspel

Photo by Ryan Holloway on Unsplash

ik mocht vannacht de maan vervangen
gaf al zijn geheimen vrij
ik hoefde zelfs niet te verlangen
naar een vlag of naar een prijs

hij fluisterde me zachtjes toe
je hoort hier niet, ga toch naar huis
daar vind je zuurstof om te dromen
over de boom van Nina´s thuis

Een rimpeling

Photo by Linus Nylund on Unsplash

Een collega op mijn vrijwilligersstek drukte me al een aantal keer op het hart om mijn gedachten niet de overhand te laten nemen bij mijn handel en wandel. Om het pad te volgen dat ik belangrijk vind. Hij vroeg me daarbij als voorbeeld waarom ik mijn blog schrijf. Ik antwoordde dat ik dat onderhoud omdat ik mijn eigen creativiteit wil voeden. En oefening baart kunst.

Gedachten kunnen me meeslepen, in negatieve of in positieve zin. In de negatieve zin zoals gisteren. Of de drie weken voorafgaand aan paasmaandag. Onder de vorm van een veel te groot verantwoordelijkheidsgevoel, schuldgevoelens en machteloosheid.
In de positieve zin door mezelf in te prenten dat ik meer ben dan een rimpeling op het water.

Gisteren is mijn hele dag eraan gegaan door doemdenken. Nochtans is mijn zusje, zoals ik mijn beste vriendin nu noem op haar aangeven, bij me op bezoek geweest. We zijn gaan wandelen, hebben thee gedronken en gebabbeld. Maar de sombere ondertoon kreeg ik niet weggewerkt. Gedachten maalden.
Ik voelde me verantwoordelijk voor dingen die niet vlotjes lopen. Ik voelde me machteloos. En bovenal was ik overdonderd door de plotse ommekeer in mijn gemoed. Nu in de negatieve zin, waar hij onlangs nog een opwaartse beweging had gemaakt na een heel intense huilbui.

Vanochtend ben ik met dezelfde zus en haar mama op stap geweest. Heb haar raad ingewonnen over een aantal dingen. Ze heeft ook iets persoonlijk verteld waar zij het moeilijk mee had.
Ik was overigens al een beetje meer in aangename modus dan gisteren. Na de verkwikkende douche waar ik mezelf toe verplicht had.

De zon schijnt nu voluit op mij en mijn laptop.
Ik hang er mijn verbeelding aan en concludeer dat het goed is dit te schrijven.

Daarstraks heb ik een heel ander schrijven gemaakt. Ik heb het ook ingesproken en op soundcloud geplaatst, her en der met bevende stem. Maar ik plaats het niet op mijn blog hier. Omdat het gemoed al niet meer strookt met dit moment.

Ik voel wel het verdriet zich opnieuw roeren, omwille van de lading die deze ommeslagen dragen.
Hoe kan ik vooruit kijken als mijn energie geen constante is?
Hoe mag ik mezelf bijschaven als over mijn gedrag enkel gesproken wordt als ik er niet bij ben?
Hoe kan ik vertrouwen houden wanneer ik niet meer in mezelf geloof?
Wie gelooft in mij als ik mezelf verlies?
Wie ziet mij graag als ik het niet kan?

Dit wordt een beetje een vreemd blogbericht.
We gooien het over een andere boeg.

Wie moet de rimpeling op het water zien die ik in mijn leven veroorzaak?
En moet het dan duidelijk zijn dat ik die rimpeling maakte?

Als het bootje maar veilig de oever bereikt.
Het water zacht de oever kust.
Het kind zijn speelsheid behoudt, het bootje opvist en vol vertrouwen zijn eigen koers vaart.

Misschien dat mijn gemoed dan rust.
Op de oever.
In het gras…