Knipoog

Photo by Robert Collins on Unsplash

wil je van me leren, houden
of een keer mijn fietspomp lenen
maak me iemand in je leven
iets meer dagelijks dan ooit

begroet me ergens op de valreep
tussen hagelslag en sla
zodra ontmoeten aardig klinkt
valt tijd best goed, te maken

Het kind in ons

Photo by 和 平 on Unsplash

Ze moest ermee lachen. Ik had bij de online workshop aangegeven in de chat dat ik plezier haal uit ‘de aandacht van kinderen trekken en dan snuiten trekken’. En vervolgens zien hoe de kinderen erop reageren.

Ze adviseerde ons om ons innerlijk kind voluit te leven, dus ook in de praktijk te brengen wat ons plezier gaf. Dus posteerde ik me na de workshop op een plek waar kinderen voorbij komen en bracht mijn plezier in actie.

Het eerste kindje schat ik vier jaar. Ze keek me brutaal aan, papa en de andere dochter waren één en al oog voor een opstelling, een onderdeel van een zoektocht. Dus trok ik een snuit naar de kleine uk en keek hoe ze reageerde.

Het was grappig, het leek wel of ze helemaal niet verbaasd was dat een vreemde vrouw daar snuiten zat te trekken. Maar toen ze verder trokken hoorde ik haar toch papa aanspreken met ‘die mevrouw…’ en de rest verstond ik niet. Papa leek alleszins ook niet verbaasd want hij keek niet om naar het voorwerp van verhaal van zijn dochter.

Zoektochten. Ik ben er niet echt goed in.

In het Vrijbroekpark in Mechelen loopt tot eind augustus een zoektocht volledig in het teken van het wondermooie boek ‘De kleine prins’. Dat brengt me op een ander verhaal.

Er was een tijd dat ik mijn slaaptijd liet inleiden door het luisteren naar Joe FM. Vaak was er op dat tijdstip een verzoekprogramma. Toen ik op een keer een sms had gestuurd om mijn favoriete liedje door te geven, belden ze me op. Ze vroegen of er iemand naast me in mijn bed lag. Ik antwoordde in de ether naar waarheid dat er enkel boeken en een notitieblok in lagen. Ze wilden weten welke boeken. Ik wist het niet eens uit mijn hoofd, maar zag De kleine prins liggen en antwoordde eerlijk dat onder andere dit boekje me gezelschap hield.

Ze waren met twee presentatoren, een man en een vrouw, vraag me geen namen… De man sprak verbaasd dat het een boekje is dat in de middelbare school wordt gelezen. Ik gaf aan dat het over waarden gaat en dat die af en toe best mogen opgefrist worden. Vandaar die keuze van bedlectuur.

Tja. Moet je als volwassen persoon dan echt alleen dingen doen die een volwassene behoort te doen? Boeken lezen van het kaliber dat verwondering en ontzag opwekt bij de toehoorders?

Ik ben het er alleszins niet mee eens. Een kinderboek of prentenboek bevat vaak in beknopte en eenvoudige vorm veel levenswijsheden.

Tot mijn favorieten behoren Pippi Langkous, Het meisje dat nevel weefde en Het land van de grote woordfabriek. Koning van Katoren en De brief voor de koning, voor wat oudere kinderen, kunnen me ook erg bekoren.

Onlangs kreeg ik de vraag of ik soms naar ‘flutprogramma´s’ kijk of stationsromannetjes lees.
Neen dus, omdat ik geen TV-abonnement heb en omdat ik de fase van romantische verhalen van de orde van stationsromannetjes voorbij ben. Al heb ik recent ‘De Toverberg’ toch ook snel naar de bibliotheek teruggebracht nadat ik me door de eerste paar pagina´s had geworsteld.

Een beetje zotternij nu en dan.
Niets fijner dan dat.
Het kind in jezelf laten spelen.

En de papa´s moeten daar helemaal niet verbaasd op reageren.

Ont-Moeten

Photo by Louis Hansel on Unsplash

Ik had touche. Hij wou me zijn kaartje geven omdat hij niet alleen wil zijn. Ik heb geweigerd en gezegd dat hij eens moet gaan snuisteren in het verenigingsleven.

Om kwart voor zes moest ik in het ziekenhuis zijn bij de endocrinoloog. De vorige afspraak dateerde van 2019 omdat ik door Corona dergelijke routine-gezondheidscontacten tot een minimum herleidde.

De tandarts was ook al heel lang geleden…ik was best een beetje ongerust toen ik terugging. Dat er her en der wat problemen opdoemden in mijn mond. Had een grijze zone gespot maar het bleek een vulling die verkleurd was. Foto´s gaven uitsluitsel. Geen grote schade. Oef.

Wel raadde de tandarts me aan om een elektrische tandenborstel aan te schaffen, om te voorkomen dat ik door mijn ‘te stevig poetsen’ mijn tandvlees verder zou doen terugtrekken waardoor het poreuze gedeelte van de wortel tevoorschijn zou komen. Ze had een type tandenborstel en opzetstuk voorgesteld en me voorgedaan hoe ik moest poetsen. Intussen poets ik elektrisch, maar niet met plezier. Ik vind het een beetje knoeien en de tandpasta vliegt alle kanten op. Niets fijner dan een gewone tandenborstel eens ferm met vaste hand over mijn gebit rondrazen. Good old fashioned way…
Waarom elektriciteit verknoeien voor een activiteit die niet veel inspanning vraagt?
Overigens poetste ik wel grondig, getuige de tandplak die ik bijna nooit had bij een tandartsbezoek.

Enfin, ik wijk weer af. Ik moest dus naar de endocrinoloog en de man die later mijn ‘touche’ zou blijken, had me daar gespot in de grote inkomhal. Hij sprak me aan toen ik aan het frietkot luttele kilometers verderop stond te wachten om mijn avondmaal lekker kokkerelvrij te laten verlopen.
En ja, ik had ook wel gewoon zin in frietjes.

Ik verstond bijna niet wat hij zei. Heb het hem een aantal keren gezegd maar zijn stemvolume steeg niet. Het leek wel een ‘onder-ons’ gefezel tussen hem en zijn mondmasker.

Toen ik me met mijn (hoe heet zo´n ding eigenlijk?…even goochelen…een gasten oproepsysteem en coaster, buzzer of pieper) aan een tafeltje posteerde vroeg hij of hij bij me mocht komen zitten. Ik stemde toe, waarom ook niet. Hij had duidelijk behoefte aan een babbel en ik zat toch maar te wachten.

Wat ik begreep uit zijn verhaal is dat zijn moeder in de palliatieve zorg ligt in het ziekenhuis waar ik naar de endocrinoloog moest. Dat hij er uren slijt en dat het niet lang meer zal duren voor ze sterft. En dan is hij alleen. En hij wil helemaal niet alleen zijn.

Dus stelde hij me de gedurfde vraag of ik alleen ben. Want hij is alleen en zoekende. Maar wil zijn zoektijd niet slijten achter een scherm terwijl je niet weet wie er aan de andere kant van het scherm zit. Hij wil ‘live‘ mensen ontmoeten. Hij vertrouwde me de straat toe waar hij woont. Hij zou het huis gaan verkopen. De details heb ik niet verstaan. Ik had mijn vraag om luider te spreken gestaakt na ettelijke herhalingen.

Toen mijn ‘kaske’ biepte, ging ik mijn bestelling halen en bij het buitenkomen en naar mijn fiets tronen, wenste ik hem nog succes. Hij kwam achter me aan met zijn kaartje. Dat hij zo alleen is en niemand kent. Ik raadde hem het verenigingsleven aan om zich in te bewegen. Ik weigerde het kaartje te aanvaarden en ik voel me daar helemaal niet schuldig over.

Hem was wel mijn jurk opgevallen in het ziekenhuis. Dat gaf hij ook aan. Misschien begon hij daar zelfs mee. Dat hij het een mooie jurk vindt.
Ik moet hem nageven dat hij weet hoe te charmeren…op fezeltoon.

Het is inderdaad mijn lievelingsjurk. Ze gaat al jaren mee en is superfijn om te dragen. Makkelijk te wassen ook, al heb ik hem dat allemaal niet gezegd. Een mens moet niet alles prijsgeven tenslotte.

Ik in mijn jurk met schoenen die ook mogen gezien worden. Op mijn koertje met mijn frietjes. Met een maneblusser erbij…een ingeving van het moment.
Een mens mag al eens gek doen.

Sommige mensen dansen zelfs met bomen, dat hoorde ik onlangs ook ergens vertellen. Hoe zot is dat? 😉

Mijn jurk en ik, we mogen er zijn. Maar de schoenen gaan zoveel mogelijk uit om voluit de aarde te voelen die ons draagt. Die mij en mijn jurk draagt.
Moeder aarde en haar wonderen.
Een pakje friet af en toe.
Eenvoud.

Soms is het leven simpel.
Soms maken we het onszelf moeilijk. Wedden we op één paard bijvoorbeeld…terwijl de wereld meer wonderen te verkennen geeft als we onze ogen wagenwijd open houden.

Ubuntu.

Onvoltooid

Photo by Dan Visan on Unsplash
Onvoltooid – audioversie

ik zag het aan de pijn achter zijn lach
een jeugd die zich vervoegde
in de onvoltooid verleden tijd

toch kreeg ik nog zijn naam
en een innemend goeiedag

onder een hoop waar de verbinding
ietwat zacht en fijn mag zijn

De brief

Photo by Green Chameleon on Unsplash

Met dit bericht startte ik ooit mijn blogexperiment in 2014.
Vandaag de brief aan mijn overleden ‘baas’ van toen, in audio- en tekstvorm.

Dag professor,

Het voelt nog steeds een beetje vreemd, maar na jaren van aarzelen dan toch dit schrijven.
Al weet ik niet eens of u me nog onderscheidt in uw herinnering.

Voor mij begon een mooi verhaal halfweg 1997 toen ik bij u op sollicitatiegesprek kwam. De derde ronde. Mijn dochter, toen tien maanden oud, lag in het ziekenhuis maar u gaf me ruimte en een eerlijke kans op de job met een paar weken uitstel voor het beslissende gesprek. Ook al onderstel ik dat uw agenda niet erg veel vrije ruimte ademde. Bovendien was de start van het project urgent omwille van de contractuele afspraken met een handvol strategische partners.

Ik herinner me haarscherp wat het eerste was dat u me vroeg toen ik op gesprek kwam.
Hoe het met mijn dochter ging. Weet u dat nog?
Ik zie ook nog helder voor me hoe u non-verbaal reageerde toen ik aangaf dat mijn dochter er wellicht niet aan zou sterven. Hoe u toen een krimp gaf. Heel subtiel.
Ik was er even door uit evenwicht. Zag u mijn hapering toen, professor?

Ook later zou ik uw betrokkenheid en zorg ervaren. Elke vijf minuten overleg die ik aan één van uw secretaresses vroeg wanneer ik dreigde vast te lopen op een vraagstuk. U maakte tijd voor me.
Zette me telkens op het spoor dat toeliet dit internationale pilootproject, uw geesteskind, te doen slagen. En uw opzet slaagde. Met overweldigende respons.
Het project liep. Liep goed. Werd stilaan routine.

Maar u, u had kanker. En ik wist dat. Ik wist dat zelfs zeer snel.
Doordat de zus van uw schoonzoon me dit had toevertrouwd in mijn eerste werkweek.
‘Maar ik moest het zwijgen.’
Ik onderstel dat u dat bij leven nooit heeft geweten.

De krimp die u gaf bij het sollicitatiegesprek. Het daagde me.
Sterfelijkheid stond toen al enkele jaren vetgedrukt in uw agenda.

Ik had uw pijn bij onze eerste ontmoeting opgemerkt en detecteerde hem nog vele keren daarna.
Maar ik zweeg, ook al voelde ik de zwaarte van de last die u droeg.
Toen ik op een keer uw grimas zag toen u moeizaam opstond uit uw bureaustoel en ik stilletjes opperde om een ander moment terug te komen. Herinnert u zich dat moment en hoe u mijn voorstel toen weigerde?
U ging door. Dwars door de pijn. Zolang het kon.

Het is in tranen dat ik dit schrijven afrond. Het verhaal dat zo mooi startte meer dan twintig jaar geleden, het is niet af voor mij. Uw dood en wat daarop volgde waren te onwezenlijk. Ik kon en kan het nog steeds niet vatten.
Weet u, soms overspoelt me nog de vraag of ik deel uitmaakte van een interuniversitair experiment, toen, onder uw hoede…
Maar ook op die vraag wens ik intussen geen antwoord meer.
Wat levert het me op, nietwaar?!

Misschien klinkt het vreemd, maar ik ben u immens dankbaar voor uw mentorschap.
U geloofde in mij. U geloofde dat ik dit complexe project aankon.
Dat heeft mijn potentieel doen bewegen.
Mezelf dat herinneren, helpt ook nu nog.

In voor en tegenspoed.

U genegen,
Fiducia

What does KIWI stand for?

Photo by Esther Wechsler on Unsplash

Hij weefde het letterwoord ergens vlotjes doorheen zijn verhaal.
Dat ze daarmee via mail geantwoord had toen hij een technische vraag had gesteld.
“LMGTFY”
Ik vroeg hem even opnieuw dat letterwoord te articuleren, omdat het me niet bekend in de oren klonk. Blijkbaar betekent het “Let Me Google This For You.”

En zo leer ik dagelijks bij.
Het vier-letterwoord RTFM kende ik al langer. “Read The Fucking Manual.”
Die manual, die tussen het tijdstip dat dit acroniem voor het eerst mijn oren bezocht en De Dag Van Vandaag (DDVV) wellicht ook te vinden is op het Internet.
Waar je online bovendien niet doorheen de inhoudstafel moet navigeren omdat je kan zoeken op woorden, stel u eens achter.
Als je al het exacte (technische) woord kent in die taal, want dat is ook nog geen evidentie.

Gisteren heb ik trouwens nog geleerd hoe ik online betere resultaten kan bekomen voor vertalingen. Vaak vulde ik alleen het woord in waarvan ik de vertaling zocht. Wat vaak een vreemde combinatie opleverde in de context van de tekst die ik onder de loep nam. Nu geef ik de context mee, door een paar relevante woorden extra mee te geven, een zinnetje, bij wijze van spreken.
In mijn geval, gisteren, gaf dat alleszins een vreugdedansje omdat ik ineens het licht zag in de tekst.
Ik heb er dan maar meteen een regenboog van geplooid.

En volledig los daarvan kreeg ik een Russisch zinnetje door met één Vlaamsch woordje ertussen…omdat ik nu eenmaal nieuwsgierig ben, heb ik dat door de vertaalsleutel gehaald en patat, dat was gewoon een perfect te begrijpen Vlaamse friet geworden!
Vlaamse friet…alsof friet Vlaams is…maar goed, dat gaat buiten mijn beentje.

En zo vul ik mijn arsenaal aan wetenswaardigheden.
En als ik ze hier niet altegader zou neerpennen in blogberichten, zou ik volgend jaar op hetzelfde tijdstip wellicht al niet meer weten welke inzichten ik gegenereerd heb, terugkijkend op mijn vorig jaar.

En ik die zo graag verlicht wil worden…of is het zijn als het tegenwoordig was?!

Daarom heb ik me ingeschreven voor een sport-challenge van een maand.
Ook omdat ik al een hele tijd het voornemen heb om mijn sportbroek aan te trekken, sportschoenen eronder te hangen en uit lopen te gaan. Richting park, omdat daar recent zo van die ‘barren’(?!) geplaatst zijn.
En daar vond ik het woord dat ik ook nooit eerder ontmoette: ‘calisthenics’.
Omdat je dus die ‘sport’ kunt beoefenen aan die ‘barren’.

Ik zie me er al, met bijgetrainde buikspieren, inzetten om weer eens heel-lang-geleden-gekunde oefeningen te doen. Net zoals ik een tijd geleden mezelf ook had voorgenomen om vóór mijn vijftigste opnieuw radslag zonder handen te draaien. Dat heb ik geoefend in datzelfde park. Zonder barren, met handen maar doendst alsof het zonder was.

De beweging is nog gekend in mijn lichaam, maar mijn handen heb ik niet durven wegtrekken.
Ook omdat er geen hulp stond om me dat extra zetje te geven mocht het nodig zijn en omdat ik eigenlijk ook niet onnozel moet doen. Wie wil er nu op zijn vijftigste per sé zotte kuren uithalen?

Hoewel. Je bent een kiwi op de schaal van fruit of je bent een klokhuis.

Omdat een vriend van me, mijn co-creatiemaatje voor mijn favoriete gedichtje dat ik bij wijze van vulling eindelijk eens heb ingelezen tussen wat vernieuwende djingles door.
Of zijn het jingles, zoals diezelfde laatstgenoemde vriend ze verwoordde?
Rara, waar staat het rode wiebelstreepje onder in mijn word-bestand…?

Dus, ik had me één der afgelopen dagen ingeschreven voor een sport-challenge, maar ik krijg de info niet door. Tenzij ik ze pas door krijg op de dag dat het start, maar dan mogen ze me dat op zijn minst laten weten, toch?!

Dus ben ik nu in afwachting.
En als er niets komt, dan trek ik bij wijze van protest alsnog gewoon mijn sportbroek aan, loop-wandel-puf-herbegin-loop-rood-aan en mompel tot aan het park en zoek de barren op om een beknopte reuzendraai te maken. Mét handen.

En als ook dat niet lukt tegen mijn zestigste, dan zal ik me moeten herschikken op de schaal van fruit denk ik.
Dan moet ik mijn goede vriend  weer even lijnen voor een co-creatie-uurtje of -kwartiertje of sms.
Of zo.

Een paar djingles

Photo by Matthew Henry on Unsplash

Ze vond het geen goed idee, mijn dochter. Had ik net gezegd dat ik bezig was in enkele boeken van de bibliotheek, kreeg ik van mijn jongste dochter onder mijn voeten dat ik eerst de boeken uit mijn eigen bibliotheek moet uitlezen.

Daar zit iets in natuurlijk.

Maar een gegeven is dat die bibliotheek van mij niet echt een mooie bibliotheek is, maar eerder een allegaartje van boeken die her en der in kasten staan, terwijl de meerderheid ervan in een garage van mijn ouders staan gestockeerd…wegens te weinig plaats in huis…Ik probeer er wel iets aan te doen. Heb al een inventaris gemaakt van alle exemplaren die ik op ‘moment X’ in mijn bezit had. Maar ik kon het toen nog niet over mijn hart krijgen om ze weg te doen. En intussen leek het nog niet mogelijk mijn boek-aankopen in te perken…

Inmiddels heb ik nog eens aan de aankoper in de lokale bibliotheek gevraagd of ze nieuw materiaal, als gift, aannemen nu. Maar blijkbaar nopen de Coronamaatregelen ook om dat proces even ‘on hold’ te zetten.
Vandaar dus dat mijn boekeninventaris nog niet is geslonken. Want ik doe eerst de bib aan, zodat meerdere mensen van ‘mijn boek’ kunnen genieten. En daarna nog enige verkoop- dan wel gift- actie naar een tweedehandszaak.

Die boeken staan daar eigenlijk wel goed in de garage. Vochtvrij op zijn minst. Veel daglicht krijgen ze niet. Nu en dan ga ik er nog eens langs om een boek op te pikken dat ik op dat moment ‘absoluut’ wil lezen.
Overigens denk ik dat ik op een andere manier lees dan de meeste mensen. Ik houd het zelden bij één boek tegelijk. Op dit moment ben ik er drie aan het lezen. Eentje gaat over ‘ontspullen’. Want ik ken mezelf, ik kan dat willen en een eerste goede stap in die richting zetten, beetje overmoedige stap zelfs, maar dergelijke processen vormen zelden een duurzame verandering bij mij.

Ik heb een vriendin die ongelooflijk gemotiveerd en doortastend is als ze een verandering wil aanbrengen in haar leven. ‘Ik wil leren hoela-hoepen’. Hup, ze snort filmpjes op en gaat doortastend door tot ze het onder de knie heeft. ‘Ik wil ukelele leren spelen’, idem dito. Ze gaat door tot ze het onder de knie heeft.

En ik start, …en verlies de moed of geef het zomaar op omdat ik het saai begin te vinden…

Vandaag ervoer ik een moment dat ik somber werd van tussen de rommel te zitten. En hoewel ‘poetsen’ bij mij ook nooit op het hoogste treetje staat van activiteit die ik graag doe en goed onderhoud…hoe eufemistisch geformuleerd alweer…alleszins, ik heb de grondzaken op tafelhoogte gebracht en ben door de benedenverdieping geraasd om wat orde en frisheid op zaken te stellen. Een beetje met een keer. Geen overdaad. Want dat is ook ooit anders geweest. ‘Ik zou eens moeten poetsen’ en dan daar zo doorgedreven in gaan, ineens ook maar beginnen kleding te triëren en badkamerkastjes uit te mesten dat ik tenslotte compleet uitgeteld naar een proper huis kijk en denk ‘nooit meer’.

Maar hoe lang kan je het volhouden om je huis uitgemest te houden?
Hoe ik dus al schrijvend van een bibliotheekboek uitkom op poetsen.

Ik heb ook ooit een boek met de titel ‘de huishoudcoach’ aangeraden gekregen van een vriendin. Daar ben ik ook ooit naarstig in begonnen met de juiste emmers, dozen, vodden en dergelijke om van het poetsen en huishouden een haalbare kaart te maken.
Het ligt opnieuw binnen bereik. Ik wil er nu mijn administratie mee onder handen nemen.
En nu ik al ver gevorderd ben in mijn boek over ontspullen, merk ik dat ik toch nog werk zal hebben om na te gaan wat voldoet aan ‘nodig’ en wat ‘overnodig’ is…wat misschien hetzelfde is als ‘over’bodig…

Dat laatste woord doet me dan denken aan een (b)postbode. Die brengt ook vaak papieren en boekjes die mijn aandacht of tijd liever niet vangen. Of omgekeerd. Zo wil ik me nu door een stapeltje administratie en lectuur werken dat ik heb bijeengeraapt de afgelopen maanden.
Geen vers nieuws meer natuurlijk, maar misschien nog fijne weetjes.

‘Wie weetjes’ om een beetje uitgebreider op in te gaan in een blogbericht.
‘Yamazonikes’, altegadder.

Djingle, sowieso!

Lijdend voorwerp

Photo by Tim Mossholder on Unsplash

Het was zijn suggestie gisteren aan telefoon. Om het over het lijdend voorwerp te hebben in mijn volgende blogbericht. Het lijdend voorwerp als onderwerp van een blogbericht dus. Huh?!

Gisteren liet zich echter niet meer schrijven. Dus zal het voor vandaag zijn.

Zodoende, bij deze een poging om van een lijdend voorwerp een onderwerp te maken.
Een lijdend voorwerp te onderwerpen aan nader onderzoek, waarbij het ontleedmatig ineens al een onderwerp wordt.
En na te gaan, bij wijze van exploratie, hoe een lijdend voorwerp via zachtjes sudderen mag groeien zodat het misschien kans maakt een leidend voorwerp te worden.

Van Lijdend, via onderwerping tot leidend.
Wat de taal allemaal niet vermag!
btw, Dat laatste woord is de IK-vorm van ver-mogen. Tot waar reikt dat? Of rijkt dat alleen?

Alle gekheid op een stokje.
Ja, daar hadden we het ook over aan telefoon, over die prent die een aantal duiven op een hiërarchische til uitbeeldt, waar de duiven op de onderste stok volkomen ondergescheten worden (dat is een speciale vorm van onderscheiding) door de bovenzittende duiven. En de tussenlagen daarbij opkijken (dat is een speciale vorm van adorering) naar de assholes boven hen die behoren aan die duiven die die uiting geven aan hun cloacaiaans vermogen.

Maar leidt dit alles wel tot een betekenisvol antwoord op de onderzoeksvragen die je hierboven hebt gestipuleerd, Fiducia? Dat ik het begot niet weet. Ik doe maar wat.

Bovenal wil ik eigenlijk de kinderen die volop met zinsontleding aan de slag zijn niet verwarren.
Stel dat zo een kind een toets maakt. En moet aangeven wat in dat eigenste zinnetje het lijdend voorwerp is. Dan kan het naar waarheid zeggen: ‘ik, want ik heb van zinsontleding niets begrepen.’

Dat op zich zou waardering moeten krijgen omdat het getuigt van persoonlijk inzicht. Wat op zich kan leiden tot studie en persoonlijke groei. Van bewust incompetent, zeg maar, naar bewust competent via studie van zinsontleding. Met intrinsieke motivatie dit keer. Maar dat antwoord valt binnen het perspectief van de les Nederlands een beetje buiten de scope, dus zal dat kind nog een keer moeten nadenken en er misschien toch een gooi naar moeten doen.

We weten nu iets meer. Deze toets verwart het kind. Als ik het me allemaal goed herinner, is in deze zin ‘het kind’ het lijdend voorwerp. Wat helemaal klopt voor onze dappere leerling, die dat al bij de eerste gooi heeft aangegeven. Maja, op dit soort inzicht staan geen punten in de Nederlandse les. Dus zal hij het tactischer moeten spelen. We hebben hier trouwens ook meteen van het lijdend voorwerp ‘een toets’ een onderwerp gemaakt en er een ‘de’ aan gehangen. Misschien schrijft het kind dus bij wijze van antwoord op zijn toets:

Dit kind verwart de toets met persoonlijk inzicht. En kijk me daar eens. Zo wordt het kind een Leidend Voorwerp dat van zijn zwakte een sterkte maakt en de juf of meester daarbij aangeeft dat er meerdere perspectieven zijn van waaruit je de les Nederlands kan benaderen. Meerdere manieren om aan zinsontleding te doen. Op zich ook een mooi woord eigenlijk: Zins-ontleding.
Wat met Zijns-ontleding…in elke les geïntegreerd…(Ik wijk weer waf)

Ben ik nu rond? Even spieken naar de intenties die ik hierboven heb geformuleerd.
Baja…, leidend voorwerp zijn hangt toch wel samen met het hebben en aanwenden van voldoende persoonlijk inzicht.
 

Return to sender

Photo by Priscilla Du Preez on Unsplash

you can pull me out of Love
way back into anxiety
but resilience and trust are rooted
deep inside a core of me

I move within my misery
and question my own pain
sometimes a simple shower helps
to get back on the train

moving towards UsTopia
where we´ll never arrive
the journey is worth feeling though
each moment we´re alive

just knowing that somewhere out there
somebody feels the same
and that maybe, a word or poem
could help to ease the pain

not sure of course, but nonetheless
just imagining a tale
is a cure to breath:  inhale – exhale
and return to Love again