Billijken

Photo by saiid bel on Unsplash

Het was een woord dat ik niet kende, toch niet als werkwoord.

Billijken.

Ik kende de uitdrukking ‘een billijke vergoeding’ maar werkwoord-variant was me vreemd.
Van Dale zegt “gepast achten, goedkeuren.” Ik weet niet meer in welke context mijn gesprekspartner dit werkwoord gebruikte. Ik gaf alleszins aan dat ik het niet kende.

Nu is het in het kader van een uitbreiding van mijn woordenschat een kwestie van het woord te integreren in mijn dagelijks taalgebruik, anders ben ik het zo weer kwijt. Maar…het bekt niet bij mij. Ik krijg het niet in mijn mond gelegd.

Waarom moeilijk doen als het gemakkelijk ook kan, niet?

Ik gebruik wel ‘gepast achten’of beter nog ‘gepast vinden’ of ‘goedkeuren’ als het aan de orde is. Ook met een beperkte woordenschat kom je al een heel eind.

Billijken doet me misschien teveel denken aan de roze billekes van een baby. Al is het misschien niet gepast, niet billijk, dit als voorbeeld te nemen in deze context.

Nu, ik hou van taal, daar niet van.
Maar dit woord, neen, het wil niet bekken.

Het zij zo.

Inspinatie

Photo by Peter Fogden on Unsplash

Ze beweert dat ze een blogbericht van me in haar wachtkamer heeft hangen.
En dat ik haar met mijn laatste schrijven per e-mail ‘opnieuw’ op een idee bracht.
Zot vind ik dat!
Ik schrijf toch maar wat?!

De laatste tijd wil de inspiratie me niet echt ‘toevallen’, waardoor het uitreiken naar mijn laptop om ‘neer te pennen’ wat me gegeven wordt, niet aan de orde is.
Ik kan toch niet zomaar beginnen schrijven? Of wel?
De eerste letter typen en zien waar ik uitkom…

Meestal verloopt het bloggen wel op die manier, eerlijk is eerlijk.
De tijd dat ik elke dag wat woorden breide, ik mis hem.
De tijd dat ik weer woorden kan aanreiken, ik verwelkom hem. (Of is ‘tijd’ vrouwelijk?)
De tijd die ik nu neem om te schrijven wat zich in mijn hoofd ontvouwt, … ik dans hem.

Ik merk ook op dat mijn zus tegenwoordig bij wandelingen sneller vreemdsoortigheden of moois opmerkt dan ik. Ben ik teveel gericht op mezelf dezer dagen?

Zonet ontwaarde ik op de nok van een zonovergoten dak een stelletje meeuwen. Met hun borst naar de zon gericht, elk op een tweetal meter van elkaar. Dat beeld ontroerde me. Ik vroeg me even af of het duiven waren, want ik vond het een vreemde plek voor de meeuwen om zich even te ’nestelen’. Maar het waren wel degelijk meeuwen.
Inmiddels zijn ze weg en zit er een duif in haar uppie te duivelen.
Net zoals ik in mijn uppie zit te tokkelen.
Wat klankmatig wel erg op een kippenactiviteit lijkt 😊

Wat me dan weer doet denken aan de twee doosjes eieren die ik even geleden in de supermarkt kocht. De eieren waren elk enorm groot en bleken alle twaalf een dubbele dooier te bevatten. Ik zou kunnen opzoeken hoe dat komt, maar ik besluit even dat niet te doen. Ze waren smaakvol. Bijzonder smaakvol. En een beetje grappig, vond ik.

Wat me opnieuw brengt bij inspireren. Wat was er eerst, de kip of het ei? Het ei blijkbaar.
En wat komt eerst: de inspiratie of de transpiratie?

Zonet zat er een mini-spinnetje op mijn rechterhand. Inmiddels blijkt dat ze via een zelfgeweven draadje met mij verbonden is. Ik moet wel uitkijken waar ik mijn elleboog neerzet. Dat is niet met mijn gewicht mijn compagnon van het leven beroof.
Dancing with the stars…

Er heeft lange tijd een spinnenweb gehangen aan de buitenkant van het raam vlakbij mijn keukentafel. Ik vond het fascinerend om de spintaferelen te aanschouwen tijdens mijn maaltijden. Een gevleugelde formaatgenoot die per abuis in het web verstrikt geraakt. De efficiëntie waarmee de spin haar buit inblikt. Het deskundig renoveren van het web na stormschade. Het geduld. De eenvoud.

Ook aan mijn waslijn achteraan in mijn tuintje hangt er af en toe een kunstig spinnenweb. Daar zitten van die stevige kleppers in. Als je er zo eentje recht in je gezicht krijgt omdat je niet opmerkzaam bent bij het wegbrengen van je groente- en fruitafval naar de composthoop, dan ontstaat instant een dans die wild ‘exuberant’ is. En wat primitieve keelgeluiden verrassen daarbij dan de buren. Niets aan de hand, gewoon een spin die me ‘inspireert’. Inspinatie.

Ja, het is me wat. Ik kijk uit naar de komende dagen. Tot schrijfs!

Dromen tot het is

Photo by Ahmad Odeh on Unsplash

onder alle informatiestromen
schuilen woorden die doen dromen
harten raken en verwarmen
wat verkild is en gehard

ik wens je energie en kracht
om de onzekerheid van elke dag
met eenvoud en een sprankel
te omarmen in een dans

moge jij je glimlach vinden
door te dansen en verbinden
vol genieten van wat kan
en dromen tot het is

Pittige pirouette voor een dansbaar 2022

Puurheid

Photo by Brett Jordan on Unsplash

Dezer dagen ben ik bezig mijn behoeften in kaart te brengen en ermee aan de slag te gaan. Niet mijn verlangens, die zijn van een andere orde. Van Dale omschrijft de ‘behoefte’ zoals ik ze voor ogen heb als ‘zaak die je nodig hebt’.

‘Verlangen’ daarentegen is synoniem voor ‘wensen’.
Je kan verlangen naar iets dat je mist maar niet echt nodig hebt.
Een boek bijvoorbeeld. Of meer bepaald een schrijfboek.

Ik zit al een tijdje te worstelen met het schrijven. De freewriting wil wel lukken, al beoefen ik ze niet dagelijks. Voor het bloggen heb ik daarentegen behoefte aan inspiratie dezer dagen.

Het is goed om voor je behoeften op te komen. De behoefte aan schrijven bijvoorbeeld, aan zingeving tout court. Maar om daar dan aan te hangen dat je een aantal schrijfboeken bestelt om je weer in gang te zetten, dat is dan het vervullen van een verlangen.
Al geef ik toe, ik heb eraan toegegeven, omdat ik niet veel nieuws met betrekking tot schrijven vond in de bibliotheek en ik hoopte mijn inspiratie wat te voeden bij collega-schrijvers of schrijfdocenten.

Zo las ik al een stukje in één van mijn nieuwe boeken en vond als inspiratie dat ik best uit mijn freewriting zou kunnen putten om een thema te vinden om een blog over te schrijven.
Dat ik daar niet zelf opkwam…
Maar goed, dus neem ik me voor de freewriting ´s ochtends te doen en er ´s avonds even door te fietsen om te bekijken of er online iets over te schrijven valt.

Het was trouwens de eerste keer daarstraks dat ik daadwerkelijk mijn freewriting eens doornam. Hoewel ik ervan overtuigd was dat het enkel een klaagzang werd, moest ik tot de conclusie komen dat er wel degelijk wat wijsheid in te vinden was. Die wijsheid was wel geschreven vanuit een ander perspectief dan de ‘ik’ die meestal aan het woord is…

Ik verklaar me niet nader. Misschien een volgende keer 😊

Ikzelf heb een grote behoefte aan authenticiteit. Zowel om mezelf te bewegen in de wereld als bij het ont-moeten van en met andere mensen. Behoefte aan energieën die zuiver zijn, die niet door allerlei filters gaan voor ze zich vrijgeven in de wereld en mijn waarneming bereiken. Als ik al eerlijk waarneem, onbevooroordeeld…
Overigens kan ik moeilijk anders dan authentiek in het leven staan. Het kost me teveel energie om het anders te doen. Om te faken. Noem het naïviteit, ik weet het niet.

Wat een andere behoefte van me in de kijker zet: de behoefte aan eerlijkheid.
Misschien is het een onderdeel van authenticiteit. Laat ik het eens opzoeken:

Authenticiteit is volgens van Dale : ‘echtheid’.
Eerlijkheid is volgens dezelfde bron: ‘opr-echtheid’, waar dus ‘echtheid’ een onderdeel van is. De twee begrippen hangen nauw samen. ‘Puurheid’, waarbij ik voor ‘puur’ de betekenis ‘onvermengd’ terugvind.

Dat geeft wel een mooi beeld.
Levensenergie die ‘puur’ is, niet bezoedeld door de omgeving waarin het ‘object’ zich bevindt en beweegt…Waarbinnen man, vrouw of X zich begeeft.

‘Puur’ mogen en kunnen zijn. Dat is misschien wel de meest basale behoefte die er is.
Maar wat zijn de voorwaarden daarvoor? Of zijn die er niet?

Vaarwel professor

Photo by Tra Nguyen on Unsplash

Het voelt een beetje dubbel om dit te schrijven.
Of beter, om dit NU te schrijven.
Maar ik zet door en zal ermee handelen op een manier die ik gepast vind, zodra dat ik het helemaal doorvoel.

Vandaag kreeg ik een berichtje van een vriendin. Haar broer, een partner, ouder en professor waar ik nog les van heb gekregen, is gisterenavond overleden.
Een plots overlijden, onaangekondigd.
Op leeftijd maar toch te jong om te sterven.

Vorige week was ik er nog over aan het denken eens op de dienst waar hij gisteren nog werkte langs te gaan. Omdat ik daar ook ooit zelf gewerkt heb in een eerste job, zowel mijn vriendin als haar broer er werken en de andere oude bekenden ook nog eens ontmoeten me wel fijn leek.
Dit idee was vrij hardnekkig aanwezig maar nog net niet in mijn agenda ingepland.
Misschien doe ik het nu alsnog één van de komende weken…

Hem zal ik nu niet meer kunnen spreken hoewel ik naar een kleine uitwisseling zoals de laatste keer had uitgekeken. Het academiejaar start nu zonder hem. Vreemd is dat.

Ik vond hem altijd grappig en vinnig. Hoe hij daar beneden in het leslokaal aan het bord stond met zijn niet zo grote gestalte. Hoe ik op een gegeven moment mijn vrouwelijke studiegenoten naast me er op attent maakte dat hij zo´n klein ‘poepke’ had en ik, toen hij zich prompt omdraaide en me recht aankeek, het akelige gevoel kreeg dat hij dat gehoord had. Focus terug op mijn blad. Verder schrijven en dimmen. Blozende wangen.

Hij was het ook die kennis uit me trok toen ik gegeneerd, met een rood en schilferig aangezicht van de stress in mijn laatste jaar het antwoord op zijn vraag poogde te formuleren op het bord en in woord. Het was op het krijtbord in het koffiekot. Met af en toe een medewerker die zijn bakje koffie kwam bijtanken, gelukkig geen praatje maakte. Toen nog niet…

Toen ik een dik jaar nadien op de dienst werkte en al enkele maanden zwanger was van mijn oudste dochter, kwam ik na de lunch verontwaardigd terug in datzelfde ‘koffiekot’ met de boodschap dat iemand me had gezegd dat ik een ‘kwakkelgangetje’ had. Ik zocht naar steun in mijn verontwaardiging. Onze professor zei boudweg ‘dat heb je altijd al gehad.’ Met een monkellachje.

Hij was een mooi mens. Mens onder de mensen, eenvoudig complex en rechtvaardig. Het was op zijn onderzoeksdomein dat ik mijn thesis maakte, met als voorbereidende opdracht een naslagwerk doornemen dat hij en enkele collega´s hadden geschreven.

Jaren later heb ik vaak nog gedroomd dat ik geen thesis vond die eenvoudig genoeg was voor me. Dan werd ik angstig wakker en daalde langzaam het besef in dat ik al een tijdje was afgestudeerd. Ook al had ik mogelijk nog steeds mijn thesis niet afgerond mocht mijn broer mij geen ‘sjot onder mijn kont’ zijn komen geven toen ik lag weg te kwijnen in de zetel bij mijn ouders thuis. Die zomer. Mijn ouders op reis en ik met het gevoel dat ik helemaal ‘niet voldoende was’ om dit diploma te halen.

Als mens heb je op je pad mensen nodig die (onvoorwaardelijk) in jou geloven en die geen moeite getroosten om je in je kracht te zetten.
Een leerkracht of professor kan die rol opnemen.

Aan R. houd ik bijzondere herinneringen over.
Ik wens zijn zus en familie veel sterkte toe.
Dat de mooie herinneringen zijn energie in leven mogen houden.  

Lieve groet aan hen, van mij.

Meer van dat

Photo by Sai De Silva on Unsplash

jij bent liefde, zei hij
waarop ik fronste
dat leek me wel erg veel en groot voor een mens
om alleen te dragen

you´re nice, vulde hij aan als antwoord op mijn zwijgen
ah, ik ben lief, dat kon ik wel plaatsen
dat had mijn dochter me ook wel eens gezegd
voor ze zich luidop afvroeg wat ik nog meer was

Ont-Moeten

Photo by Louis Hansel on Unsplash

Ik had touche. Hij wou me zijn kaartje geven omdat hij niet alleen wil zijn. Ik heb geweigerd en gezegd dat hij eens moet gaan snuisteren in het verenigingsleven.

Om kwart voor zes moest ik in het ziekenhuis zijn bij de endocrinoloog. De vorige afspraak dateerde van 2019 omdat ik door Corona dergelijke routine-gezondheidscontacten tot een minimum herleidde.

De tandarts was ook al heel lang geleden…ik was best een beetje ongerust toen ik terugging. Dat er her en der wat problemen opdoemden in mijn mond. Had een grijze zone gespot maar het bleek een vulling die verkleurd was. Foto´s gaven uitsluitsel. Geen grote schade. Oef.

Wel raadde de tandarts me aan om een elektrische tandenborstel aan te schaffen, om te voorkomen dat ik door mijn ‘te stevig poetsen’ mijn tandvlees verder zou doen terugtrekken waardoor het poreuze gedeelte van de wortel tevoorschijn zou komen. Ze had een type tandenborstel en opzetstuk voorgesteld en me voorgedaan hoe ik moest poetsen. Intussen poets ik elektrisch, maar niet met plezier. Ik vind het een beetje knoeien en de tandpasta vliegt alle kanten op. Niets fijner dan een gewone tandenborstel eens ferm met vaste hand over mijn gebit rondrazen. Good old fashioned way…
Waarom elektriciteit verknoeien voor een activiteit die niet veel inspanning vraagt?
Overigens poetste ik wel grondig, getuige de tandplak die ik bijna nooit had bij een tandartsbezoek.

Enfin, ik wijk weer af. Ik moest dus naar de endocrinoloog en de man die later mijn ‘touche’ zou blijken, had me daar gespot in de grote inkomhal. Hij sprak me aan toen ik aan het frietkot luttele kilometers verderop stond te wachten om mijn avondmaal lekker kokkerelvrij te laten verlopen.
En ja, ik had ook wel gewoon zin in frietjes.

Ik verstond bijna niet wat hij zei. Heb het hem een aantal keren gezegd maar zijn stemvolume steeg niet. Het leek wel een ‘onder-ons’ gefezel tussen hem en zijn mondmasker.

Toen ik me met mijn (hoe heet zo´n ding eigenlijk?…even goochelen…een gasten oproepsysteem en coaster, buzzer of pieper) aan een tafeltje posteerde vroeg hij of hij bij me mocht komen zitten. Ik stemde toe, waarom ook niet. Hij had duidelijk behoefte aan een babbel en ik zat toch maar te wachten.

Wat ik begreep uit zijn verhaal is dat zijn moeder in de palliatieve zorg ligt in het ziekenhuis waar ik naar de endocrinoloog moest. Dat hij er uren slijt en dat het niet lang meer zal duren voor ze sterft. En dan is hij alleen. En hij wil helemaal niet alleen zijn.

Dus stelde hij me de gedurfde vraag of ik alleen ben. Want hij is alleen en zoekende. Maar wil zijn zoektijd niet slijten achter een scherm terwijl je niet weet wie er aan de andere kant van het scherm zit. Hij wil ‘live‘ mensen ontmoeten. Hij vertrouwde me de straat toe waar hij woont. Hij zou het huis gaan verkopen. De details heb ik niet verstaan. Ik had mijn vraag om luider te spreken gestaakt na ettelijke herhalingen.

Toen mijn ‘kaske’ biepte, ging ik mijn bestelling halen en bij het buitenkomen en naar mijn fiets tronen, wenste ik hem nog succes. Hij kwam achter me aan met zijn kaartje. Dat hij zo alleen is en niemand kent. Ik raadde hem het verenigingsleven aan om zich in te bewegen. Ik weigerde het kaartje te aanvaarden en ik voel me daar helemaal niet schuldig over.

Hem was wel mijn jurk opgevallen in het ziekenhuis. Dat gaf hij ook aan. Misschien begon hij daar zelfs mee. Dat hij het een mooie jurk vindt.
Ik moet hem nageven dat hij weet hoe te charmeren…op fezeltoon.

Het is inderdaad mijn lievelingsjurk. Ze gaat al jaren mee en is superfijn om te dragen. Makkelijk te wassen ook, al heb ik hem dat allemaal niet gezegd. Een mens moet niet alles prijsgeven tenslotte.

Ik in mijn jurk met schoenen die ook mogen gezien worden. Op mijn koertje met mijn frietjes. Met een maneblusser erbij…een ingeving van het moment.
Een mens mag al eens gek doen.

Sommige mensen dansen zelfs met bomen, dat hoorde ik onlangs ook ergens vertellen. Hoe zot is dat? 😉

Mijn jurk en ik, we mogen er zijn. Maar de schoenen gaan zoveel mogelijk uit om voluit de aarde te voelen die ons draagt. Die mij en mijn jurk draagt.
Moeder aarde en haar wonderen.
Een pakje friet af en toe.
Eenvoud.

Soms is het leven simpel.
Soms maken we het onszelf moeilijk. Wedden we op één paard bijvoorbeeld…terwijl de wereld meer wonderen te verkennen geeft als we onze ogen wagenwijd open houden.

Ubuntu.

Tenslotte

als vertrouwen zich verschuilt
tussen de zoom van de gordijnen
het maanlicht fluistert
onder een onmetelijke kracht
als willens nillens nooit of nimmer
ziet wat duisternis vermag
glinstert nog licht in weke woorden
waar wat hoop de toekomst zag