Vaarwel professor

Photo by Tra Nguyen on Unsplash

Het voelt een beetje dubbel om dit te schrijven.
Of beter, om dit NU te schrijven.
Maar ik zet door en zal ermee handelen op een manier die ik gepast vind, zodra dat ik het helemaal doorvoel.

Vandaag kreeg ik een berichtje van een vriendin. Haar broer, een partner, ouder en professor waar ik nog les van heb gekregen, is gisterenavond overleden.
Een plots overlijden, onaangekondigd.
Op leeftijd maar toch te jong om te sterven.

Vorige week was ik er nog over aan het denken eens op de dienst waar hij gisteren nog werkte langs te gaan. Omdat ik daar ook ooit zelf gewerkt heb in een eerste job, zowel mijn vriendin als haar broer er werken en de andere oude bekenden ook nog eens ontmoeten me wel fijn leek.
Dit idee was vrij hardnekkig aanwezig maar nog net niet in mijn agenda ingepland.
Misschien doe ik het nu alsnog één van de komende weken…

Hem zal ik nu niet meer kunnen spreken hoewel ik naar een kleine uitwisseling zoals de laatste keer had uitgekeken. Het academiejaar start nu zonder hem. Vreemd is dat.

Ik vond hem altijd grappig en vinnig. Hoe hij daar beneden in het leslokaal aan het bord stond met zijn niet zo grote gestalte. Hoe ik op een gegeven moment mijn vrouwelijke studiegenoten naast me er op attent maakte dat hij zo´n klein ‘poepke’ had en ik, toen hij zich prompt omdraaide en me recht aankeek, het akelige gevoel kreeg dat hij dat gehoord had. Focus terug op mijn blad. Verder schrijven en dimmen. Blozende wangen.

Hij was het ook die kennis uit me trok toen ik gegeneerd, met een rood en schilferig aangezicht van de stress in mijn laatste jaar het antwoord op zijn vraag poogde te formuleren op het bord en in woord. Het was op het krijtbord in het koffiekot. Met af en toe een medewerker die zijn bakje koffie kwam bijtanken, gelukkig geen praatje maakte. Toen nog niet…

Toen ik een dik jaar nadien op de dienst werkte en al enkele maanden zwanger was van mijn oudste dochter, kwam ik na de lunch verontwaardigd terug in datzelfde ‘koffiekot’ met de boodschap dat iemand me had gezegd dat ik een ‘kwakkelgangetje’ had. Ik zocht naar steun in mijn verontwaardiging. Onze professor zei boudweg ‘dat heb je altijd al gehad.’ Met een monkellachje.

Hij was een mooi mens. Mens onder de mensen, eenvoudig complex en rechtvaardig. Het was op zijn onderzoeksdomein dat ik mijn thesis maakte, met als voorbereidende opdracht een naslagwerk doornemen dat hij en enkele collega´s hadden geschreven.

Jaren later heb ik vaak nog gedroomd dat ik geen thesis vond die eenvoudig genoeg was voor me. Dan werd ik angstig wakker en daalde langzaam het besef in dat ik al een tijdje was afgestudeerd. Ook al had ik mogelijk nog steeds mijn thesis niet afgerond mocht mijn broer mij geen ‘sjot onder mijn kont’ zijn komen geven toen ik lag weg te kwijnen in de zetel bij mijn ouders thuis. Die zomer. Mijn ouders op reis en ik met het gevoel dat ik helemaal ‘niet voldoende was’ om dit diploma te halen.

Als mens heb je op je pad mensen nodig die (onvoorwaardelijk) in jou geloven en die geen moeite getroosten om je in je kracht te zetten.
Een leerkracht of professor kan die rol opnemen.

Aan R. houd ik bijzondere herinneringen over.
Ik wens zijn zus en familie veel sterkte toe.
Dat de mooie herinneringen zijn energie in leven mogen houden.  

Lieve groet aan hen, van mij.

Meer van dat

Photo by Sai De Silva on Unsplash

jij bent liefde, zei hij
waarop ik fronste
dat leek me wel erg veel en groot voor een mens
om alleen te dragen

you´re nice, vulde hij aan als antwoord op mijn zwijgen
ah, ik ben lief, dat kon ik wel plaatsen
dat had mijn dochter me ook wel eens gezegd
voor ze zich luidop afvroeg wat ik nog meer was

Ont-Moeten

Photo by Louis Hansel on Unsplash

Ik had touche. Hij wou me zijn kaartje geven omdat hij niet alleen wil zijn. Ik heb geweigerd en gezegd dat hij eens moet gaan snuisteren in het verenigingsleven.

Om kwart voor zes moest ik in het ziekenhuis zijn bij de endocrinoloog. De vorige afspraak dateerde van 2019 omdat ik door Corona dergelijke routine-gezondheidscontacten tot een minimum herleidde.

De tandarts was ook al heel lang geleden…ik was best een beetje ongerust toen ik terugging. Dat er her en der wat problemen opdoemden in mijn mond. Had een grijze zone gespot maar het bleek een vulling die verkleurd was. Foto´s gaven uitsluitsel. Geen grote schade. Oef.

Wel raadde de tandarts me aan om een elektrische tandenborstel aan te schaffen, om te voorkomen dat ik door mijn ‘te stevig poetsen’ mijn tandvlees verder zou doen terugtrekken waardoor het poreuze gedeelte van de wortel tevoorschijn zou komen. Ze had een type tandenborstel en opzetstuk voorgesteld en me voorgedaan hoe ik moest poetsen. Intussen poets ik elektrisch, maar niet met plezier. Ik vind het een beetje knoeien en de tandpasta vliegt alle kanten op. Niets fijner dan een gewone tandenborstel eens ferm met vaste hand over mijn gebit rondrazen. Good old fashioned way…
Waarom elektriciteit verknoeien voor een activiteit die niet veel inspanning vraagt?
Overigens poetste ik wel grondig, getuige de tandplak die ik bijna nooit had bij een tandartsbezoek.

Enfin, ik wijk weer af. Ik moest dus naar de endocrinoloog en de man die later mijn ‘touche’ zou blijken, had me daar gespot in de grote inkomhal. Hij sprak me aan toen ik aan het frietkot luttele kilometers verderop stond te wachten om mijn avondmaal lekker kokkerelvrij te laten verlopen.
En ja, ik had ook wel gewoon zin in frietjes.

Ik verstond bijna niet wat hij zei. Heb het hem een aantal keren gezegd maar zijn stemvolume steeg niet. Het leek wel een ‘onder-ons’ gefezel tussen hem en zijn mondmasker.

Toen ik me met mijn (hoe heet zo´n ding eigenlijk?…even goochelen…een gasten oproepsysteem en coaster, buzzer of pieper) aan een tafeltje posteerde vroeg hij of hij bij me mocht komen zitten. Ik stemde toe, waarom ook niet. Hij had duidelijk behoefte aan een babbel en ik zat toch maar te wachten.

Wat ik begreep uit zijn verhaal is dat zijn moeder in de palliatieve zorg ligt in het ziekenhuis waar ik naar de endocrinoloog moest. Dat hij er uren slijt en dat het niet lang meer zal duren voor ze sterft. En dan is hij alleen. En hij wil helemaal niet alleen zijn.

Dus stelde hij me de gedurfde vraag of ik alleen ben. Want hij is alleen en zoekende. Maar wil zijn zoektijd niet slijten achter een scherm terwijl je niet weet wie er aan de andere kant van het scherm zit. Hij wil ‘live‘ mensen ontmoeten. Hij vertrouwde me de straat toe waar hij woont. Hij zou het huis gaan verkopen. De details heb ik niet verstaan. Ik had mijn vraag om luider te spreken gestaakt na ettelijke herhalingen.

Toen mijn ‘kaske’ biepte, ging ik mijn bestelling halen en bij het buitenkomen en naar mijn fiets tronen, wenste ik hem nog succes. Hij kwam achter me aan met zijn kaartje. Dat hij zo alleen is en niemand kent. Ik raadde hem het verenigingsleven aan om zich in te bewegen. Ik weigerde het kaartje te aanvaarden en ik voel me daar helemaal niet schuldig over.

Hem was wel mijn jurk opgevallen in het ziekenhuis. Dat gaf hij ook aan. Misschien begon hij daar zelfs mee. Dat hij het een mooie jurk vindt.
Ik moet hem nageven dat hij weet hoe te charmeren…op fezeltoon.

Het is inderdaad mijn lievelingsjurk. Ze gaat al jaren mee en is superfijn om te dragen. Makkelijk te wassen ook, al heb ik hem dat allemaal niet gezegd. Een mens moet niet alles prijsgeven tenslotte.

Ik in mijn jurk met schoenen die ook mogen gezien worden. Op mijn koertje met mijn frietjes. Met een maneblusser erbij…een ingeving van het moment.
Een mens mag al eens gek doen.

Sommige mensen dansen zelfs met bomen, dat hoorde ik onlangs ook ergens vertellen. Hoe zot is dat? 😉

Mijn jurk en ik, we mogen er zijn. Maar de schoenen gaan zoveel mogelijk uit om voluit de aarde te voelen die ons draagt. Die mij en mijn jurk draagt.
Moeder aarde en haar wonderen.
Een pakje friet af en toe.
Eenvoud.

Soms is het leven simpel.
Soms maken we het onszelf moeilijk. Wedden we op één paard bijvoorbeeld…terwijl de wereld meer wonderen te verkennen geeft als we onze ogen wagenwijd open houden.

Ubuntu.

Tenslotte

als vertrouwen zich verschuilt
tussen de zoom van de gordijnen
het maanlicht fluistert
onder een onmetelijke kracht
als willens nillens nooit of nimmer
ziet wat duisternis vermag
glinstert nog licht in weke woorden
waar wat hoop de toekomst zag

De brief

Photo by Green Chameleon on Unsplash

Met dit bericht startte ik ooit mijn blogexperiment in 2014.
Vandaag de brief aan mijn overleden ‘baas’ van toen, in audio- en tekstvorm.

Dag professor,

Het voelt nog steeds een beetje vreemd, maar na jaren van aarzelen dan toch dit schrijven.
Al weet ik niet eens of u me nog onderscheidt in uw herinnering.

Voor mij begon een mooi verhaal halfweg 1997 toen ik bij u op sollicitatiegesprek kwam. De derde ronde. Mijn dochter, toen tien maanden oud, lag in het ziekenhuis maar u gaf me ruimte en een eerlijke kans op de job met een paar weken uitstel voor het beslissende gesprek. Ook al onderstel ik dat uw agenda niet erg veel vrije ruimte ademde. Bovendien was de start van het project urgent omwille van de contractuele afspraken met een handvol strategische partners.

Ik herinner me haarscherp wat het eerste was dat u me vroeg toen ik op gesprek kwam.
Hoe het met mijn dochter ging. Weet u dat nog?
Ik zie ook nog helder voor me hoe u non-verbaal reageerde toen ik aangaf dat mijn dochter er wellicht niet aan zou sterven. Hoe u toen een krimp gaf. Heel subtiel.
Ik was er even door uit evenwicht. Zag u mijn hapering toen, professor?

Ook later zou ik uw betrokkenheid en zorg ervaren. Elke vijf minuten overleg die ik aan één van uw secretaresses vroeg wanneer ik dreigde vast te lopen op een vraagstuk. U maakte tijd voor me.
Zette me telkens op het spoor dat toeliet dit internationale pilootproject, uw geesteskind, te doen slagen. En uw opzet slaagde. Met overweldigende respons.
Het project liep. Liep goed. Werd stilaan routine.

Maar u, u had kanker. En ik wist dat. Ik wist dat zelfs zeer snel.
Doordat de zus van uw schoonzoon me dit had toevertrouwd in mijn eerste werkweek.
‘Maar ik moest het zwijgen.’
Ik onderstel dat u dat bij leven nooit heeft geweten.

De krimp die u gaf bij het sollicitatiegesprek. Het daagde me.
Sterfelijkheid stond toen al enkele jaren vetgedrukt in uw agenda.

Ik had uw pijn bij onze eerste ontmoeting opgemerkt en detecteerde hem nog vele keren daarna.
Maar ik zweeg, ook al voelde ik de zwaarte van de last die u droeg.
Toen ik op een keer uw grimas zag toen u moeizaam opstond uit uw bureaustoel en ik stilletjes opperde om een ander moment terug te komen. Herinnert u zich dat moment en hoe u mijn voorstel toen weigerde?
U ging door. Dwars door de pijn. Zolang het kon.

Het is in tranen dat ik dit schrijven afrond. Het verhaal dat zo mooi startte meer dan twintig jaar geleden, het is niet af voor mij. Uw dood en wat daarop volgde waren te onwezenlijk. Ik kon en kan het nog steeds niet vatten.
Weet u, soms overspoelt me nog de vraag of ik deel uitmaakte van een interuniversitair experiment, toen, onder uw hoede…
Maar ook op die vraag wens ik intussen geen antwoord meer.
Wat levert het me op, nietwaar?!

Misschien klinkt het vreemd, maar ik ben u immens dankbaar voor uw mentorschap.
U geloofde in mij. U geloofde dat ik dit complexe project aankon.
Dat heeft mijn potentieel doen bewegen.
Mezelf dat herinneren, helpt ook nu nog.

In voor en tegenspoed.

U genegen,
Fiducia

Om-doen

Photo by Rafaela Biazi on Unsplash

Vandaag heb ik me voorgenomen elke dag iets op een andere manier te doen.
Gewoon, om mezelf open te stellen voor verwondering en zo mijn creativiteit te voeden.

Eergisteren nam ik trouwens al een omweg om naar de supermarkt te rijden.
Het leverde me een gedicht op.

Een tijdje geleden besliste ik ook om mijn afwas op een andere manier te doen. Dat klinkt wellicht gek. Maar daar waar ik eerder eerst alles afwaste en op mijn kleine aanrecht ‘installeerde’ voor de afdroog, doe ik nu de afwas in porties. Alsof ik de afwas niet alleen doe maar opsplits in afwasser en afdroger die meer op elkaar zijn afgestemd. En op de grootte van mijn aanrecht.

Op één of andere manier geeft die manier van werken me meer rust.
Het is als aan de lopende band staan en sneller kunnen switchen tussen taken.
Zo heb ik minder het gevoel dat wat ik doe ‘saai’ is.

Daarstraks heb ik dan beslist welke bestemming ik mijn aanrecht geef, weg van ‘parkeerruimte’.
Dat voelt echt veel ruimer, een ‘zo-goed-als-leeg’ aanrecht.

Gisteren heb ik ook het boek ‘The Artist´s Way’ van Julia Cameron opnieuw vastgenomen.
Meteen ook een eerste planning gemaakt van wanneer ik welke opdrachten ga maken deze week.
Ik had blijkbaar de vorige datum dat ik met hoofdstuk één begon genoteerd in het boek.
Dat was september tweeduizenddertien. We zijn een dikke zeven jaar verder.
Benieuwd van waar dit nieuwe traject van twaalf weken me brengt.

Hopelijk zal de inspiratie daardoor ook weer soepeler haar weg tot me vinden.
De criticus is dezer dagen zeer sterk aanwezig en mezelf afbreken hoort daar iets te stellig bij om nog aangenaam te zijn. Daar omschrijft ze weer haar gemoedstoestand op een eufemistische manier.

Ik kan ook eens op zoek gaan naar het doosje dat ik ooit kreeg aan het einde van een cursus improvisatie gecombineerd met meditatie. Het stak vol met opgerolde oranje papiertjes met suggesties om dingen op een andere manier te doen. Suggesties die even doen stil staan.

Omdenken.nl geeft ook inspiratie op dat vlak. Je kan je er bijvoorbeeld inschrijven om dagelijks ‘omdenk’spreuken in je mailbox te ontvangen.

En verder wil ik eindelijk stellig werk maken van ontspullen. Op een duurzame manier.
Dus niet van ‘iets aanschaffen dus eerst iets wegdoen’, maar ‘wegdoen’ tout court, omdat ik het nu eenmaal niet vastneem laat staan echt nodig heb.
Wegdoen omdat het mijn ruimte bezet.
Ontspullen om naast fysieke ook mentale ruimte vrij te maken, die dan mag gevuld worden met nieuwe ervaringen.

Overigens zijn in het boek van Julia Cameron de ochtendpagina´s en het kunstenaarsafspraakje de belangrijkste instrumenten om de creativiteit weer te doen stromen. En, heel confronterend, opschrijven wat de criticaster in mezelf allemaal aan ‘waarheden’ spuit.
Om er dan een weerwoord bij te verzinnen en dat weerwoord in affirmaties te gieten die de eigen energie hopelijk wat meer met positiviteit voedt.

Waar ik straks zal uitkomen weet ik niet.

Ik heb me gerealiseerd dat ik een zevental jaren verder ben in mijn relatie met schrijven en dat ik nu wellicht andere dingen oppik uit het boek. Ook mijn blog dateert van zesentwintig maart tweeduizendveertien. Ook een zevental jaar geleden.
Ik heb voor maandag een brief klaar die ik vorig jaar schreef als reactie op een opdracht in een schrijfcursus. Een brief gerelateerd aan het allereerste blogbericht dat ik publiceerde.

Ik begreep uit een webinar die ik onlangs volgde dat een volwaardig leerproces zowat zeven jaar in beslag neemt. En dat er daarna een nieuwe periode van zeven jaar start waar de relatie met het geleerde een andere vorm aanneemt.

Benieuwd wat zich aandient en waar ik binnen zeven jaar sta in mijn relatie tot schrijven…

Opbrengst

Photo by Javardh on Unsplash

ik nam een omweg zag je liggen
stopte, draaide, nam je mee

hoe hoedanook jou zien
me onvoorwaardelijk doet houden
van wat achterblijft

en ongezien door anderen houvast mag zijn

omdat ik vroeger ooit verwoordde
dat wat daar ligt ook licht kan zijn
in uitgesproken woorden

wie neemt mij mee als ik ben afgedankt
door aardse slotakkoorden?

Ingesproken versie van ‘Opbrengst’

What does KIWI stand for?

Photo by Esther Wechsler on Unsplash

Hij weefde het letterwoord ergens vlotjes doorheen zijn verhaal.
Dat ze daarmee via mail geantwoord had toen hij een technische vraag had gesteld.
“LMGTFY”
Ik vroeg hem even opnieuw dat letterwoord te articuleren, omdat het me niet bekend in de oren klonk. Blijkbaar betekent het “Let Me Google This For You.”

En zo leer ik dagelijks bij.
Het vier-letterwoord RTFM kende ik al langer. “Read The Fucking Manual.”
Die manual, die tussen het tijdstip dat dit acroniem voor het eerst mijn oren bezocht en De Dag Van Vandaag (DDVV) wellicht ook te vinden is op het Internet.
Waar je online bovendien niet doorheen de inhoudstafel moet navigeren omdat je kan zoeken op woorden, stel u eens achter.
Als je al het exacte (technische) woord kent in die taal, want dat is ook nog geen evidentie.

Gisteren heb ik trouwens nog geleerd hoe ik online betere resultaten kan bekomen voor vertalingen. Vaak vulde ik alleen het woord in waarvan ik de vertaling zocht. Wat vaak een vreemde combinatie opleverde in de context van de tekst die ik onder de loep nam. Nu geef ik de context mee, door een paar relevante woorden extra mee te geven, een zinnetje, bij wijze van spreken.
In mijn geval, gisteren, gaf dat alleszins een vreugdedansje omdat ik ineens het licht zag in de tekst.
Ik heb er dan maar meteen een regenboog van geplooid.

En volledig los daarvan kreeg ik een Russisch zinnetje door met één Vlaamsch woordje ertussen…omdat ik nu eenmaal nieuwsgierig ben, heb ik dat door de vertaalsleutel gehaald en patat, dat was gewoon een perfect te begrijpen Vlaamse friet geworden!
Vlaamse friet…alsof friet Vlaams is…maar goed, dat gaat buiten mijn beentje.

En zo vul ik mijn arsenaal aan wetenswaardigheden.
En als ik ze hier niet altegader zou neerpennen in blogberichten, zou ik volgend jaar op hetzelfde tijdstip wellicht al niet meer weten welke inzichten ik gegenereerd heb, terugkijkend op mijn vorig jaar.

En ik die zo graag verlicht wil worden…of is het zijn als het tegenwoordig was?!

Daarom heb ik me ingeschreven voor een sport-challenge van een maand.
Ook omdat ik al een hele tijd het voornemen heb om mijn sportbroek aan te trekken, sportschoenen eronder te hangen en uit lopen te gaan. Richting park, omdat daar recent zo van die ‘barren’(?!) geplaatst zijn.
En daar vond ik het woord dat ik ook nooit eerder ontmoette: ‘calisthenics’.
Omdat je dus die ‘sport’ kunt beoefenen aan die ‘barren’.

Ik zie me er al, met bijgetrainde buikspieren, inzetten om weer eens heel-lang-geleden-gekunde oefeningen te doen. Net zoals ik een tijd geleden mezelf ook had voorgenomen om vóór mijn vijftigste opnieuw radslag zonder handen te draaien. Dat heb ik geoefend in datzelfde park. Zonder barren, met handen maar doendst alsof het zonder was.

De beweging is nog gekend in mijn lichaam, maar mijn handen heb ik niet durven wegtrekken.
Ook omdat er geen hulp stond om me dat extra zetje te geven mocht het nodig zijn en omdat ik eigenlijk ook niet onnozel moet doen. Wie wil er nu op zijn vijftigste per sé zotte kuren uithalen?

Hoewel. Je bent een kiwi op de schaal van fruit of je bent een klokhuis.

Omdat een vriend van me, mijn co-creatiemaatje voor mijn favoriete gedichtje dat ik bij wijze van vulling eindelijk eens heb ingelezen tussen wat vernieuwende djingles door.
Of zijn het jingles, zoals diezelfde laatstgenoemde vriend ze verwoordde?
Rara, waar staat het rode wiebelstreepje onder in mijn word-bestand…?

Dus, ik had me één der afgelopen dagen ingeschreven voor een sport-challenge, maar ik krijg de info niet door. Tenzij ik ze pas door krijg op de dag dat het start, maar dan mogen ze me dat op zijn minst laten weten, toch?!

Dus ben ik nu in afwachting.
En als er niets komt, dan trek ik bij wijze van protest alsnog gewoon mijn sportbroek aan, loop-wandel-puf-herbegin-loop-rood-aan en mompel tot aan het park en zoek de barren op om een beknopte reuzendraai te maken. Mét handen.

En als ook dat niet lukt tegen mijn zestigste, dan zal ik me moeten herschikken op de schaal van fruit denk ik.
Dan moet ik mijn goede vriend  weer even lijnen voor een co-creatie-uurtje of -kwartiertje of sms.
Of zo.

Een essentie

Photo by Minnie Zhou on Unsplash
Essentie door Fiducia Caro

Die taal toch.
Vaak kom ik in teksten twee termen in een opsomming tegen waarvan ik denk “is dat nu niet net hetzelfde?”
Zo spotte ik recent ‘duidelijk en helder’, ‘voeding en voedsel’ en eentje waar ik me wel vaker bij afvroeg waar het verschil schuilt en er nog geen zoekactie over ondernam: ‘psychisch en mentaal’.

Dus ga ik er nu maar eens werk van maken en bekijken waar, alvast in deze opsommingen, het verschil schuilt.
Als ik het al vind. Ik ga voor de online zoektocht in de wetenschap dat daar een foutmarge op kan zitten. Ik zal zien waar ik land of strand. (is dat ook niet net hetzelfde? 😊)

Een poging via vandale.be
Eerste duo:
Duidelijk: gemakkelijk te begrijpen; helder, goed te onderscheiden
Helder: optie 3 geeft ‘duidelijk’

Wat mij betreft is er dus geen meerwaarde om die twee termen te gebruiken.
Misschien nog wel naargelang de context…heb zo meteen geen voorbeeld.

Volgende duo:
Voeding: 1 – het voeden; 2 – voedsel…
ja, lap…toch nog even dubbel checken:
Voedsel: alles wat kan worden gegeten; = eten

Ook hier zie ik weinig meerwaarde om beide termen te gebruiken.
Al voel ik intuïtief wel aan dat niet alle voedsel voeding is – al was het maar wat de ziel betreft…

Derde duo:
Psychisch: geestelijk, niet lichamelijk (tegenstellingen: fysiek of somatisch)
Mentaal: in (of van) de geest: mentaal opgewassen zijn tegen iemand of iets

Welaan, veel wijzer word ik niet van deze zoektocht.

Maar een woord dat ik daarstraks tegenkwam, al ken ik het al wel langer dan vandaag maar was het me nog niet eerder opgevallen:
‘een kind ont-wikkelt zich…’ en ‘de ont-wikkeling van het kind.’

Wat ik als herkomst vond voor ‘ontwikkelen’ op ivdnt.org (van het instituut voor Nederlandse taal):

Het hoogduitse ‘entwickeln’ en het franse ‘développer’ zouden aan de basis liggen van dit woord.
Als alternatief woord staat er ‘ontvouwen’ en ‘doen ontstaan’.
Al zou een platte ‘ontvouwing’ ook tot ‘uit de doeken doen’ kunnen leiden.
Heeft wel net een andere betekenis.

Beide vind ik een beetje vreemd in de context van de uitdrukking die ik aanhaalde:
‘het kind ontwikkelt zich.’

Eerlijk gezegd vind ik dat een kind meer van zijn aangeboren talenten en gevoeligheden verliest doorheen de jaren, de opvoeding en de scholing, dan dat hij zich ontvouwt. Doordat hij bij wijze van spreken woorden aanleert die een ‘wonder’ in zijn of haar nieuwsgierige beleving reduceren tot ‘citroen’. Bumba wordt wellicht nooit eerst ‘citroen’ genoemd omdat je je over Bumba kan blijven verwonderen. Of niet? Een mooie ‘ontwikkeling’ van een peuter betreft het laten ervaren wat de smaak van een citroen is. Ik zie het zo voor mij…
Eén en al rimpelsnoet.

Toen ik een tijd geleden de vraag kreeg in lichtjes bevreemdende zinsopbouw “wat is dat voor een boom?”, toen zei ik “dat is een mooie boom”. Omdat ik wist dat de vraagsteller het antwoord wist en ik hem wou aangeven dat ik de essentie van die boom nog vat en hem niet ‘ontwikkel’ tot ‘berk’.

Misschien wil die boom zich anders noemen. ‘Boompa’ misschien. En zou hij niet liever willen dan zich kunnen ontwikkelen als verspreider van meer van dat moois op andere plekken waar kinderen dan nog kunnen klimmen zonder zich af te vragen of de boom dat fijn vindt.
En zonder breuk van tak of arm. Beide kan ook nog…
Ik ga het mij maar niet achterstellen.

Ach,ik zie al vanop een afstand dat ik me teveel vragen stel.

Toch ten laatste nog even benadrukken dat de authenticiteit, nieuwsgierigheid en flexibiliteit van kleine ukjes en peuters zich wat mij betreft niet moeten ontvouwen, maar gekoesterd weten.
Omdat die kwaliteiten het leven op latere leeftijd zoveel mooier maken omdat het wat mij betreft duidelijk voeding betreft voor de mentale veerkracht.

Daar wordt wel meer over verteld vandaag, heb ik horen proeven.

Laat die maskers maar af.
Leer gewoon nog wat meer smoelen trekken in alle spontane eenvoud…camera aan en al…

PS: is dat laatste nu een pleonasme?