Het kind in ons

Photo by 和 平 on Unsplash

Ze moest ermee lachen. Ik had bij de online workshop aangegeven in de chat dat ik plezier haal uit ‘de aandacht van kinderen trekken en dan snuiten trekken’. En vervolgens zien hoe de kinderen erop reageren.

Ze adviseerde ons om ons innerlijk kind voluit te leven, dus ook in de praktijk te brengen wat ons plezier gaf. Dus posteerde ik me na de workshop op een plek waar kinderen voorbij komen en bracht mijn plezier in actie.

Het eerste kindje schat ik vier jaar. Ze keek me brutaal aan, papa en de andere dochter waren één en al oog voor een opstelling, een onderdeel van een zoektocht. Dus trok ik een snuit naar de kleine uk en keek hoe ze reageerde.

Het was grappig, het leek wel of ze helemaal niet verbaasd was dat een vreemde vrouw daar snuiten zat te trekken. Maar toen ze verder trokken hoorde ik haar toch papa aanspreken met ‘die mevrouw…’ en de rest verstond ik niet. Papa leek alleszins ook niet verbaasd want hij keek niet om naar het voorwerp van verhaal van zijn dochter.

Zoektochten. Ik ben er niet echt goed in.

In het Vrijbroekpark in Mechelen loopt tot eind augustus een zoektocht volledig in het teken van het wondermooie boek ‘De kleine prins’. Dat brengt me op een ander verhaal.

Er was een tijd dat ik mijn slaaptijd liet inleiden door het luisteren naar Joe FM. Vaak was er op dat tijdstip een verzoekprogramma. Toen ik op een keer een sms had gestuurd om mijn favoriete liedje door te geven, belden ze me op. Ze vroegen of er iemand naast me in mijn bed lag. Ik antwoordde in de ether naar waarheid dat er enkel boeken en een notitieblok in lagen. Ze wilden weten welke boeken. Ik wist het niet eens uit mijn hoofd, maar zag De kleine prins liggen en antwoordde eerlijk dat onder andere dit boekje me gezelschap hield.

Ze waren met twee presentatoren, een man en een vrouw, vraag me geen namen… De man sprak verbaasd dat het een boekje is dat in de middelbare school wordt gelezen. Ik gaf aan dat het over waarden gaat en dat die af en toe best mogen opgefrist worden. Vandaar die keuze van bedlectuur.

Tja. Moet je als volwassen persoon dan echt alleen dingen doen die een volwassene behoort te doen? Boeken lezen van het kaliber dat verwondering en ontzag opwekt bij de toehoorders?

Ik ben het er alleszins niet mee eens. Een kinderboek of prentenboek bevat vaak in beknopte en eenvoudige vorm veel levenswijsheden.

Tot mijn favorieten behoren Pippi Langkous, Het meisje dat nevel weefde en Het land van de grote woordfabriek. Koning van Katoren en De brief voor de koning, voor wat oudere kinderen, kunnen me ook erg bekoren.

Onlangs kreeg ik de vraag of ik soms naar ‘flutprogramma´s’ kijk of stationsromannetjes lees.
Neen dus, omdat ik geen TV-abonnement heb en omdat ik de fase van romantische verhalen van de orde van stationsromannetjes voorbij ben. Al heb ik recent ‘De Toverberg’ toch ook snel naar de bibliotheek teruggebracht nadat ik me door de eerste paar pagina´s had geworsteld.

Een beetje zotternij nu en dan.
Niets fijner dan dat.
Het kind in jezelf laten spelen.

En de papa´s moeten daar helemaal niet verbaasd op reageren.

Mijn duifje

Photo by 卡晨 on Unsplash

Ze landde op nog geen meter van ons verwijderd. Wij zaten daar maar wat te keuvelen op mijn koertje. Een hernieuwde verbinding waar het lijntje al zo´n achtendertig jaar geleden werd gelegd.
‘Ze is op zoek naar water’, zei C. waarop hij prompt wat water uit zijn glas op de grond kapte en de reactie van de duif nauwlettend gadesloeg.

Mevrouw duif had het naar haar zin, liep heen en weer. Steeds dichter ook. Maar ze ging niet naar het water.
Ik besloot haar uit te dagen en posteerde mijn bijna volle glas water op de grond. Mevrouw duif liep heen en weer. Ze was van het soort wit dat ik nog niet eerder tegenkwam in duif op mijn koertje. Een kleine donkere waaier aan glanzende tinten in haar nek.
Ze liep heen en weer, steeds dichter naar het glas. Maar drinken deed ze niet. Durfde ze niet?!
Tot ze luttele tellen later stijl omhoog haar weg vervloog tot bovenop de aanpalende muur.

‘Een vredesduif’, zei ik.
Ze gaf ons een moment om ons te verwonderen.
Zij vormde de inspiratie tot dit schrijven. Dankbaar voor haar verschijning.

Danku, mijn duifje!
Ach kijk, nu klinkt ik zelf als een opa die zijn liefde voor mevrouw nog voelt borrelen.
Ook in het grappige en ontroerende prentenboek ‘mijn opa is een boom’ van Kim Crabeels en Ingrid Godon wordt ‘mijn duifje’ aangehaald, naast andere gekke vogels.

Al dat vreemde gevederte, een boeiende materie …

De brief

Photo by Green Chameleon on Unsplash

Met dit bericht startte ik ooit mijn blogexperiment in 2014.
Vandaag de brief aan mijn overleden ‘baas’ van toen, in audio- en tekstvorm.

Dag professor,

Het voelt nog steeds een beetje vreemd, maar na jaren van aarzelen dan toch dit schrijven.
Al weet ik niet eens of u me nog onderscheidt in uw herinnering.

Voor mij begon een mooi verhaal halfweg 1997 toen ik bij u op sollicitatiegesprek kwam. De derde ronde. Mijn dochter, toen tien maanden oud, lag in het ziekenhuis maar u gaf me ruimte en een eerlijke kans op de job met een paar weken uitstel voor het beslissende gesprek. Ook al onderstel ik dat uw agenda niet erg veel vrije ruimte ademde. Bovendien was de start van het project urgent omwille van de contractuele afspraken met een handvol strategische partners.

Ik herinner me haarscherp wat het eerste was dat u me vroeg toen ik op gesprek kwam.
Hoe het met mijn dochter ging. Weet u dat nog?
Ik zie ook nog helder voor me hoe u non-verbaal reageerde toen ik aangaf dat mijn dochter er wellicht niet aan zou sterven. Hoe u toen een krimp gaf. Heel subtiel.
Ik was er even door uit evenwicht. Zag u mijn hapering toen, professor?

Ook later zou ik uw betrokkenheid en zorg ervaren. Elke vijf minuten overleg die ik aan één van uw secretaresses vroeg wanneer ik dreigde vast te lopen op een vraagstuk. U maakte tijd voor me.
Zette me telkens op het spoor dat toeliet dit internationale pilootproject, uw geesteskind, te doen slagen. En uw opzet slaagde. Met overweldigende respons.
Het project liep. Liep goed. Werd stilaan routine.

Maar u, u had kanker. En ik wist dat. Ik wist dat zelfs zeer snel.
Doordat de zus van uw schoonzoon me dit had toevertrouwd in mijn eerste werkweek.
‘Maar ik moest het zwijgen.’
Ik onderstel dat u dat bij leven nooit heeft geweten.

De krimp die u gaf bij het sollicitatiegesprek. Het daagde me.
Sterfelijkheid stond toen al enkele jaren vetgedrukt in uw agenda.

Ik had uw pijn bij onze eerste ontmoeting opgemerkt en detecteerde hem nog vele keren daarna.
Maar ik zweeg, ook al voelde ik de zwaarte van de last die u droeg.
Toen ik op een keer uw grimas zag toen u moeizaam opstond uit uw bureaustoel en ik stilletjes opperde om een ander moment terug te komen. Herinnert u zich dat moment en hoe u mijn voorstel toen weigerde?
U ging door. Dwars door de pijn. Zolang het kon.

Het is in tranen dat ik dit schrijven afrond. Het verhaal dat zo mooi startte meer dan twintig jaar geleden, het is niet af voor mij. Uw dood en wat daarop volgde waren te onwezenlijk. Ik kon en kan het nog steeds niet vatten.
Weet u, soms overspoelt me nog de vraag of ik deel uitmaakte van een interuniversitair experiment, toen, onder uw hoede…
Maar ook op die vraag wens ik intussen geen antwoord meer.
Wat levert het me op, nietwaar?!

Misschien klinkt het vreemd, maar ik ben u immens dankbaar voor uw mentorschap.
U geloofde in mij. U geloofde dat ik dit complexe project aankon.
Dat heeft mijn potentieel doen bewegen.
Mezelf dat herinneren, helpt ook nu nog.

In voor en tegenspoed.

U genegen,
Fiducia

W(A)arde-vol

Photo by ROBIN WORRALL on Unsplash

Als ik (ik geef het toe: online) opzoek wat de etymologie van het woord ‘definiëren’ is, kom ik het volgende tegen:
ww. ‘betekenis omschrijven, grenzen bepalen’

En als ik de etymologie opzoek van het woord ‘authenticiteit’ kom ik op
‘echtheid’ -> Indonesisch oténsitas ‘oorspronkelijkheid’.

OK. Zucht!
Waar wil ons Fiducia naartoe?

Even doorvoelen.

Ik hou me daar eigenlijk allemaal niet mee bezig, met wie wat in de wereld zet en hoe.
Toch niet bewust. Maar daarnet was ik dus deelgenoot van (of is het ‘aan’?) een webinar waar de woorden ‘veerkracht’, ‘authenticiteit’ en ‘kwetsbaarheid’ , die ik her en der ook vaker zie opduiken… (zal ook wel weer uit China komen of zijn oorsprong vinden in een apartheidsregime als het werken in shiften)…
Enfin, onder andere die drie woorden werden dus zorgvuldig gebruikt en van een definitie voorzien.

Ik had na een tiental minuten mijn camera uitgeschakeld in de zoomsessie, omdat ik eigenlijk door mijn raam naar de kinderen wou kijken die met hun enthousiasme over sneeuw en slee en elkander mijn oren en ogen charmeerden. Maar ik volgde verder de webinar op non-videalistische modus en schreef her en der iets op.
Wenkbrauwfronsels gevolgd door suggesties.

Wat ik ook al vaker in de luttele leiderschaps- en adviseursmiddens-waaraan-ik-al-deelnam heb waargenomen, is dat men allerlei tools hanteert als het over authenticiteit gaat.
Dat wringt een beetje hier, ik kan het niet anders uitdrukken.
Instructie één: ‘wees spontaan’. (Ziedaar de eerste paradox.)

Maar goed, waar zat ik.

Ik nam onder andere waar dat werd gezegd dat je je ‘ook op de werkvloer kwetsbaar moest durven opstellen’. Dat je ‘transparant moet zijn over alles wat je ervaart‘, dat ook.

Ik dacht aan die talloze keren dat ik op vergaderingen wind in mijn darmen had, maar zweeg het stil. Of die keren dat het lange oorhaar van een vergadergenoot me van de vergaderagenda hield of gebrek aan zuurstof me deed verlangen naar buiten. Waar ik persoonlijk enkel in het laatst genoemde geval iets ‘in de groep’ zou gooien. Omdat ik misschien de metaforiaanse kanarie ben in de koolmijn en mogelijk enkele andere vergaderleden ook nood hebben aan zuurstof. Adempauze. Om daarna weer te kunnen focussen.

Waarom zou ik iets in de groep gooien over het oorhaar van een vergadergenoot, als ik er in mijn verbeelding al de verbinding mee was aangegaan vanuit de wind in mijn darmen.
Wie weet begin ik dan plotsklaps een gedicht aan te heffen over de schuimkoppen op zee.
Wie is daar tenslotte bij gebaat, behalve de strooidiensten?

En ineens, via een wel heel grote omweg, doorkruiste het woord ‘fractalen’ mijn gedachten.

Want toen het moment werd aangekondigd om even reacties van de ‘luisteraars’ te verzamelen, ‘omdat dat belangrijk is’, was ik al een paar minuten terug in beeld, unmute-tetterde ik mijn microfoon en gaf aan dat ik weliswaar enkel auditief had geparticipeerd aan de uiteenzetting, maar dat ik een paar suggesties had. En ik formuleerde de keuze aan de ‘boodschappers van deze nieuwe dienstverlening’ dat ik deze suggesties hier en plein public kon geven tenzij ze liever hadden dat ik het op een andere manier deed.

Ik werd vriendelijk verzocht mijn suggesties voor een ander moment te houden.
Heb dan nog even geluisterd naar een vraag van een andere ‘luisteraar’ maar heb dan chatgewijs mijn afscheid ingeluid en de mensen een warme groet en succes toegewenst.

Mensen worden vandaag uitgenodigd hun kwetsbaarheid te tonen.
Moet je je dan als organisatie stoerder voordoen dan je bent?

Hoe ‘echt’ of ‘waardevol’ is ‘authentiek’, als het niet (alom)tegenwoordig is?
En met het oog op charmante herinneringen:
Zout ge als kind liever:

Sleeën in het midden van de straat of
in de patatten (zitten) met uwe Natuur?
Peperduur! (omdat dat rijmt!)

Een start

Photo by Isaac Quesada on Unsplash

Vandaag heb ik een nieuwe handtekening onder mijn mail geprogrammeerd.
En ik vraag me af hoe mijn energiehuishouding zou reageren als ik een mail met deze handtekening in mijn eigen postbus vond.
Het woord “onberoerd” is hier niet aan de orde.
Ik denk wel dat het warmpjes mag binnenkomen…maar ik kan me vergissen.

In mijn normale doen zou ik hier nu neerpennen hoe die handtekening klinkt.
Maar ik ben niet in mijn normale doen. Niet dezer dagen.
Op verkenning ben ik. Behoorlijk overspoeld bij momenten. Maar dankbaar voor de fundering die ik telkens weer weet te vinden. En de tools, waarmee ik aan de slag mag.

Inneringen ooit gedrukt in mijn be-levingswereld poppen op in vragende vorm.
Waar de vragen bleven van anderen, die ik wel aan mezelf stelde, maar te jong om ernstig te nemen.
Hoe mijn, ons, …
Hoe aanvoelen opzij geduwd werd, omdat wijsheid ontbrak om er op een gezonde manier mee om te gaan.

Ik laat de energie hier even hangen.
Maar ik beloof je ze weer in beweging te zetten.

Omdat ik intussen de tools heb ontdekt om levensenergie te doen vloeien.
Hoe vast ze ook zit. Niet alles ineens, neen, natuurlijk niet…maar een knoop met een keer.
Stormachtig na het loswrikken, gevolgd door uitdeinen en in vertrouwen overgaan tot verder kabbelen.
Door in eerste instantie die knoop niet te negeren. Door er aandacht aan te geven op een liefdevolle en zorgzame manier. Als dat al niet hetzelfde is…
Op een koesterende manier misschien, op een manier zoals je een pasgeboren baby in de handen neemt, voorzichtig omwille van de broosheid, nieuwsgierig naar heel het potentieel aan levenservaringen dat schuilgaat achter die gesloten oogjes en met je handen in een energie-kommetje waarin dat kleine mensje zich geborgen weet.
In al haar onwetendheid van wat er in haar buitenwereld wacht.

Nog één kleine stap ben ik af van het huilen.
Ik zie wel wat er gebeurt.
Ik zal er hier eerlijk over zijn.
Beloofd.

Hoe kan je vandaag veiligheid beloven?
Neen, niet dus. Veiligheid is een illusie.
Maar wat wel van waarde is: hoe kan je vandaag mensen een veilig gevoel garanderen, een plek om te ankeren?
Dat laatste ligt niet buiten hen/ons. Dat moeten ze/we vanbinnen ontdekken.
Het helpt als je instrumenten ter beschikking hebt om dat veiligheidsgevoel grond te geven.
Het helpt niet als mensen in je omgeving je wijsmaken dat je angst ongegrond is, nergens op slaat.
Het helpt als je ondanks alles gelooft in jezelf en je potentieel.

Ze zijn intussen gearriveerd, de tranen…

Het enige dat ik nu nog wil neerpennen is een gedicht van me dat ik ooit als re-actie op een oproep schreef. Het enige gedicht dat ooit in een boekje verscheen, zover ik er zicht op heb toch.

Verbeeld je een foto.
Een strand. Op de achtergrond de zee die haar grenzen beroert met wat schuim.
In een parallel dichterbij, een streepje achtergebleven zout water. Het moet eb zijn.
Een vrouw met een witte korte jurk ligt op de voorgrond, de benen geplooid naar de camera toe.
Benen in lichte nylons gehuld, huidskleur.
Het hoofd buiten beeld. De rechterhand zachtjes over haar buik gevleid.

Mijn rechterhand schreef toen:

en hier vlei ik me neer
gehuld in witte woorden
met niet meer
dan zee en zand

niet geheel in kaart
wel in lijn
koester ik
vertrouwen

Fiducia

Ze koestert ‘haar’ vertrouwen…
Ik besluit haar te volgen.

Ik ben er nog.
En heb een nieuwe handtekening aan mijn mail.

Just another journey

Photo by Annie Spratt on Unsplash

de dag dat je de pijn ont-dekt
die jaren van je leven lacht
met wie je graag wil zijn
of wat je had verwacht

het is verdacht
maar zelfs hier in het typen
van dit dicht nog
dient hij zich weer aan

zowaar, het is nog niet gedicht

de kloof die gaapt tussen mijn weten
en hoe zelfs in dit schrijven
het samenkrimpen van mijn buik
veel te groot te lang en ongehoord

op mensenmaat verdriet zal heten

had ik dit allemaal geweten
dan werd ik wellicht niet
de vrouw die dit relaas hier schrijft
omdat ze leeft wat haar beklijft

al gaapt haar tijd
om licht

De kriebel

Photo by Matthew Henry on Unsplash

ik zou graag kleuren zonder lijntjes
knippen waar de plakband hoort
prutsen aan de foute frutsels
lekker brullen in een oor

maar ja, dat mag niet ik ben mama
en dan moet je voorbeeld leven

dus dans ik in gedachten
met een voet net buiten beeld
glimlach waar nog niemand lachte
en geef stil de kriebel door

Eentje van 22 december 2015

Reeds gepubliceerd op 28/02/2019

Dare to share

Photo by Nastya Maxymova on Unsplash

Zo kan ik even verder surfen op mijn blogbericht van gisteren. Want ja, zonet was er een nieuw verhaal van Mr. Rosenberg dat werd voorgelezen. Ik dacht dat de titel ‘The shape’ was…maar na grondige evaluatie van alles wat gezegd en verzwegen werd, denk ik dat ik die titel verkeerd verstond en dat het ‘Ashamed’ moest zijn.

Schaamte.

Daar heb ik wel een verhaal over. Maar of ik dat hier en nu wil vertellen is een andere kwestie natuurlijk. Ik heb wel aangereikt wat ik op al die jaren waar schaamte my middle name was, heb geleerd.

Eén psychologe sprak het uit een aantal jaren dat ik al rondliep met schaamte.
‘De enige manier om ermee om te gaan is te delen waarover je je schaamt.’

Lap, dacht ik, kon je dat niet wat eerder zeggen…dan had ik er alvast mee kunnen experimenteren.
Het lastige is dat je van je luisteraars niet kan voorspellen hoe ze gaan reageren op je verhaal. Of ze met hun ‘goed’ of ‘slecht’ oordeel je gevoel van schaamte erger gaan maken of niet.
Oh ja, ik had van bij het begin dat ik een verhaal droeg waarop schaamte zat, de intentie het te delen. Ik had er goede redenen voor, die zelfs niet met mezelf te maken hadden.

Maar als je omgeving dan reageert door het verhaal te stilzwijgen, als je het deelt wanneer de emmer overloopt…als andere mensen in je omgeving reageren met ‘als je het deelt dan…‘… dan ga je twijfelen aan je intentie. Dan ga je je afvragen of je de gevolgen wel kan dragen…naast de ziekte en de schaamte en de zorg om je naasten en je werk en …

Want wat is erger, een verhaal stilzwijgen waar schaamte op zit of afgeschreven worden door je (vertrouwde) omgeving?

Wat ik op mijn tocht naar ‘heling’, ik zal het zo maar noemen, al is er wellicht nog wat werk aan de winkel…wat ik op die tocht heb geleerd, is dat het zeer zinvol is je eigen waarden te ontdekken en trachten ernaar te leven.

Als kind groeien we op in een gezins- of familiecontext waar een bepaald waardenpatroon heerst. Vaak met een oordeel over ‘goed’ en ‘fout‘. Pas als je aan die ‘goed’ of ‘fout’ gaat twijfelen en de zaken vanuit een helikopterperspectief bekijkt, zie je dat het eigenlijk om een spectrum draait tussen de extremen goed en fout. Waar de plaats waar je je ‘oordeel’ over de situatie positioneert, bovendien afhankelijk is van de context waarin je je bevindt.

Bij je schoonouders klinkt je verhaal wellicht anders dan in het dokterskabinet.
Dokters horen wellicht verhalen die veel genuanceerder zijn dan de zwart-wit aan de kersttafel.

Je zou voor minder je mond houden…

Alhoewel. Ooit was ik opgenomen in een PAAZ afdeling van een ziekenhuis en met lood in mijn schoenen ging ik naar de verpleegpost om verheldering te vragen.
Een aantal verplegers waren aan het praten in hun ‘visbokaal’ en ik wachtte geduldig tot ze me zagen staan. Tot ze bereid waren te luisteren.
Ik zie nog hoe ze haar hoofd omdraait en ik vraag, me heel kleintjes voelend:
‘Hoe ga je om met schaamte en schuld?’
Ze trok haar schouders op en antwoordde: ‘Tja, lat omlaag.’

Ik begreep er niks van maar keerde terug naar mijn kamer om vanuit mijn eigen logica te achterhalen hoe het één met het ander te maken had.

Ik besef nu dat ze geen goesting had in een vraag van een patiënt. Ze wou wellicht liever ‘kletsen’ met haar collega´s. Nu vind ik haar antwoord ronduit misdadig.
Als je er niets van snapt, zwijg dan alsjeblieft.
Effe kort door de bocht goed inhakken…heerlijk, dit! (= kort intermezzo)

Ik hoop dat je bij het delen van je verhaal, mocht je een verhaal van schaamte dragen en mocht het te zwaar wegen om alleen te dragen, …dat je dan stapje voor stapje, bij mensen die je vertrouwt en dan misschien eens, een tipje van de sluier of iets meer, bij meer en meer mensen…deelt wat zo zwaar weegt…om alleen te dragen.
En ik hoop dat je mag ervaren dat je het waard bent volgens je waarden te leven.

Mensen die een oordeel hebben over jou of over bepaald gedrag van jou, begrijpen wellicht de uitspraak niet:

‘Geen gedrag is vreemd als je de context in rekening brengt.’
Ik wens je veel warms en hartverwarmende reacties op je pad.

PS: doe desnoods de rode regenlaarzen aan die je partner voor je kocht omdat hij of zij weet dat je je daarmee zekerder voelt…
Het mogen imaginaire laarzen zijn…
Zolang ze maar goed zitten en je er doen staan…

Imaginaire x

Curieuzeneus

Photo by Jametlene Reskp on Unsplash

‘Hoe gaat het met je blog?’ vroeg ze.

‘Goed’, antwoordde ik. ‘Al moet ik die van vandaag nog schrijven. Weet jij een onderwerp?’

‘Neen’ antwoordde ze. En even verderop boog ze zich naar me toe en zei fluisterend: ‘Hij daar gaat je een onderwerp bezorgen, maar hij weet het zelf nog niet.’ Waarop die ‘hij’ zijn wenkbrauwen fronste om al dat gekonkelfoes en ik even verklaarde dat we een binnenpretje hadden.

Een tiental minuten later passeerde ze me opnieuw en zei eenvoudigweg ‘Pinokkio’.
‘Moet ik over Pinokkio schrijven?’ vroeg ik.
‘Ja’ was haar antwoord.
Simpel, toch?!

Dus heb ik me losgerukt van mijn plakkende relatie met de stoel en me aan de computer neergepoot. U las al wat er eerst verscheen en zag niet hoe ik net een zoekopdracht op mijn eigen blog lanceerde om na te gaan of ik niet ooit al over Pinokkio had geschreven.
Niet dus.

Ik zou hier nu leugens kunnen vertellen en nagaan of mijn eigen neus groeit naarmate dit blogbericht zich ontvouwt. Maar dat zou absurd zijn.
Ik zou kunnen nagaan in hoeverre ook ik vroeger van ‘hout’ was. Decennia voor ik ‘oud’ werd. Hoe ‘houdt’ me meer pijn deed dan loslaten. ‘Koud’ niet het juiste woord is om deze dag samen te vatten. ‘Out’ nog niet aan de orde is. Maar wat winnen we daarmee?

Volgens mijn broer vertelde ik vroeger veel leugens. En kreeg hij daardoor de schuld van dingen die hij niet gedaan had.
Zegt hij. Vaak.
Ik herinner het me niet.

Misschien is het een kunst om vol overtuiging te liegen.

Toen mijn jongste dochter verjaarde in één van de klasjes van de kleuterschool, bracht papa haar naar school en gaf een appelcake mee, eentje van de supermarkt.
Mijn dochter ging prompt de klas binnen en verkondigde ‘mijn mama heeft die cake zelf gemaakt’.
Daarop vroeg de juf ‘hoe kan dat dan, er zit een plastic verpakking rond.’
Daarop gaf mijn dochter eenvoudigweg de repliek ‘maar ze heeft hem helemaal zelf gekocht.’
Toen papa ook deze waarheid even ontkende, zei mijn dochter verder niets meer, maar had er klaarblijkelijk ook geen last van dat haar waarheid volwassen krullen had gekregen.

Op de ouderavond kreeg ik te horen van de juf ‘Het is vreemd. Ze liegt vaak en ik weet niet waarom. Ze is best wel populair in de klas.’

Later kreeg ik ergens te horen dat slimme kinderen vaker liegen op jonge leeftijd.
Misschien om zelf na te gaan hoe rekbaar waarheid is.
Ik heb ook ooit gehoord dat duimzuigen meer door slimme kinderen wordt gedaan dan tutten. Misschien om later ook nog verhalen uit hun duim te kunnen zuigen als de waarheid te pijnlijk is.

Wat er ook van zij, ik ben Geppetto niet. Ik had niet de touwtjes in handen toen mijn dochters klein waren. Ik liet ze ‘vieren’ en haalde de lijntjes pas weer aan als ze dreigden te verdwalen in hun eigen avontuur.

Nog niet zo lang geleden beweerden mijn dochters dat hun belangrijkste richtinggever mijn blik was. Als die op scherp stond, wisten ze hoe laat het was.

Vandaag hoor ik hen graag vertellen over wat hen bezighoudt. Word ik graag deel gemaakt van hun ervaringen en de koers die ze varen. En ik zou houterig worden als ik beweerde dat ik daar ooit genoeg van krijg.

Het zal wel nieuwsgierigheid zijn.
Een curieuzeneus van vlees en bloed.
Check!

Kruiswoordraadselrecht

Photo by Museums Victoria on Unsplash

In de bibliotheek is een leeshoek waar je tijdschriften en kranten kan lezen. Vaak zie je er mensen met de pen in de aanslag. Zij claimen dan het kruiswoordraadsel en vullen het in zodat het oplossen ervan geen optie meer is voor wie na hen de krant raadpleegt.

Ik heb eigenlijk geen idee of er andere lezers zijn die dat storend vinden. Maar mij valt het op en als ik bij mezelf te rade ga met de vraag wat ik zou doen als ik van kruiswoordsels hield, dan zou dat zijn om een copie te maken en daarop mijn taaldriften bot te vieren zodat het materiaal van de bibliotheek intact blijft.

Het authentieke raadsel invullen zou anderzijds wel als een manier van verbinden kunnen bekeken worden. Waar de ene vastliep op een omschrijving weet de volgende misschien wel het antwoord. Al vind ik dat de eerste in dat geval zijn gegevens moet achterlaten zodat de opvolger hem de nieuwe kennis kan aanreiken.

Als ik de krant vastneem en het kruiswoordraadsel is half of volledig ingevuld, ga ik er ook zelf eens overheen. Kijk ik naar het handschrift ook. Bevende letters of snelle pen. Een leeg kruiswoordraadsel laat ik links liggen.

Dus op één of andere manier prikkelt degene die zich het kruiswoordraadsel toe-eigent mijn nieuwsgierigheid. Wie was hij? Hoeveel wist zij? Hoe lang heeft hij deze pen al?

Sommige mensen lezen ook de krant met een pen in de aanslag, zonder ze evenwel te gebruiken. Misschien is het een hulpmiddel bij het lezen. Of geeft het hen houvast.
Ah neen…hier heb ik het even mis in mijn onderstellingen…de pen is in de aanslag omdat meneer dan alvast gewapend is om op de juiste pagina…het kruiswoordraadsel te claimen. Verkeerde inschatting.

Hij moest eens weten dat ik over hem schrijf. Shame on me.

Maar dus. Conclusie van het verhaal: bij wijze van experiment zou ik nu kunnen ingrijpen en vragen aan de man met welk recht hij het kruiswoordraadsel claimt. En dan zou ik kunnen schrijven over zijn argumenten. Maar ach, ik laat het maar. Misschien is de idee dat mensen na hem nieuwsgierig zijn naar zijn antwoorden wel fijn. Zo heeft hij een stukje bijgedragen aan het nieuws van vandaag.
Wel een grote verantwoordelijkheid eigenlijk.

Morgen moet hij misschien teleurgesteld het pand verlaten omdat iemand hem kruiswoordraadselclaimend voor was.
Zou hij dan op zoek gaan naar fouten in de oplossing?
Verrast zijn over de kunde van zijn voorganger?
Wie zal het zeggen.

Ooit gehoord dat in deze eigenste bibliotheek een vrouw de gewoonte had bij openingsuur alle kranten te verzamelen in de leeszaal en onder haar zitvlak op haar stoel te leggen. Op één na, die ze meteen consumeerde.
Dat is minder fijn voor de andere bezoekers natuurlijk.
Dus moest het personeel elke dag ingrijpen met de vraag de kranten terug op tafel te leggen. Blijkbaar was ze ook hardleers…

Hopelijk was er nadien geen reukje aan het nieuws van de dag.
Fiducia, dimmen!