Voorschrijvend Inzicht

Photo by Alexandre Brondino on Unsplash

Zeker ben ik niet dat het daaraan ligt. Maar ik ben nu eenmaal altijd een beetje nieuwsgierig naar dingen die ik in mijn leven tegenkom en niet meteen kan verklaren. Zoals daarstraks. Er sluimerde een inzicht doorheen mijn avond gisteren en toen ik dat vandaag een beetje grondiger onderzocht voelde ik een ‘zucht’...het inzicht landde en werd een ‘weten’.

Maar toen ik er dus daarnet even tussenuit trok op mijn trapmachien, om wat lucht te happen, gehuld in een andere jas dan doorgaans wat een herschikking van spullen allerhande noodzaakte…

(beetje te lange aanloop dit, zal dit seffens even herlezen…want ik heb gehoord dat schrijven schappen is…al heb ik die uitspraak ook nooit echt goed begrepen…
Is schrappen dan ook schrijven?
Of is het een logica van de orde “een vogel is geen mus”
…al volgt daarop: “en een stamp is gene kus”
Maar dat laatste is tenminste wel goed invoelbaar.)

En dat een mus wel degelijk een vogel is, is niet meer dan het gevolg van voortschrijdend inzicht…En nu schreef ik net ‘voorschrijVend inzicht’…vind ik ook wel iets hebben…een blogtitel werd geboren…

Dus…ondervond ik daar op trektocht dat ik teen en tander niet terugvond. Dus placeerde ik telkens (met engelengeduld) mijn rugzak op de grond, binnen zowel als buiten al naargelang wat ik koortsig zocht…want intussen blokkeerde ik wel de weg van de mensen die exact op de plek wilden zijn van ik en mijn rugzak. Dus gehurkt en rustend, bracht ik de inhoud tot uithoudens toe naar buiten. Al bij al vond ik dan telkens terug waar mijn onderbewustzijn mee gaan lopen was. Enfin, bij wijze van spreken dan.

Maar dat brengt me op het volgende: als ik me de dingen waarvan ik me bewust ben als het topje van de ijsberg voorstel, dan heet het hele deel onder de waterlijn, dat dus veel groter is dan dat wat vanop ons dobberende bootje of schoonschip zichtbaar is, het onderbewuste. Of onbewuste…heb ook nooit het verschil daartussen begrepen, hoewel ik me een vrouw herinner die zeer duidelijk stelde…dat ze kriebels kreeg van één van beide woorden. Ik weet dus niet meer welk van de twee…de indruk zal niet stevig genoeg gemaakt zijn.
Of ik was niet klaar voor het inzicht, dat kan ook.

Zucht…waar leidt dit naartoe, Fiducia?

Sssst!
Waar was ik: ah ja!
Al die wezens die onder de waterlijn kunnen kijken, die hebben dan toch een veel groter bewustzijn dan wij mensachtigen? Bovenwaterigen? En al die ruime bewustzijnswezens, die zijn zich dan wellicht niet bewust van wat er boven water allemaal gebeurt? Tenzij ze af en toe dolfijngewijs komen piepen of walvissproeien.

Zou er een taal bestaan die zowel zij, de onderwaterigen als wij, de bovenwaterigen ons kunnen eigen maken, zodat we van elkaar kunnen horen welke wijsheid ons zal vooruit helpen in datgene waar we nu mee worstelen?

Wellicht is niet alle wijsheid die we hebben even interessant of bruikbaar voor het deel van ons dat we ‘zij’ noemen. Maar had ik niet ergens gelezen dat ons bewustzijnscapaciteit voor 5% gebruiken om ons leven vorm te geven. En dat we 95% dus niet benutten?! Terwijl we dat ding dat we bewustzijn noemen kunnen inzetten voor groei in menselijkheid.
Neen, ruimer dan dat.
Groei in Levensenergie.

Wat als we daar eens op inzetten?

Onvoltooid

Photo by Dan Visan on Unsplash
Onvoltooid – audioversie

ik zag het aan de pijn achter zijn lach
een jeugd die zich vervoegde
in de onvoltooid verleden tijd

toch kreeg ik nog zijn naam
en een innemend goeiedag

onder een hoop waar de verbinding
ietwat zacht en fijn mag zijn

Kantelpunt

Photo by Vitolda Klein on Unsplash

op wandel met de moed der wanhoop

zag ik hoe je stremde, stopte
niet geheel op je gemak
en vroeg of ik kon helpen

je knikte heel gedwee

voor jouw traject naar huis
was het verschil dat wij met twee
je fiets weer vleugels gaven

die ‘dank je’-mompel neem ik mee

De brief

Photo by Green Chameleon on Unsplash

Met dit bericht startte ik ooit mijn blogexperiment in 2014.
Vandaag de brief aan mijn overleden ‘baas’ van toen, in audio- en tekstvorm.

Dag professor,

Het voelt nog steeds een beetje vreemd, maar na jaren van aarzelen dan toch dit schrijven.
Al weet ik niet eens of u me nog onderscheidt in uw herinnering.

Voor mij begon een mooi verhaal halfweg 1997 toen ik bij u op sollicitatiegesprek kwam. De derde ronde. Mijn dochter, toen tien maanden oud, lag in het ziekenhuis maar u gaf me ruimte en een eerlijke kans op de job met een paar weken uitstel voor het beslissende gesprek. Ook al onderstel ik dat uw agenda niet erg veel vrije ruimte ademde. Bovendien was de start van het project urgent omwille van de contractuele afspraken met een handvol strategische partners.

Ik herinner me haarscherp wat het eerste was dat u me vroeg toen ik op gesprek kwam.
Hoe het met mijn dochter ging. Weet u dat nog?
Ik zie ook nog helder voor me hoe u non-verbaal reageerde toen ik aangaf dat mijn dochter er wellicht niet aan zou sterven. Hoe u toen een krimp gaf. Heel subtiel.
Ik was er even door uit evenwicht. Zag u mijn hapering toen, professor?

Ook later zou ik uw betrokkenheid en zorg ervaren. Elke vijf minuten overleg die ik aan één van uw secretaresses vroeg wanneer ik dreigde vast te lopen op een vraagstuk. U maakte tijd voor me.
Zette me telkens op het spoor dat toeliet dit internationale pilootproject, uw geesteskind, te doen slagen. En uw opzet slaagde. Met overweldigende respons.
Het project liep. Liep goed. Werd stilaan routine.

Maar u, u had kanker. En ik wist dat. Ik wist dat zelfs zeer snel.
Doordat de zus van uw schoonzoon me dit had toevertrouwd in mijn eerste werkweek.
‘Maar ik moest het zwijgen.’
Ik onderstel dat u dat bij leven nooit heeft geweten.

De krimp die u gaf bij het sollicitatiegesprek. Het daagde me.
Sterfelijkheid stond toen al enkele jaren vetgedrukt in uw agenda.

Ik had uw pijn bij onze eerste ontmoeting opgemerkt en detecteerde hem nog vele keren daarna.
Maar ik zweeg, ook al voelde ik de zwaarte van de last die u droeg.
Toen ik op een keer uw grimas zag toen u moeizaam opstond uit uw bureaustoel en ik stilletjes opperde om een ander moment terug te komen. Herinnert u zich dat moment en hoe u mijn voorstel toen weigerde?
U ging door. Dwars door de pijn. Zolang het kon.

Het is in tranen dat ik dit schrijven afrond. Het verhaal dat zo mooi startte meer dan twintig jaar geleden, het is niet af voor mij. Uw dood en wat daarop volgde waren te onwezenlijk. Ik kon en kan het nog steeds niet vatten.
Weet u, soms overspoelt me nog de vraag of ik deel uitmaakte van een interuniversitair experiment, toen, onder uw hoede…
Maar ook op die vraag wens ik intussen geen antwoord meer.
Wat levert het me op, nietwaar?!

Misschien klinkt het vreemd, maar ik ben u immens dankbaar voor uw mentorschap.
U geloofde in mij. U geloofde dat ik dit complexe project aankon.
Dat heeft mijn potentieel doen bewegen.
Mezelf dat herinneren, helpt ook nu nog.

In voor en tegenspoed.

U genegen,
Fiducia

Opbrengst

Photo by Javardh on Unsplash

ik nam een omweg zag je liggen
stopte, draaide, nam je mee

hoe hoedanook jou zien
me onvoorwaardelijk doet houden
van wat achterblijft

en ongezien door anderen houvast mag zijn

omdat ik vroeger ooit verwoordde
dat wat daar ligt ook licht kan zijn
in uitgesproken woorden

wie neemt mij mee als ik ben afgedankt
door aardse slotakkoorden?

Ingesproken versie van ‘Opbrengst’

Just another journey

Photo by Ardian Lumi on Unsplash
Schrijfsels van de afgelopen dagen...
  
 keer me van binnen buiten
 laat mij de lente zien
 mijn dromen nog doorvoelen
 een beetje balsem op mijn ziel
  
 keer me buiten vanuit binnen
 zaai de zaden uit verdriet
 koester nog die warme dagen 
 met wat hoop in het verschiet
  
 beleef me in mijn vroegste uren
 keer me binnen, buiten om
 zeg me dat het zo genoeg is
 keer je, weer me, draai mejom
  
 het is moeilijk te aanvaarden
 maar God zij dank tot mij
 in de prilste van mijn dagen
 maak ik geborgenheid weer vrij
  
 uit liefde
 net als jij
  
 ***********************
  
  
 weet je, in betere tijden aarzel ik niet
 doe een wens, ga naar huis en bemoei je
 je eigen zaken vinden zich niet
 en heimwee dient om te zoeken
 de speld komt tevoorschijn, bedoel je
  
 (ver)roer je niet, stil, doe een wens
 sleur haar zo door het oog van de naald
 keer je om, loop door en leef je
 beleef de wereld als nooit tevoren
 en wees gegroet, beweeg je
  
 misschien is leegte slechts een pseudoniem 
 voor zin in mijn bestaan
 bevind ik me in tussenfase
 quasi vrij van elke waan
  
 het leven mag zich wentelen
 in aanzien van de schijn
 ik ben niet meer dan de verbeelding
 uit de droom van mogen zijn
  
 wie ben ik echt?
  
 je spiegelt me, dat zie ik
 en het voelt niet eens vreemd aan
 ik weet nog welke traan begon
 aan het vormen van mijn waan
  
 wie weet nog wat rechtvaardig is
 op platgetreden paden
 wie leest nog hoe dat voelt, gemis
 en plukt haar laatste dagen
  
 in de tuin van zogeheten onschuld
 zaait ze kruiden voor de nacht
 waarin ze slapen had verwacht 
 in haar hoop het tij te keren
  
 warms voor-Al,
 Fiducia 

Kind-ly

Photo by Matt Collamer on Unsplash

“Kunt ge in het vervolg iets zeggen in plaats van drie keer te bellen?”
Ik keek om en zag een jongedame ietwat onzeker op haar GSM turen vooraleer ze de bus verliet langs de draaideuren die de chauffeur speciaal voor haar had geactiveerd.
Ik zag het meisje staan dralen buiten net ter hoogte van mijn stoel, haar GSM intussen aan haar oor…

Was ze kort bij haar bestemming?
Of had ze toch een vierde keer moeten bellen…

De bus was inderdaad op korte tijd een paar keer gestopt.
En de buschauffeur stopt(e) wellicht niet graag als niemand de bus op- of afstapt(e).
Ik had niet gekeken, maar ik onderstel dat het zoiets moet zijn geweest.

Ik had wel met de chauffeur te doen. Je kiest een job omdat klantvriendelijkheid het belangrijkste aanwervingscriterium is, je wil je klanten, ongeacht hun achtergrond, op een veilige en aangename manier van halte tot halte brengen…en je wordt dan ineens door een virus waar je zelf niet voor gekozen hebt afgesneden van je reizigers. Met plastic nog wel.
Dat gaat wellicht al eens op je humeur werken. En dan weet je misschien op de duur niet zo goed meer wat dat inhield, klantvriendelijkheid…ik denk maar wat al typend…

Allemaal Ónderstellingen…

En toch…
Enkele haltes verder stopt de bus opnieuw en ik zie een man die heel netjes gekleed gaat ter hoogte van de deuren bij de chauffeur geduldig staan kijken en wachten. Wachten tot de deuren opengingen, onderstel ik. Ik zat klaar om hem teken te doen dat hij achter me moest opstappen, mocht hij mijn kant uitkijken, maar ik onderstel dat de chauffeur me voor was, aangezien de man zich naar de deuren achter me repte en een plaatsje zocht.

In deze ‘wachttijd’ hadden mijn oren nog de woorden ‘As get nu nog ni wet!‘ opgepikt. Maar die woorden had de brave man niet gehoord, omdat hij nog onderweg was van ‘tegen zijn verwachting in’ naar ‘ah, hier is de opstap. Da´s raar…’
Of zo.

Later zou blijken dat hij wellicht in een andere taal dacht…maar daar kom ik nog.

De bus klotste verder.
Tot ik mijn eigen rit besloot af te ronden door te bellen.
Aan de afstap heb ik heel duidelijk en hartelijk ‘dankjewel’ geponeerd in de richting van de chauffeur. Mij had ze veilig van halte naar halte gebracht. Ik ben haar daar dankbaar voor. En tenslotte, het gedicht van Rilke reed mee met mij…dat van die draken en prinsessen en liefde nodig hebben en zo…

‘Excuse me’, hoorde ik zacht achter me.
Diezelfde man van de ‘wet et nog nu nog ni’ was blijkbaar ook afgestapt en stond wat rond te draaien met een papiertje en zijn GSM in de hand. Zijn vraag leek dringend.
Maar aangeziene ik het station wist zijn heb ik hem snel kunnen helpen.
Hij weg. Ik weg.

Voor de avondrit heb ik opnieuw de bus genomen. En ik voelde hoe mijn mondhoeken krulden telkens ik een autobus vanuit de tegenovergestelde richting zag aankomen en zo nonchalant dat handje van de chauffeurs de lucht in ging, al dan niet vanuit hun openstaande raampje. Een kleine begroeting tussen ‘ons’.

We stopten ook aan een halte die ‘grens’ heette.
Bijzonder vond ik dat.
En de bus durfde er zelfs voorbij…

Ook aan deze chauffeur heb ik hardop ‘dankjewel’ gezegd net voor ik afstapte.
Ik werd een beetje vertwijfeld aangestaard door de andere passagiers die afstapten.
Achter het stuur bleef het stil.

Maar dat begrijp ik wel…na een inspanning eventjes jezelf helemaal afsluiten en denken: dat heb ik mooi gedaan! Verstillen nu.

‘In a world where you can be anything, be kind’
Mijn excuses…ik weet niet echt wie bovenstaande woorden op deze manier samenstelde…
Overal waar ik ermee goochelde, kreeg ik ‘unknown’ als antwoord…

Maar mooi zijn ze wel, toch?!
Want is dat niet het enige dat er aan het eind van de rit echt toe doet?!



Mist-ici

Photo by Ante Hamersmit on Unsplash

Tot daar zit ik:

“De beschaving is manipulatie, maar hoe ver mag ze gaan?
Het motto moet zijn: “voorzichtigheid en nederigheid”.
Wetenschappers zijn niet altijd nederig.”

Ik leer zijn ‘geschriften’ nog maar net kennen, maar had nu al graag een gelegenheid gevonden om met deze man in gesprek te gaan: Ulrich Libbrecht.

Eerst nog maar Wat Wijzer Worden…

Nederig Mistig Wuifje.

Voorwaar een evidentie

Photo by Denise van der Heide on Unsplash

Hij zei het expliciet.
Ik had net gedaan met eten en wilde me terugtrekken in mijn eigen vertrek.
Hij zei dat hij dankbaar is dat ik hier in huis bij hem woon.
Dat dit maakt dat hij zich goed voelt.

Ik heb hem bedankt voor zijn uitspraak. En het voelde best fijn om hem dit te horen zeggen. Zelf heb ik ook al vaak aangegeven dat ik voordeel haal om hier bij hem in huis te wonen, gewoon omdat het mijn doen en laten vertraagt.

We eten op hetzelfde tijdstip. Hij eet warm onder de middag. Eén van de maaltijden die de huishoudhulp voor hem heeft klaargemaakt. Ik eet warm ´s avonds. Tenzij ik geen zin heb om te koken. Of tenzij ik gewoon meer zin heb in een boterham of zoals recent in de kast beschikbaar, omdat ik een gezellig kommetje havermoutpap uit wil lepelen.

Hij eet weinig en kauwt grondig.
Ik moet opletten dat ik niet schrok.
Af en toe vraagt hij of ik ook zin heb in een glaasje wijn.
En dan drinken we beide één glas, en toosten op een zaak die we het toosten waard vinden.
En we houden het op dat ene glas, omdat dat is wat fijnproeven heet.
Zo scherp ik mijn smaakpapillen aan.
Net als bij het degusteren van aangereikte spietjes zelf geraapte of geplukte appels.
Al dan niet aangeleverd door zijn kroost. Zorgvuldig geschild en in partjes verdeeld.

Ik vraag me af hoeveel mensen die pakweg op dit moment, met deze coronamaatregelen, niet alleen wonen, … hoeveel van hen al eens tegen (één van de) huisgenoot/huisgenoten zegt dat hij of zij dankbaar is met … laat ons zeggen…die extra kinetische energie in huis.
Hoe potentieel die ook mag aanvoelen. Of omgekeerd natuurlijk. Hoe kinetisch het potentieel aan energie kan aanvoelen.
Hoe zalig het huisgerief door hem of haar vibreert, zeg maar.

Om het even in energetische termen uit te drukken.

Zelf denk ik niet dat ik in eerdere woonsituaties tegen de ene of andere huisgenoot ooit soortgelijke woorden van dankbaarheid heb geuit.
Neen, dat klopt niet helemaal naar mijn gevoel. Ik voel dat ik dit zeker wel heb gedaan naar mijn kinderen toe, misschien niet met dezelfde woorden.
Maar naar een partner toe vrees ik dat ik het gezelschap al snel als ‘evidentie’ beschouwde.
Net zoals het buitenzetten van de vuilzakken, wat onuitgesproken zijn taak was.
Net zoals het strijken van (zijn) kleding een evidentie was in mijn takenpakket.

Of het niet-te-warm-wassen van wollen truien…oepsie…

Het is pas sedert enkele jaren dat niet één van de stoelen aan tafel dienst doet als strijkoppas. En nu ik zelf moet in de gaten houden wanneer het vuilnis de straat op moet, ervaar ik hoe ‘tijdloos’ ik omga met die al snel ietwat noodzakelijke handeling.

Nu heb ik veel minder kleren in mijn kast hangen. Dat scheelt in noodzaak van snel was en strijk wegwerken.
Of beter, de wasmand is nog zelden langer dan een week vol.
De wasmand, die nu trouwens klein is, stroomt zelden over.
Misschien moet ik me dus opnieuw maar een beetje vaker wassen en propere kleding aandoen, hoor ik u mompelen. Dat zou inderdaad ook een uitleg kunnen zijn.
Wat ruik ik hier nu?!

Neen, vandaag is alles in mijn leven kleiner, minder druk, waardoor ik ruimte krijg om tijd te maken. Tijd maak om ruimte te creëren. En meer creëer omdat tijd en ruimte me beter passen. En net daar kan ik dan dankbaar om zijn.

Maar wat ik toch nog extra uit bovenstaande woorden wil plukken, ter inspiratie zeg maar. Mogelijk ook ter pre-transpiratie…het idee alleen al?!

“Wat als we af en toe wat vaker stilstaan en onze dankbaarheid uiten
aan mensen en hun handelen
die of dat we vandaag als evidenties beschouwen.”

Bedankt om me tot hier te lezen.
En succes ermee hé…
Fiduciaanse groet.