Schrijven

Photo by Yannick Pulver on Unsplash

Zo heb ik ze graag, de schrijfopdrachten. Een insteek, een perspectief, een aandachtspunt. En als wat geschreven is mag gedeeld worden, één ronde van feedback waar je iets mee kan of iets net niet zal gebruiken om je tekst te ‘verbeteren’.

Veel verschillende stijlen onder de andere cursisten. Dat vind ik ook een meerwaarde. Stokpaardjes ontdekken. Teksten die stromen, teksten die de poëzie bewandelen, verhalen die blijven hangen.

Vorig jaar volgde ik het eerste jaar schrijven van een driejarig traject. Ook daar waren opdrachten die ik fijn vond. Maar naarmate het jaar vorderde moesten de teksten drie, vier keer herlezen en herbekeken worden en dat vond ik minder fijn. Wat was dan al gelezen en wat was intussen verbeterd? Het tweede en derde jaar zou bovendien gaan over grotere schrijfwerken volgens een genre dat ons lag.

Ik heb me niet ingeschreven voor het vervolg. Ook omwille van mijn gezondheid maar toch vooral ook omdat schrijven bij mij geen herschrijven is. Vaak wordt gezegd dat schrijven schrappen is. Wat mijn blogs betreft schrap ik zelden. Ik zet me aan het klavier en typ. Is het af dan post ik het. Dat is toch het meest authentieke, niet?!

Als je alsmaar gaat schaven aan een tekst doet dat afbreuk aan het stromen van de woorden, vind ik. Wordt het geheel wat gekunsteld.
Ook in mijn spreken ga ik zelden vooraf bedenken hoe ik iets ga formuleren. Zeg wat er te zeggen is op dat moment en verwoord het eventueel anders of geef duiding als blijkt dat één en ander wat averechts binnenkwam. Verduidelijking behoeft.

Wat ik ook vaak heb met informatieve boeken is dat ik al die voorbeelden of duiding eigenlijk liever oversla. Geef mij de essentie van waar het in het boek om draait en laat alle toelichtingen weg. Daarom houd ik ook zo van wijze quotes. De complexiteit van een heel universum kan je vatten in een paar woorden. Niet iedereen kan dat, maar de wijzen onder ons wijzen hier de weg.

Eigenlijk wou ik vandaag een blogbericht schrijven over de vraag of ik het zinvol vind om in volzinnen te schrijven. Maar het liet zich niet aanpakken.

Gedichtjes laat ik vaak wel even rijpen. Als het niet goed bekt na een aantal keer hardop lezen dan sleutel ik wat en proef na een tijdje nog eens. Zo kan een werkje verschillende keren door mijn vingers glijden, evenzoveel keer ‘in het net’ herschreven worden, voor het gepubliceerd wordt.

Ik weet niet meer hoeveel jaar het geleden is maar in het kader van de Werelddag van de Geestelijke Gezondheid ging ik met een paar werken naar een ‘poëziedokter’. Ik nam een aantal werkjes van mezelf mee, zoals gevraagd werd, en legde ze voor aan de dokter. Die overigens in een echt ziekenhuis een kantoor bemande. Hij duidde op een aantal verbeterpuntjes maar was wel lovend over mijn schrijfsels. Ik ging naar de vervolgafspraak enkele weken later, met de werkjes die ik ‘verbeterd’ had, en hij vond ze minder goed dan tevoren. Tja, zo zie je maar. Overigens had in in de wachtzaal een gedicht voorgelezen gekregen dat me erg raakte toen.

Daarstraks heb ik een gedichtje geschreven dat ik van de eerste tokkel wel ok vond. Ik plaats het hieronder. Misschien gaat het wel over mijn relatie met schrijven…of net niet.

Hou me niet
of zachtjes
stil tegen je aan

een perzik
een radijsje
of vrucht zonder een naam

Tip getopt
en zoetgevooisd
geklikt en -klakt
maar nooit voltooid

Ik aarzel nog heel even
en dan raak ik je aan

Om-doen

Photo by Rafaela Biazi on Unsplash

Vandaag heb ik me voorgenomen elke dag iets op een andere manier te doen.
Gewoon, om mezelf open te stellen voor verwondering en zo mijn creativiteit te voeden.

Eergisteren nam ik trouwens al een omweg om naar de supermarkt te rijden.
Het leverde me een gedicht op.

Een tijdje geleden besliste ik ook om mijn afwas op een andere manier te doen. Dat klinkt wellicht gek. Maar daar waar ik eerder eerst alles afwaste en op mijn kleine aanrecht ‘installeerde’ voor de afdroog, doe ik nu de afwas in porties. Alsof ik de afwas niet alleen doe maar opsplits in afwasser en afdroger die meer op elkaar zijn afgestemd. En op de grootte van mijn aanrecht.

Op één of andere manier geeft die manier van werken me meer rust.
Het is als aan de lopende band staan en sneller kunnen switchen tussen taken.
Zo heb ik minder het gevoel dat wat ik doe ‘saai’ is.

Daarstraks heb ik dan beslist welke bestemming ik mijn aanrecht geef, weg van ‘parkeerruimte’.
Dat voelt echt veel ruimer, een ‘zo-goed-als-leeg’ aanrecht.

Gisteren heb ik ook het boek ‘The Artist´s Way’ van Julia Cameron opnieuw vastgenomen.
Meteen ook een eerste planning gemaakt van wanneer ik welke opdrachten ga maken deze week.
Ik had blijkbaar de vorige datum dat ik met hoofdstuk één begon genoteerd in het boek.
Dat was september tweeduizenddertien. We zijn een dikke zeven jaar verder.
Benieuwd van waar dit nieuwe traject van twaalf weken me brengt.

Hopelijk zal de inspiratie daardoor ook weer soepeler haar weg tot me vinden.
De criticus is dezer dagen zeer sterk aanwezig en mezelf afbreken hoort daar iets te stellig bij om nog aangenaam te zijn. Daar omschrijft ze weer haar gemoedstoestand op een eufemistische manier.

Ik kan ook eens op zoek gaan naar het doosje dat ik ooit kreeg aan het einde van een cursus improvisatie gecombineerd met meditatie. Het stak vol met opgerolde oranje papiertjes met suggesties om dingen op een andere manier te doen. Suggesties die even doen stil staan.

Omdenken.nl geeft ook inspiratie op dat vlak. Je kan je er bijvoorbeeld inschrijven om dagelijks ‘omdenk’spreuken in je mailbox te ontvangen.

En verder wil ik eindelijk stellig werk maken van ontspullen. Op een duurzame manier.
Dus niet van ‘iets aanschaffen dus eerst iets wegdoen’, maar ‘wegdoen’ tout court, omdat ik het nu eenmaal niet vastneem laat staan echt nodig heb.
Wegdoen omdat het mijn ruimte bezet.
Ontspullen om naast fysieke ook mentale ruimte vrij te maken, die dan mag gevuld worden met nieuwe ervaringen.

Overigens zijn in het boek van Julia Cameron de ochtendpagina´s en het kunstenaarsafspraakje de belangrijkste instrumenten om de creativiteit weer te doen stromen. En, heel confronterend, opschrijven wat de criticaster in mezelf allemaal aan ‘waarheden’ spuit.
Om er dan een weerwoord bij te verzinnen en dat weerwoord in affirmaties te gieten die de eigen energie hopelijk wat meer met positiviteit voedt.

Waar ik straks zal uitkomen weet ik niet.

Ik heb me gerealiseerd dat ik een zevental jaren verder ben in mijn relatie met schrijven en dat ik nu wellicht andere dingen oppik uit het boek. Ook mijn blog dateert van zesentwintig maart tweeduizendveertien. Ook een zevental jaar geleden.
Ik heb voor maandag een brief klaar die ik vorig jaar schreef als reactie op een opdracht in een schrijfcursus. Een brief gerelateerd aan het allereerste blogbericht dat ik publiceerde.

Ik begreep uit een webinar die ik onlangs volgde dat een volwaardig leerproces zowat zeven jaar in beslag neemt. En dat er daarna een nieuwe periode van zeven jaar start waar de relatie met het geleerde een andere vorm aanneemt.

Benieuwd wat zich aandient en waar ik binnen zeven jaar sta in mijn relatie tot schrijven…

Toiletbezoek

Photo by Marc Schaefer on Unsplash
Petrarca poem – voice: Fiducia

Tja, wellicht een beetje een vreemd onderwerp, maar het wil zich laten schrijven vandaag.

Een vriendin van me laat haar badkamer renoveren. En ze had de ervaring dat op een verhoogd toilet haar rugpijn minder opspeelt. Dus zocht ze ook naar een verhoogd toilet en laat dat installeren ter vervanging van het oude exemplaar. Met het oog op haar nog-oudere-dag dan vandaag wellicht.

Ik heb ook recent op een verhoogd toilet ervaring opgedaan. Beetje grappige manier om te zeggen dat als ik naar het toilet moest, ik met mijn voeten een 10-tal centimeter van de grond op een houten blok rustte. Ik had dan altijd de neiging om ‘tijdens het geduldig wachten’ mijn benen te inspecteren op wildgroei. Of mijn tenen. Als ik dan sokken aan had was het een hele evenwichtsoefening om die uit te trekken en te kijken of mijn teennagels geen knipbeurt behoefden. Dat hoefde ik uiteraard niet elke dag te doen, wildgroei gaat nu ook weer niet zo snel.

Meer nog, ik heb de indruk dat met de jaren de wildgroei wat minder snel verloopt. Al heb ik ook al opgemerkt dat af en toe, schijnbaar willekeurig, een haar wil groeien op plekken van waar je zou zeggen, ‘zeg, wat komt gij hier doen?’
Dan gaat de pincet in de aanslag en kan de haarpijl-aanval beginnen.

Niet op de WC uitdehaard…Daar ben ik al blij als ik toiletpapier binnen handbereik heb. Blijkbaar slaag ik er nooit in dat even op voorhand te checken. Mmmh…een gewoonte die verandering behoeft.

Op hetzelfde toilet als waar ik mijn voeten op een verhoogje moest zetten, was ook een raam aan mijn rechterkant. Ik liet het badstoffen overgordijn meestal dicht als ik naar het toilet moest, maar af en toe piepte ik toch even door de, hoe noem je die, ondergordijnen.
Als ik beweging hoorde op straat of zo. Heel stiekem allemaal. Een klein beetje piepen.

Ik herinner me ergens in mijn twintiger jaren dat er bij de Humo een plastuit zat. Moet ter aanloop naar het festival Torhout-Werchter geweest zijn. Nu kan ik me met jaren vergissen omdat ik wat tijd betreft helemaal geen betrouwenswaardig bewustzijn heb. Vergeef me…
Alleszins, ik heb die plastuit in beslag genomen binnen ons gezin en heb ze uitgeprobeerd. En wonderwel, dat was mega-handig. Wel maar één keer te gebruiken omdat dat kartonnetje best een beetje wak werd.

Ik herinner me ook als kind uitgeprobeerd te hebben hoe het is om als man te plassen. Ik had al snel door dat het niet haalbaar was met mijn te korte beentjes vóór het toilet te gaan staan, omdat dan alles op de grond zou lopen, maar ik stelde me in spreidstand boven het toilet. Ook daar kwamen mijn voeten niet op de grond en het leek ook nodig dat ik me aan de bril vasthield, want heel standvastig was het allemaal niet.

Dat leek me niet voor verder onderzoek geschikt. Ook niet zo makkelijk om weer voeten aan grond te krijgen na de boodschap van algemeen nut.

Mijn ouders hebben ook eens in het kleine toilet op het appartement uit mijn kindertijd een poster met een-aap-op-een-toilet aan de achtermuur gehangen.
Ik herinner me nog hoe mijn nicht, die enkele jaren jonger was dan ik, niet alleen op het toilet durfde door die poster. Dus zat ze een beetje bibberig, de beentjes bungelend boven de grond en de handjes naast zich aan de bril vasthoudend, voorovergebogen en met een bedremmeld gezichtje ‘haar toilet-tijd’ uit te zitten.

Trouwens, ik heb eens ergens gelezen (en als ik me goed herinner was het een uroloog die het geschreven had), dat de voeten best op de grond steunen bij een toiletbezoek om op een ontspannen manier de blaas volledig leeg te maken. Dus kindjes: zo lang mogelijk op het potje of een trapje vóór de WC.
Over de plastuit moet ik dan nog eens nadenken.
Over de menstruatiecup heb ik overigens ook wat te vertellen…Maar dat zal ik voor een andere keer houden.

Wat de relatie is tussen het gedicht van Petrarca in het audiobestand en mijn toilet-relaas hier?
Ongetwijfeld!
(Allez, ik toch!)

Lijdend voorwerp

Photo by Tim Mossholder on Unsplash

Het was zijn suggestie gisteren aan telefoon. Om het over het lijdend voorwerp te hebben in mijn volgende blogbericht. Het lijdend voorwerp als onderwerp van een blogbericht dus. Huh?!

Gisteren liet zich echter niet meer schrijven. Dus zal het voor vandaag zijn.

Zodoende, bij deze een poging om van een lijdend voorwerp een onderwerp te maken.
Een lijdend voorwerp te onderwerpen aan nader onderzoek, waarbij het ontleedmatig ineens al een onderwerp wordt.
En na te gaan, bij wijze van exploratie, hoe een lijdend voorwerp via zachtjes sudderen mag groeien zodat het misschien kans maakt een leidend voorwerp te worden.

Van Lijdend, via onderwerping tot leidend.
Wat de taal allemaal niet vermag!
btw, Dat laatste woord is de IK-vorm van ver-mogen. Tot waar reikt dat? Of rijkt dat alleen?

Alle gekheid op een stokje.
Ja, daar hadden we het ook over aan telefoon, over die prent die een aantal duiven op een hiërarchische til uitbeeldt, waar de duiven op de onderste stok volkomen ondergescheten worden (dat is een speciale vorm van onderscheiding) door de bovenzittende duiven. En de tussenlagen daarbij opkijken (dat is een speciale vorm van adorering) naar de assholes boven hen die behoren aan die duiven die die uiting geven aan hun cloacaiaans vermogen.

Maar leidt dit alles wel tot een betekenisvol antwoord op de onderzoeksvragen die je hierboven hebt gestipuleerd, Fiducia? Dat ik het begot niet weet. Ik doe maar wat.

Bovenal wil ik eigenlijk de kinderen die volop met zinsontleding aan de slag zijn niet verwarren.
Stel dat zo een kind een toets maakt. En moet aangeven wat in dat eigenste zinnetje het lijdend voorwerp is. Dan kan het naar waarheid zeggen: ‘ik, want ik heb van zinsontleding niets begrepen.’

Dat op zich zou waardering moeten krijgen omdat het getuigt van persoonlijk inzicht. Wat op zich kan leiden tot studie en persoonlijke groei. Van bewust incompetent, zeg maar, naar bewust competent via studie van zinsontleding. Met intrinsieke motivatie dit keer. Maar dat antwoord valt binnen het perspectief van de les Nederlands een beetje buiten de scope, dus zal dat kind nog een keer moeten nadenken en er misschien toch een gooi naar moeten doen.

We weten nu iets meer. Deze toets verwart het kind. Als ik het me allemaal goed herinner, is in deze zin ‘het kind’ het lijdend voorwerp. Wat helemaal klopt voor onze dappere leerling, die dat al bij de eerste gooi heeft aangegeven. Maja, op dit soort inzicht staan geen punten in de Nederlandse les. Dus zal hij het tactischer moeten spelen. We hebben hier trouwens ook meteen van het lijdend voorwerp ‘een toets’ een onderwerp gemaakt en er een ‘de’ aan gehangen. Misschien schrijft het kind dus bij wijze van antwoord op zijn toets:

Dit kind verwart de toets met persoonlijk inzicht. En kijk me daar eens. Zo wordt het kind een Leidend Voorwerp dat van zijn zwakte een sterkte maakt en de juf of meester daarbij aangeeft dat er meerdere perspectieven zijn van waaruit je de les Nederlands kan benaderen. Meerdere manieren om aan zinsontleding te doen. Op zich ook een mooi woord eigenlijk: Zins-ontleding.
Wat met Zijns-ontleding…in elke les geïntegreerd…(Ik wijk weer waf)

Ben ik nu rond? Even spieken naar de intenties die ik hierboven heb geformuleerd.
Baja…, leidend voorwerp zijn hangt toch wel samen met het hebben en aanwenden van voldoende persoonlijk inzicht.
 

Queue-Bit

Photo by Steve Johnson on Unsplash

Stel dat ik zo lang mogelijk in een status wil zijn van ondefinieerbaarheid, van fluïditeit bij wijze van spreken. Niet rechts niet links maar superdivers, niet rood niet geel maar een multidisciplinaire regenboog en niet goed of kwaad maar een yin-yang golfbeweging tussen geven en nemen.

Ego en Eco van submicro tot meta. Wow..
Ofzo-iets, uitdehaard.

Van alles een beetje.
Vanalles een bitje.
En naargelang de omstandigheden een beetje meer van ditje dan van datje.

Stel dat het niet te voorspellen valt wat ik zal doen als volgende actie.
In welke omstandigheden zou dat dan het beste lukken?

Als ik me afzonder en stilte opzoek?
Als ik onderzoek wat prikkels met me doen doen?
Een derde vraag ontbreekt me even. Maar dat is geen verrassing wellicht.
Onder welke omstandigheden kunnen mensen hun fluïditeit bewaren of doen toenemen?
Hun bipolaire of pentalaire denken en voelen wat verzachten?

Laat het me tolerantieniveau noemen. Want hoe toleranter de mens, hoe flexibeler inzetbaar in verschillende contexten.
Toch?!
Of maak ik hier een denkfout?

Als je oordeelt zet je iemand vast in een hokje.
En het is heel moeilijk om die daar weer uit te krijgen.
Mensen zetten graag in hokjes.
Mensen spreken graag in de context van hokjes.
Des mensens, ook voorspelbaar wellicht. Een algoritme later…

Ik heb ergens gelezen dat voor quantum computing het noodzakelijk is dat de qubits, de quantum bits zeg maar, zo lang mogelijk in ‘ondefinieerbare toestand’ moeten blijven. Omdat dan de operaties die ermee verricht worden het meest betrouwbaar zijn en er ook veel meer operaties op mogelijk zijn. Ik schrijf op her-innering en een beetje Hartificieel, dus ik kan me vergissen. Alleszins, als de qubits deze ‘coherentietijd’ overschrijden en terugvallen op een polaire status als nul of één, valt er minder mee te doen.
Zijn ze als het ware ‘nutte-lozers’.

Moet ik dan blij zijn met mijn diagnose van bipolaire stoornis?
Of moet ik dan concluderen dat ik schizofrenie heb en veel meer traceerbare fluïde- statussen doorleef dan goed of kwaad, naargelang de context?
Of ben ik gewoon – een beetje vreemd? Das wel heel simpel Natuurlijk.
Dat zal wel niet kunnen. Of niet wel, al naargelangs.

Wat zijn goed en kwaad in de ogen van je dierbaren?
En wat zijn goed of kwaad in een leercontext?
En waar liggen de verbindingspunten tussen goed en kwaad om weer een zee aan mogelijkheden te creëren?

Nog even en straks loopt iedereen in het gareel. Stel u voor.
A Brave New World,
Weer Wat Wonderbaars.

Het is om Zeep

Photo by Andrew Wulf on Unsplash

Mijn huisgenoot volgt de ontwikkelingen in Amerika op de voet op en bericht me er vaak over. Volgens mij eerder vanuit de noodzaak de eigen opgeladen energie te delen dan vanuit mijn behoefte om helemaal mee te zijn met een soap die, imho, op nog minder trekt dan The bold and the beautiful…

Toen ik die laatstgenoemde serie bekeek samen met mijn grootmoeder, op momenten dat ik rond dat tijdstip van de dag op bezoek ging bij haar, kon ik nog volgen zelfs al zaten er enkele weken tussen de afleveringen die ik ‘savoureerde‘, om dit proevertjesmoment even eufemistisch te verpakken. En toch stelde ik af en toe vragen aan haar over hoe de intriges nu precies in elkaar zaten, om haar het plezier te gunnen vol overgave te vertellen over de mensen waar ze elke dag zo´n nauwe band mee had.

Of zoals met Dallas destijds…een rollercoaster een seizoen lang…bleek allemaal gedroomd te zijn door Pamela. Die dat besefte toen ze opstond en haar Bobby onder de douche vond.
Maar daar keek mijn ma enkel naar om naar de mooie kleren van die rijke mensen te kijken. Inspiratie op te doen voor eigen kledingcreaties…´tzalwelzijnja…

Vanochtend had mijn huisgenoot het over de moeilijke situatie waarin Mike Pence nu verkeert. Mike Pence, beëdigd als vicepresident van de Verenigde Staten van Amerika.

En het is hoogstwaarschijnlijk een compleet fout trekje van mij, maar overal waar ik een kans zie om met taal te spelen, laat ik ze niet liggen. Tenzij ik me niet helemaal goed in mijn vel voel, dan is alleen al het luisteren op zich een vermoeiende aangelegenheid en suddert ‘Taalspielerei’ op een laag pitje…als een omeletje in aanmaak.

Ik hoorde me dus vanochtend zeggen: ‘de vissenpresident’?’ en hield daarbij beide handen vast aan een denkbeeldige vislijn waarmee ik touche had.
Een grinnik van hem later…
Neen, dat bedoelde hij niet…

‘Ze kunnen niet meer samen door de deur hé, Trump en Pence.’
‘Ah neen’, zei ik, ‘pens’, en hield mijn armen voor een denkbeeldige bolle buik.

Weer een grinnik.
Toen ik ook de huishoudhulp hoorde mompelen: ‘ja, de vieze president’ heb ik maar wijselijk gezwegen.
Omdat het verhaal wilde verteld en gehoord worden.
Ik zweeg dus, werd serieus en luisterde tot het vertelde de nodige ruimte had gekregen.

Een eigen behoefte van me is om mijn verbeelding te laten spreken.
Mondjesmaat. Tenzij mijn Vice-emmer WoordWaarden dreigt over te lopen of een Woordenvloedgolf het hele land bedreigt.

In dat laatste geval neem ik een douche.
Met een fijne Engelse zeep.
Liefst fluïd. Al is dat natuurlijk zonde van de plastic houder.

Mmmh…voorwaar een bericht met een onderliggende boodschap.
Had ik dat geweten…

De kriebel

Photo by Matthew Henry on Unsplash

ik zou graag kleuren zonder lijntjes
knippen waar de plakband hoort
prutsen aan de foute frutsels
lekker brullen in een oor

maar ja, dat mag niet ik ben mama
en dan moet je voorbeeld leven

dus dans ik in gedachten
met een voet net buiten beeld
glimlach waar nog niemand lachte
en geef stil de kriebel door

Eentje van 22 december 2015

Reeds gepubliceerd op 28/02/2019

Rapid Eye Movement

met de stoffer en de vod
dansen op de tafel
ruim ik alle smurrie op
dan eten we een wafel

of een chocolaatje…dat kan ook

Realiteitszinnen

Photo by Dmitry Ratushny on Unsplash

Ik heb nog wel eens een beetje goesting in technologische breinescapades eigenlijk.
Dus ga ik maar eerst eens een kijkje nemen bij wat Scott Adams te vertellen heeft via zijn Dilbert strips.

Deze kon ik wel smaken:
https://dilbert.com/strip/2018-06-04

Tja, technologie. Er valt wel wat over te vertellen.
Of technologie en ethiek.
Dat is wat anders dan een boterham met choco omdat de muizenstrontjes op zijn.

Er was een tijd dat ik het niet kon appreciëren dat er zoiets bestond als smart-verlichting in steden. Heb er ooit een blogpost over gemaakt, maar ik heb geen zin om hem te zoeken. Soit.
Nu begin ik dat wel cool te vinden. Zeker als er ook audio opgenomen wordt. Straatgeluiden. De lokale babbels vangen en dan gezichtsherkenning loslaten op de beelden. Op youtube zetten en dan nagaan hoe lang het duurt voor het gezicht vervangen wordt door een ander gezicht. En dan dat delen onder een smart verlichting…beetje Virtual Reality in Virtual Reality.
Een mens zou voor minder de bus missen.

Wat natuurlijk ook kan: talent ontdekken! Wie staat er al niet eens te fluiten of zingen onder een slimme verlichtingspaal? Goed toch dat dat mag gedetecteerd worden door de stad. Een vrijkaart voor een vers artikel in het stadsmagazine.
Zo ben je je volgers voor! Een voorloper.

Met een Virtual Reality-bril door de stad lopen kan ook natuurlijk. En dan kom je dingen tegen die er in het echt niet zijn. En als je wat foetert met noise cancellation dan hoor je ook vanuit de juiste hoek wat zich in de virtuele programmatie afspeelt.
Stemmen. Vogeltjes. Je ex-lief dat je terugwil. Stel u voor.
Gevaar is dan wel dat je op dat moment je bril afzet om te zien waar ze zich nu echt bevindt. En dan blijkt daar alleen een boom te staan. Een boom die niet eens te lokaliseren is op je google maps. Ik bedoel, kan je dan zeggen dat die bestaat?
Nu ja, nog een beetje en hij zal ook zo wel weg zijn als we met onze neus in de wind andere zekerheden staan te verkondigen.
Gaat nu eenmaal zo met bomen vandaag de dag. Weg is weg.

En ja, dan ga je je natuurlijk afvragen: wat is hier nu echt en wat niet?
Wat moet ik nu geloven?
En wat gelooft de rest?

Ook in die context vond ik een strip van Dilbert.
Effe snollen…

https://dilbert.com/strip/2016-07-19

Pfieuh!
Het bevat eigenlijk nog wel een ethisch vraagstuk: want doen die bomen niet wat meer werk dan welke nerd ook met een brilletje?
Waar heb ik trouwens de mijne gelegd?
Of is hij weer getele-porteerd door één of ander spiritueel geladen foton?
Ah neen, ik draag lenzen.

Wie moet je nog geloven dezer dagen?

Hic et nunc

Photo by Henley Design Studio on Unsplash

Verdorie toch, wat ben ik blijkbaar een sloddervos geworden. Dan schrijf ik een thema op vanochtend…ergens…een thema waar ik een blogbericht aan wou wijden vanavond. En dan wil ik net beginnen schrijven en heb ik intussen geen idee meer waar ik het papiertje heb gelegd. Of op welk blad, dat hoogstwaarschijnlijk over iets anders ging, ik dat ene woord er ergens tussen heb gekribbeld.
Of heb ik dat allemaal toch alleen maar gedacht?

Ach ja, zo gaat het leven soms.

Moeten jullie, lezers die er al dan niet zijn, weer genoegen nemen met kribbels en krabbels die ‘hic et nunc‘ vanuit de binaire ruimte lettergewijs tevoorschijn vloeien bij ons Fiducia.
Mmmh…ik zal die uitdrukking ‘hic et nunc’ voor de zekerheid maar even opzoeken ergens in een betrouwbare bron, alvorens ik jullie, of mezelf, met nonsens overlaad.
Wie je ook bent, daar…
Houd je Van ons Ens?

Enfin, ik merk dat mijn mondhoeken krullen bij zoveel opgezochte onwetendheid.

Hic et nunc‘ dus.
Hilarisch. Bots ik op het rijmwoordenboek van Van Dale en blijkt dat een woord dat goed rijmt op “hic et nunc“, “BOENK” is.

Onmeetbaar, zoveel taalvirtuositeit.
Als jij dus één van die mensen bent die graag gedichten schrijft die rijmen, die ook een beetje intelligent ogen omdat er Latijnse uitdrukkingen in worden gebruikt, dan kan je bij deze aan de slag met ‘Hic et Nunc‘ en ‘Boenk‘.

Dat dit nu bij mij een lachkronkel geeft tijdens het schrijven, zal ik u voor de volledigheid maar niet vertellen.
Al een chance dat ik dat woord niet heb gevonden op dat papiertje waar mijn geheugen moeilijk over deed. Welke draai zou deze woordenkronkel dan hebben genomen, toch?!

als ik hic et nunc niets vind
dan zoek ik webgewijs
waar elke uk zo´n taart verslindt
bedenk ik “Boenk”
we hebben prijs!

Dankjewel om vol te houden 🙂