Poortwachter

Photo by Photoholgic on Unsplash

haar blik was een meesterwerk zonder gelijken
wij plooiden ons woordeloos naar haar gezag
zijn beklag was wat mager zo zonder een ijkpunt
mevrouw hield de wacht aan de poort van gedrag

Present

Photo by Jon Tyson on Unsplash

“Mag ik je een tip geven?”

De ober leek gejaagd maar zei toch ja.

“Als je zegt “sorry voor het wachten”, dan leg je de nadruk op een tekortkoming. Als je zegt “bedankt voor jullie geduld”, dan geef je de mensen een compliment.

De ober leek nog steeds gejaagd en ging snel door naar een andere tafel. Maar blijkbaar was de boodschap wel ietwat fijn binnengekomen want een tijdje later bracht hij een koekje naar mijn vriend en zei “hier, voor je geduld.”

Mooi vond ik dat. Dat koekje heb ik trouwens opgegeten.

Vaak zijn mensen geneigd koekjes van eigen deeg te geven. Handelt iemand op een manier die je stoort, om welke reden dan ook, dan is de ‘gedupeerde’ geneigd dat storende gedrag er even lekker in te wrijven bij de ander. Door net op dezelfde manier te reageren, een schepje bovenop te doen eventueel. We reageren dus op een manier die we zelf niet goedkeuren maar gezien de omstandigheden wel gepast vinden. ‘Omdat de ander er hopelijk uit leert.’

Mijn vriend verdiept zich in geweldloze communicatie. Ik volgde er ooit een halve dag vorming over en dacht dat ik het begreep. Het gaat erom je behoeften duidelijk te krijgen en van daaruit te handelen. Als de ander iets doet dat indruist tegen je behoeften, is het een kwestie van dat gedrag te benoemen, op een niet verwijtende manier duidelijk te maken wat het effect op je is, je behoefte aan te geven en de ander te vragen of hij/zij daar in de toekomst rekening mee wil houden.

Kort door de bocht wellicht, aangezien mijn vriend er al jaren mee bezig is…

Ik had trouwens de anekdote tussen hem en de ober verteld tegen mijn zus. Ze kopieerde de uitdrukking op een iets andere manier: ‘Dankjewel dat je daarstraks hebt gewacht’ schreef ze, en ze voegde er een smiley aan toe. Die uitdrukking is nog net iets anders dan ‘bedankt voor je geduld’ maar haar woorden kwamen toch wat tegemoet aan mijn pseudo-behoefte aan stiptheid. Al zal het wel altijd tussen ons zo blijven dat zij degene is die te laat komt op een afspraak en ik te vroeg.

Sommige patronen moet je in stand houden…

Nu voel ik de behoefte wat poëtische woorden neer te pennen:

the meaning of life
is to be (a) present
in time and beyond

Ver-antwoord

Photo by Brooke Lark on Unsplash

‘Daar is nog een plek meneer’ sprak de vrouw die net op de bus was gestapt.
Op een boze manier reageerde de man vlak achter me ‘Waarom moet ik daar gaan zitten hé, ik moet er seffens af.’
‘Een andere toon graag meneer!’

‘Doe gij maar nen andere toon, ge hebt gedronken zeker?’
‘Neen meneer, hou u maar wat in. Ik zei alleen maar dat daar nog een plek is.’
‘Gij moet zwijgen gij, gij hebt aan mij niks te zeggen.’

De bus stopt aan de halte, de man heft zijn vuist naar de vrouw en stapt af.
‘Hola hola, hou u maar in’

De bus rijdt verder. Het gesprek continueert. Een Marokkaanse man met buggy en diens vrouw met dochter op schoot blijven rustig zitten en observeren.

De vrouw die eerder het woord voerde zegt nu ‘een man die een vrouw slaagt is een watje. Die mag thuis niks.’ De Marokkaanse vrouw knikt glimlachend en koestert verder haar dochtertje.
Wat ging er door dat kleine hoofdje zonet?

‘Hij zal zeker niet gemogen hebben van zijn vrouw.’ Die uitspraak is gericht aan de Marokkaanse vrouw. Ik weet niet of ze die uitdrukking kent en vraag me af wat ook zij over het verdere ontvouwen en dit gesprek denkt.

Ik sta op van mijn zitje en geef de woordvoerster ruimte om op mijn plek te gaan zitten.
‘Ja, wij konden niet door hé, daarmee wees ik hem op de stoel.’

Ik heb mijn halte bereikt en stap af.

Even verderop druk ik op de knop van de voetgangerszijde om toegang aan te vragen tot het zebrapad. Meerdere mensen sluiten aan en staan te wachten. Er verandert niets. Eén man steekt de straat over ondanks het rode voetgangerslicht en drukt op de middenberm opnieuw om een aanvraag te lanceren. Het licht springt nu op groen.

Ik heb het er wat moeilijk mee dat mensen dingen doen die opvoedkundig niet zo ok zijn als er kinderen in de buurt zijn. Hoe leer je je kinderen te wachten tot het licht groen is als een volwassene zomaar de straat oversteekt? Hoe leer je het dat roepen op de bus zelden goed overkomt?

Laatst ging ik op wandel met een vriend en hoewel een fietser met een kleine meisje ook stond te wachten, stak mijn vriend toch snel de straat over. Ik heb hem nageroepen dat ik dat niet ok vond, dat hij moest wachten tot het licht op groen sprong. Luid genoeg zodat de papa en dochter wat verderop op hun fiets het konden horen.

Tja…Fiducia stapt in haar rol als Tata. Tata, die de grote dingen vertaalt op kindermaat.
De papa fietste langs en gooide een ferme ‘FOEI-FOEI-FOEI!’ naar mijn vriend.
Een medestander, altijd fijn.

Mijn vriend voelde zich wat schuldig en repliceerde dat hij niet had gezien dat er een kind op haar fietsje stond te wachten om over te steken. Maar vulde aan dat hij het dom vindt om te wachten als er geen gevaar is. En zei tenslotte dat hij niet zou zijn overgestoken mocht hij het kind opgemerkt hebben.

Of het waar is? Geen idee.

Het is een uitleg als een andere.
Zou de man op de bus anders gereageerd hebben mocht de vrouw haar boodschap anders hebben geformuleerd, met een iets minder dwingende toon misschien?
Ook geen idee. Mogelijk had hij zelf al wat verdovende middelen binnen, of kwam hij van een plek waar hij geërgerd was vertrokken en leefde dit nog een beetje door? Of gewoon last met autoriteit misschien.

Moeten we ons op het openbaar vervoer beter gedragen met matu-riteit in plaats van auto-riteit. Om de busrit-tijd wat aangenamer te maken voor iedereen en in het bijzonder voor kinderen…
Onze kinderen…

Voorschrijvend Inzicht

Photo by Alexandre Brondino on Unsplash

Zeker ben ik niet dat het daaraan ligt. Maar ik ben nu eenmaal altijd een beetje nieuwsgierig naar dingen die ik in mijn leven tegenkom en niet meteen kan verklaren. Zoals daarstraks. Er sluimerde een inzicht doorheen mijn avond gisteren en toen ik dat vandaag een beetje grondiger onderzocht voelde ik een ‘zucht’...het inzicht landde en werd een ‘weten’.

Maar toen ik er dus daarnet even tussenuit trok op mijn trapmachien, om wat lucht te happen, gehuld in een andere jas dan doorgaans wat een herschikking van spullen allerhande noodzaakte…

(beetje te lange aanloop dit, zal dit seffens even herlezen…want ik heb gehoord dat schrijven schappen is…al heb ik die uitspraak ook nooit echt goed begrepen…
Is schrappen dan ook schrijven?
Of is het een logica van de orde “een vogel is geen mus”
…al volgt daarop: “en een stamp is gene kus”
Maar dat laatste is tenminste wel goed invoelbaar.)

En dat een mus wel degelijk een vogel is, is niet meer dan het gevolg van voortschrijdend inzicht…En nu schreef ik net ‘voorschrijVend inzicht’…vind ik ook wel iets hebben…een blogtitel werd geboren…

Dus…ondervond ik daar op trektocht dat ik teen en tander niet terugvond. Dus placeerde ik telkens (met engelengeduld) mijn rugzak op de grond, binnen zowel als buiten al naargelang wat ik koortsig zocht…want intussen blokkeerde ik wel de weg van de mensen die exact op de plek wilden zijn van ik en mijn rugzak. Dus gehurkt en rustend, bracht ik de inhoud tot uithoudens toe naar buiten. Al bij al vond ik dan telkens terug waar mijn onderbewustzijn mee gaan lopen was. Enfin, bij wijze van spreken dan.

Maar dat brengt me op het volgende: als ik me de dingen waarvan ik me bewust ben als het topje van de ijsberg voorstel, dan heet het hele deel onder de waterlijn, dat dus veel groter is dan dat wat vanop ons dobberende bootje of schoonschip zichtbaar is, het onderbewuste. Of onbewuste…heb ook nooit het verschil daartussen begrepen, hoewel ik me een vrouw herinner die zeer duidelijk stelde…dat ze kriebels kreeg van één van beide woorden. Ik weet dus niet meer welk van de twee…de indruk zal niet stevig genoeg gemaakt zijn.
Of ik was niet klaar voor het inzicht, dat kan ook.

Zucht…waar leidt dit naartoe, Fiducia?

Sssst!
Waar was ik: ah ja!
Al die wezens die onder de waterlijn kunnen kijken, die hebben dan toch een veel groter bewustzijn dan wij mensachtigen? Bovenwaterigen? En al die ruime bewustzijnswezens, die zijn zich dan wellicht niet bewust van wat er boven water allemaal gebeurt? Tenzij ze af en toe dolfijngewijs komen piepen of walvissproeien.

Zou er een taal bestaan die zowel zij, de onderwaterigen als wij, de bovenwaterigen ons kunnen eigen maken, zodat we van elkaar kunnen horen welke wijsheid ons zal vooruit helpen in datgene waar we nu mee worstelen?

Wellicht is niet alle wijsheid die we hebben even interessant of bruikbaar voor het deel van ons dat we ‘zij’ noemen. Maar had ik niet ergens gelezen dat ons bewustzijnscapaciteit voor 5% gebruiken om ons leven vorm te geven. En dat we 95% dus niet benutten?! Terwijl we dat ding dat we bewustzijn noemen kunnen inzetten voor groei in menselijkheid.
Neen, ruimer dan dat.
Groei in Levensenergie.

Wat als we daar eens op inzetten?

Onderhand-delen

Photo by Andrew Neel on Unsplash

“Als je een euro hebt, krijg je mijn kar”, zei ik zelfverzekerd.
“Ik heb geen euro”, schudde de man terwijl hij zijn fiets vastmaakte, “ik heb geen kleingeld bij.”
“Ah, dan zal je niet binnen kunnen, want je moet hier een kar nemen en deze hier zijn er met geld.”
“Misschien heb ik een jeton”, sprak hij nog.

Ik ging tijdens het spreken verder met het wegstoppen van mijn luttele moestuinzaaiplan-aankopen en hij stond daar nog steeds aan zijn fiets en tasje te foefelen.
“Ik heb wel vijftig euro”, grapte hij.
“Dat is ook goed”, heb ik al glimlachend geantwoord, zonder hoop op een goeie deal overigens.

“Hier, neem de kar maar”, zei ik en ik gaf ze een klein duwtje.
“Ik kan je euro komen brengen”.
“Haha, neen, laat maar.”

Ik heb voor de voorzichtige volledigheid nog aangegeven dat de kar ontsmet was.
Hij wilde weten of de euro dat ook was.
Ook dat nog…
Een euro in ‘bruikleen’ krijgen en dan nog kieskeurig zijn ook…

Het was maar een euro, maar ik heb hem dus weggegeven hoewel ik had gehoopt een eerlijke deal te kunnen sluiten.
Zo goed ben ik dus in onderhandelen…

Het was ‘maar’ een euro maar ik had er eerder goed op gelet hem niet uit te geven omdat ik niet zo een jeton bezit om winkelkarren los te maken en de enige restjes van mijn kleingeld zo van die gelige en koperen muntjes zijn.

Dus zal ik opnieuw mijn onderhandelvaardigheden moeten boven halen bij de bakker of zo…
Of die al bereid zal zijn vijf ‘twintig-centiemp-jes’ te ruilen voor een euro…in deze tijd…
En anders wordt het winkelen in zaken waar de karren vrij van muntstuk zijn…en hopen dat ze hebben wat ik zoek.

Zucht. Dat het allemaal niet simpel is.

Of wie weet, reikt iemand ook gewoon ooit een keer zijn of haar kar aan mij aan zonder iets terug te vragen.
Of ik ga niet meer winkelen hé, dat is wellicht nog de verstandigste oplossing.

Ik herinner me wel nog de drie jongeren toen bij de broodautomaat, waar één van hen me niet alleen een euro gaf maar me ook het pompoenbrood adviseerde. Duizendmaal dank, waar je ook bent! Ik vrees dat ik de jongeman niet meer ga herkennen als ik hem tegenkom, maar ik ben nog altijd blij dat ik tenminste heb benadrukt dat hij en zijn makkers zichzelf moesten zien als ‘primair’ in plaats van ‘secundair’, zoals zij zichzelf noemden. Omdat ‘wij’ hen zo noemen.

Ik snor even het juiste blogbericht op. Voilà, bij deze de link.
Ook de spontane kus van de zwerver toen ik hem centjes gaf voor twee overnachtingen in de nachtopvang, herinner ik me. Daar schreef ik ook een berichtje over ooit…maar ik heb geen zin om het op te zoeken.

Inmiddels weet ik al langer dan vandaag dat ik anders in elkaar zit dan de doorsnee mens.
Zo herinner ik me de woorden van dezelfde zwerver over het ‘deksel-op-de-neus’ van een vrouw die hem radicaal had afgewimpeld toen hij haar alleen nog maar had aangesproken.

Misschien worden mensen niet graag geconfronteerd met kwetsbaarheid. Dat kan hé.
´t Zal daarom zijn dat geen kat mijn blogberichten leest 😊

Een euro opbrengst per klik.
Stel u voor dat dat kon…
Dan kan je na een tijd wellicht alle winkelkarren uitlenen, heel alleen in alle rust de keten doorstruinen en zonder file aan de kassa verschijnen.

Ik zal er eens over nadenken…
Zo, dat is ook weer gebeurd 😉

Over woorden, hun betekenis en hun afleidingen

What does KIWI stand for?

Photo by Esther Wechsler on Unsplash

Hij weefde het letterwoord ergens vlotjes doorheen zijn verhaal.
Dat ze daarmee via mail geantwoord had toen hij een technische vraag had gesteld.
“LMGTFY”
Ik vroeg hem even opnieuw dat letterwoord te articuleren, omdat het me niet bekend in de oren klonk. Blijkbaar betekent het “Let Me Google This For You.”

En zo leer ik dagelijks bij.
Het vier-letterwoord RTFM kende ik al langer. “Read The Fucking Manual.”
Die manual, die tussen het tijdstip dat dit acroniem voor het eerst mijn oren bezocht en De Dag Van Vandaag (DDVV) wellicht ook te vinden is op het Internet.
Waar je online bovendien niet doorheen de inhoudstafel moet navigeren omdat je kan zoeken op woorden, stel u eens achter.
Als je al het exacte (technische) woord kent in die taal, want dat is ook nog geen evidentie.

Gisteren heb ik trouwens nog geleerd hoe ik online betere resultaten kan bekomen voor vertalingen. Vaak vulde ik alleen het woord in waarvan ik de vertaling zocht. Wat vaak een vreemde combinatie opleverde in de context van de tekst die ik onder de loep nam. Nu geef ik de context mee, door een paar relevante woorden extra mee te geven, een zinnetje, bij wijze van spreken.
In mijn geval, gisteren, gaf dat alleszins een vreugdedansje omdat ik ineens het licht zag in de tekst.
Ik heb er dan maar meteen een regenboog van geplooid.

En volledig los daarvan kreeg ik een Russisch zinnetje door met één Vlaamsch woordje ertussen…omdat ik nu eenmaal nieuwsgierig ben, heb ik dat door de vertaalsleutel gehaald en patat, dat was gewoon een perfect te begrijpen Vlaamse friet geworden!
Vlaamse friet…alsof friet Vlaams is…maar goed, dat gaat buiten mijn beentje.

En zo vul ik mijn arsenaal aan wetenswaardigheden.
En als ik ze hier niet altegader zou neerpennen in blogberichten, zou ik volgend jaar op hetzelfde tijdstip wellicht al niet meer weten welke inzichten ik gegenereerd heb, terugkijkend op mijn vorig jaar.

En ik die zo graag verlicht wil worden…of is het zijn als het tegenwoordig was?!

Daarom heb ik me ingeschreven voor een sport-challenge van een maand.
Ook omdat ik al een hele tijd het voornemen heb om mijn sportbroek aan te trekken, sportschoenen eronder te hangen en uit lopen te gaan. Richting park, omdat daar recent zo van die ‘barren’(?!) geplaatst zijn.
En daar vond ik het woord dat ik ook nooit eerder ontmoette: ‘calisthenics’.
Omdat je dus die ‘sport’ kunt beoefenen aan die ‘barren’.

Ik zie me er al, met bijgetrainde buikspieren, inzetten om weer eens heel-lang-geleden-gekunde oefeningen te doen. Net zoals ik een tijd geleden mezelf ook had voorgenomen om vóór mijn vijftigste opnieuw radslag zonder handen te draaien. Dat heb ik geoefend in datzelfde park. Zonder barren, met handen maar doendst alsof het zonder was.

De beweging is nog gekend in mijn lichaam, maar mijn handen heb ik niet durven wegtrekken.
Ook omdat er geen hulp stond om me dat extra zetje te geven mocht het nodig zijn en omdat ik eigenlijk ook niet onnozel moet doen. Wie wil er nu op zijn vijftigste per sé zotte kuren uithalen?

Hoewel. Je bent een kiwi op de schaal van fruit of je bent een klokhuis.

Omdat een vriend van me, mijn co-creatiemaatje voor mijn favoriete gedichtje dat ik bij wijze van vulling eindelijk eens heb ingelezen tussen wat vernieuwende djingles door.
Of zijn het jingles, zoals diezelfde laatstgenoemde vriend ze verwoordde?
Rara, waar staat het rode wiebelstreepje onder in mijn word-bestand…?

Dus, ik had me één der afgelopen dagen ingeschreven voor een sport-challenge, maar ik krijg de info niet door. Tenzij ik ze pas door krijg op de dag dat het start, maar dan mogen ze me dat op zijn minst laten weten, toch?!

Dus ben ik nu in afwachting.
En als er niets komt, dan trek ik bij wijze van protest alsnog gewoon mijn sportbroek aan, loop-wandel-puf-herbegin-loop-rood-aan en mompel tot aan het park en zoek de barren op om een beknopte reuzendraai te maken. Mét handen.

En als ook dat niet lukt tegen mijn zestigste, dan zal ik me moeten herschikken op de schaal van fruit denk ik.
Dan moet ik mijn goede vriend  weer even lijnen voor een co-creatie-uurtje of -kwartiertje of sms.
Of zo.

Verbinding

Photo by Shane Rounce on Unsplash

Welke dag het was, weet ik niet meer. Maar ik had de bus richting station genomen en de chauffeur draaide muziek. Het was een fijne rit, de zon scheen en ik genoot van de muziek en de ontspannen sfeer op de bus. Er waren maar een drietal andere reizigers die meereden en ik hoorde niemand klagen over de muziekkeuze. Het waren trouwens wat ‘oudjes’ die gedraaid werden, maar net zo fijn.

Aan het station moest ik een andere bus nemen.
Een vrouw stapte enkele haltes verder op en ze stond wat te wiebelen op de middengang.
“Kan ik helpen?”, vroeg ik.
Ze draaide zich om, ik nam mijn rugzak van de zitting naast me en ze nam plaats op die plek.
Gezellig zo met zijn twee.

Aan de volgende halte waar de bus stopte, stond ik even op en vroeg ik aan de chauffeur of hij muziek wilde opzetten.
“Er staat muziek op” antwoordde hij, “maar die is enkel hier vooraan te horen.”
Nu was het ook een oud type van bus die al wat meer lawaai maakt dan de nieuwere versies, zoals degene die ik eerder had genomen.

De bus vertrok weer en de chauffeur was blijkbaar sowieso niet van plan zijn muziek door heel de bus te laten klinken.
De vrouw naast me raakte mijn arm aan en sprak “talk to me.” Geheel spontaan.
Dus dat deden we. En ik kwam een glimp van haar leven te weten. Dat ze een vriendin ging opzoeken in de stad waar ook ik naartoe reed. Dat ze ernaar uitkeek en die verbinding eens per week maakte. Ofwel kwam de vriendin tot bij haar.

Ze was voornamelijk alleen, hoewel ze kinderen had en een man. Maar niet in dit land.
Bij de voorlaatste halte stapten we beiden af en groetten we elkaar.
We wisselden geen gegevens uit. Ze drong er ook niet op aan dat ik later nog een keer met haar zou spreken, wat anders soms wel gebeurt.

Maar dit gesprek, deze toevallige ontmoeting, deed me wel denken aan het project dat Arsenaal/Lazarus in Mechelen opzette in samenwerking met het lokale museum Hof van Busleyden: ‘De grond der dingen’.

Ik heb het initiatief al een poos niet meer opgevolgd, maar aan het begin van het traject mochten Mechelaars ideeën insturen die de stad en/of haar bewoners ten goede komen. Later werden alle ideeën voorgesteld in een aparte ruimte in het museum en het traject leidde naar een voorstel aan de stad om de, via participatieve besluitvorming steunend op technieken van deep-democracy, geselecteerde projecten ruimte te geven om zich te ontvouwen.
Het opzet was niet dat de stad geld aan de ideeën zou toekennen om de realisatie mogelijk te maken, dan wel fysieke ruimte te voorzien om de ideeën te ontplooien.

Ook ik stuurde bij de eerste oproep een idee in, dat later in het beslissingstraject aan enkele andere ideeën werd gekoppeld.
Mijn voorstel was om de perronbanken in de stations in de Mechelse regio alsook de banken aan de bushaltes een herbestemming te geven als ontmoetingsplaats.
Ik heb geen idee hoeveel vierkante meter dit in beslag neemt, al die bushaltes en perrons waar banken ter beschikking staan. De intentie voor mijn idee was om de barrière om een gesprek aan te vatten te doorbreken. De barrière die vaak gevormd wordt door…scherm-kijken-in-de-eigen-bubbel.
Met ‘bubbel’ nog zonder connotatie met het Corona-virus…

De vrouw die ik in de bus ontmoette had geen ‘opstapje’ nodig om een gesprek aan te knopen. Een jongeman die op een keer naast me kwam zitten aan de bushalte ook niet. Hij wou weten hoe oud ik ben. Ik heb het hem met wat omwegen verteld. Hij is niet lang blijven zitten. Al was ik toen, geef ik toe, ook net in mijn bubbel op mijn GSM aan het tokkelen herinner ik me. Dat getuigt niet van veel openheid…

Fiducia reflecteert over verbinding…

Een essentie

Photo by Minnie Zhou on Unsplash
Essentie door Fiducia Caro

Die taal toch.
Vaak kom ik in teksten twee termen in een opsomming tegen waarvan ik denk “is dat nu niet net hetzelfde?”
Zo spotte ik recent ‘duidelijk en helder’, ‘voeding en voedsel’ en eentje waar ik me wel vaker bij afvroeg waar het verschil schuilt en er nog geen zoekactie over ondernam: ‘psychisch en mentaal’.

Dus ga ik er nu maar eens werk van maken en bekijken waar, alvast in deze opsommingen, het verschil schuilt.
Als ik het al vind. Ik ga voor de online zoektocht in de wetenschap dat daar een foutmarge op kan zitten. Ik zal zien waar ik land of strand. (is dat ook niet net hetzelfde? 😊)

Een poging via vandale.be
Eerste duo:
Duidelijk: gemakkelijk te begrijpen; helder, goed te onderscheiden
Helder: optie 3 geeft ‘duidelijk’

Wat mij betreft is er dus geen meerwaarde om die twee termen te gebruiken.
Misschien nog wel naargelang de context…heb zo meteen geen voorbeeld.

Volgende duo:
Voeding: 1 – het voeden; 2 – voedsel…
ja, lap…toch nog even dubbel checken:
Voedsel: alles wat kan worden gegeten; = eten

Ook hier zie ik weinig meerwaarde om beide termen te gebruiken.
Al voel ik intuïtief wel aan dat niet alle voedsel voeding is – al was het maar wat de ziel betreft…

Derde duo:
Psychisch: geestelijk, niet lichamelijk (tegenstellingen: fysiek of somatisch)
Mentaal: in (of van) de geest: mentaal opgewassen zijn tegen iemand of iets

Welaan, veel wijzer word ik niet van deze zoektocht.

Maar een woord dat ik daarstraks tegenkwam, al ken ik het al wel langer dan vandaag maar was het me nog niet eerder opgevallen:
‘een kind ont-wikkelt zich…’ en ‘de ont-wikkeling van het kind.’

Wat ik als herkomst vond voor ‘ontwikkelen’ op ivdnt.org (van het instituut voor Nederlandse taal):

Het hoogduitse ‘entwickeln’ en het franse ‘développer’ zouden aan de basis liggen van dit woord.
Als alternatief woord staat er ‘ontvouwen’ en ‘doen ontstaan’.
Al zou een platte ‘ontvouwing’ ook tot ‘uit de doeken doen’ kunnen leiden.
Heeft wel net een andere betekenis.

Beide vind ik een beetje vreemd in de context van de uitdrukking die ik aanhaalde:
‘het kind ontwikkelt zich.’

Eerlijk gezegd vind ik dat een kind meer van zijn aangeboren talenten en gevoeligheden verliest doorheen de jaren, de opvoeding en de scholing, dan dat hij zich ontvouwt. Doordat hij bij wijze van spreken woorden aanleert die een ‘wonder’ in zijn of haar nieuwsgierige beleving reduceren tot ‘citroen’. Bumba wordt wellicht nooit eerst ‘citroen’ genoemd omdat je je over Bumba kan blijven verwonderen. Of niet? Een mooie ‘ontwikkeling’ van een peuter betreft het laten ervaren wat de smaak van een citroen is. Ik zie het zo voor mij…
Eén en al rimpelsnoet.

Toen ik een tijd geleden de vraag kreeg in lichtjes bevreemdende zinsopbouw “wat is dat voor een boom?”, toen zei ik “dat is een mooie boom”. Omdat ik wist dat de vraagsteller het antwoord wist en ik hem wou aangeven dat ik de essentie van die boom nog vat en hem niet ‘ontwikkel’ tot ‘berk’.

Misschien wil die boom zich anders noemen. ‘Boompa’ misschien. En zou hij niet liever willen dan zich kunnen ontwikkelen als verspreider van meer van dat moois op andere plekken waar kinderen dan nog kunnen klimmen zonder zich af te vragen of de boom dat fijn vindt.
En zonder breuk van tak of arm. Beide kan ook nog…
Ik ga het mij maar niet achterstellen.

Ach,ik zie al vanop een afstand dat ik me teveel vragen stel.

Toch ten laatste nog even benadrukken dat de authenticiteit, nieuwsgierigheid en flexibiliteit van kleine ukjes en peuters zich wat mij betreft niet moeten ontvouwen, maar gekoesterd weten.
Omdat die kwaliteiten het leven op latere leeftijd zoveel mooier maken omdat het wat mij betreft duidelijk voeding betreft voor de mentale veerkracht.

Daar wordt wel meer over verteld vandaag, heb ik horen proeven.

Laat die maskers maar af.
Leer gewoon nog wat meer smoelen trekken in alle spontane eenvoud…camera aan en al…

PS: is dat laatste nu een pleonasme?

Luistervinken

Gevonden op Natuurpunt.be – Vogelgeluiden en/in hun duurzame karakter…

Dat het vandaag moeilijk is om mensen te vinden die goed kunnen luisteren. Zo blijkt.
Omdat ik veel mensen ontmoet die zich niet gehoord weten.
Laat staan begrepen.
Zo blijkt uit mijn persoonlijke belevingen, opbrengsten zeg maar, van (mede)menselijke interacties.

“Vreemd toch?” denk ik dan.
Waar loopt het mis in de interactie?

Enkele jaren geleden alweer had ik een gesprek met een vrouw van Marokkaanse afkomst. Opgeleid tot therapeute.
Ze gaf op een bepaald moment aan dat ze zich voor het eerst echt gehoord wist toen we daar zo een tijdje aan het kennismaken waren in dat kleine kantoor. In een organisatie waar het anders vol liep en loopt met betaalde krachten in leveren van psychologische hulp.

Ook die ervaring benoem ik als ‘vreemd.’

Ze had me geraakt met haar verhaal. Hoe ze zich zo vaak moest verdedigen in haar job, hoe moeilijk het voor haar kinderen was op een school waar gekleurd niet de hoofdmoot uitmaakt van de leerlingen en hoe, naast het werk, het omgaan met de gewoontes binnen de eigen cultuur om voor elkaar te zorgen en op te komen soms ook het verlangen naar wat me-time doet ontstaan.

Een traan en een knoop in mijn buik. Een gevoel van machteloosheid ook, een beetje.
Dat gaf ik haar terug.

Ik werk niet met haar samen maar heb wel al gemerkt hoe gedreven ze is in haar job. Bewonderenswaardig. Om zo te blijven vechten voor je bestaansrecht hoewel de behoefte je ‘gehoord’ te weten soms zwaar weegt. Waar vind je dan een plek om even te ‘leunen’?
Ik weet het wel. En wellicht toen ook al.
Een cultuur van wederzijdse steun, daar ligt de sleutel tot zich gedragen weten.

Laatst kwam ik te voet terug van een supermarktbezoek met een zware tas vol boodschappen over mijn rechterschouder. Ik zie een eindje voor me een kennis een straat inslaan.
Ze ziet me ook, draait zich om en groet me hartelijk.
“Hoe gaat het met je?” roept ze glimlachend.
“Het moet ongeveer een jaar geleden zijn dat we elkaar zagen, niet?”, vulde ze aan.
“Het kan beter” antwoordde ik, “maar ik ga je er nu niet over vertellen.”
Ze stond trouwens ook een beetje gedraaid met me te praten, als met één voet in de richting van het vervolg van haar wandeling. Een zijstraat van de straat waar ik op liep.

Dus stapte ik moedig door met mijn “had-ik-maar-twee-draagtassen-bijgehad-voor-verdeling van-de-lasten” schoudertas en vroeg ook haar of hoe het ging.
Ze antwoordde met een glimlach dat het haar goed ging.
Ik groette haar nog en ze vervolgde haar weg met
“Hou je goed hé.”
Een beetje vreemd vond ik dat, omdat het me niet zo goed ging en ik dacht dat ook aangegeven te hebben…

Maar niet getreurd.
Thuiskomen, boodschappen wegzetten en een kopje troost slurpen.
Soms wordt ‘niet goed’ een beetje ‘beter’ door een kleine koesterervaring in het moment…

Waar ik ineens aan denk…
Ooit vroeg iemand:
“Wat zou je aan Richard Branson vragen mocht hij ineens aan je deur aanbellen?”

Ik moest nog net Richard Branson niet goochelen toen, maar mijn antwoord kwam op zijn minst ietwat bevreemdend piepen tussen het allegaartje andere antwoorden die namiddag.
Toen het mijn beurt was, zei ik:
“Ik zou vragen waarom hij precies aan mijn deur aanbelt.”

Naast de antwoorden die getuigden van een verlangen naar materieel succes en moeiteloos hanteren van pittige hobbels, bleek ik weer de vreemde eend in deze vijver qua interessegebied.

Ach ja, Intussen hecht ik nog steeds waarde aan Waarden en weet en voel ik hoe die onbetaalbaar zijn. Dus schrijf ik over ervaringen, in de hoop her of der iemand te inspireren. Of stilstaan bij wat is.
Wie weet, zich zelfs een beetje ‘gehoord’ te weten in onze stilzwijgende interactie.

En zolang ik zelf niet begin te leven alsof ik kan vliegen, ben ik allang “ten Vrede” dezer dagen.

Hou je!

Stemplicht

“Vooral je stem” zei hij.
Het was ongeveer een jaar geleden dat ik nog in deze lokale supermarkt rondliep en hij was de enige werknemer die ik nog herkende. Ik groette hem. Hij groette mij terug.
“Je kent me nog na al die tijd”, gaf ik aan.
“Ja, vooral je stem”, repliceerde hij.

Dat me dat telkens weer verbaast, dat mensen mijn stem bijzonder vinden of allerhande eigenschappen toedichten die eigenlijk wel fijn zijn om te “horen”. Misschien moet ik het maar “gebruiken” en systematisch een ingelezen versie van mijn blogberichten maken. Niet dat ze zo lang zijn dat ze beter “hanteerbaar” zijn tijdens het joggen. Veel conditie zal je er alleszins niet bij winnen met het vijfhonderdtal woorden waartoe ik mijn schrijfsels meestal beperk.

Ik nam recent contact op met de lokale inleesstudio om te bekijken of er ruimte is om mijn stem ter beschikking te stellen. Zodat blinden of slechtzienden het luisterboek kunnen uitlenen waar mijn stem aan hangt. Maar blijkbaar zitten heden ten dage, coronamaatregelen indachtig, de tijdslots goed vol.
Wat misschien betekent dat ik een nieuwe bestemming moet zoeken om mijn stem te laten gelden. Ten gelde te maken van gratis gehoor. Zoiets.
Mmmh, daar schort iets aan…

Mijn eigen blogberichten beluisterbaar maken vormt dan misschien een logische keuze.
Want eerlijk, toen ik me kandidaat had gesteld voor het inlezen van luistermateriaal had ik niet gedacht dat ik een drietal teksten zou moeten inlezen ter voorlegging aan een kritische luisterjury, alvorens zelfs maar te “mogen” inlezen. Veel acteurs en actrices worden trouwens afgehouden, omdat ze de tekst teveel “inkleuren”. Maar de jury liet me toe mijn stem al doende te laten groeien. En ze gaf geen inperking over het soort tekst dat ik kon inlezen.

Ik had ook niet verwacht dat een nieuwslezeres van de VRT me op aangeven van mijn nonkel zou opbellen om me raad te geven over het oefenen van mijn stem. Ze raadde me enkele boeken over stemtechnieken aan waarin een oefen-CD zat, waar zij zich mee had voorbereid voor haar job.

Ik had ook niet kunnen bedenken dat ik enkele sessies bij een logopediste zou volgen om de aandachtspunten van de jury verder te vervolmaken. Een half uurtje speedy-consult en dan thuis oefenen. Tja, ik was me toch een beetje onzeker geworden. Inlezen voor onbekenden voelt toch net iets anders dan je stem geven aan het prentenboek dat je je eigen kinderen voorleest. Daar verdoezel ik geen fouten. Niets zo erg als je kinderen laten uitschijnen dat fouten maken niet mag. Als je een fout leest herpak je je, punt. AVI-niveaus en snelheidstesten nog aan toe…

En toch… waar ik bij het begin van mijn avonturen als inlezer van boeken van het uur ‘werktijd’ dat ik ter beschikking had slechts een dikke twintig minuten ‘bruikbare tijd’ haalde, omwille van leesfouten die vooral te wijten waren aan ‘heel erg graag meteen zonder fouten willen lezen’, haalde ik na enige tijd vlotjes een dikke vijftig minuten bruikbare tijd. Wat wel mooi is, toch?! Ik leerde inmiddels ook mijn eigen fouten recht te zetten. Terugspoelen, herbeginnen vanaf het punt waar het nog ok was.

Maar blijven oefenen dus, dat is wat ik nu wens, zodat ik mijn “stemvaardigheden” een beetje onderhoud.

De laatste tijd lees ik ook veel en soms lees ik gewoon hardop. Voor de lol. Om de tekst een extra dimensie te geven. Misschien blijft het gelezene dan beter hangen, wie weet…Misschien kan ik er binnenkort ook meteen een tekening bij maken om ook mijn rechter hersenhelft erbij te betrekken. Of een muziekje bij tokkelen. Zo leerden mijn kinderen in de lagere school de tafels van vermenigvuldiging. Met een liedje. Niet erg bijzonder creatief van samenstelling, maar het bleek wel te werken.

Ik denk dat ik toch maar geen letterlijke inleesversie van dit blogbericht ga maken. Dat is me een beetje te saai. Ik zal doen alsof ik hier tegen iemand zit te vertellen wat ik zonet heb neergepend.
En ik ga er eerst een nachtje over slapen.
Zomaar, omdat ik dat hier en nu bedacht heb.
In stilte.