Fietsstraten

Photo by Adam Sherez on Unsplash

Ik hou niet van fietsstraten. Niet dat ik een auto heb en me erger aan de fietsen die zomaar in het midden van de straat fietsen zodat je er niet langs kan. Niet dat het mag, overigens. Neen, als fietser houd ik niet van fietsstraten, zeker niet als ze nogal lang zijn. Als er dan een auto achter me komt rijden dan heb ik het gevoel dat ik de verantwoordelijk draag zijn snelheid te matigen tot minder dan dertig kilometer per uur. Soms voel ik ze porren. Een enkele keer scheurt er toch één voorbij. Mag niet. Maja…

Vanochtend zag ik een obstakel op de fietsstraat die ik nam. Een kleine vrachtwagen vol wanordelijk gestapelde pakjes stond rustig de weg te versperren. Er stond een auto achter. Ik besloot het wandel- en fietspad van de andere richting op te rijden. Naderde ik wat verderop een vrouw met een hondje. Ze leek te staan liften. Maar het was op mij bedoeld. Ze maande me met haar handbeweging vergezeld van de woorden ‘alsjeblieft zeg’ aan de fietsstraat op te gaan. Al weet ik niet eens of zij er mocht lopen…Ik heb immers nog geen verkeersbord gezien waar ook huisdieren op staan…
Koeien, dat wel. En herten. Niet in de stad, neen, dat niet.

Ja, dat ook, …. soms loopt een hond we heel erg in het midden van het fiets- en wandelpad en zie ik hem bij het naderen al door mijn spaken tollen. En ik over mijn stuur katapulteren. Dat kan zomaar hé. En als je een sterke verbeelding hebt ontvouwen zich zo allerlei verhaallijnen.

Zo zou ik bij de dame kunnen gestopt zijn en gevraagd of ze achterop wou. Met de hond en haar eigen benen in mijn fietszakken. Het moet veilig blijven hé. En dan hup, de stoep weer af en de fietsstraat op. Ik zou haar een bijdrage kunnen vragen voor de lift. Maar ik heb dat allemaal niet gedaan. Ik heb haar genegeerd. En me daarvoor niet eens gegeneerd.

Ik ben nog een heel stuk verder in de verkeerde richting blijven rijden en ben aan een afslag de straat op gereden.

Ik ben niet de enige die het fietspad verkiest. Zie er vaak mensen met hun kinderen rijden. Ik snap het ook allemaal niet zo goed. Soms zijn de fietspaden heel breed en mag je er maar in één richting op. Moet je met je vélo de kasseien op hotsen en zien dat je de verzakkingen vermijdt. Je zal maar een ijssculptuur van een schaatsster in je fietszak hebben zitten. Die is gegarandeerd stuk als je thuiskomt. Godgeklaagd, dat is het.

Ik denk dat de vrouw die ik ontmoette geen schaatsster was. Maar ze zou toch helemaal door elkaar gehusseld zijn mocht ze alsnog op mijn bagagedrager hebben meegereden. En haar hondje zou zenuwachtig zijn geworden van al dat gehobbel. Dan staat ze daar schoon, met een nerveuze blaffer.

Ach. Ik weet het ook allemaal niet. Heb de afgelopen dagen gemerkt dat ik niet mag vertrouwen dat mijn hand uitsteken om de weg in te draaien voldoende is. Zelfs niet als ik niets hoor. Soms komt zo´n fietser in volle vaart, al dan niet elektrisch, al dan niet met superdikke banden, voorbij gevlamd en moet ik mezelf intomen voor het afslaan. Een salto is te lang geleden om nu nog te herhalen. Gedwongen of niet.

Ik zal maar voorzichtig zijn. En nieuwsgierig blijven.
Een ongeluk zit vaak in een dood hoekje.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.