Ver-ant-woord

Photo by Mike Perrotta on Unsplash

Ze stonden aan de overkant van de straat. Klaprozen en wat leek op een grotere vorm van madeliefjes. Even overwoog ik om een foto te nemen met mijn smartphone, maar ik besloot het zo te laten. Het rood opgelichte fietsje aan mijn oversteekplaats stond immers al een tijdje alert zodat het prutsen met smartphone wellicht zou interveniëren met het groene fietsertje dat weldra kwam aandraven. De afstand was wellicht ook te groot om een degelijke foto te krijgen.

Ik kon natuurlijk ook het mooie bloemenveldje van naderbij gaan bekijken, van mijn route afwijken. Maar heb ook dat niet gedaan. De verwondering bleef in het moment. Zoals de meeste ervaringen, die her of der wel een opkikker krijgen via een associatie op een onbewaakt moment. Als vanuit het niets komt een beeld weer voor het geestesoog verschijnen. Eventueel vergezeld van een emotie.

Daarstraks heb ik wel een foto genomen van kleine paarse bloemetjes die zich uit een muur leken te murwen. Mijn zus vertelde me dat er een app bestaat die je zegt over welk bloemetje het gaat als je er de foto aan geeft. Ik weet niet hoe die app heet. En ik zoek het ook niet op. Niet alles hoeft een naam. Het bloemetje was niet symmetrisch. Het leek op een bepaalde manier op een konijntje met dikke wangen met de twee oortjes ferm de lucht in. Misschien heet het wel ‘konijnenkruid’.

Hoe zou het zijn om dingen opnieuw te gaan benoemen, los van de naam die ze al hebben? Eventueel om als pseudoniem te gebruiken tijdens het gevecht om weer de overhand te krijgen als natuur…Rainbow-Warrior-kruid, ik zeg maar wat.

Vergeet-me-nietjes. Wie heeft ooit dat bloemetje zo genoemd? Omdat ze in de schaduw te vinden/vergeten zijn? Laatst ging ik wandelen met een vriend en toen ik hem wees op vergeet-me-nietjes trok hij er prompt eentje uit en gaf het me. Ik pruttelde tegen. Dat is niet de bedoeling natuurlijk. Dat die bloempjes maar mooi blijven staan waar ze staan. Ze zijn nog zo schoon.
Van mij mogen ze ‘zie-me-hier-staantjes’ heten. Of ‘wij-wagen-ons-hier-stilletjes’.

Welaan, ziedaar komt ineens een associatie op mijn pad. Hoe ik als kind met mijn grootouders naar hun caravan in de Ardennen trok en samen met mijn grootmoeder in het bos op zoek ging naar meiklokjes. Ze bracht er ook geregeld mee na hun weekendjes Ardennen. Ze geuren zo lekker, …
Een bosje op tafel. En dan van de meiklokjes associeer ik naar de meikevers die langs het terras zoemden van het appartement waar ik als kind woonde. Ik zie ze niet meer.

Mijn pa had trouwens zowel als kind als op oudere leeftijd de gewoonte om insecten en kevers die hij ving in luciferdoosjes te stoppen. Waar mijn grootmoeder dan geregeld bijna een aanval kreeg als ze een lucifer wou nemen. Ik heb ooit een spreekbeurt gemaakt over spinnen. En mijn pa had een dikke huisspin voor me gevangen als didactisch materiaal. Ze zat in een plastic doosje, goed vastgeplakt om geen ongelukken te krijgen in mijn boekentas.

Ik ben na wat uitgestelde lessen aan mijn leerkracht Nederlands gaan vragen of ik ‘alsjeblieft nu’ mijn spreekbeurt mocht houden, ‘anders is mijn spin dood.’ Het mocht. Onverantwoord wat het beestje betreft, achteraf beschouwd. Ik heb wel goed gescoord. Zowel bij de medeleerlingen als in punten.

Wat is ver-ant-woord?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.