Eenvouwt

Mijn huisgenoot las een aantal stukjes voor uit de krant. Ik zat te breien. Een verstillend moment bij de gashaard.

Toen hij las: ‘Vlaamse student lanceert ‘werkwoordenwiel’ dat dt-fouten voorkomt’, kon ik mijn verbazing niet onder de zetel stoppen.

‘Lees eens voor’, vroeg ik. Hij gaf aan dat ik moest komen kijken naar het figuurtje dat erbij stond. Het zag er ingewikkeld uit. Maar aan het einde van het artikel stonden de woorden ‘Zowel leerlingen als leerkrachten waren enthousiast over het concept. De leerlingen vonden het leuker om met het wiel te werken dan met een schema. En de leerkrachten vroegen allemaal alvast of ze enkele exemplaren konden krijgen.

Nu wil ik die student niet afbreken. Ik neem aan dat hij vanuit de beste intentie een onderzoek heeft gedaan en een oplossing heeft uitgedacht die leerlingen een houvast biedt. En hij heeft zijn traject ongetwijfeld afgelegd met steun van zijn promotor en klaarblijkelijk ook met steun van de hogeschool die de productie van de ‘werkwoordenwielen’ op zich heeft genomen.

Maar…

Al wil ik niet afbreken. Ik wil aangeven dat ik een heel andere truuk gebruik die volgens mij veel sneller en efficiënter werkt. Ik heb geen idee meer of een leerkracht die truuk jaren geleden op een schoteltje heeft aangereikt. Of dat ik de truuk zelf heb gevonden omdat ik een manier zocht om met mijn dt-twijfels om te gaan.

Wat ik doe als ik twijfel?
Ik vervang het werkwoord door ‘spelen’ en luister of ik een extra ‘t’ moet schrijven.

Even testen:

De tijger voedt? voet? voed? haar jong.

Vraag 1: Welk werkwoord gebruiken we hier? => Voeden.
Vraag 2: Komt er een ‘d’ voor in dat werkwoord? =>Ja=> dan schrijven we alvast een d
Vraag 3: Als we ‘voeden’ vervangen door ‘spelen’ met de juiste werkwoordsvorm, dan krijgen we: ‘De tijger speelt haar jong’. We horen een t, dus we schrijven een t.

Samengevat: we moeten hier een d en een t schrijven, dus wordt de zin:
De tijger voedt haar jong.

Tweede voorbeeld:
Een zoomsessie gebeurdt? gebeurd? gebeurt? online.

Vraag 1: => antwoord ‘gebeuren’
Vraag 2: => neen => geen ‘d’
Vraag 3: ‘Een zoomsessie speelt online’ We horen een t, dus we schrijven een t.

Samengevat: We moeten hier geen d maar wel een t schrijven dus wordt de zin:
Een zoomsessie gebeurt online.

Voor mij heeft deze manier van werken me nog nooit het bos in gestuurd. Ik vind het jammer dat een krant die hierover bericht, waar journalisten huizen die gepokt en gemazeld zijn in taal, niet ook een kritische reflectie geven op dit soort ‘ontdekkingen’.

En toegegeven, het werkwoordenwiel is een mooi concept om in een tastbaar handvat te gieten. Maar mag het allemaal een beetje simpeler alsjeblieft? Misschien kan volgend jaar een student een vergelijking maken tussen mijn ‘spelen’-truuk en het werkwoordenwiel en wie weet welke truuk er nog in de omloop is.

Tenzij ik het allemaal verkeerd heb begrepen en dit instrument is uitgevonden om complexiteit toe te voegen aan het onderwijs, om de kinderen vaardig te maken in het omgaan met complexiteit.

´t Kofschip, dat woord namen leerkrachten vroeger vaak in de mond. Nooit echt begrepen waar dat over ging…


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.