Le Petit Prince

Photo by Casey and Delaney on Unsplash

Het boekje steekt al heel lang in mijn handtas. Pas vandaag las ik het helemaal uit. Tijdens een gedwongen terrasbezoek, met een halve liter bruiswater als compagnie. Met mijn rechterbeen op een lege stoel. Omdat een vreemdsoortige kramp zich had meester gemaakt van mijn rechter kuit.
Misschien maar goed zo. Anders was ik wellicht oeverloos blijven rond drentelen.

Mijn verwachte compagnie had zich verontschuldigd waardoor ook de avondlijke uren vrijkwamen. Jammer van de niet gedeelde ervaringen. Maar beter voor de niet-gedeelde beestjes en hun consequenties. Een pannenkoek met suiker leek me dan een welkom alternatief.
Geen zoetgevooisde woorden. Wel zinnenprikkelende zoetigheden.

Het was genieten.
Ik realiseerde me dat mijn mondhoeken zich geregeld tot een glimlach plooiden en dat dat voor de andere terrasbezoekers mogelijk voor wat nieuwsgierigheid zorgde. Als ze zich al met iets anders dan zichzelf bezighielden.

Het kon en kan me niet deren.

‘De kleine Prins’ van Antoine de Saint Exupéry. Ik heb er verschillende uitgaven van. Degene die ik bij me droeg bevatte de tekeningen van de schrijver zelf. In mijn kast staat er nog eentje in prentenboekversie. Zelfs het Franstalige exemplaar heb ik.

Een ander verhaal dat ik koester is ‘Alice in Wonderland’ van Lewis Carroll. En daar heb ik…euh…een tiental varianten van. En ook voor dat verhaal heb ik nooit de tijd genomen om het in stilte helemaal te consumeren.
Stukjes, dat wel.

Vooral het grote prentenboek met tekeningen van Rebecca Dautremer vind ik bijzonder.
Past niet in een handtas. Alvast toch niet in één van de mijne.

Leeftijdloze verhalen.
Verwondering die aanstekelijk werkt.
Vragen om bij stil te staan.
Mooie prenten om in te verdwalen.

Het voelen kriebelen. En dan die kriebel doorgeven.

Ik durf kinderboeken cadeau doen aan volwassen mensen. Geen boek dat beter omschrijft hoe we in elkaar zitten of met emoties of gebeurtenissen moeten omgaan dan een goed geschreven kinderboek.
‘Het land van de grote woordfabriek’ van Agnès de Lestrade en Valeria Docampo was lang mijn lievelingsboek. Beklijft niet bij alle kinderen, maar meestal wel bij de ouders die hen vergezellen in het luistermoment.

Volwassen informatieve boeken draaien vaak serieus rond de pot. Tonnen achtergrondinformatie. Terwijl de essentie te vatten is in een paar welgemikte woorden.
Pannenlapje nog aan toe.

Dit zijn minder woorden vandaag dan gangbaar is op dit blog. Omdat ik zweeg over de vrouw die ik ontmoette. Ze begroette me hartelijk. Ik groette haar terug. Ze zei dat ze niet ver meer kon lopen. Ik vroeg hoe dat kwam. Ze wees naar haar rechtervoet waar een verband rond zat. Ik zei dat ik het jammer vond. En vroeg of het zou gaan. Ze beaamde. Ik vroeg nog of ze dacht dat we elkaar kenden. ‘Neen’, zei ze, ‘ik zeg goeiedag aan iedereen’. Ik besloot met ‘Dat is mooi’ en we vervolgden ieder onze weg.

Later op de dag kreeg ook ik kramp. Maar ik sprak er niemand over aan.
Het werd een geheim dat De Kleine Prins wellicht meenam naar zijn planeet.

Ssst! Hou het stil.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.