In de schaduw van het oog

Photo by Clay Banks on Unsplash

Zouden er kinderen zijn die niet nieuwsgierig zijn?

Mijn herinneringen vertellen me dat ik wel nieuwsgierig was. Als er vroeger vrouwelijk bezoek kwam dat een handtas bij had, dan dook ik er steevast in om te snuisteren wat er allemaal in zat. Eventueel iets te oogsten met bedelende oogjes. Bij snoepjes of koekjes lukte dat vlotjes.

Ik zie me nog zitten op de grote zetel. Beentjes die niet verder kwamen dan het blauwe kussen en een handtas op schoot. Intussen had mijn ma al gezegd ‘niet doen Fiducia’-of iets in die trant -, maar aangezien de eigenaresse meestal reageerde met ‘laat haar maar doen’ ging ik gewoon verder met uitladen en bestuderen. Mijn wereldje en ik.

De lippenstiften moesten steevast even opengedraaid worden om te kijken welke kleur erin verborgen zat. Na te gaan of die overeenkwam met de kleur lippen van de eigenaresse.

Kaartjes, papiertjes, foto´s….het ging allemaal door mijn kleine vingers.

Wat ik ook wel deed als er bezoek was en ik dus even ongestoord aan de gang kon gaan, is snuisteren in de badkamerkastjes. Het heeft overigens een tijdje geduurd vooraleer ik doorhad dat je die lippenstiften ook weer omlaag moest draaien vooraleer de dop er opnieuw op te zetten. Dat heeft bij mijn ma meermaals de vraag opgeroepen ‘wie heeft er aan mijn lippenstift geprutst?‘. Dan probeerde ik mijn broer in het vizier te brengen, met weinig resultaat.

Echt ruzie heb ik nooit gekregen voor deze nieuwsgierigheid, denk ik.
Wel ben ik voor schut gezet.

Zoals op een avond dat er bezoek was en bedtijd zich aandiende voor mij. Ik had rustig allerhande papjes en smeerseltjes uitgeprobeerd op mijn gezicht. Met nog een smeer blauwe oogschaduw aan mijn ogen deed ik een ronde van de eettafel om iedereen een zoen te geven. Ik kwam niet veel hoger dan de stoelleuningen, herinner ik me.
Mijn ma verkondigde voor het hele gezelschap:
‘je hebt aan de oogschaduw gezeten hé‘.
Ik schudde van neen.
‘Sluit je ogen eens en laat eens zien
Ik deed wat me werd gevraagd en keek dan met vragende ogen naar het bezoek.
En zij dan in eensgezindheid met glunderende ogen:
ja, ze heeft aan de oogschaduw gezeten‘.

Maar wat kon ik anders dan standvastig bij mijn antwoord blijven?
Ik had nog niet geleerd dat ‘de waarheid’ niet bestaat.
Ik had kunnen beweren dat de oogschaduw aan mij gezeten had, dat ik niet anders kon dan hem laten doen, weerloos als ik was…of zo.

Enfin.

Hoe voed je nieuwsgierigheid?
Door het niet-weten te kriebelen en er een verlangen aan vast te haken?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.