Complex

Photo by Guillermo Ferla on Unsplash

Mijn kinderen lachen er soms mee.
‘Ons mama, die zit soms boven een woordenboek gebogen op verkenningstocht naar interessante woorden.’

Dat is waar. Ik vind nog altijd dat ik maar een beperkte woordenschat heb, zelfs in mijn moedertaal. Dus af en toe een nieuw woord oppikken kan mijn schrijfsels alleen maar ten goede komen.
Of net niet natuurlijk. Dat ik zo´n vreemde woorden ga gebruiken dat je als lezer over elke zin struikelt. Ach, ik schat de kans klein.

Neen, mijn schrijfsels moeten begrepen worden door elke leeftijd. Ervaringsgewijs begrepen.

Wat is dit? Neusss!
Jongen, zet die vaas terug op de salontafel. Zachtjes. Zachtjes, zei ik.
Moe, uw tanden liggen hier, naast de bloempot.
Naast de bloempot moe, niet erin.

We staan er eigenlijk niet vaak bij stil, maar taal is machtig. Lichaamstaal ook natuurlijk, maar daar ben je op een blog weinig mee.
Op een vlog wat meer.
Tot log.
Dat is dan weer teveel.
Onzin? Ja, Fiducia!

Mensen verkopen een hoop onzin. Maar ‘onzinnen’ bestaat niet als werkwoord.
Vreemd toch. En zinnen heeft alvast twee betekenissen (al zou ik om heel correct te zijn hier mijn woordenboek moeten raadplegen).

Ik roep bij deze het woord tot leven.
Zij die onzin verkopen zal ik vanaf nu verwerkwoordigen.
Mensen die onzin verkopen, die onzinnen. Voilà.

En om te kunnen ontwerkwoordigen moet er gewerkt worden aan waardigheid. Woordwaardigheid.
Dat is een schoon woord, al zeg ik het zelf.
Misschien moet wat gezegd en geschreven wordt woordwaardig zijn.
En zal het anders gezwegen en verzwegen worden.
Amen.

Ik heb geen bijbel waarin ik kan nagaan hoezeer mijn eigen verhaal hier ontzindelig is.
Wat ik wel besef is dat ik er een beetje mee aan het rammelen ben, met die taal.
Een mens moet vooral niet overdrijven.

Vandaar: tot daar.
En morgen terug 😉

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.