De wonderquiche van Aladdin

Photo by Skyla Design on Unsplash

Amai, ik zou al moeten beginnen tellen hoeveel toevallige ontmoetingen ik heb gehad vandaag. Mijmer mijmer…

Toevallige ontmoetingen ‘hebben’… dat is ook wel een vreemde uitdrukking, toch?
‘Hoeveel toevallige ontmoetingen ik heb mogen…savoureren.’
Savour-eren. Veel beter!

Hoe zit het etymologisch met dat woord savoureren? Even opzoeken, wel even snel online…dus onzeker over de betrouwbaarheid van de info…Laat ik even mijn pen wegleggen dan 😉

Schitterend!
Het stamt uit het Frans en is daar bekend sinds 1260: savourer, en dat komt weer uit het Latijn: saporare (smaak hebben van), van sapor = smaak. De betekenis is ‘langzaam, aandachtig tot zich nemen om de smaak ervan ten volle te genieten’
Ziehier mijn eerste bron voor deze informatie.

Of hoe ik toevallige ontmoetingen savoureer door al mijn sensoren open te zetten om ten volle het moeten dat me toevalt te voorzien van een ‘ont-‘. Hoe raar is dit nu weer, Fiducia?! Begin nu toch gewoon eens te schrijven over die ontmoetingen. Wie is nu geïnteresseerd in al die taalkundige vondsten op deze site over Waarde(n) en Woorden. ..Ah ja, daar zwijgt ge zoiets…

De man die op een tweedehandssite een boekenpakket aanprijsde enkele jaren geleden en het nog steeds beschikbaar had. Die ontmoette ik vandaag. Hij kwam er mee naar beneden op het binnenplein waar ik stond en ik betaalde cash, zodat ik geen tien euro extra moest neertellen om het met de post op te laten sturen. En ik heb gratis gereisd, dus mijn portkosten waren ook nul.

Ik zal maar meteen tijdjumpen naar het moment dat ik besliste met de bus terug te keren. Twee dames wachtten zittend op een bankje aan de bushalte, een derde dame stond recht en haar gerief steunde op het derde bankje.
‘Mag ik hier zitten?‘ vroeg ik.
‘Ja hoor‘, zei de vrouw die rechtstond en ze haalde haar spullen van het zitje. Voor de zekerheid vroeg ik toch nog even aan dezelfde dame en een dame die wat verderop stond of zij niet wilden zitten. Ze leken me ouder dan mezelf…met strammere gewrichten misschien…na het shoppen…
Maar neen, ik mocht mijn benen rust geven. Kranige dames!

De twee dames naast me waren zussen. De blonde dame die nu rechtop naast me stond was een gemeenschappelijke vriendin. Eén keer per jaar komen ze hier samen shoppen.

En daar had ik het weer, tussen de regels door. Kwamen mijn kindjes die geen kindjes meer zijn maar volwassen vrouwen ergens tussendoor ter sprake en werden mijn toehoorders één en al nieuwsfronsig. Oh, wat een prachtig beeldend woord 🙂
Algemeen ongeloof dat de veertien jaar die Aladdin me jonger schatte dan ik werkelijk ben, dus niet mijn ware leeftijdsverschil tussen uiterlijk en etymologisch verantwoord is.

‘En hoe oud schat ge mij?’ vroeg Aladdin. Nu, die vrouw heette niet echt Aladdin maar ik probeer als ik namen hoor een associatie te maken om de naam te kunnen onthouden, en Aladdin kwam heel erg in de buurt van de naam die ze me toevertrouwde. ‘Toevertrouwen’, nog zo een vreemd woord. Ik zal doen alsof ik het niet opzocht zodat ik het niet gevonden antwoord niet alsnog moet verzinnen.
Verzinnen. Dat is dan wel weer een woord dat tot de verbeelding spreekt. Verzinnen, dichtbijzinnen, verwoorden, vergoestingen…

Alleszins. De drie dames namen dezelfde bus als ik en Aladdin was zo gecharmeerd door mijn jonge spontane verschijning (literaire knipoog) dat ze naast mij kwam zitten op de hoge zeteltjes terwijl haar companen al twee zitjes over elkaar van een lage vierzit hadden bevrouwd.

Op een gegeven moment sloeg Aladdin zelfs op mijn bil, zo vertrouwd was ze met me. ‘Ik ga je onthouden’ zei ze.
En alle drie zwaaiden ze met de glimlach naar me toen ze de bus verlieten en in een rijtje het voetpad opwandelden.

Ik had gevraagd of ze zouden koken samen. Maar ze gingen alle drie pistoletjes eten als avondmaal, bij één van de zussen thuis. Leek me gezellig. Als ze mee hadden gereden tot mijn stad, had ik hen elk een mini-stukje van de quiche kunnen geven, zo had ik gezegd.
Al had ik dat ook wel jammer gevonden omdat hij verdomd lekker savoureus in mijn mond wegsmolt en mijn maag het stukje helemaal niet te veel vond.

En ik herinner me ook nog de verkoper van de quiches – een woord dat geen van de drie dames trouwens kende tot ik het vertaalde in ‘groententaart’ toen zeiden ze in koor ‘Ah!’. Met een hoofdletter.

Waar zat ik…
De verkoper van de quiches die mijn openingsgrapje niet snapte.
Mijn vraag of de Brusselse champignons die in één van de taarten verwerkt waren tweetalig waren. Hij zou me een hele babbel later niet alleen smakelijk maar ook nog een heel fijn weekend toewensen.
Toewensen. Dat woord mag een open deur zich vooral niet letterlijk nemen.

Aan de eenzame bloemenverkoopster ben ik even gaan vragen of ze er normaal staat met Betty. ‘Neen, die ken ik niet. Ik sta hier altijd alleen’, antwoordde ze. Ik vond het een beetje zielig zelfs, want de vrouw die ik hier de naam Betty geef is heel warmhartig en zou fijn gezelschap geweest zijn voor deze wat timide bloemenverkoopster.
Ik kreeg wel een glimlach.
Had ik hem haar gegeven?
Op zijn minst een beetje ontlokt?!

Ik scroll nog eens naar boven en zie dat hier al behoorlijk wat woorden staan. Het is niet mijn ding om lange teksten te maken. Anderzijds is het wel een mooie avond om al tokkelend te zien overgaan in valavond. Maar niet te hard.

Mmmh, wat zou ik doen?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.