Dag drie

Photo by Cristian Newman on Unsplash

Niet één toevallige ontmoeting vandaag, maar drie. En dat terwijl ik enkel een geplande ontmoeting op mijn agenda had staan. Een geplande ontmoeting waar ik niet goed wist wat ik zou gaan vertellen…maar ook dat liep los. Meer nog, de gesprekken die zich deze dag ontvouwden in mijn aanwezigheid, hebben me terug wat levensvreugde ingefluisterd. Kleuren zelfs vanavond nog mijn gevoel in regenboog, om het even volgens de boekenreeks ‘Wat Viktor voelt’ van Aurélie Chien Chow Chine te verwoorden. Zoek zelf maar op. Uitgeverij Ballon Media.

Wat mijn brein dan wel doet is zich afvragen of ik dan die drie ontmoetingen zou spreiden. Een beetje zou zeuren op mijn voornemen om 365 toevallige ontmoetingen op 365 dagen te omschrijven. Een logisch denkende lezer denkt wellicht ‘elke dag een ontmoeting’. Maar het zou dus ook kunnen zijn zoals vandaag, drie toevallige ontmoetingen zodat ik de volgende twee dagen lekker kan genieten als observator in de hoop dat ik niet aangesproken word. Want dan klopt de telling niet meer. Ik zou ook kunnen zwijgen over twee van de ontmoetingen en doen alsof ze op een andere dag plaatsvonden. Wie weet dat? Maar ik ga voor het lineaire model en neem de hobbels mee op het parcours. Ziedaar mijn belofte. Elke dag een omschrijving van een toevallige ontmoeting op diezelfde dag. Of het zal lukken? Niet als ik het niet ambieer.

Vandaag dus. Op een willekeurig terras in een willekeurige stad.
Smakelijk‘ zeg ik.
Dankjewel‘, antwoordt hij terwijl hij zich een kwart draai keert. Vervolgens buigt hij zich over zijn Croque en eet alles op behalve een zielig hoopje sla.

Ik durf het aan zodra hij achterover leunt in zijn stoel, het bierglas aan zijn lippen en vraag ‘Heeft het gesmaakt?‘ .
Opnieuw keert hij zich om en laat zijn glimlach vergezellen van een ‘Ja hoor. Alleen zoveel sla moet er voor mij niet bij.
Voer voor de konijnen?
Ja, zoiets. Zo zeggen ze het toch.’

Dus u houdt van boeken?
Ik zie zijn ogen oplichten als hij zich weer omdraait en toegeeft dat hij verslaafd is aan boeken. Hij heeft Germaanse gestudeerd in de stad waar hij zijn sla laat liggen. Is altijd op kot geweest in een straat waarvan ik de naam vergat. Moest in eerste licentie geen examens doen. Maar in tweede licentie wel voor twee jaar tesamen. Dat minder fortuinlijke medestudenten zich daaraan mispakt hadden. Hij stond in het onderwijs tot zijn zestigste. Zelfs in Sint-Truiden en ja inderdaad dat was wel wat te ver. Dat kon hij niet lang volhouden. Dat hij Nederlands-Duits had gekozen als studierichting in plaats van Engels. Veel interessantere taal. Maar nu las hij enkel nog boeken in het Engels. Koopt er meer dan hij er kan lezen. Kan zich bovendien niet ontdoen van gelezen exemplaren.
Neen, schrijven doet hij niet. Ooit wel, gedichten. Maar die staan nog in een boekje dat hij nooit aan iemand liet zien.
Hij vertrok zonder een koffie en ik wenste hem nog een fijne dag en veel genot met de neus in zijn nieuwe boeken.

Op de bus naar huis vleide op een bepaald moment een stadsgenoot zich neer aan de andere kant van het gangetje.
Hallo‘ zei ik.
Hallo‘ kreeg ik terug.
Ik ben wel je naam vergeten‘. Hij reikte me hem aan en ik zei ook de mijne.
Er ontspon zich een gesprek over de activiteit waar we elkaar eerder dit jaar gesproken hadden. Hij wist die context niet meer maar had wel mijn gezicht herkend toen ik de bus op stapte. Getwijfeld of hij me zou groeten omdat hij mijn naam niet meer wist. Een (h)eerlijk openhartig gesprek ontspon zich over theaterhuizen, voorstellingen, kritisch mogen zijn en kleine kantjes hebben. En dat allemaal op de bus waar iedereen ons kon horen. Wie weet zaten er bloggers op de bus en wordt nu ons gesprek helemaal uitgevlooid. Het kan zomaar zijn…
We hebben elkaar ‘tot binnenkort‘ toegewenst. Hij stapte een halte eerder af dan ik.

Omdat ik even later in de supermarkt net dat artikel vergat waarvoor ik er naartoe gefietst was en ik het vertikte om terug te rijden – omdat ik de grappigste verkoper van de bende gedag had gezegd met de woorden ‘tot morgen’ en ik niet retrospectief wil liegen – zette ik al mijn spullen af en trok naar een supermarkt in de andere richting voor, écht, écht, écht wel…alleen veldsla.

In de wachtrij aan de kassa kwam een vrouw mijn richting uit. Ze werd door een man twee plaatsen voor me aangesproken met de vraag ‘wil je voorgaan, je hebt maar zo weinig bij?
Neen dat hoeft niet‘, zei de vrouw glimlachend met haar handen koesterend om een halve kilogram blozende aardbeien, ‘we zijn toch al te laat.
Omdat ik niet goed kon volgen liet ik mijn ogen in de richting glijden van waar ze gekomen was. Een oude dame zat in een rolstoel met haar gelukzalige gezicht naar haar kleindochter gericht. Die aardbeitjes waren voor haar, omdat ze dat nu eenmaal graag lust. Mijn rijgenote was niet met de wagen uit Dendermonde naar hier gekomen, dan is ze veel te lang onderweg en is ze meer geld kwijt aan parkeren dan ze nu met de trein kwijt is. Ze waren al te laat voor het avondmaal in het rusthuis, maar haar plateau zou wel klaar staan. Maar als ze nu trek zou hebben in drie boterhammen in plaats van twee, dan zou ze die niet krijgen. De verpleging is immers intussen met iets anders bezig.
Ze bezoekt haar grootmoeder graag. En het is een gemakkelijke. Geef haar eten en nachtrust en ze is content. ‘Niet alle oudjes krijgen regelmatig bezoek hé, dat vind ik wel erg. Zij heeft vroeger voor ons gezorgd, nu is het aan ons om voor haar te zorgen, en we doen het graag. Ze is negentig jaar‘, sprak ze met trots.

Toen ik hen wat verder in de straat voorbij fietste, heb ik nog even ter begroeting mijn fietsbel laten rinkelen. Ook wel omdat ik graag lawaai maak op straat, maar dat zwijg ik stil.

En iets in mij denkt…mmmh, een toevallige ontmoeting in een rusthuis…bron van verhalen?!


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.