Ready and at home

Photo by Erik Witsoe on Unsplash

In mijn ‘The daily stoic’-boekje van Ryan Holiday en Stephen Hanselman, lees ik een uitspraak van Seneca:
“I may wish to be free from torture, but if the time comes for me to endure it, I´ll wish to bear it courageously with bravery and honor. (…) The point is not to wish for these adversities, but for the virtue that makes adversities bearable.”

En als toelichting nog: ‘That is what Seneca is saying here. We´d be crazy to want to face difficulty in life. But we´d be equally crazy to pretend that it isn´t going to happen. (…) Let´s make sure we´re prepared to answer.’

Leven heeft me al wel wat trainingsmogelijkheden gegeven, eufemistisch uitgedrukt.
Niet dat ik er op zat te wachten. Niet dat ik er op voorbereid was. Maar de vaardigheden die ik vandaag heb om de vreemdsoortige fenomenen in mijn hoofd, lichaam en de buitenwereld te hanteren, had ik niet met dezelfde kracht via een kabbelend leventje en een ‘cursusje’ her en der kunnen vergaren.

Dat is ook hoe ik naar opgroeiende kinderen kijk. Als je hen behoedt tegen teleurstellingen of fouten, als je de weg voor hen zoveel mogelijk effent, zullen ze de obstakels niet zelf leren hanteren. Beetje hanteerbare blutsen en mini-builen her en der zijn aangewezen. Maar er als ouder wel zijn om de pijn die met botsen gepaard gaat, mee te helpen dragen. Ze helpen eruit te leren en veerkracht te kweken.

En ook al had ik mijn kinderen liever bespaard van de ziekte van hun moeder (niet alleen voor hun gemoedsrust trouwens) toch denk ik dat het hun blik op de wereld verruimd heeft. Dat ze op een andere manier naar leven kijken dan wanneer mama de immer energieke en alles-onder-controle mama was geweest.
Zijn er trouwens zo´n mama´s? En zijn die dan authentiek energiek en alles-onder-controle-hebbend of zakken die in elkaar als de blikken verdwijnen?

Intussen heb ik ook al door dat ik toch een vrij grote veerkracht heb. Je zal maar een drietal weken in een psychiatrisch ziekenhuis doorbrengen en een poosje later alweer als vrijwilliger aan de slag gaan. Al krioelt de vermoeidheid toch nog steeds tussen beide diagnoses door. Misschien vind ik dat wel de lastigste sensatie. Want je kan dan wel voor veel zaken getraind zijn, maar als je de energie niet vindt om te doen wat je helpt, beland je al snel in een vicieuze cirkel.

Dan brengen tjilpende vogeltjes een beetje troost.

Toch ben ik dankbaar dat ik steeds mijn perspectief kan aanroepen als ik met iets bezig ben. Om me mee in de gaten te houden in mijn handel en wandel. Om de vreemdsoortige kronkels in buitenwereld of binnen-wereld tijdig te detecteren en bij te sturen via wijziging van context en/of gedrag. Zo kwetsbaar of broos zijn houdt me ook wel nederig denk ik. Als ik steeds in een hyper-modus zou opereren is dit niet alleen vermoeiend voor mijn omgeving, maar schuilt ook het gevaar dat ik erop ga surfen alsof het een evidentie is.
Dus val ik af en toe. En trek ik heel mijn doen en laten in twijfel. En dan helpt veerkracht, vriendschap en verbeelding me om weer op te krabbelen.

En wat me helpt bij fysieke vermoeidheid is mijn lichaam als hefboom gebruiken.  Je ledematen als hefboom gebruiken, de zwaartekracht als hulpmiddel. Verhogen van het aantal steunpunten om recht te komen. Draaibewegingen die je rug ontlasten.
Ik kan er geen cursus over schrijven. Ik pas het gewoon toe. En af en toe volg ik dan eens een cursus waar deze inzichten een naam krijgen en dan verbind ik het één en ander aan elkaar en houd ik er meestal nog extra inzichten en vaardigheden aan over.

Waar dat toe moet leiden?
Alert en thuis in dit lichaam staan misschien?!
Ik zal het eens aan mijn boek-houder vragen …

ok kast, here i come 😉

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.