Thuis

Photo by MI PHAM on Unsplash

‘Wat maakt dat je je (in een gezelschap) thuis voelt?’

Mijn beste vriendin las mijn blogbericht van twee dagen geleden en reageerde: ‘Als je nu eens je vrienden, je beste vrienden noemt…en mij de allerbeste vriendin…daar kan ik mee leven hoor!’

Als reactie daarop heb ik haar een ‘zotte mus’ genoemd. Ik mag dat.

Een tijdje geleden bracht ik twee dierbare dames met haar in contact. Zoals ik verwachtte klikte het tussen hen. De gemeenschappelijke ‘fond’ tussen hen is dat ze allen liefde leven. Zachtaardig zijn. Dat uitstralen in heel hun handel en wandel.
Bij hen voel ik me thuis. Mag ik mezelf zijn. Wordt er lief en leed gedeeld en aangegeven wanneer er een grens nadert.
Wanneer eventueel afstand nodig is.

Er zijn andere vrienden met wie ik vooral humor deel.
Het onbeschaamd spreken over schaamtevolle onderwerpen. Ridiculiseren. Uitvergroten. Associaties maken of beelden breien.

En er zijn mensen, die ik niet noodzakelijk vrienden noem, die mijn potentieel aanboren. Me kansen geven. Omdat ze in mij geloven.

En waar voel ik me thuis? Daar waar liefde, humor en uitdaging liggen. Waar ik mag aangeven dat mijn prikkelniveau bereikt is en ik me vervolgens tijdelijk mag terugtrekken. Waar waarden de gesprekken onderbouwen en (gebrek aan) geld de grenzen niet aangeeft.

Gisteren bezocht ik een vriendin met haar zoontje. Hij is nu vijftien maanden oud en herkende me niet meer. Hij observeerde me, ik lokte hem uit zijn kot. Stilaan begon hij te vertrouwen. Tot hij tegen het einde van de namiddag, een wandeling en speeltuinbezoekje later, wat kwam flemen. Even bij mama, dan bij mij en weer terug.

Pienter kereltje. Uiterst nieuwsgierig, beresterk en sterke wil ook.
Waar voelt hij zich thuis?
Daar waar hij niet om zelfverklaarde redenen wordt geremd om de wereld te ontdekken. Dat het omgooien van een salontafel bijvoorbeeld veel lawaai maakt en je serieus doet schrikken als uk. Geluk bij een ongeluk dan heet dat mama´s in de buurt zijn om te zeggen dat dat fenomeen ‘schrikken’ heet en verder niet zo erg is.
Thuis is ook een straat waar fietsen of auto´s niet te snel voorbij razen zodat ook ukjes mogen exploreren wat het verschil is in textuur tussen een berm en asfalt. En hoe dat aan je handjes voelt.

Wat is een grens ook? Wie bepaalt dat? Mag hij zich zowel op straat als in de keuken thuis voelen? Of mag dat alleen als mama in de buurt is om grenzen aan te geven en te bewaken?

Ik merk dat ik grenzen nodig heb om te verkennen. Dat ik er ook mee flirt. Ik denk dat mijn psychiater daar niet zo tevreden mee is. Maar hoe kan je nieuwe terreinen ontdekken als je het bekende terrein niet verlaat?

Volgens mij kan ik me op vrij veel plekken thuis voelen. In velerlei gezelschap. Zolang ik me kan vinden in de rituelen en het gedrag van de mensen die er bewegen zit het wel snor. Al is genoeg, genoeg. Stekker uit. Terugtrekken in cocon.
Ik heb ook al gemerkt dat mensen zich vrij snel ‘op hun gemak’ voelen bij mij. Naar het schijnt straal ik rust uit. Ik weet wat luisteren is en oordeel niet snel (luidop) 😉 Wil graag begrijpen. Want één van die uitspraken die ik hanteer, en ik weet niet eens of ik ze zelf heb bedacht, is: ‘geen gedrag is vreemd als je de context in rekening brengt.’

Gedachten meanderen over blogberichten die ik eerder schreef. Ontmoeting met een zwerver, een praatgrage vrouw op straat of een potentiële werkgeefster.
Misschien is mijn mooiste thuis die waar ik, wat er ook gebeurt, stilte vind als ik ze nodig heb.
En zelfs in chaos is dat mogelijk. Met aandacht. Met focus.

Thuis is waar mijn focus staat.
Geheel alcoholvrij maar toch verrijkend. Of ver-reikend bewust-zijn. 😉

Mmmh, da´s wel mooi…Verreikend bewustzijn.
Of beter nog: ver-ijkend bewustzijn.
Stel u voor…we dwalen weer af…

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.