Groeien in vriendschap

Photo by Daiga Ellaby on Unsplash

‘Schrijf over vriendschap’, zei ze.

Ik noem haar mijn beste vriendin. We zaten in dezelfde klas op de kleuterschool en in de lagere school. In de middelbare school volgde zij een andere richting. Levenspaden scheidden ons. Toen ik, tamelijk zwanger van mijn tweede dochter, haar ontmoette in ‘onze stad’ waar ze samen met haar mama rondkuierde, adviseerde de mama me om haar dochter een geboortekaartje te sturen en de banden weer aan te halen.
Dat deed ik.
En zo kwam ze op huisbezoek, deelden we pijn waarvan we niet wisten van elkaar dat die er leefde en bestendigden we onze vriendschap.
Zien we elkaar zowat wekelijks nu.
Kom ik net van een bezoekje bij haar. Ze is thuis nu, na een week opname om allerlei onderzoeken te ondergaan die de helse pijn in haar rug moeten verklaren.
Aten we een chocolaatje bij onze koffie. En nog één. Onbeschaamd.
Toen haar dochter arriveerde na schooltijd, ben ik vertrokken.
Omdat ‘mijn beste vriendin’ al te lang stil op een stoel zat en dit de pijn triggert. ‘Even rusten’ drong zich op.

Ik heb nog voorgesteld om tikkertje te spelen rond de tafel, maar meer energie dan de productie van een lach hebben we daar niet aan besteed.

Ik kreeg een tijdschrift mee. Dat zij krijgt als haar mama het afdankt. En ik krijg het als zij er op haar beurt genoeg van heeft.
Eens zien of het me kan bekoren.

Ik heb haar daarstraks verteld dat ik iets wil doen aan die term ‘beste vriendin’. Omdat er best wel andere dames zijn in mijn netwerk die ik tot de categorie ‘hartverwarmend’ wil rekenen, maar die ik door de titel ‘beste vriendin’ exclusief te hanteren, precies tekort doe.
We hebben er niet over gebrainstormd.

Ik zou haar ‘oudste vriendin’ kunnen noemen, of ‘langste vriendin’, maar dat klopt letterlijk dan weer niet. Ik zou haar ook gewoon bij haar voornaam kunnen noemen. Misschien is dat nog de mooiste oplossing.

Maar wat maakt een ‘man of vrouw’ tot een ‘vriend of vriendin’?

Soms kom ik mensen tegen met wie ik meteen een fijne babbel heb. Nu ja, eigenlijk heb ik zelden een slechte babbel met mensen die ik ontmoet. Toch als het één op één gesprekken zijn. Vaak ben ik verwonderd als mensen mij een ‘vriendin’ noemen terwijl ik hen maar pakweg drie keer heb gesproken. Dan aarzel ik…zou ik hen ook een vriend/vriendin noemen in dat stadium?
Zoniet, wat dan wel?
Een ‘kennis’? Ik heb even geen zin om mijn dikke Woordenvriend erbij te halen. Het moet maar even zonder.

Alleszins zijn de mensen die ik tot vrienden reken allemaal attente luisteraars. En ‘inpikkers’. Die niet meteen hun eigen verhaal hangen aan iets dat ik hen vertel. Ze laten wat ik vertel ‘in waarde’ zijn, al laten ze het ook niet na hun mening te geven over dingen die ik uitspreek. Niets zo erg als ja-knikkers. Misschien zijn mijn beste vrienden wel diegene die me doen groeien. Zo is mijn vriendenkring heel divers. Ik breng hen niet samen omdat ik dan het contact met eenieder verlies.
Geef mij maar één op één conversaties of maximaal met een viertal. Meer dan dat op één moment verzameld, vermoeit me te erg.

Op die manier, meestal afzonderlijk, afspreken met mijn vrienden maakt dat ik frequenter in vriendschap ondergedompeld word. Zij het met telkens een andere kwaliteit die me spiegelt.
Dat geeft stof tot reflecteren bij elk volgend contact of in mijn uppie.

Misschien groei je zo in vriendschap.
Wie weet.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.