Doofpotten

Photo by Matteo Maretto on Unsplash

Als Neverland ‘Wonderland’ had geheten en de kinderen getraind waren om op hun gevoelige sensoren te vertrouwen alvorens in dat land te gaan ‘logeren’; hulp in te roepen van mensen die te vertrouwen zijn (wat op zich al een vraagstuk inhoudt)…
Misschien had ‘leven’ er dan anders uitgezien voor velen.

Ik weet nog hoe de man heette. In de sportkringen waar ik rondturnde was hij gekend voor zijn ‘daden’.
Stoefend, hij kon immers ‘handstand op een slappe koord’ in zijn tijd.
Hij hing rond op wedstrijden. Ze gebruikten het woordje ‘vuil’ vóór zijn naam, zo weet ik nog.
Nu ging hij mee op trainingsstage.

We spraken op een bepaald punt af om met alle auto´s vanuit verschillende turnclubs in België samen de landsgrenzen te overschrijden richting stageplek.
Een naamgenote was met hem meegereden naar de verzamelplek. Net voor de afrit was hij op de pechstrook gaan staan. Zo vertelde ze toen we na één van de trainingsdagen wat met enkele meisjes rondhingen in de gedeelde slaapkamer. Ze huilde. Ik zie haar nog staan in de kamer. Ze was groter dan ik. Ze luisterde naar Danny De Munk zijn ‘Ik voel me zo verdomd alleen‘ en wilde naar huis, zo zei ze.
Was bang. Van hem en van blijven.
Hij had zijn broek geopend in de wagen en de inhoud aan haar getoond. We waren toen tussen 10 en 14 jaar.
Er waren volwassenen op de verzamelplek. Trainers. Chauffeurs.
Maar wij, kamergenootjes, moesten haar verhaal zwijgen, want ze was bang. Om te slapen ook.

Toen mijn trainersduo één van de avonden tijdens zo´n stage zou uitgaan, zoals er wel meerdere avonden waren, drukten ze mij en enkele clubgenoten op het hart niet met ‘onze man’, nu oppasser van dienst, alleen door te brengen in een kamer.
Ik denk dat dat jaar mijn naamgenote er al niet meer bij was. En ik meen dat we met drie van onze club samenklitten die avond.
We ontwijkten hem. We zagen al met andere ogen.
Al bleven we wel overgeleverd uiteraard.

Ik merk dat ik zit te trillen nu, maar ook dat gaat over.

Vele weekends in mijn jonge leven was er een extra trainingsdag in een andere stad, naast de vaste trainingsuren in de eigen club doorheen de week. Op één van die trainingsdagen was er commotie in de kleedkamer. Eén van de turnsters wou zich niet omkleden. Toen begreep ik niet waarom. Ik denk dat het stilaan begint te dagen. Verbindingen leggen, weet je wel.

Op een bepaald moment moesten we krachthandstand doen in de krachttraining. Ik beheerste die oefening al lang. Dus was ik verbaasd dat de trainer van de club waar we onthaald werden, pal voor me kwam staan. Ik droeg een turnpak. Geen turnbroek. Toen ik me vanuit de schouders verder opdrukte en alleen nog mijn benen moest sluiten, voelde ik zijn vlezige hand op mijn geslacht. Ik deed mijn benen verder dicht, de hand ging weg, ik kwam uit handstand terug tot stand en keek hem aan. Hij keek niet mijn kant op. Ik keek rond. Niemand deed anders dan anders.
Misschien heb ik het me ingebeeld‘, dacht ik. En een beetje minder zelfzeker leefde ik de rest van de training uit.
Het bleef blijkbaar hangen tot nu…verbeelding versus realiteit…een vraagstuk? Een constante in mijn leven, toen al?

Toen jaren later een trainer van een andere club zou stoppen met lesgeven, werden we met een aantal turnsters opgeroepen om hem mee hulde te brengen. Ik zag ‘haar’ terug. De turnster voor wie ik een bijzondere bewondering had. Ze trainde in de club die de bestemming was in de paragraaf hierboven. Ik had haar graag ooit verslagen op een wedstrijd, maar op die ene wedstrijd in mijn thuisstad na waar ik tot op een tiende punt naderde, kwam ik nooit in haar buurt. Zij leek zo standvastig, vooral op de balk. Dansen op een slappe koord…

Toen ik haar op de huldebetuiging zag, ging het niet goed met haar. Gebroken relatie, studies die niet vlotten. Depressie die roerde. Waren we een jaar of achttien, negentien?
Een paar jaar geleden heb ik haar online proberen op te zoeken en hoewel ik pal tot in haar vroeger turnnetwerk ben geraakt, ben ik er niet in geslaagd haar terug te vinden. Ook zij blijft hangen in mijn hoofd…ik hoop dat het haar goed gaat.

Mijn jongste dochter kreeg jaren geleden in haar sportclub een charter mee, dat we als ouders moesten ondertekenen. Het was een uitgebreid document en bevatte onder andere de gedragscodes waar trainers zich aan moeten houden.
Misschien is dat geen overbodige luxe zolang kinderen nog niet geleerd hebben op hun intuïtie te vertrouwen en betrouwbare personen aan te spreken voor één en ander escaleert.

Of is het eerder andersom,  een handleiding als houvast voor het moment dat ze het afgeleerd hebben (hun eigen waarnemingen) te vertrouwen en hun verhaal te delen…

En ik nu?
Het is zondag, ik heb net dingen verteld die ik nooit eerder vertelde.
Het waait en een ballon vond mijn koertje.
Ik heb hem opgevist.
Zonder haak hé…dat zou anders een knal geven…

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.