Boodschappen

Photo by Yohan Cho on Unsplash

‘Mag jij buiten?’
‘Ja’
Wil jij sigarrekes voor mij halen?’
‘Heb je geld?’
‘Neen, nog niet. Straks wel. Wil jij dat doen voor mij?’
‘Ik wil dat doen als je me geld geeft, ik ga het niet voorschieten.’
‘Dat begrijp ik wel. We kennen elkaar nog niet zo goed. Straks heb ik geld.’
‘Dan ga ik het straks halen als de winkel nog open is.’

‘Wil jij sigarrekes voor mij halen?’
‘Heb je geld intussen?’
‘Neen, nog niet.’
‘Ik ga sigarrekes voor je halen als je me geld geeft. En dan moet je me het merk zeggen zodat ik geen verkeerde koop.’
‘Het is niet moeilijk. Een doosje van 100 sigarrekes. Ik heb er nog maar één nu. Een kistje kost 28 euro.’

Hij komt  de volgende ochtend op de afdeling en toont me zijn geld.
‘Ik heb veertig euro bij. Wil jij sigarrekes voor mij halen? En de financieel economische tijd. En een briquet. Van BIC. En twee kleintjes om in het doosje te steken.’
‘Kom ik dan toe met je veertig euro? Want anders ga ik niet alles kunnen kopen.’
‘Ja, je komt toe. Ga je dat dan halen?’
‘Ik ben net wakker, ik ga eerst eten. Als je om 10u naar de desk komt met je geld dan zal ik het gaan halen voor je.’
Treuzel – aarzel – ‘ok, dat is goed. Om 10u. Hier is het geld.’
‘Geef het me straks, aan de desk.’

Hij weg.

Ik neem mijn ontbijt en doe rustig nog een babbel met een medepatiënt.

Om 10u aan de desk:
‘Hier is het geld. Kan je ook nog een playboy meebrengen?’
‘Een playboy, moet ik een playboy voor je kopen?’
Ik lach erom, samen met de jongeman die erbij is komen zitten.
‘Ja’
‘Kan ik me vergissen in merk van sigarrekes? Wat als ik de verkeerde koop?’
‘Als ze geen doosje meer hebben dan neem je maar zo´n klein blikje. Daar zitten er minder in. Je kan je niet vergissen, het zijn de goedkoopste sigarrekes.’
‘En ze hebben dat in die winkel?’
‘Ja, ik ben er nog geweest.’
‘Mag ik er je naam zeggen voor als ik twijfel?’
‘Neen, want ik ben er al eens buiten gegooid.’

Bij het uitchecken aan de verpleegpost:
‘Hij vraagt me een playboy te kopen, moet ik dat doen?’
‘Goh’ – ze houdt haar handen voor haar mond en denkt even na – ‘neen, doe dat maar niet.’
Als ik afteken wanneer ik het pand verlaat komt hij nog even bij me.
‘Laat die boekskes maar – ik vermoed dat de jongeman op hem heeft ingepraat – mijn sigarrekes, de financieel economische tijd en een briquet is genoeg. Er is ook een tweedehandswinkel. Kan jij een broeksriem voor me…’
‘Neen, dat doe ik niet…’
Verpleging: ‘dat is niet de bedoeling hé, X’

Op mijn weg naar de krantenwinkel krullen mijn mondhoeken af en toe. Ik besluit een omweg te maken en er een mini-kunstenaarsafspraakje van te maken. Kijken, snuisteren en verwonderen. Onder een prikkelend regenbuitje.

Twee mensen spreken me aan om hen de weg te wijzen. De vrouw moet naar een welbepaalde kapel en ziet er erg bezorgd uit omdat haar bestemming tot op heden niet verschijnselt.
De man even verder moet naar een straat met een wel heel zoemende naam.
Ik kan geen van beide verder helpen.
De man oogt vriendelijker en meer ontspannen dan de vrouw.
Maar ik concludeer bij deze dat ik er dus ‘betrouwbaar genoeg’ uitzag om me te durven aanspreken.

Aan de desk in het ziekenhuis roepen ze X af en hij sloft in versnelling naar me toe.
Uit zijn dankbaarheid met glimmende oogjes.
Ik heb zijn opdracht goed volbracht.

En wat woorden gesprokkeld om aan elkaar te weven…

 

 

Eén antwoord op “Boodschappen”

  1. Ik vind het een mooi gewoven verhaal. Het sprokkelbos is niet aan plaats gebonden. En weer wat nieuws geleerd: briquet. Die ga ik onthouden. Ik ben ook weer aan het weven geslagen en je weet nooit waar een briquetje nog eens goed voor is.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.