Oneindige verzameling

Photo by Annie Spratt on Unsplash

Een traan loopt traag over mijn neus en rust aan mijn neusvleugel.
Ik lig op mijn buik in bed, mijn rechterwang op het hoofdkussen en mijn armen eronder geplooid.
Mijn vingers zoeken houvast bij elkaar.

Waar verschuilt Liefde zich?’ vraag ik me af, voor ik besluit op te staan en een blogbericht aan te heffen.

Ik scroll doorheen de folders op mijn laptop en tref in mijn enig ooit geconstrueerde sfeerbord een uitspraak van Dr. Martin Luther King, Jr.:
Love is the only force capable of transforming an enemy into a friend.

Mijmering.
Zelfs als ik naar hem kijk, hoe hij recht tegenover me zit te eten met een hoog baby-gehalte, gulzig, grondig kauwend met zijn tandloze mond, met volle hand rondom zijn boterham of vork geklemd, de knabbelsappen en –resten die over zijn kin zijn bord in druipen. Zelfs dan voel ik liefde, ja. Omdat ik weet hoezeer hij zijn best doet om mee aan tafel te zitten en samen met ons te eten.

Hij dacht dat ik een studente was die de psychiatrie kwam observeren.
Ik ging er even in mee, maar heb uiteindelijk eerlijk opgebiecht dat ik ook patiënte ben.
‘Dat wist ik niet’, zei hij nog. ‘Maar dat kan hé, het kan iedereen overkomen hé’.
‘Ja’, glimlachte ik.

Hij roept vaak. Ik denk omdat hij vreest (weer) niet gehoord te zullen worden.
Maar op een eenvoudig verzoek om zijn volume een beetje te dempen, stamelt hij in verzachte modus ‘ja, sssorrry’ en spreekt vervolgens gedempt verder. Soms zelfs op een samenzweerderige manier. Vaak fonkelen zijn donkere ogen van binnenpret die een uitweg zoekt en soms een bestemming vindt, …als ik het allemaal juist interpreteer.

Mijn traan is opgedroogd.
Ik zit in de juiste modus om even de camera richting mezelf te draaien.

Een verzorgde vrouw. Dat lees ik in het verslag van de spoeddienst. Ik lees ook dat mijn zorgvraag een ‘knuffel’ was. Herinner me daarbij nog de blik van de ambulancière – of hoe je de vrouwelijke uitgave van een ambulancier ook noemt.
Een blik in de trant van:
Verdorie, een knuffel…in welke cursus heb ik dat weer geleerd. Of is dit een strikvraag?
Een verdwaasde blik, die tijdens de rit wordt aangevuld met een resem vragen waar de ‘procedure’ in te ontwaren valt.

Ben ik nog een mens?’ vraag ik me weleens af.

Ik mag niet overdrijven, ik heb wel een knuffel gekregen die ochtend, van de stagiair-arts op de spoeddienst waar de ziekenwagen me afleverde. Het was een welgemeende knuffel en hij duurde zo lang tot ik hem dankbaar onderbrak.
De stagiair verliet de cabine en ik doorleefde een ontlading die niemand zag of observeerde behalve ikzelf.  Ik schreef ook vier gedichten daar, in die ruimte, om het wachten op te luisteren.

Ik heb er eentje voorgedragen aan de stagiair, toen hij terugkwam.
‘Eens te meer is er steeds minder zorg om tijd te maken.’
Nu ja, eerder een ‘gedacht’ dan een gedicht. En wel wat cryptisch, ik geef het toe.

Later heb ik de arts-in-wording verteld dat ik die ontlading had gehad na zijn knuffel. Zo eerlijk ben ik wel. Er hingen immers geen camera´s, één van die zeldzame plekken waar ze wel hun nut zouden kunnen bewijzen, denk ik dan. Nu ja…
Overigens was ik mijn held oprecht dankbaar voor de knuffel, dat heb ik ook benadrukt toen hij me meedeelde dat het hem speet niet meer voor mij te kunnen betekenen en me onverrichterzake doch vriendelijk verzocht het pand te verlaten.
Hij was oprecht, dat scheelt. Hij komt er wel. Zijn hart zit op de juiste plaats en klopt nog Liefde.

Even eenzaam als ik er toegekomen was, verliet ik de spoeddienst weer. Er was geen bed vrij in het ziekenhuis. Dus nam ik de bus die er aan kwam zodra ik de halte bereikte, reed tot in de stad en besloot het late ontbijt te nemen dat ik omwille van de nieuwe hormoonmedicatie die ochtend minstens een uurtje had uitgesteld.
In dat uur had ik ook de spoeddienst gebeld, dus bleef mijn maag enkele uren leeg.

In het goed gevulde eethuis van mijn keuze staarde een gezette vrouw me ononderbroken aan. Ook een man een eind verderop kon zijn ogen moeilijk op de vrouw recht tegenover hem gericht houden. Hij verschoof telkens even op zijn stoel zodra ik zijn blik ving en terugkaatste, in afwachting van mijn bestelling.

Er was die vervreemde vrouw, te midden van veel te veel lawaai en beweging. Een vervreemde vrouw die aan een eenzaam tafeltje in een op zich wel gezellig hoekje één vijfde van haar ontbijt probeerde naar binnen te werken, echt wel haar best deed te focussen, maar al snel besliste te betalen en een nieuwe weg in te slaan. Letterlijk.
Omwille van te lang, te veel, te zinloos, te grenzeloos, te alleen…
Denk ik…
Maar wie ben ik om dit samen te vatten voor haar.

Wat Liefde is moet ik u na dit blogbericht nog schuldig blijven vrees ik. Of kan ik tot nu al besluiten dat het dat ‘iets’ is waardoor je moeite doet om te begrijpen en tegemoet te komen in behoeften van anderen. Zonder brokken te maken aan eigen grenzen of erger nog, die van de behoeftige.

Wat het verschil is met zorg?
Dat is louter een wiskundige kwestie denk ik.
In de oneindige verzameling van Liefde, is zorg een deelverzameling.
Een knuffel hoort in deze deelverzameling niet thuis, als de zorg zichzelf professioneel noemt.

Denk ik, of is ook dat een illusie?!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.