Waardering

Photo by Vince Fleming on Unsplash

Gisteren heb ik een heel fijn moment beleefd.
Na een wandeling realiseerde ik me dat ik vers brood in huis moest halen. Dus liep ik naar de bakker, stopte halverwege omdat ik dacht ‘dan heb ik geld nodig’, voelde in mijn zakken dat ik mijn portefeuille toch bij had dus maakte ik opnieuw een halve draai. Om me dan te realiseren dat de bakker toe was. Dan maar de broodautomaat. Gestaag liep ik door.

Ik schreed door de schuifdeuren die zich spontaan voor me openden en trof er drie leerlingen aan die de warmte opzochten om hun broodje op te eten.
‘Smakelijk’, zei ik.
‘Dank u’, repliceerden ze.

Ik zocht in het muntvakje van mijn portefeuille en zag dat ik nog 2,2 euro had aan niet-kopertoestanden.
Dus begon ik op de vakjes te lezen welke opties er waren tot 2.2 euro.

‘Wat zoek je mevrouw?’, vroeg één van de jongens.
‘Een brood dat me maximaal 2.2 euro kost’, antwoordde ik.
‘Neem pompoenbrood’ zei hij, dat is superlekker en kost drie euro. Ik wil je geld geven. Hoeveel kom je tekort?
‘1 euro’, zei ik.
Een eerlijke lezer zal denken, hoezo, 80 cent was toch genoeg geweest? Maar ik wou niet gaan foefelen met al die munten.
‘Hier, zei de jongen opnieuw toen hij me de euro bezorgde. ‘Ik geef het u met plezier’.
Dat voelde allemaal heel lekker warm en liefdevol eigenlijk. Een beetje onverwacht ook. En toch weer niet.

Ik vond het juiste vakje, hij had me er ook even naar genavigeerd om me behulpzaam te zijn.
Terwijl mijn toekomstige pompoenbroodsdagen zich aankondigden, vroeg ik waarom ze hier zo in de ruimte van de broodautomaat stonden alle drie. Wel lekker warm, dus tot daar was ik mee.
‘We mogen hier eigenlijk niet zijn mevrouw, maar hier aan de overkant zien ze ons vanop school niet staan.’
‘Ah, ik begrijp het.’
‘Hebben jullie examens?’ vroeg ik nog, met meteen daarna ‘ah neen, jullie hebben dat in december gehad zeker.’
‘Ja mevrouw, wij zijn secundair, wij hebben nu geen examens.’

‘Dat klopt niet’, heb ik hen nog met stelligheid op het hart gedrukt, ‘jullie zijn niet secundair, jullie zijn primair.’
En hoewel ik niet had nagedacht over die woorden, klonken ze heel ‘waar’ en leken deze knapen er blij mee.

Ik heb hen bedankt, nog een fijne dag gewenst zoals zij mij, en ik ben met een warm hart huiswaarts gekeerd vergezeld van mijn nieuw brood.
Man, man…inderdaad, wat een lekker brood.

De ervaring of noden van kinderen, jongeren, jongvolwassenen in de wind slaan, ik weet niet wie het in zijn hoofd haalt.
‘Wij zijn secundair’.
Ja…en dat later dan corrigeren ‘allez, hoe komt dat nu dat die zich niet volwaardig voelt?’
Mogelijk trek ik de verkeerde conclusies.
Ik heb dan ook nog geen schoenen aan.
En het universum is mogelijk nog niet goed genoeg wakker om me van dienst te zijn.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.