Examenvraag: fractalen

Gisteren heb ik het besloten.

Ik ging gisteren naar mijn werk, hoewel ik opnieuw niet geslapen had. Ik had echter een overleg over een dossier dat al iets te lang stillag, voornamelijk omdat ik in de afgelopen maanden mijn goesting compleet had verloren. En dat ik het had moeten voorspellen. Toen ik november 2016 in dienst trad bij mijn vorige werkgever, of huidige, omdat het ondernemingsnummer hetzelfde is gebleven en het alleen een soortement fusie is…
Soit…wat wou ik schrijven…toen ik in dienst trad dik twee jaar geleden moest ik vrij snel een lezing geven over ‘Goesting’. En dat je dat doorgeeft. Ik heb die lezing gegeven en ik heb goesting doorgegeven, de afgelopen twee jaar. Hoop ook, denk ik. Of een hoopje goesting, enfin, zo goed weet ik het niet meer, ik houd dat boekhoudkundig niet zo goed bij.
Maar alleszins, wat merk ik op. Mijn eigen goesting was begot weg! Dat is toch niet eerlijk, dacht ik, geef ik goesting door en nu ben ik zelf alles kwijt.

Maar niet getreurd, door een actie die ik dus gisteren had besloten, heb ik vandaag al een dik pak goesting terug. Zei ze toen, al zittend in het open achter-schuif-raam…beetje onhandig overigens, weet ook niet waarom ik hier ben komen zitten, maar het voelt goed. Het voelt goesting-gevend. Of zoiets toch.

Maar wat ik dus besloten had. Dat ik vandaag niet zou gaan werken maar een nieuw bezoek aan de huisarts zou plannen.
Omdat ik gisteren, na de bewuste vergadering en enkele gesprekken met collega´s, mijn schildklier een aantal keer heb voelen wringen om mijn hals te verlaten. Waardoor ik moeilijk kon ademen of slikken en de emotie ook (kip of ei) hoog opliep. Om over de vermoeidheidsvlagen nog te zwijgen. Dus besloot ik maar een halve dag te werken, toen nog met de intentie van de volgende dag (de dag waarop ik dit schrijf dus) een volledige dag ‘mee te maken’ op het werk. Met drie overlegmomenten waarin ‘verdediging van rechten/behoeften/noden’ op alle drie de agenda´s zou staan. Op zich allemaal vergaderingen die niet zo belangrijk zijn dus…Ook helemaal niet op de schildklier werken, daar hoeft u zich geen zorgen over te maken mevrouw.

Maar, ik ging dus naar huis, vroeger dan nodig was om tijdig mijn trein te halen. En ik voelde de hitte in mijn lijf, mijn hart dat vreemd deed, mijn ademhaling die moeilijk liep, proefde ik bloed? Slijmen vroegen om aandacht. Het waren geen slijmballen, dat ken ik, dit was anders. Dit was akelig. Onrust bekroop me, voor de eerste keer. Ik vertraagde, trachtte met mijn aandacht één en ander te vertragen. Vertraagde mijn snelheid. Een vrouw stak me voorbij, haar hoofd in haar kraag. ‘Moet ik gaan zitten en de 112 bellen’ vroeg ik me af.
‘Haal ik het tot het station?’
‘Mijn kinderen…’ zoefde het door mijn gedachten.

De trein stond er al. Ik heb het landschap haar helende krachten op me laten werken, de blik op een vrouw die aan de zonnekant ook aan het genieten was van het landschap gaf me liefde. Mijn systeem vertraagde. De onrust ebde weg. Maar mijn besluit was genomen.

Ik heb gerust en heb een doorbraak ontdekt in het omgaan met de onrustige schildklier en het teveel aan antistoffen. Voornaamste is dat ik mijn schildklier in veiligheid breng als ze te sterk aangevallen word. Ik heb haar richting cocon gestuurd. Terug naar pre-vlinder fase. De antistoffen wisten niet wat ze daarmee aan moesten. Waren onrustig. Ik ben met hen in dialoog gegaan, en ze vertelden me dat ze er niet tegen kunnen dat de vlinder fladdert. Dat ze eigenlijk jaloers zijn. Dus heb ik hen gevraagd wat ze zelf zouden willen verwezenlijken en wat hen daarin tegenhoudt. Ze leken bereid om daar individueel en samen over na te denken. Ik heb nog toegevoegd dat zolang de vlinder in zijn cocon blijft, er geen reden is om te vechten. Dat ze hun tijd kunnen nemen.

En zo kom ik weer op Deep Democracy. En kom ik tot de conslusie dat je niet alleen de minderheidsstem moet horen om de wijsheid ervan mee te nemen in het meerderheidsbesluit. Dat je soms de minderheid in veiligheid moet brengen en de meerderheid de ruimte geven om te vertellen wat de argumenten zijn om te doen wat ze doen.

🙂 Voila, mijn systeem is weer rustig.
Al wil ik nog één vraagstuk formuleren voor de mensen aan wie ik nu al beslist heb dit blog te zullen doorsturen:

1) Als je chronisch ziek bent krijg je een uitkering.
2) Als je als loontrekkende gaat werken terwijl je chronisch ziek bent, krijg je een loon en nog een stukje uitkering. Dat heet bij ons progressieve tewerkstelling.
3) Als je ziek wordt terwijl je werkt in progressieve tewerkstelling, en je zegt er niet bij dat die ‘nieuwe’ – al dan niet chronische ziekte – komt door pakweg de werkomstandigheden die ‘ongezond’ zijn of waren, dan krijg je de eerste maand van ziekte gewoon hetzelfde potje als hierboven, de volgende maand krijg je opnieuw alleen een uitkering, maar behoud je het recht om te gaan werken zodra je van ‘ziekte 2’ ‘genezen?’, ‘hersteld?’,’geopenbaard?’ bent, u snapt me wel.

Vraag:
Als je zoals in situatie 3) ziek wordt terwijl je werkt in progressieve tewerkstelling, maar je ‘vlinder’ zegt er deze keer WEL bij dat het komt door pakweg werkomstandigheden. Heb je dan recht op een dubbele uitkering?
Details: voor degenen onder u die vanuit specialisme naar dit vraagstuk kijken:
Als voorbeeld kan je nemen dat de ziekte 1 die voor invaliditeit zorgde een bipolaire stoornis is. En ziekte 2 de ziekte van Hashimoto. Volgens de huidige stand van bepaalde wetenschappen zijn beide ziektes ongeneeslijk.
Neem uw tijd om dit op te lossen, niet de mijne.

‘Dan kan ze gaan werken ook!…deze uitspraak kwam er ineens met iets hogere energie uit.
En dan nu de tranen.
NB: Hou er rekening mee dat deze toevoeging een instinker kan zijn.

Succes!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.