Mama toch

Photo by Simon Rae on Unsplash

‘En hoe gaat het met de jonge mama?’ vroeg ik.
Ze kwam het bureau binnen om een pen terug te leggen waarvan ze dacht dat ze mijn andere collega toebehoorde, die op dit moment door griep geveld is.

Op mijn vraag ontspon zich een heel verhaal en een ‘dialogische verkenning’. Over hoe het worstelen is om als jonge moeder werk en gezin te combineren. Hoe vermoeiend borstvoeding geven is. Maar hoe waardevol ook. En vooral, hoe de relatie met dierbare vriendinnen kan veranderen als je allen plots kinderen ‘grootbrengt’. Wat een vreemd woord trouwens.
Er wordt al eens vergeleken. Wat kan jouw kleine al, laat je je baby niet te veel toe of is het wel zo verantwoord, hoe je je ouderschap invult.

Ik heb vooral geluisterd. En vatte hoe ze heel natuurlijk haar moederschap opneemt en door uitspraken van vriendinnen dan toch aan het twijfelen slaat over haar aanpak. Dat dan niet meteen uitspreekt tegen die vriendin. Waardoor de vriendschap iets wrangs krijgt op de duur. Je alert wordt. Defensief misschien.

Eigen grenzen aangeven. Ook ik worstel ermee. Het gedrag van de ander bij de ander laten. Spiegelen. De situatie vanop afstand bekijken en detecteren waar de clou ligt.

Voor mij voelde die eerste keer zwanger zijn heel natuurlijk. Een probleemloze dracht, en toen een bevalling met haken en ogen. Even in het hoofdje prikken van de baby mevrouw…misschien een keizersnee mevrouw…heb je haar al aangelegd verpleging? En ze werd bij me weggenomen. Een baby die niet bij me op de kamer mocht omdat ze een stafylokokken-infectie had. Op de neonatale afdeling onder de piepkleine ukjes lag, zonder haar armbandje met haar naam…dat had ik op de grond zien liggen maar de verpleging benadrukte dat ik me geen zorgen moest maken, dat ze haar wel herkenden omdat ze de grootste baby van allemaal was. Net geen vier kilogram.

En kijk, zelfs nu huil ik nog. Omdat het toen allemaal te snel ging om emoties te voelen, maar het hele gebeuren een trauma werd. En aangezien ik nu medicatie aan het afbouwen ben krijgen die door de medicatie ingekapselde inneringen een uitlaatklep. Tranen dus.

Mijn meisjes.
Zo vaak heb ik me afgevraagd of het ethisch wel verantwoord was dat ik mijn kinderen quasi alleen opvoedde hoewel ik psychisch niet in orde was. Mijn voormalige psychiater beweerde dat het feit alleen al dat ik me die vraag stelde, het wellicht wel goed zat.

Ze zijn volwassen nu. Ik ben apetrots op hen. Bananenpudding nog an toe. Maar ik laat hen nog niet helemaal los. Dat ene draadje waarmee ze nog aan me vasthangen, als dat feller gaat trillen dan gezond voelt, haal ik even mijn visje of visjes binnen en kijk hen in de ogen. Om te lezen of er meer mama nodig is. Om af te toetsen of ze steun willen.

Het is steeds een evenwicht zoeken tussen ruimte geven en in verbinding blijven.
Soms ben ik bang.

Maar dan grijp ik mijn woord: vertrouwen.

Ja, Fiducia is ook mama.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.