Utopia

Photo by Stefan Cosma on Unsplash

Omdat ik merk dat ik stilaan overloop van verdriet, besluit ik eerst maar te schrijven alvorens aan het eten te beginnen.
En ik ga voor de verandering eens niet in het verdriet duiken, in plaats daarvan keer ik terug naar een moment vanochtend in de trein.

8u36
Ik lig met mijn hoofd op de voering van mijn jas tegen het raam van de trein geleund. Zoals meestal. Het landschap glijdt aan me voorbij. Traag in de verte, snel vlakbij.
De groene velden en het lover brengen me tot rust. Een enkel dier voedt mijn nieuwsgierigheid.
Wat mag ik vandaag detecteren?

Mijn ogen glijden langs de binnenkant van het raam naar drie banken voor me. Ik had een ‘kujssst’ gehoord.
Een stevig met lange goudkleurige haren bedekte linkerarm zet een groot rood blik bier op het tafeltje van vier.
De arm verdwijnt. Het blik blijft staan.

Het volgende station. Een magere man stapt op en komt de gang door met een schichtige blik en nerveuze stap. Hij nestelt zich op het zitje voor me. Hij schuift eenzelfde groot rood blik tussen zijn zitje en de binnenflank van de trein. Zijn krant wordt wild doorbladerd vooraleer ze half opgeplooid een plekje krijgt naast het blik.

Hij schuift nerveus heen en weer op zijn zitje.
Reikt uit naar het blik, zet het aan zijn mond en drinkt een teug alsof de middagzon hem heeft uitgedroogd. Het is nog geen negen uur ´s ochtends.

Ik observeer.

Hoe hij nog tweemaal met nerveuze bewegingen het blik aan zijn mond zet en een flinke teug neemt. De walm doet me overwegen van plaats te veranderen. Maar ik volhard.
Als we de volgende halte naderen stapt hij naar de deur. Zijn blikje en krant zitten nog tussen zitje en flank.
Op het perron zie ik hem nog enige tijd op een blad turen tot hij verder loopt en uit het zicht verdwijnt.
Mijn trein vertrekt.

Misschien moet hij solliciteren en is hij nerveus.
Misschien was de koffie op thuis.
Misschien speelden bovenstaande taferelen mee in het gevoel dat me bekropen heeft. Omdat ik bij de wandeling tussen station en kantoor nog drie mannen in een café aan de toog bier zag drinken. En ik zag wellicht nog niet het volledige plaatje…

Misschien wil ik ook bier.

Neen, dat is het niet.
Hoe leeg moet je je voelen om je maag van s´ochtends vroeg al met alcohol te vullen?
Of is het geen leegte?
Is drinken als ontbijt als het omhelzen van de chaos in een leven, om doorheen de roes toch nog enige flinters schoonheid te ontdekken?

Ik weet het niet. En misschien is het niet aan mij om daarover na te denken.
Misschien is het aan mij om nieuwsgierigheid in mensen te cultiveren, zodat ze in de schoonheid die dat oplevert een vleugje toekomst ontdekken.

Of misschien is ook dat geen rol voor mij.
Misschien moet ik hier gewoon afronden, mijn boeltje wegzetten en beginnen koken.
Omdat ik mezelf een goede maaltijd gun.
Omdat ik een goede maaltijd waard ben.
Omdat ik bij het verorberen van een met liefde bereide maaltijd misschien de liefde ontdek.
En dan ga ik binnenkort met een champignon.
Of word ik alsnog kabouter.

Daar gaan we weer.

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand
waar is Alice intussen beland
Fiducia zweeft, haar drager begeeft
straks denkt ze nog dat ze Utopia weeft.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.