Spelregels

ali-abdul-rahman-595218-unsplash

Photo by Ali Abdul Rahman on Unsplash

Wat een vreemde dag.

Vanochtend wilde het nog steeds niet lukken. Draaien en keren in bed. Een worsteling met mezelf. Dan maar alvast het werk verwittigd dat ik in de namiddag doorkwam. Het was gelukkig maar een halve werkdag vandaag. Mezelf voorgenomen om geen telefoontjes te doen maar wat voortgang te maken in één dossier.
Opperste focus op mezelf en mijn werk. Cocon.

Eens op het werk ben ik toch aan het rondbellen geslagen. Dat mijn collega er de bedenking bij maakte ‘je doet wel veel telefoontjes ondanks je voornemen om er geen te doen.’ Tja. Maar zij mag kritisch zijn van mij. Zij heeft een kat met een serieuze hoek af. Dit geheel terzijde overigens. Maar het schept een band.

Dan ook maar de koe bij de horens gevat en een reactie gestuurd op een correspondentie die me enkele dagen geleden erg verbaasde. Het was er één van de orde van ‘stellen’ en en route een ‘L’ weglaten. Ik schreef dit al in een eerder blogbericht, alledaags. Altijd leuk om Mr. Bean weer eens bezig te zien trouwens.

Gelet op de energie waar ik nu in zit, denk ik dat dit soort geharrewar met het woord ‘stellen’ me bozer maakt dan ik doorgaans besef. Mogelijk komt die boosheid bovenop die ‘oeroude’ boosheid die tot op heden nog niet is losgekomen en heb ik er vandaag iets constructiefs mee kunnen doen. Mogelijk wel iets ‘ietwat confronterend’ constructief.
Maar alleszins constructief naar mezelf toe. Ere wie ere toekomt, of zoiets. Eerlijk is eerlijk. En dat ik een gever ben. Die niet tegen misbruik kan. Tot voor kort neigde naar vluchten, in gedachten of fysiek. Nu meer en meer de confrontatie aangaat.
Liefdevol maar pittig, al zeg ik het zelf.

Waarom is dat zo moeilijk? Als ik een foto gebruik die niet van mij is dan zet ik er de naam van de maker onder. Omdat ik dankbaar ben dat hij of zij die foto ter beschikking stelt.
Als ik een gedicht deel en het is niet van mij, dan zeg ik dat erbij. Omdat het ongepast is te scoren met het werk van een ander.
En als een idee niet van mij is, waarom zou ik dan zeggen dat het dat wel is?

Het is nefast voor de duurzaamheid van een samenwerking om iets te stellen met een ‘L’ te weinig. En oh wat zit ik hier gas te geven op mijn toetsenbord.

Stilte. Tijd voor reflectie.

Die stilte is helemaal van mij. Of neem ik ze van iemand af?
En ik voel hier de zon op mijn flank en ben super dankbaar dat iemand die voor mij aan heeft gestoken op dit eigenste moment. Ik weet alvast de aan/uit knop niet staan, daarvoor ben ik te aards. Maar ik merk haar op als ze naar ‘het’ schijnt
Naar mij dus, ‘het object’ 🙂
Taalspielerei.

Ik negeer de zon niet. Omdat er meer kracht in schuilt dan we denken.
Ik heb haar graag aan mijn kant voor het geval dat.
Samen sterk, ieder zijn talent.

2 antwoorden op “Spelregels”

  1. De zon op je flank/als een poes in de vensterbank/de vergelijking gaat wat mank/maar wat blijft is: dank. Je kunt wel stellen dat het weglaten van een L (een) zonde is. Een echte man…nee wacht… dat komt later wellicht. Opkomen voor je ideeën, je gedachten, je werk. De Chinese restauranthouder vraagt naar het schijnt vaak: Sambal bij? In dit geval, ja, sambal bij. Opdat we in tevreden stilte terug kunnen kijken. Met de zon, nou ja, op de flank. 🙂

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.