Dat noemen we dan bevallingsrust

De secretaresse zorgt ervoor dat ik de algemeen directeur in het ziekenhuis kan bereiken. De laatste chemotherapie heeft niet aangeslagen. Hij is er erg aan toe.

‘Proficiat met de geboorte van je dochtertje.’
Hartsteek.
‘Dag professor. U ook proficiat met de geboorte van uw kleinzoon.’
‘Dank je. Wat kan ik voor je doen?’ Hij ademt zwaar en onderdrukt een hoestbui.
Ik wacht even tot het ongemak voorbij ebt.
‘Wel professor, de werkgeversorganisatie heeft me gevraagd om de financiële gegevens over het programma door te spelen en ik vroeg me af of ik de extra gelden van de overheid en die anderhalf miljoen die u nog bemachtigde bij die partner ook mag doorgeven.’
‘Ik denk het wel ja. Dat moeten we doen.’
‘OK professor, dankuwel. Ik heb verder geen vragen.’

Ik ben me intens bewust dat dit de laatste keer zal zijn dat ik hem hoor.
Heel graag wil ik zeggen ‘professor, ik ben dankbaar dat u in mij geloofde. Het was fijn
voor u te werken. U was als een vader voor me.’
Maar ik zwijg. En krimp helemaal bij elkaar als ik de telefoon neerleg.
Dag professor. Vaarwel.

De kist staat midden in de ontvangsthal. Er staat een rij voor me om hem te
groeten. Zijn vrouw, twee dochters en schoonzoons staan achteraan in de hal samen
met de volledige directie.
Naarmate de rij inkort wellen noeste tranen in me op. Ik breng, zoals het van me
verwacht wordt, een laatste groet en condoleer de familie. Ik loop verder als
een kip zonder kop de ruime hal rond en neem de lift naar de eerste verdieping. Het
belgeluid van de lift vult tweemaal de sereniteit van de hal. Ik loop de toiletten binnen en
en begin hartverscheurend te huilen.
Wat als dit een ziekelijke grap is?
Wat als hij nog leeft en dit een test is voor mij?
Ik raap mezelf bij elkaar en kijk mijn evenbeeld aan in de spiegel. Veeg mijn tranen
droog en sper mijn mond en ogen wijd open om weer tot mezelf te komen. Ik moet terug
naar beneden. Er staan autobussen te wachten om ons naar de kerk te voeren
voor de uitvaartplechtigheid. Ik neem deze keer de trap naar beneden en stap op de
tweede bus. De blikken ontwijkend. Christian van de werkgeversorganisatie groet me met een brede glimlach. Ik pers er een wrange grimas uit en draai mijn blik weg.

De uitvaart verloopt als in een roes voor me. De kerk zit eivol. Mensen, waaronder ik,
staan achteraan in de kerk op elkaar gedrumd. Geen zitje voor mij. Geen plaats tussen de
mensen die een speciale rol speelden in zijn leven. Beide secretaressen zitten vooraan in de kerk.
Het enige dat ik oppik van de plechtigheid is ‘hij had veel talenten’. Ik slik een traan weg.
Ik zou willen dat ze dat op mijn begrafenis ook konden zeggen.

Ik geraak thuis. Maar vraag me niet hoeveel tranen het me heeft gekost.

Eén antwoord op “Dat noemen we dan bevallingsrust”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.