Neen, ik heb geen tijd

Het is een eindje stappen van het centraal station naar de Costa op het St. Andriesplein maar ik deed het met een ontspannen tred en mijn ogen in detectiemode. Ter hoogte van een pleintje waar ik toekwam vanuit een straatje waarin ik rechts was afgeslagen op die baan met de tramsporen, – even geduld- met vóór en een beetje achteraan rechts van me een schoenwinkel, in het midden bankjes en een terrasje, en rechts een viswinkel, zag ik een nogal schichtige man een vrouw benaderen die met gekruiste benen op een bankje een sigaret zat te roken. Hij verwijderde zich even snel als hij haar benaderd had en ik voelde hem mijn richting uit komen.

‘Mevrouw, mag ik even iets vragen?’

Ik stopte en keek hem aan. ‘Ja, zeg maar.’

Ik zag zijn schouders drie millimeter zakken in opluchting en zijn blik anderhalve centimeter naar boven gaan om moed te verzamelen voor zijn volgende vraag. Hij tastte met zijn linkerhand in zijn broekzak en haalde er een klein boekje uit. Het was open geplooid op de pagina waar onderaan ‘De Biekorf’ stond met adres en daaronder een paar regeltjes. Ik scande snel ‘2,5 euro’. Hij lichtte me toe dat hij dakloos was en dat hij in dit opvangtehuis kon overnachten en twee keer per dag iets kon eten voor twee en een halve euro. Het zou, nu ik erover denk, ook drie keer per dag kunnen geweest zijn. Maar hij zag er niet uit alsof hij veel at, dus vroeg ik niet door of het eten voldoende was.

Of ik misschien…de rest sprak hij niet uit, maar zijn ogen die ergens tussen hoop en angst bleven hangen vertelden het wel. Ik monsterde even zijn gezicht en zei ‘goed’. Ik nam mijn portefeuille uit mijn handtas. In het ritsvakje met het kleine geld zat maar 15 cent. En het ‘ah ja, ik moet nog een nieuw gaan halen’ zwartgeblakerd halogeen spotje. In het volgende vakje vond ik een briefje van twintig en eentje van tien en dacht, oei, … tien is misschien toch wel wat veel. En je kan uiteraard aan een dakloze niet vragen ‘kan je misschien wisselen?’. Maar toch even mijn vinger poken en intussen alternatieve denksporen bewandelen maar ziedaar, een verlossend briefje van vijf. ‘Hier’, sprak ik. ‘Ik geef je twee nachten.’ Ik zag hem even naar adem happen. ‘O-o-oh…mevrouw…’. Zonder vragen pakte hij mijn rechterschouder en ik draaide mijn wang voor zijn dankbare zoen. Ik voelde het zelfs niet, dat zijn bovengebit tandloos was. Maar had wel de trillende kin en de vochtige glans in zijn ogen opgemerkt.

We liepen even op en hij viel meteen met de deur in het huis van zijn frustratie. Dat hij eerst bij die rokende mevrouw was gegaan ‘en gewoon vriendelijk had gevraagd …’ en dat ze zelfs niet had gekeken toen ze zei ‘neen, ik heb geen tijd’. En dat hij daar zo onderarmen gespannen trillend om opwaarts bewegend, vuisten gebald en grmblgrmbl-knarsetandend-mompelend van wordt ‘EN DAN ZOU IK ZOHHH!!…en toen hij aan mijn knikken zag dat ik dat kon begrijpen sprak hij stil ‘maar ja, dat helpt niet.’

‘Wat doe jij overdag?’ vroeg ik. Hij reageerde snel. ‘Ja wat kan ik doen?’ Beetje verwijtend toch, had ik de indruk…

‘Weet je’, zei ik, ‘ik ben op weg naar Costa, dat is een cultuurhuis op de St. Andriesplaats en ik heb gezien dat daar een computer staat. Volgens mij kan je daar gratis op werken. Kan jij op de computer werken? Hij knikte. ‘´t Is misschien een idee om eens naar daar te gaan zodat je eens iets anders kan doen dan wat je altijd doet.’ Hij reageerde niet echt.

Even verder voelde ik toch nog een vraag kriebelen. ‘Mag ik nog iets vragen?’

‘Je gaat met dat geld toch geen alcohol of zo kopen, want ik weet een man in Mechelen en die vraagt ook altijd geld maar ik zie hem dan blikjes bier kopen in de supermarkt. Aan hem geef ik niet. Dus zou ik het ook niet fijn vinden mocht jij het daaraan besteden.’

‘Neen mevrouw, daar mag je me op vertrouwen. Het is om te kunnen slapen en eten in het opvangtehuis.’

En ineens liep hij mompelend voor me uit ‘ik moet’ en sjeesde een straat in, stak over en…verdween uit mijn zicht.

’Mmmh’ dacht ik. Het leek me niet echt waarschijnlijk dat in die omgeving een opvangtehuis ligt, maar het was ook nog geen tijd voor lunch dus waarom zou hij daarheen gaan. Zou daar een alcoholshop liggen? Hoeveel kost drugs eigenlijk? Ik besloot het los te laten.

Nu zit ik wel nog te denken of ik nu echt niet heb gekeken hoe dat pleintje noemde, waar die vrouw zat te roken. Ach ja, als ik het al had gelezen, ik vergeet het toch. Loslaten!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.