Job interview: over plooifietsen en doodsangsten

Lonely girl

Er kwam dus een vervolg op het sollicitatiegesprek dat ik had bij de Vlaamse Overheid (link naar mijn vorige blog).

Ik was het niet geworden. Wist niet of ik opgelucht moest zijn of niet. Vragen als ‘wil je wel voor zo iemand werken?’ en ‘zou voltijds werken wel lukken?’ speelden nog een aantal dagen door mijn hoofd, wellicht om de teleurstelling een plaats te geven. Maar stilaan vervaagde de herinnering.

Tot ik een kleine twee maanden later telefoon kreeg. De functie stond opnieuw vacant en als ik nog vrij was en interesse had zou ik worden uitgenodigd voor een gesprek. Het zou geen nieuwe ‘echte’ sollicitatie zijn maar eerder een gesprek over mijn noden met betrekking tot de arbeidshandicap. Weer bewogen de oude gedachten door mijn hoofd…’wil ik wel voor die vrouw werken?’ maar ook ‘welke aanpassingen heb ik eigenlijk écht nodig op een werkplek?’

Ik werd uit de wachtruimte opgepikt door een andere personeelsverantwoordelijke dan vorige keer en hij bracht me naar een lokaaltje waar de coördinatrice zat naast een jonge man die haar nieuwe collega bleek te zijn. Een gesprek over noodzakelijke aanpassingen dus. ‘Waarom heb je precies voor deze job gekozen?’ vroeg de jonge man. Even flitste ‘noodzakelijke aanpassingen?’ door mijn hoofd maar ik hoorde me enthousiast vertellen wat me ertoe gebracht had mijn kandidatuur te stellen. ‘Zijn er zaken die voor jou extra belasting geven?’ Ik beaamde. Dat verre autoritten me erg veel energie kosten. Dat ik verplaatsingen liefst met het openbaar vervoer maak. Zelf heb ik geen wagen maar ik vermoedde dat ze wel over een pool beschikten voor dienstverplaatsingen. Korte afstanden vormen geen probleem.
Daar was weer dat schuine hoofd van de coördinatrice en het zoeken van oogcontact met de personeelsverantwoordelijke. Maar deze bleef mij aankijken en pikte erop in door te vragen hoe ik dat dan zag. De jonge collega opperde dat ik me misschien van het station naar de bestemming kon verplaatsen met zijn plooifiets. ‘Geen probleem’, zei ik. Ik had zelf al overwogen een plooifiets te kopen om mijn treinverplaatsingen minder tijdsintensief te maken. De coördinatrice viel in dat sommige bestemmingen in erg afgelegen buurten liggen en bovendien materiaal moest meegenomen worden want neen, niet overal hadden ze een beamer.

Plots helde ze naar me over en sprak ‘vorige keer heb je gezegd dat het belangrijk is voor jou dat de cultuur je ligt. Om heel eerlijk te zijn, ik sta doodsangsten uit bij zo´n uitspraak.’ Ik moest mijn wenkbrauwen bedwingen de hoogte in te gaan. Doodsangsten. Dat was een woord dat ik nooit eerder in een sollicitatiegesprek had horen vallen. Maar ik repliceerde dus net als vorige keer dat eenvoudig mee gaan lunchen me al veel duidelijk zou maken over de cultuur. ‘Wij lunchen zelden samen, meestal eten wij een broodje aan ons bureau’. ‘Een overleg meedoen dan?’ ‘Dat is moeilijk want wij zijn bijna nooit samen op kantoor.’
Het hele gesprek was ze in defensie gegaan. Ze wilde me niet en ik zou het geweten hebben.
Ik leunde achterover en voelde hoe hete tranen achter mijn ogen prikten. Ik raapte mezelf bij elkaar, leunde over de tafel en zette mijn rechterhand dwars op tafel, tussen ons in. ‘Hier stopt het voor mij. Dit werkt niet.’ En met mijn handen gebarend naar de twee andere personen, maar kijkend naar de coördinatrice, zei ik ‘dit werkt wel’. Maar dit dus niet’, waarbij ik tenslotte mijn rechterhand tussen haar en mij bewoog.
Ik stond op en nam mijn jas van de stoel. Ik zag haar vanuit mijn ooghoeken met een onzekere blik naar houvast zoeken bij de personeelsverantwoordelijke. De anderen stonden ook recht.
De jonge man wenste me nog veel succes. ‘Zij’ wenste me een goede thuiskomst.

De personeelsverantwoordelijke wandelde mee naar de lift en zei dat hij mijn beslissing bewonderde. Dat er meer kandidaten zouden moeten zijn die in een sollicitatieproces durven te handelen als ik. ‘Niet dat ze haar werk slecht doet, ik heb toch nog geen klachten over haar gehoord.’ Ik zweeg verder maar aan de lift draaide ik me om en stak hem een hand toe met de woorden ‘bedankt om me een kans te geven. Als u ooit een nieuwe coördinator zoekt stel ik me kandidaat.’ Hij keek me nog even na.
Wat een bluf.

Op de terugweg heb ik gehuild.
Maar ik ben goed thuisgekomen, zoals zij het me toegewenst had.

3 antwoorden op “Job interview: over plooifietsen en doodsangsten”

  1. Krachtige en een heel eerlijke blog, nu nog leidinggevenden vinden die dat ook in zich hebben en dan kunnen we vooruit!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.